40 jaar Flevoland: met deze drastische ingreep kan de mislukte polderprovincie ons allemaal geld opleveren

RoelofBouwman 21-7-26
Lelystad in de jaren tachtig. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Nee, in de jaren zestig van de vorige eeuw bestond de provincie Flevoland nog niet. Maar dat weerhield Jan Wolkers niet van een bezoek. In 1969 kreeg zijn reisverslag een plekje in de bestseller Turks Fruit:

‘Toch hebben we in die onmetelijke polder, tussen gele koolzaadvelden, aan een asfaltweg die als water glom van de hitte en die van de ene zinloze groene horizon naar de andere liep, gerookte paling gegeten die we op een boot in Kampen van een visser van Artikel 31 hadden gekocht. We kwamen er geen levend wezen tegen, ook niet nadat we het bordje WELKOM IN LELYSTAD, OOK IN DE KERK voorbij gezoefd waren op die klevende stinkende teertroep. Het leek wel of alle bewoners van die kleine nieuwe huisjes aan insectenverdelgingsmiddelen te gronde waren gegaan. Er heerste een dorre stoffige DDT-vrede, en zelfs het bekende donkerbruine tot een propje geknepen Marspapiertje, dat je altijd voor een diertje aanziet, heb ik niet kunnen waarnemen. Not a breath of wild air.

Wolkers’ negatieve reisadvies moet in de loop der jaren miljoenen lezers onder ogen zijn gekomen. Geen mooie start voor het gebied dat sinds 1986 door het leven gaat als Neerlands twaalfde provincie.

Of is er sinds de dagen van Jan Wolkers veel veranderd en is er dus toch reden om ter gelegenheid van veertig jaar Flevoland het glas te heffen, zoals het provinciebestuur graag wil? Er is een heus jubilieumprogramma in elkaar gezet, met het hele jaar door festiviteiten.

Lappendeken

Het bekendste cliché over Flevoland is dat het gebied een lappendeken is en als los zand aan elkaar hangt. Want ga maar na:

In het noorden van de provincie liggen de gemeenten Urk en Noordoostpolder, die tot 1986 bij Overijssel hoorden. Het voormalige eiland Urk (22.000 inwoners) is een eeuwenoud vissersdorp van orthodox-protestantse snit; de Noordoostpolder (51.000) viel droog in 1942 en is gespecialiseerd in land- en tuinbouw.

Onder Urk en de Noordoostpolder liggen, afgescheiden door het Ketelmeer, Oostelijk Flevoland (drooggevallen in 1957) en Zuidelijk Flevoland (1968), met de gemeenten Almere, Lelystad, Dronten en Zeewolde.

De meeste inwoners van Almere (232.000) en Lelystad (85.000) hebben roots en werk in de Randstad, met name in de regio Amsterdam. Dronten (45.000 inwoners) en Zeewolde (24.000) hebben een uitgesproken dorpskarakter en een agrarische inslag en zijn van oudsher georiënteerd op Kampen, Zwolle, Elburg en Harderwijk.

Staatkundig gereformeerde vissers, grootstedelijke forenzen en boeren: geen wonder dat het met een gemeenschappelijk provinciegevoel maar niet wil lukken in Flevoland. Volgens onderzoek van onder meer het Sociaal en Cultureel Planbureau is er onder de inwoners sprake van weinig provinciale verbondenheid en weinig provinciale trots. Of zoals De Telegraaf het onlangs samenvatte: ‘Google je op Flevolander, krijg je een schaap, zoek je op bekende Flevolander, popt Ali B op.’

Zou het kunnen dat er veertig jaar geleden bij de instelling van de provincie Flevoland een fout is gemaakt?

Aan Hans Wiegel, VVD-minister van Binnenlandse Zaken in de jaren 1977-1981, heeft het niet gelegen. Hij zag weinig in een nieuwe, twaalfde provincie. De Noordoostpolder was indertijd ‘geannexeerd’ door Overijssel. Konden Oostelijk en Zuidelijk Flevoland dan nu niet bij Gelderland en Noord-Holland worden gevoegd? In een bestuurlijke nota (1979) en in een voorontwerp van de Wet provinciale indeling Zuidelijke IJsselmeerpolders (1981) werd dat het uitgangspunt.

‘Rode provincie’

Wiegels belangrijkste opponenten waren de landbouworganisaties, die nauwe banden onderhielden met het CDA, destijds de grootste regeringspartij. Maar er waren meer belanghebbenden. Zo lonkte voor de PvdA het perspectief van een nieuwe ‘rode provincie’. De sociaaldemocraten waren immers electoraal oppermachtig in Almere en Lelystad, waar verreweg de meeste Flevolandse kiezers woonden.

In 1983 werd de knoop doorgehakt: ten gunste van een nieuwe polderprovincie, die er drie jaar later daadwerkelijk kwam. Wiegel, zo laat zich nu constateren, kreeg geen gelijk, maar had het wel.

Het mooie is: daarbij hoeven we het niet te laten.

Gemeenten worden in Nederland in hoog tempo opgedoekt. Begin jaren tachtig waren het er ruim achthonderd, nu nog maar 342 – een ruime halvering. Kleinere gemeenten gaan samen of worden toegevoegd aan grotere gemeenten. Waarom zouden we dan wel voor eeuwig vastzitten aan twaalf provincies?

Riante bezuiniging

Urk en de Noordoostpolder kunnen zo weer bij Overijssel worden gevoegd. Dronten en Zeewolde passen veel beter bij Gelderland dan bij Almere en Lelystad. Niet toevallig zijn die twee laatste gemeenten sinds 2007 aangesloten bij het bestuurlijke samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam (MRA). De overstap van Almere en Lelystad naar de provincie Noord-Holland is eigenlijk al half gemaakt.

Zo gloort bij het veertigjarig bestaan van Flevoland een riante kostenbesparing, inclusief schaalvoordelen en efficiencywinst. Mooi meegenomen in tijden waarin met name de zorg en de sociale zekerheid het financieel zwaar hebben te verduren. Waar wachten ze in Den Haag nog op?

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!