Voor elk JOVD-lid krijgt de VVD jaarlijks 256 euro subsidie. Hoe redelijk is dat?

WW Bouwman 28 juli 2026
De afdeling Den Haag van de liberale jongerenorganisatie JOVD, met in het midden de Haagse VVD-burgemeester Jan van Zanen. Beeld: JOVD.

Artikel beluisteren

Onze politieke partijen hebben eigen crèches – en die worden met belastinggeld vetgemest.

Onlangs was PROTEST, de nieuwe jongerenorganisatie van PRO, in het nieuws. Helaas niet op positieve wijze. Op het oprichtingscongres van de club – een fusie van de Jonge Socialisten (PvdA) en de GroenLinkse jongerenorganisatie Dwars – bleken journalisten niet welkom. Reporter Chris Aalberts kreeg te horen waarom: ‘We willen afscheid nemen van onze verenigingen in een intieme setting om onze leden een momentje van kwetsbaarheid te kunnen geven.’

Een malle vertoning, zo stelde Aalberts terecht vast. ‘De nieuwe jongerenorganisatie zal PRO inhoudelijk proberen te beïnvloeden en dus is de vraag welke koers het nieuwe bestuur wil inzetten en hoe de leden daarover denken. Waarom mag daar niets over geschreven worden? Je zou bijna denken dat de Jonge Socialisten en Dwars alleen fuseren omdat het een moetje is.’

Er zijn bij nadere beschouwing misschien wel meer rare dingen aan de hand. Om het maar eens heel principieel te formuleren: politieke jongerenorganisaties, waar zijn die eigenlijk voor nodig?

Studie, vorming en scholing

Het fenomeen dateert van erg lang geleden, toen ‘doorleren’ na de lagere of middelbare school voor veel Nederlanders nog niet tot de mogelijkheden behoorde. Als lid van een politieke jongerenorganisatie kon je toch een beetje aan je trekken komen, want er werd vooral aan studie, vorming en scholing gedaan.

Met name de roemruchte ARJOS, de jongerenclub van de later in het CDA opgegane ARP, genoot op dit punt een geduchte reputatie. De lat lag er hoog en de scholing had een bijna academisch karakter.

Toen, vanaf de jaren zestig, steeds meer jongeren hoger onderwijs gingen volgen, werd de scholingsfunctie minder urgent. De meeste politieke jongerenorganisaties kregen sindsdien het karakter van een soort zandbak waarin ‘politiekje’ kan worden gespeeld. Uiteraard zonder dat de leden politieke verantwoordelijkheid dragen. De haalbaarheid of uitvoerbaarheid van standpunten is dus niet belangrijk en compromissen sluiten met politieke opponenten is niet nodig.

Eigenlijk leer je als lid van een politieke jongerenorganisatie vooral dingen die je in de echte wereld – als politieke ambtsdrager – weer heel snel moet afleren. Mede om die reden wilde D66 aanvankelijk niks weten van een eigen jongerenorganisatie. ‘D66 heeft geen behoefte aan zo’n politieke crèche en biedt jongeren direct actieve deelneming aan in de dagelijkse politiek,’ zo heette het. Pas in 1984 ging het roer om en werden de Jonge Democraten (JD) opgericht.

Professionele bomkoffer

Als we het hebben over politieke jongerenorganisaties mag ook het risico op radicalisering niet onvermeld blijven. Vrijwel alle politieke partijen hebben al eens narigheid ondervonden van extremisten die zich meester dreigden te maken van de eigen jeugdclub.

Zo ontstond in de liberale JOVD in de jaren negentig gedonder over de afdeling ’t Gooi, die werd beticht van banden met het ‘extreemrechtse’ Oud-Strijders Legioen. De afdeling werd in 1996 door het JOVD-congres opgeheven. Meer recent zijn soortgelijke beschuldigingen geuit aan het adres van de jongerenclub van Forum voor Democratie.

Aan de linkerkant van de politieke spectrum raakte Dwars in 2007 in opspraak, toen in haar Utrechtse hoofdkwartier een professionele bomkoffer werd gevonden, compleet met ontstekers, timers en bedrading. De herkomst van de koffer bleef onduidelijk, maar veel media legden een verband met uitspraken van voormalig Dwars-voorman Rugter van den Dool. Die had in 2003 zijn steun uitgesproken voor gewelddadige acties tegen fokkers van pelsdieren.

Bij de SP ging het mis toen jongerenorganisatie Rood in de greep raakte van trotskistisch angehauchte ‘zolderkamercommunisten’. In 2021 besloot het partijbestuur de banden te verbreken; een jaar later kwam er een nieuwe jeugdclub onder de naam SP Jongeren.

Als studieclub zijn ze overbodig, als kweekvijver leveren ze vooral aspirant-politici af met de verkeerde vaardigheden en het risico op broeinestvorming ligt permanent op de loer – waarom willen politieke partijen dan toch zo graag een eigen jongerenorganisatie hebben?

Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar 1976, toen PPR-boegbeeld Harry van Doorn, destijds minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), besloot om subsidie uit te keren aan politieke partijen die er een eigen jeugdclub op nahielden. Het werd nu dus lucratief. Meteen besloot de katholieke KVP om haar in 1972 opgedoekte jongerenorganisatie nieuw leven in te blazen.

Duurste crèches van Nederland

Volgens de huidige regeling komt een politieke jongerenorganisatie in aanmerking voor subsidie – in totaal werd vorig jaar ruim 1,8 miljoen euro verdeeld – als zij ten minste honderd leden heeft tussen de 14 en 27 jaar die ten minste 5 euro contributie per jaar betalen. Het precieze subsidiebedrag is afhankelijk van zowel het aantal leden als van het aantal Tweede Kamerzetels van de moederpartij. Die ontvangt ook het geld en sluist het vervolgens door.

Ter illustratie: op deze wijze streek de JOVD – met welgeteld 1476 ‘subsidiabele leden’ – vorig jaar liefst 378.320 euro subsidie op, oftewel 256 euro per lid. Dat loont de moeite, ook als je tegenover de buitenwereld graag doet alsof je liberale bezwaren hebt tegen ‘subsidiesponzen’.

Voor de belastingbetaler zijn politieke jongerenorganisaties – alleen de PVV doet het zonder – de duurste crèches van Nederland. Waarom houden ze niet zelf hun broek op?

Aangezien het gaat om geldsmijterij richting de eigen partijkassen, zal die vraag in de Tweede Kamer niet snel worden gesteld, laat staan beantwoord.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!