Hoe de grondleggers van de Verenigde Staten hun inspiratie deels uit Nederland haalden

Wansink Waling - Amerika^J dat zijn wij
Historicus Geerten Waling en zijn nieuwe boek over Nederlandse invloed op de grondleggers van de Verenigde Staten. Beeld: EW en Uitgeverij Prometheus.

Artikel beluisteren

De steil-calvinistische Pilgrim Fathers hadden anno 1620 hun tocht vanuit Leiden naar Plymouth Colony, Massachusetts, goed voorbereid. In het ruim van de Mayflower lag een bibliotheek van honderden boeken die als handleiding moesten dienen voor de inrichting van hun plantage in de Nieuwe Wereld.

Een van de documenten die goed van pas kwamen was het Leidse trouwboekje van William Bradford. Het huwelijk van Bradford was op het stadhuis voltrokken – en dus niet in de kerk. Die nieuwe praktijk was een product van de succesvolle volksopstand tegen het autoritair-katholieke regime van de Spaanse koning. Als eerste gouverneur van zijn kolonie kopieerde Bradford het burgerlijk huwelijk uit de Republiek naar zijn nieuwe vaderland. Het was, schrijft Geerten Waling, ‘een enorme sprong op weg naar de principiële scheiding tussen kerk en staat in het latere Amerika’.

Inspiratie uit de Republiek

In de aanloop naar de viering van het 250-jarig bestaan van de Verenigde Staten op 4 juli ging de historicus Waling, redacteur van EW, op zoek naar de inspiratie die de stichters van de nieuwe republiek ondergingen vanuit de oude Republiek aan de Noordzee. De stelling van Amerika, dat zijn wij luidt dat de Verenigde Staten schatplichtig zijn aan de burgerlijk-calvinistische bestuurscultuur zoals die in de Nederlanden tijdens de Opstand werd ontwikkeld.

Waling wijst daarbij op een ander boek dat Bradford aan boord van de Mayflower had meegenomen: een Generall Historie of the Netherlands. Dit boek was samengesteld door Edward Grimeston en in 1608 verschenen in Londen. Het bevatte de letterlijke tekst, in het Engels vertaald, van de Unie van Utrecht uit 1579 en het Plakkaat van Verlating uit 1581.

De Unie van Utrecht was het verbond tussen gewesten en steden dat tot doel had koning Filips II te dwingen af te zien van zijn strenge maatregelen. Het voorzag in een gezamenlijk leger en introduceerde vrijheid van godsdienst in eigen kring. Die vrijheid van godsdienst vinden we twee eeuwen later terug in het Eerste Amendement op de Amerikaanse grondwet, dat ook de vrijheid van meningsuiting bevat.

Met het Plakkaat van Verlating zegden de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden hun trouw aan de koning op. Het bevat een uitgebreide opsomming van de wandaden van Filips II en ontslaat alle ambtsdragers en ingezetenen van hun eed van aan de koning.

De kernpassage luidt: ‘Zoals iedereen weet, regeert een vorst over een land bij de gratie Gods. Het is zijn taak zijn onderdanen te beschermen tegen en te vrijwaren van alle onrecht en gewelddadige overlast, zoals een herder dat is verplicht ten opzichte van zijn schapen. Zijn onderdanen zijn niet door God geschapen te zijnen behoeve, om hem in alles wat hij beveelt, vroom of zondig, rechtvaardig of onrechtvaardig, onderdanig te zijn en slaafs te dienen. De vorst is er daarentegen ter wille van zijn onderdanen – want zonder hen is hij geen vorst.’

Deze calvinistisch-democratische staatsopvatting, waarin vorsten die zich tot tirannen ontwikkelen mogen worden afgezet door het volk, is volgens Geerten Waling bijna letterlijk overgenomen in de Onafhankelijkheidsverklaring die in 1776 door Thomas Jefferson en zijn medestanders werd opgesteld. Waling onthult dat vertalingen van het Plakkaat van Verlating (‘Act of Abjuration’) zijn gevonden in bibliotheken van diverse Founding Fathers en van de stad Philadelphia en dus ‘gewoon beschikbaar waren’ bij het opstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring.

De Engelse en de Spaanse koning

Een direct bewijs dat Jefferson de tekst van het Plakkaat daadwerkelijk heeft geraadpleegd heeft Waling niet kunnen vinden. Maar de boodschap van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 komt sterk overeen met de geboorteacte van de Republiek uit 1581, zoals blijkt uit deze kernpassage:

‘Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper zijn begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Dat om deze rechten te waarborgen, regeringen zijn ingesteld, die hun rechtmatige macht ontlenen aan de instemming van de geregeerden. Wanneer enige vorm van regering deze doelstellingen ondermijnt, heeft het volk het recht deze af te schaffen en een nieuwe regering aan te stellen.’

Ook de grieven die werden ingebracht tegen Filips II en de Engelse koning George III komen sterk overeen. De vorst heeft zonder overleg belastingen opgelegd aan de bevolking, hij heeft lokale tradities van rechtspraak met voeten getreden en hij bezondigde zich aan religiedwang. Hij liet zonder overleg soldaten inkwartieren bij de lokale bevolking. Bovendien heeft de vorst ook nog alle protesten en petities tegen zijn bewind naast zich neergelegd.

Zo was het dus niet alleen het recht, maar zelfs de plicht van het volk te breken met de monarchie en er een republiek voor in de plaats te stellen. Het was dan ook niet toevallig dat Nederland 250 jaar geleden het eerste land was dat de Verenigde Staten als soevereine staat erkende.

Geerten Waling: Amerika, dat zijn wij

De Nederlandse invloeden op de founding fathers van de Verenigde Staten Prometheus, 256 pagina’s, € 22,99.

Wynia’s Week geeft regelmatig aandacht aan nieuwe non-fictie-boeken. De betalende abonnees maken Wynia’s Week mogelijk. Doet u mee?