Waar blijft de Nederlandse Elon Musk? En wanneer gaan we eindelijk eens wat vaker dromen over de toekomst?

WW Beunders 30 juli 2026
Elon Musk belooft ‘s ochtends een rondje Melkweg, en ‘s avonds is hij de eerste biljonair op aarde. Zo veel geloof is er in zijn visioenen. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Door Henri Beunders*

Over tien jaar leven we in een ‘tijdperk van fantastische overvloed waarin iedereen alles kan hebben waar hij aan denkt’. AI kan nu al meer dan de hersenen van de hele mensheid samen. Werd ooit de mens superieur aan de chimpansee, AI maakt van de mens, verhoudingsgewijs, een chimpansee.

Aldus Elon Musk in gesprek met The Economist, en hij lachte opgewekt bij deze prognose over de technologische revolutie. Omdat we die revolutie hooguit een beetje kunnen vertragen maar niet tegenhouden, adviseert hij ons: ‘Enjoy the ride’.

Het is fascinerend, dat gesprek. Fascinatie is geboeid zijn, sprakeloos moéten blijven kijken. Want je denkt: Ja hoor, heb je hem weer. Maar ook: Wat als-ie dit keer gelijk heeft?

Een miljoen mensen op Mars

In 2016 uitte Musk op een astronautencongres zijn toekomstvisie: als de mensheid niet ten onder wil gaan, moet deze multi-planetair worden. Middels een kolonie van minimaal een miljoen mensen op Mars. Iedereen mag mee, reisduur ongeveer tachtig dagen (sic). Eerste bemande Mars-missie in 2024.

Dat gebeurde niet. Bij de countdown naar de beursgang van SpaceX op 12 juni deed Musk er daarom maar een schepje bovenop. Zonder SpaceX ‘zullen we nooit een échte ruimtevarende beschaving worden’. De fictie uit de sciencefiction van Star Trek te halen, dat is zijn doel. ‘We willen in staat zijn om iedereen die naar de maan wil, iedereen die naar Mars wil, of waar dan ook in het zonnestelsel – en op een dag misschien wel daarbuiten – daarheen te brengen.’

Magiër Musk belooft ‘s ochtends een rondje Melkweg, en ‘s avonds is hij de eerste biljonair op aarde. Zo veel geloof is er in zijn visioenen. Is hij de Willy Wonka van nu? Dat was de directeur van de chocoladefabriek die ijsjes produceerde die nooit smolten, en zo héél rijk werd. Miljoenen hebben Roald Dahls kinderboek gelezen of de Hollywoodfilm bekeken.

We zouden ons daarom twee dingen kunnen afvragen. Moeten wij, nuchtere Nederlanders, niet méér dromen? En moeten wij ons niet gaan afvragen hóé we dan zullen leven, in dat ‘Tijdperk van Fantastische Overvloed’?

We konden het wel, dromen, zeker als het om infrastructuur gaat. In Amsterdam lanceerde Provo Luud Schimmelpennink, zelfbenoemd ‘magiër’, in 1967 het ‘wittefietsenplan’, een jaar later de ‘witkar. Met 15 volt en 2000 watt bereikte dit ding een snelheid tot 30 kilometer per uur. PvdA-milieuminister Irene Vorrink opende in 1974 het eerste witkartstation. Het systeem: je stapt in, je abonnee-sleutel wordt gelezen, na uitstappen worden de kosten automatisch afgeschreven van je bankrekening.‘Enjoy the ride!’

In 1988 werd de laatste van de 37 gebouwde witkarren van de straat gehaald. Totaal geflopt. Anno 2026 rijden er in Amsterdam duizenden elektrische ‘witkarrenrond, in de volksmond ‘kubuskarretjes genoemd.

Een variabel verschil

Vier jaar vóór het uiteenspatten van de droom van de Mokumse magiër besloot Philips een bedrijfsonderdeel ‘op afstand’ te zetten. Waarom? Omdat het een idee wilde uitwerken dat buiten het denkraam van de gloeilampenfabriek viel: een machine maken voor het produceren van microscopisch kleine microchips. Dat bedrijfje ging ASML heten. En maakt nu ‘de belangrijkste machine ter wereld’.

Het verschil tussen dromen en werkelijkheid is variabel. Een technologisch project is per definitie fictie, omdat het aan het begin niet bestaat. Dit idee stuit ons, zekerheidsburgers, tegen de borst. Maar de succeskans is altijd ongewis. De doorslag geeft de gevoelde urgentie. Daartoe is nodig fictie plus wetenschap. Technieksocioloog Bruno Latour noemde dat ‘scientifiction’.

Dat woord gebruikte hij voor het schimmige netwerk van dromers, doeners en drammers, van feiten en research, van profeten en investeerders, én van de publieke opinie. ‘De ingenieur van het nieuwe Nederland’, Cornelis Lely, was zo’n man, nu is Elon Musk zo iemand. Het gemeenschappelijke: visie, gedrevenheid, een schare ‘gelovigen’, oftewel een netwerk, en vooral de gave van een zéér lange adem. In 1873 begon koning Willem III voor het eerst over ‘het bedwingen van de Zuiderzee’. In 1918 nam het parlement Lely’s plan aan, gedreven door een bijna panische angst om als volk ten onder te gaan.

Een onmisbare factor is dus ‘de tijdgeest’. Heeft Elon Musk daarom zijn kolonie op Mars binnen zes weken verruild voor AI en robots? De tijdgeest op aarde is dáár nu namelijk bezeten van.

Gebrek aan fantasie

De Nederlandse literatuur kent slechts een handvol toekomstromans. De bekendste: die van Betje Wolff uit 1777 – Holland in ‘t jaar 2440 – en die van Kees van Bruggen uit 1916 – Het verstoorde mierennest. Van Bruggen beschrijft een giftige komeetsliert die alle leven op aarde doodt. Op mijnwerker Jonathan na en een vrouw, Meggy, die toevallig in de operatiekamer onder een narcosemasker lag: de nieuwe Adam en Eva! Een niet onbekend verhaal.

Gebrek aan fantasie is Nederlands nadeel.

Wel is Nederland goed in berekende samenwerking. Lely’s succes was zijn netwerk. Daarom lijkt ASML ook typisch Nederlands: het is een netwerk van bekende en onbekende bedrijven, hightech-onderdelen en verbindingen. Je kunt die machine – formaat dubbeldekker – dus ook niet stelen. Net zo min als je Coca-Cola of Taiwan kunt stelen. Maar ASML levert voorwaarden, geen visies.

Elon Musk wel. Hij en zo vele tech-bro’s in Silicon Valley verslonden sciencefiction. Musk keek naar Star Trek en Star Wars en las auteurs als Isaac Asimov en Iain M. Banks. Wie Musk wil begrijpen, maar deze ‘trash culture’ te min vindt, kan terecht bij de ‘gewone’ literatuur zoals die van wijlen Ayn Rand, nu de hogepriesteres van Silicon Valley, over de ondernemende mannen van staal.

Musk heeft het meer over ‘de machine’ dan over ‘de staat’ en ‘de maatschappij’, laat staan over ‘het leven’ zelf vanaf het nieuwe jubeljaar 2036. Dit is gebruikelijk bij utopisten.

Er zijn uitzonderingen. Zoals de Amerikaans kunstfiguur en romanschrijver Harold Loeb. Hij gaf in 1933 een boekje uit: Leven in een technocratie. Loeb geloofde niet dat er een ideale samenleving zal komen. Oké, het terugdringen van ellende en armoede zal het ongeluk wat verminderen. Dus die verdeling van spullen van bovenaf – én met harde hand, door ingenieurs – is wel een goed idee.

Een betere moraal

Dat was de kern van de Technocracy Movement, waartoe ook de opa van Elon Musk, Joshua N. Haldeman behoorde. Het doel: de Great Depression op originele wijze beëindigen. Het kapitalisme had gefaald. De oplossing: afschaffing van het geld, iedereen krijgt ‘energiemunten’ om dingen aan te schaffen tot de energielimiet is bereikt. Democratie is hierbij niet nodig. In de woorden van Loeb:

‘Omdat allen met dezelfde hoeveelheid wereldlijke dingen bedacht zijn, zal ook de moraal beter worden. Het loont niet meer om schurk te zijn. Ook de betrekkingen tussen de geslachten zullen anders worden. De huidige heerszuchtige onedele motieven (geldhuwelijk etc.) verliezen hun betekenis. Geestelijke ellende zal er ook blijvend zijn, want die stamt uit de mensen zelf, niet uit de omgeving. Naijver kan geen staatsvorm afschaffen.’

IJdelheid en de behoefte aan aanzien blijven dus. Maar men zal proberen zich van anderen te onderscheiden door ‘prestatie, originaliteit, geest en schoonheid’.

Naar de afgrond

Zou het zo gaan in het ‘Tijdperk van Fantastische Overvloed’? Wat moeten al die mensen doen die níét beschikken over originaliteit, geest en schoonheid? Natuurlijk, ze kunnen wat met hun huisrobotjes gaan spelen, of AI vragen wat ze de rest van de dag eens zullen gaan doen.

Hier heeft Musk geen antwoord op. Goethe gaf in zijn roman Wilhelm Meisters Wanderjahre uit 1821 wel deze waarschuwing: De waan heeft, zolang die duurt, een onoverwinnelijke waarheid’. Dat was drie jaar na het verschijnen van Mary Shelley’s Frankenstein.

Laten we daarom maar de uitsmijter herhalen uit de regeringsverklaring die Joop den Uyl in 1973 aflegde in de Tweede Kamer: ‘Waar visie, waar uitzicht ontbreekt, komt het volk om.’ Dat was een verwijzing naar een tekst uit het bijbelboek Spreuken: ‘Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk.’

Mij lijkt dit zeker: zonder denken over hemel en hel op aarde lopen we slaapwandelend naar de afgrond.

*Henri Beunders is historicus, publicist en emeritus hoogleraar Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!