Gaat het kabinet eindelijk de migratie beperken? Vergeet het maar, de lobbyisten trekken aan de touwtjes

WW Roodenburg 25 augustus 2026
De bevolkingsgroei in Nederland is al enige tijd volledig toe te schrijven aan het positieve migratiesaldo. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Kunnen we de arbeidsmigratielobby zijn gang laten gaan? Of anders geformuleerd: wordt het geen tijd om inzake arbeidsmigratie op de rem te trappen?

Momenteel zijn in Nederland 9,8 miljoen personen werkzaam, waarvan er 1,6 miljoen in het buitenland zijn geboren. Laatstgenoemden zijn niet alleen arbeidsmigranten, maar ook migranten die om andere redenen (asiel, studie, gezin) werden toegelaten en vervolgens aan het werk zijn gegaan. Van de arbeidsmigranten is ongeveer een derde afkomstig uit landen buiten de EU/EFTA, en daarvan is ongeveer tweederde toegelaten in het kader van de soepele regeling voor kennismigranten.

Dat de asielproblematiek zo langzamerhand een ondragelijke last vormt voor de Nederlandse bevolking mag bekend worden verondersteld. Daarmee vergeleken valt het draagvlak voor arbeidsmigratie nog mee. Hierbij speelt natuurlijk mee dat arbeidsmigranten doorgaans economisch actief zijn, iets wat van veel asielmigranten niet gezegd kan worden.

Arbeidsmigratie heeft desondanks wel een imagoprobleem. Misstanden, zoals slechte huisvesting, en overlast zijn medebepalend voor de beeldvorming. Daar komt bij dat sinds enige tijd – mede dankzij topambtenaar Rits de Boer – het besef veld wint dat de lusten van arbeidsmigratie vooral de werkgever ten goede komen, terwijl de lasten voor rekening zijn van de samenleving.

Lusten en lasten

Werkgevers zijn echter niet de enigen die kunnen profiteren van arbeidsmigratie, vooral als het gaat om plaatsgebonden en tevens vitale sectoren zoals de zorg en de woningbouw. De vermindering van hardnekkige personeelstekorten in deze sectoren middels arbeidsmigranten komt diegenen ten goede die op een wachtlijst staan voor zorg of die geen woning kunnen vinden. Hierbij moet worden aangetekend dat ook voor deze arbeidsmigranten de nadelen van toepassing zijn die in het algemeen kleven aan arbeidsmigratie.

Arbeidsmigratie leidt tot extra druk op voorzieningen als zorg en onderwijs, verstoring van economische prikkels (loonvorming, innovatie, activering uitkeringstrekkers, studiekeuze), aantasting van de leefomgeving en vergroting van de woningnood. Verder vormen arbeidsmigranten, uitgezonderd kennismigranten, gemiddeld genomen per saldo een belasting voor de overheidsfinanciën.

Lusten en lasten moeten tegen elkaar worden afgewogen, vooral omdat ze ongelijk zijn verdeeld over groepen in de samenleving. Het meteen ‘opentrekken van een blik arbeidsmigranten’ zodra zich ergens personeelstekorten voordoen, is daarom geen goed idee. Het is de weg van de minste weerstand.

Netwerk van oud-politici

Of het met de gewenste belangenafweging de goede kant opgaat staat nog te bezien. Weliswaar heeft arbeidsmigratie als gezegd een imagoprobleem, maar dat betreft vooral de publieke opinie.

Zoals eerder uiteengezet in verschillende artikelen in Wynia’s Week, bijvoorbeeld hier, bestaat er een krachtige en effectieve arbeidsmigratielobby die het niet zozeer moet hebben van public relations, maar veeleer van het behartigen van haar belangen in politiek Den Haag. We treffen in dit lobbynetwerk dan ook veel oud-politici aan, bijvoorbeeld Gert-Jan Segers (ChristenUnie) in OTTO Work Force, Klaas Dijkhoff (VVD), die Frank van Gool (OTTO Work Force, KaFra Housing) in de Raad van Toezicht van zijn creatie ‘Voor Ons Nederland’ opnam, en Hans Wijers (D66) in de denktank DenkWerk.

Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050

De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 kwam in haar lijvige rapport uit 2024 tot de volgende beleidsrelevante aanbeveling:

‘Alles overziend biedt een gematigde bevolkingsgroei (19 tot 20 miljoen) de betere uitkomsten: op die manier zijn de groei door migratie, de toename van vergrijzing en sociale waarborgen meer in evenwicht met de huidige voorzieningen. Daarmee kan een evenwichtige toename van de bevolking zorgen voor voldoende welvaartsgroei om in publieke voorzieningen te voorzien. Maar de druk die een snelgroeiende bevolking de komende 25 jaar legt op diezelfde voorzieningen en op de ruimtelijke ordening wordt daarbij getemperd. Ook zo’n scenario vergt scherpe keuzes en een stevige aanpak.’

Dit was een baanbrekende aanbeveling van de Staatscommissie. Ik wijs er nog maar eens op dat de bevolkingsgroei in Nederland al sinds enige tijd geheel op rekening komt van het positieve migratiesaldo (= immigratie minus emigratie). Als de werkelijke ontwikkeling uit de hand dreigt te lopen, of meer concreet: als we boven dat plafond van 20 miljoen inwoners in 2050 dreigen uit te komen, zal de immigratie beperkt moeten worden, iets wat politiek zeer gevoelig ligt. Bevordering van de remigratie, waarop tegenwoordig een taboe rust, laten we hier vooralsnog maar buiten beschouwing.

Terzijde: de leden van de Staatscommissie Monika Sie Dhian Ho, vicevoorzitter alsmede directeur van Instituut Clingendael, en Marco Pastors, ooit wethouder voor Leefbaar Rotterdam, zijn met ingang van 1 september benoemd tot lid van de Adviesraad Migratie.

Beperking immigratie

Hoe vertalen we de door de Staatscommissie aangegeven grenzen waarbinnen de bevolkingsomvang in 2050 zich zou dienen te bewegen in streefcijfers voor het migratiesaldo?

Om de gedachten te bepalen eerst wat gerealiseerde cijfers. Het migratiesaldo bedroeg in 2024 en 2025 108.000 respectievelijk 94.000 personen. Gemiddeld over de laatste tien jaar was dit ruim 100.000. Kijken we vooruit richting 2050, dan kunnen we gebruik maken van berekeningen die het CBS destijds voor de Staatscommissie heeft gemaakt, met als resultaat:

‘Een scenario van gematigde groei zou betekenen dat Nederland in 2050 tussen de 19 en 20 miljoen inwoners kent. Dat komt neer op een gemiddeld jaarlijks positief migratiesaldo van 40.000 tot 68.200 personen.’

Volgens deze berekening komt de bovengrens voor het gemiddelde migratiesaldo tot het jaar 2050 dus ongeveer een derde lager uit dan de gemiddelde realisatiecijfers over de laatste tien jaar. Het lijkt er dus op dat, willen we de door de Staatscommissie geadviseerde bovengrens van 20 miljoen inwoners in 2050 niet overschrijden, aan beperking van de immigratie niet valt te ontkomen.

Trekken we deze lijn door, dan is het de vraag of ook de arbeidsmigratie beperkt zal moeten worden. Aangrijpingspunten voor het beleid zitten vooral bij de migratiemotieven arbeid, asiel (inclusief tijdelijke bescherming Oekraïners) en studie. Beperking van de immigratie daar zal vervolgens doorwerken in de gezinshereniging en -vorming, al valt daarin ook wel het een en ander te snoeien. Denk aan de mogelijkheden die de Wet tweestatussenstelsel biedt en aan de gezinshereniging voor Alleenreizende minderjarige vreemdelingen (Amv).

Met betrekking tot asielmigranten moet nog worden opgemerkt dat de retourmigratie van deze groep een stuk lager uitvalt dan die van arbeids- en studiemigranten. Mogelijk gaat dit zich ook voordoen bij de Oekraïners die tijdelijke bescherming genieten. Eén potentiële asielzoeker die door de Marechaussee bij de grens wordt teruggestuurd, levert dus meer op qua beperking van het migratiesaldo dan één geweigerde tewerkstellingsvergunning krachtens de Wet arbeid vreemdelingen (WAV).

Of de arbeidsmigratie om deze reden moet worden ontzien wanneer een reductie van het migratiesaldo op de agenda komt, is echter nog maar de vraag. Niet alle arbeidsmigratie komt de reeds aanwezige bevolking ten goede. Zie de voorgaande beschouwing over de lusten en lasten van arbeidsmigratie en het ‘opentrekken van een blik arbeidsmigranten’ zodra zich ergens personeelstekorten voordoen. Het ziet er dus naar uit, mede in het licht van de aanbeveling van de Staatscommissie, dat we de vraag waarmee we begonnen (‘kunnen we de arbeidsmigratielobby zijn gang laten gaan?’) ontkennend kunnen beantwoorden.

Politieke realiteit

Wie de immigratie wil beperken zal krachtige lobby’s tegenover zich vinden. Het kabinet-Jetten zal die confrontatie niet aangaan. Integendeel: de lobbyisten kunnen zich verzekerd weten van een welwillende houding van het kabinet tegenover hun respectieve agenda’s.

D66 heeft, met instemming van haar favoriete oppositiepartij PRO, feitelijk afstand genomen van het idee dat de asielinstroom moet worden beperkt. De VVD staat borg voor het behartigen van de belangen van de arbeidsmigratielobby. En de studiemigratielobby is er zelfs in geslaagd haar voorvrouw Rianne Letschert als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het kabinet in te manoeuvreren.

De Staatscommissie kwam met een goed onderbouwde toekomstvisie. Maar die viel bij dit kabinet niet in vruchtbare aarde. Intussen gaan kostbare jaren verloren. De geest van Mark Rutte is nog springlevend in Den Haag: ‘Als je visie wilt, moet je naar de oogarts.’

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!