Het asieldrama in de Eerste Kamer kan toch nog een happy end krijgen

WW Roodenburg 25 april 2026
Theo Bovens (CDA), asielminister Bart van den Brink en Boris Dittrich (D66) tijdens de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer. Foto: ANP/Bart Maat.

Artikel beluisteren

De asielnoodmaatregelenwet, het kroonjuweel van de PVV, is gesneuveld nadat PVV-voorman Geert Wilders zijn smaldeel in de Eerste Kamer opdracht had gegeven te stemmen tégen de novelle die bepaalt dat hulp aan illegalen niet strafbaar is. Dit hoewel de PVV in de Tweede Kamer nog vóór had gestemd. De novelle werd door deze opmerkelijke tournure nipt verworpen, met het voorspelbare gevolg dat CDA en SGP tegen de asielnoodmaatregelenwet stemden, waardoor die wet werd verworpen.

De wet tweestatusstelsel, die onder meer mogelijkheden biedt tot beperking van aantallen nareizende gezinsleden, haalde het wel. En daarmee is in ieder geval een deel van ‘het strengste asielbeleid ooit’ van het kabinet-Schoof gerealiseerd.

Wat Wilders heeft bewogen tot deze destructieve actie is voer voor politieke commentatoren. Het is in ieder geval wel duidelijk geworden dat beperking van de asielinstroom voor de PVV-leider geen prioriteit heeft.

Geen daadkracht

De gang van zaken heeft natuurlijk ook nog eens duidelijk gemaakt dat van de huidige, door D66 gedomineerde, coalitie geen daadkracht valt te verwachten als het gaat om beperking van de asielinstroom. Maar anders dan de PVV van Wilders heeft D66 vanaf het begin van de coalitievorming duidelijkheid verschaft door meteen aan te kondigen in de Eerste Kamer tégen te zullen stemmen, en daar niet meer van af te wijken.

Gaat D66 nu helemaal vrijuit? Niet volgens politiek commentator Wouter de Winther van De Telegraaf. Die is van mening dat de fractie van deze partij de kou uit de lucht had kunnen halen door alleen voor de novelle te stemmen. Dan zou de asielnoodmaatregelenwet zonder steun van D66, maar met steun van CDA en SGP, wel zijn aangenomen. Hierbij moet worden bedacht dat de inhoud van de novelle (geen strafbaarstelling hulp aan illegalen) volkomen in lijn is met het D66-standpunt.

Al meteen na de stemmingen in de Eerste Kamer probeerden senatoren van de coalitie toch een positieve draai te geven aan de ontstane situatie. Die hadden natuurlijk door dat deze hele gang van zaken bijzonder slecht zou vallen bij de kiezers, die immers in meerderheid helemaal klaar zijn met de ongeremde asielinstroom.

Madeleine van Toorenburg (CDA) bijvoorbeeld, wees op het Asiel- en migratiepact van de EU. De implementatie ervan is geregeld in de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (hierna te noemen: implementatiewet), die al door de Tweede Kamer is aangenomen. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, wordt deze wet medio dit jaar van kracht. Er staan maatregelen in die vergelijkbaar zijn met punten uit de verworpen asielnoodmaatregelenwet.

Dit geldt bij voorbeeld voor de afschaffing van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd (de permanente verblijfsvergunning voor statushouders). Dat is een maatregel die het mogelijk maakt betrokkenen terug te sturen omdat de reden voor asielverlening is komen te vervallen; bijvoorbeeld als het land van herkomst weer veilig is. De memorie van toelichting op de implementatiewet hierover:

‘Het handhaven van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarbij de asielstatus niet meer kan worden ingetrokken is niet langer mogelijk onder het nieuwe Asiel- en migratiepact. (…) Dit sluit aan bij de opvatting dat asielbescherming per definitie tijdelijk is en enkel dient te worden geboden indien deze bescherming noodzakelijk is, zoals ook nadrukkelijk naar voren komt in de Europese wetgeving en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.’

Drie wegen

Duidelijke taal. Dit had natuurlijk al veel eerder moeten gebeuren. Maar even verderop in de memorie van toelichting staat ook dit:

‘Na de afschaffing van de asielvergunning voor onbepaalde tijd, blijven er mogelijkheden over voor een asielstatushouder en zijn gezinsleden om een verblijfsrecht te krijgen. Zo kan verblijfsrecht verkregen worden op grond van de EU-verblijfsvergunning voor de langdurig ingezetene, op grond van artikel 8 EVRM of door verkrijging van het Nederlanderschap.’

De statushouder die geen recht meer heeft op voortzetting van verblijf alhier, omdat de grond waarop asiel werd verleend is komen te vervallen, staan maar liefst drie wegen open om te proberen dat verblijf alsnog voort te zetten.

Het is daarom aannemelijk dat afschaffing van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in veel gevallen niet zal leiden tot terugkeer naar het land van herkomst, terwijl dat wel mogelijk is. Bijgevolg zal die afschaffing de bevolkingsgroei door asielmigratie minder afremmen dan op het eerste gezicht lijkt.

Hierbij moet worden aangetekend dat die drie ontsnappingsroutes ook open zouden hebben gestaan ingeval de asielnoodmaatregelenwet het wel had gehaald in de Eerste Kamer.

Traineren en misbruik

Een soortgelijke beschouwing als hiervoor over afschaffing van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, valt te geven over een ander hot issue uit de asielnoodmaatregelenwet, te weten de aanscherping van de criteria voor nareizigers. Die aanscherping is hard nodig, want de huidige Nederlandse criteria zijn veel ruimer dan de desbetreffende EU-regels vereisen. Maar ook hier kan artikel 8 EVRM, dat voorziet in het ‘recht op respect voor familieleven’, in de weg zitten.

De asielnoodmaatregelenwet omvatte ook een aantal maatregelen bedoeld om het traineren en misbruik van de asielprocedure tegen te gaan. Denk aan afschaffing van de zogenoemde voornemenprocedure (een voorlopige beslissing, waarop de asielzoeker mag reageren), een strengere toets voor nieuwe feiten en omstandigheden bij opvolgende aanvragen, introductie van een verwijtbaarheidstoets bij opvolgende aanvragen en de mogelijkheid om aanvragen als ongegrond af te wijzen als de vreemdeling niet meewerkt aan de procedure. Genoemde maatregelen maken ook deel uit van de implementatiewet.

Wat in ieder geval geen deel uitmaakt van de implementatiewet is de strafbaarstelling van illegaal verblijf, hét struikelblok bij de behandeling van de asielnoodmaatregelenwet in de Eerste Kamer. Voor deze strafbaarstelling bestaat brede parlementaire steun, waaronder die van het CDA en de SGP. Deze partijen zijn alleen tegen de strafbaarstelling van hulp aan illegalen. Hier is dus werk aan de winkel voor de verantwoordelijke minister Bart van den Brink (CDA).

Een verwante maatregel, die ook geen deel uitmaakt van de implementatiewet, is de uitbreiding van de zogenoemde ongewenstverklaring. Dit betreft vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en een ernstige misdrijf hebben gepleegd of gevaar opleveren voor de openbare orde. Zij moeten het land uit en mogen niet meer terugkomen. Weigeraars riskeren gevangenisstraf.

Het kabinet aan zet

Het voorgaande betekent dat de schade van het afschieten van de asielnoodmaatregelenwet voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door de implementatiewet die het EU asiel- en migratiepact in werking stelt. Deze wet moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Voor beleidswijzigingen uit de asielnoodmaatregelenwet waarin de implementatiewet niet voorziet, is het kabinet nu aan zet. Minister Van den Brink heeft aangekondigd haast te maken met nieuwe voorstellen. Dus toch nog daadkracht van de coalitie? We gaan het zien.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!