Les van de stikstofcrisis: Hoog tijd dat Nederlandse rechters zich weer aan de Nederlandse wet houden
Artikel beluisteren
Bij elke stikstofrechtszaak die in het nieuws komt, hoor je breed de mantra verkondigen dat ‘de rechter alleen maar de overheid dwingt om zich aan de eigen wetten te houden’. Vaak gevolgd door schimpscheuten tegen de desbetreffende boeren: ‘Goed dat de rechter eindelijk eens optreedt tegen die milieuvervuilers.’
De bedoeling is om elke discussie over zo’n vonnis buiten de orde te verklaren. Wie kan er met goed fatsoen tegen het handhaven van onze wetten zijn, in de democratische rechtstaat Nederland? Hele volksstammen en veel te veel politici trappen hier in.
Raad van State stelt Nederlandse regelgeving buiten werking
Wat in feite gebeurt: keer op keer vernietigt de Raad van State vergunningen die keurig in overeenstemming met onze wetgeving zijn afgegeven, verwerpt de regelgeving op dat punt, en zet er haar eigen regels voor in de plaats. Zo is Nederland aan het beruchte vogelpoepje gekomen, de ridicule 0,005 mol (0,07 gram) stikstof als ondergrens voor de vergunningsplicht.
De Raad van State doet dat onder het aanroepen van het onwetenschappelijke voorzorgsbeginsel en hun interpretatie van de EU Habitatrichtlijn.
In Nederland mogen rechters wetten niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet, maar ze beroepen zich aan de lopende band – ook bij migratie bijvoorbeeld – op internationale verdragen en EU-richtlijnen om Nederlandse regelgeving buiten werking te stellen. We hebben dat gezien in het PAS-vonnis uit 2019, waarmee de hele stikstofcrisis begon, waarna de Raad van State de stikstoffuik alleen maar verder dichttrok met hun verwerping van de Bouw- en Sloopvrijstelling in 2023 en het verbod op intern salderen (in de voortoets) in 2024, dat in 2026 nog bredere werking kreeg.
De Raad van State ontleent dat mandaat aan het feit dat EU-recht boven Nederlands recht gaat. Dat we die autonomie als land ooit hebben weggeven aan Europa, en in zekere zin zelfs aan de Verenigde Naties, is een veel breder probleem dan alleen de stikstofwaanzin waar we nu in zitten. Maar nu kijken we alleen in detail hoe dat werkt met het intern salderen, dat de Raad in december 2024 heeft verboden (althans in de voortoets van een project).
Intern salderen houdt in, dat je de stikstofuitstoot van bijvoorbeeld een nieuwe stal met koeien mag wegstrepen tegen de stikstofuitstoot van de oude stal waar je al een vergunning voor had. Als de nieuwe stal minder uitstoot dan de oude, is het netto effect op de natuur positief en hoefde je geen nieuwe vergunning aan te vragen. Dit wegstrepen was onderdeel van een vrij simpele, eerste beoordeling van de milieu-effecten van een project, de zogeheten voortoets.
Waarom mag intern salderen niet meer?
Als een project om wat voor reden dan ook niet door de voortoets komt, kan het pas een vergunning krijgen na een ‘passende beoordeling’, een langdurige procedure waarin allerlei milieuadviesbureaus peperdure rituele dansen gaan doen om aan te tonen dat het project toch geen kwaad kan.
Waarom mag van de Raad van State intern salderen in de voortoets niet meer? Omdat een Ierse milieuclub in 2023 in verzet ging tegen een beslissing van een Ierse rechter om, na slechts een voortoets, een waterzuiveringsinstallatie van een nieuwe woonwijk toe te laten bij een natuurgebied.
Als een nationale rechter twijfelt over de interpretatie van de EU Habitatrichtlijn, waaronder zulke kwesties vallen, stelt zo’n rechter ‘prejustitiële vragen’ aan het Europese Hof van Justitie.
Byzantijnse omslachtigheid
Dus de Ierse rechter vroeg hier: mag je volgens de Habitatrichtlijn (artikel 6, lid 3) in de voortoets meerekenen, dat het rioolwater van die woonwijk gezuiverd wordt voordat het geloosd wordt in een rivier in dat natuurgebied, zodat het ‘op voorhand’ uitgesloten is dat dit kwaad kan?
Het antwoord van het Europese Hof is van een byzantijnse omslachtigheid waar elk normaal mens migraine van krijgt, en om volstrekt onduidelijke redenen introduceren ze een onderscheid tussen twee soorten schadebeperkende maatregelen: maatregelen die standaard aanwezig zijn in zo’n project en maatregelen die zijn aangebracht specifiek met de intentie om het schadelijke effect op dat ene natuurgebied in kwestie te verminderen. Standaard maatregelen – het rioolwater van elke woonwijk gaat naar een waterzuiveringsinstallatie – mogen wel meetellen in de voortoets, maar extra maatregelen niet, die moeten een passende beoordeling krijgen.
Hoe de Raad van State hier uit afleidt dat we in Nederland stikstof helemaal niet meer intern mogen salderen in de voortoets is me een raadsel, maar dat laat ik me graag door een echte jurist uitleggen.
Nieuw recht
Maar dit is hoe zulke dingen gaan: een nationale rechter creëert nieuw recht op basis van een antwoord van het Europese Hof op prejustitiële vragen. Over zo’n kwestie wordt dus geen rechtszaak gevoerd bij het Hof, de tegenpartij wordt niet gehoord, advocaten kunnen geen argumenten inbrengen, het is niet meer dan de vrijzwevende mening van die club rechters in Luxemburg.
Maar de consequenties kunnen enorm zijn. Ook de Raad van State heeft in 2019 prejustitiële vragen gesteld over de interpretatie van artikel 6, lid 3 in verband met het PAS-systeem om stikstofvergunningen te verlenen, en zag in de antwoorden reden genoeg om het PAS te verwerpen en het land in deze stikstofcrisis te storten.
Toetsing is al gebeurd
De oplossing voor deze juridische wildgroei is even radicaal als simpel: het moet de rechter in de Grondwet verboden worden om Nederlandse wet- en regelgeving te toetsen aan EU-richtlijnen en internationale verdragen. Rechters moeten concrete gevallen beoordelen op grond van de relevante Nederlandse wetten en regels, punt.
Dan mag de Raad van State dus geen prejustitiële vragen meer stellen aan het Europese Hof van Justitie om aan Nederlandse regelgeving te gaan morrelen of die zelfs geheel buiten werking te stellen. Nederlandse wetgeving moet in principe aan die EU-richtlijnen en internationale verdragen voldoen, zeker. Maar die toetsing is al dubbel en dwars gebeurd voor een wetsvoorstel wet wordt. Elk wetsvoorstel moet langs de afdeling Advisering van de Raad van State voor het naar de Tweede Kamer gaat. Die debatteren dan over deze wet, waarbij dat advies wordt meegenomen. Als de Tweede Kamer instemt, gaat het nog naar de Eerste Kamer. Die toetst opnieuw of alles formeel klopt. Dat is nota bene het bestaansrecht van de Eerste Kamer. Dan pas wordt een wetsvoorstel een wet, en daarmee moet de kous voor de Nederlandse rechter af zijn.
Is Nederland daarmee immuun geworden voor Europees recht, dat in principe boven het Nederlands recht gaat zolang we EU-lid zijn? Welnee. Burgers en bedrijven kunnen nu naar het Europese Hof van Justitie stappen als ze denken dat ze in Nederland geen eerlijke kans kregen om hun recht te halen, en dat blijft zo na deze wijziging van de Grondwet. Als de Raad van State het PAS en de Bouw- en Sloopvrijstelling en het intern salderen in stand hadden gelaten, omdat ze met hun tengels van de Nederlandse wet af moeten blijven, dan had serieprocedeerder Johan Vollenbroek naar het Europese Hof van Justitie moeten stappen.
Nu is dat Europese Hof ook een woke sekte geworden, die bijvoorbeeld in 2024 de Zwitserse regering beval om haar klimaatbeleid aan te scherpen, vanwege de – volledig imaginaire – dreiging van dodelijke hittegolven voor vrouwelijke bejaarden in Zwitserland.
Maar dat Hof legt de lat wel vrij hoog voor wie over wat mag procederen: je persoonlijke rechten of belangen moeten in het geding zijn. Daar is bij Vollenbroek met zijn milieuvehikel MOB geen sprake van, dus het Hof zou zijn zaken waarschijnlijk niet in behandeling nemen. Al weet je dat nooit zeker, want ook in bovengenoemde klimaatzaak wrong het Hof zich in bizarre bochten om die Zwitserse Klimaseniorinnen toch ontvankelijk te verklaren.
Logische volgorde
Hoe dan ook, als de Nederlandse rechter zich voortaan gewoon aan het Nederlandse recht moet houden, brengt dat tenminste enig gezond verstand terug in de rechtspleging. Een procespartij die dan van mening is, dat de Nederlandse wet strijdig is met het Europese recht, stapt naar het Europese Hof en dan mogen die wat vinden van de Nederlandse wet (dat duurt jaren, wat ook mooi meegenomen is). Dat is de logische volgorde, niet andersom: dat Nederlandse rechters al bij voorbaat Nederlandse regelgeving saboteren omdat ze aannemen dat het Europese Hof, als zo’n zaak er ooit komt, die Nederlandse regelgeving zal afkeuren.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


