Duitsland wordt opnieuw het wapenarsenaal van Europa

ArnoutNuijt 3-9-26
Topman Armin Papperger van Rheinmetall (rechts). Beeld: tagesschau.de

Artikel beluisteren

De Duitse defensie-industrie ontwikkelt zich razendsnel en onze oosterburen zijn hard op weg om – als het huidige tempo zo doorgaat – net als eerder in de geschiedenis de Waffenschmiede van Europa te worden. Zo ontwikkelt volgens het laatste nieuws het bekende defensiebedrijf Rheinmetall in Kassel de grootste fabriek voor pantservoertuigen ter wereld. Hard gaat het zeker en diverse buitenlandse partijen vestigen zich nu ook in Duitsland om te profiteren van de orders, de technische kennis en het industriële ecosysteem van het land. Wordt de sector dan wellicht de economische trekker van het kwakkelende Duitsland, zeker nu de automobielindustrie het zwaar heeft?

Massale bewapening

Twee keer eerder, in de twintigste eeuw, bewapende Duitsland zich massaal. In beide gevallen was dat voorafgaand aan een wereldoorlog. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werd staal- en wapenproducent Krupp de grote monopolist in het toenmalige keizerrijk – daarbij aangespoord door de Duitse keizer zelf – en bouwde het zo’n beetje alle toenmalige bewapening: van complete slagschepen tot kanonnen en munitie. Rivalen werden door Krupp ondermijnd en stiekem opgekocht, zoals de kleinere maar innovatieve fabriek van Ehrhardt – later bekend als Rheinmetall.

In de jaren dertig bouwde Nazi-Duitsland opnieuw een groot leger op en weer kreeg Krupp een sleutelrol, al waren er inmiddels ook andere wapensystemen – zoals gevechtsvliegtuigen en tanks – en andere bedrijven in beeld. En nu, in de jaren twintig van deze eeuw, is het land opnieuw aan het herbewapenen geslagen en lijkt het het grootste en machtigste conventionele leger van Europa te krijgen.

Sinds de Russische inval in Oekraïne in 2022 is de Duitse defensie een hoognodige inhaalslag begonnen. Orders voor eigen gebruik en voor Oekraïne – vooral munitie, luchtverdediging, sensoren en pantservoertuigen – zijn verveelvoudigd. Krupp zelf bestaat niet meer, maar haar oude dochterbedrijf Rheinmetall is nu de barometer van de transformatie van de Duitse defensie-industrie. In 2025 boekte het bedrijf een omzet van bijna 10 miljard, een stijging van bijna 30% ten opzichte van 2024. Voor dit jaar groeit de omzet naar verwachting opnieuw met minstens 30%.

Maar het gaat niet alleen om orders. Een van de belangrijkste veranderingen sinds 2022 zit hem in het feit dat de Duitse defensiesector over de hele linie nieuwe industriële capaciteit opbouwt. Kijk naar de nieuwe munitiefabriek van Rheinmetall in Unterlüß, waar met bijna €500 miljoen investering ongeveer 500 directe banen zijn geschapen en 350.000 155-mm granaten per jaar kunnen worden gemaakt. Rheinmetall wil rond 2030 wereldwijd ongeveer 1,5 miljoen 155-mm granaten per jaar produceren. Ter vergelijking: de productie van die granaten steeg van 70.000 in 2022 naar – zo is de verwachting – ongeveer 1,1 miljoen in 2027, een spectaculaire capaciteitsuitbreiding. Die industriële opbouw is daarmee geen tijdelijke Oekraïne-piek meer, maar een structurele industriële expansie.

Industriële herstructurering

Rheinmetall heeft ook buiten Duitsland de productiecapaciteit voor uiteenlopende defensieproducten sterk uitgebreid, onder meer in Spanje, Hongarije, Litouwen, Australië, Zuid-Afrika, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Daarmee bouwt het concern bewust aan een Europees en wereldwijd productienetwerk. En Rheinmetall is niet het enige bedrijf dat deze strategie voert. De Duitse defensie-industrie richt zich niet alleen op orders van de eigen overheid en op export vanuit eigen land, maar creëert rond de Duitse moederbedrijven een internationaal netwerk van productievestigingen. Dat biedt een belangrijk strategisch voordeel: deze buitenlandse faciliteiten kunnen in de toekomst ook voor andere klanten produceren, zonder dat daarvoor de productiecapaciteit in Duitsland hoeft te worden aangesproken.

De Duitse defensie-industrie, waarvan Rheinmetall slechts één voorbeeld is, is in feite bezig aan een industriële herstructurering: bestaande wapenbedrijven groeien zeer snel, automobielbedrijven en toeleveranciers schuiven gedeeltelijk richting defensie, er worden nieuwe fabrieken gebouwd, buitenlandse bedrijven vestigen zich in Duitsland en Duitse concerns bouwen tegelijk capaciteit op in andere Europese landen.

Geen compleet nieuwe fabrieken

Ja, Duitsland wordt nu zelf ook een vestigingsland voor de internationale defensie-industrie. Buitenlandse topbedrijven, zoals onder meer het Noorse Kongsberg en het Zuid-Koreaanse Hanwha Aerospace, vestigen activiteiten in Duitsland of zoeken Duitse productiepartners.

Duitsland heeft inmiddels voldoende geld gereserveerd en orders uitgezet bij die industrie. De bottlenecks zitten in het verkrijgen van voldoende personeel, machinecapaciteit, explosieven, chemicaliën en andere materialen, motoren, elektronica, vergunningen, elektriciteit/infrastructuur en gespecialiseerde toeleveranciers. Dat betekent dat de groei van de sector waarschijnlijk steeds meer via overnames, joint ventures en conversie van bestaande industriële capaciteit zal plaatsvinden, en minder door het bouwen van compleet nieuwe fabrieken.

Duitsland heeft immers een enorme industriële infrastructuur die technisch uitstekend aansluit bij defensie: producenten van staal, aluminium, composieten, machines, keramiek, hydraulische systemen, motoren, transmissies, kabels, optica, elektronica, sensoren, software, naast automotive productielijnen, kwaliteitscontrole en logistiek: eigenlijk alles wat je nodig hebt voor een uitdijende defensie-industrie. De Duitse auto-industrie heeft bovendien zoals bekend een probleem: de traditionele productievolumes staan onder druk en capaciteit komt beschikbaar voor andere doeleinden.

Rheinmetall kondigde in februari 2025 aan twee voormalige Duitse automotive-fabrieken, in Berlijn en Neuss, om te vormen tot defensieproductielocaties. KNDS Deutschland doet iets vergelijkbaars met haar toeleveringsketen en opende in april 2026 in München een nieuwe productielijn voor haar Boxer pantservoertuigen in partnerschap met Dräxlmaier, een grote Duitse automotive supplier. Die gaat tien Boxer aandrijfmodules per maand produceren.

Duitse economie groeit weer

Het zal daarom niet verbazen dat de defensie-industrie sinds 2025 merkbaar zwaarder is gaan wegen in de Duitse economie. In 2026 is de sector zelfs zeer waarschijnlijk mede verantwoordelijk voor de omslag van jarenlange stagnatie naar lichte groei bij onze oosterburen, al is de sector nog lang niet groot genoeg om dé groeimotor van Duitsland te worden.

Wat gebeurt er nu? In het vierde kwartaal van 2025 groeide de Duitse Wirtschaft weer, met een nog wat magere 0,2%. Maar in het eerste kwartaal van dit jaar kwam daar nog eens een groei van 0,4% bij en in het tweede kwartaal nog eens 0,3%. Dat lijkt klein, maar voor Duitsland is het belangrijk en is het een keerpunt: de economie groeit weer, terwijl de industriële basis lange tijd onder druk stond. En defensie speelt daar rechtstreeks én indirect in mee. Want tegelijk met deze groei steeg de overheidsconsumptie, zegt het Statistisches Bundesamt (Destatis), door hogere federale uitgaven. En daar horen de fenomenaal gegroeide defensie-uitgaven natuurlijk bij.

Zichzelf versterkende groeicyclus

De Duitse herbewapening fungeert daarmee gedeeltelijk als een industriële stimulerings-politiek. Niet omdat Berlijn dat oorspronkelijk als economisch stimuleringsprogramma heeft bedacht, maar omdat defensie nu vraag creëert richting toeleveranciers in delen van de industriële economie die onder druk staan. Wat betekent dat voor de toekomst?

Als Duitsland de komende jaren in dit tempo blijft investeren in defensie én in de bijbehorende industriële capaciteit, kan een zichzelf versterkende groeicyclus ontstaan. Duitsland beschikt immers al over een van de grootste en meest complete industriële ecosystemen ter wereld. De Duitse defensie-industrie zou daardoor tussen 2026 en 2035 kunnen uitgroeien tot een sector met €150–200 miljard aan jaarlijkse directe en indirecte economische activiteit, vergelijkbaar met de omvang van een middelgrote Duitse industriële cluster. Als je ook de toeleveranciers uit de automotive-industrie, staal, chemie, machinebouw, elektronica en logistiek meetelt, is de economische betekenis van de defensieopbouw aanzienlijk groter dan de omzet van de klassieke defensiebedrijven.

Duitsland is ook hard op weg om zowat elk conventioneel wapensysteem te kunnen bouwen, van raketten en drones, luchtafweer, geschut, tanks, pantservoertuigen, gevechtsvliegtuigen, onderzeeboten en andere marineschepen tot munitie, sensoren, radars, etc. – dankzij prime contractors als Rheinmetall, KNDS Deutschland, Diehl Defence, Hensoldt, TKMS, Airbus Defence, MTU, RENK, OHB, Rohde & Schwarz en ESG en natuurlijk tientallen grote en middelgrote toeleveranciers.

Maar die defensie-industrie zal in – tegenstelling tot de twee eerdere herbewapeningsgolven van het land – eerder uitgroeien tot de kern van een internationaal netwerk dan tot een traditionele nationale industrie, met rond 2035 (op basis van aangekondigde en getekende opdrachten) als grootste klanten en productiepartners landen als Italië, Canada, Oekraïne (grotendeels door NAVO-landen gefinancierd), Noorwegen, Nederland, het VK en Roemenië. Nederland is overigens industrieel maar gedeeltelijk goed aangehaakt aan dit ecosysteem, hoofdzakelijk voor de productie van rijdend materieel voor de Koninklijke Landmacht (die volledig in de Duitse Bundeswehr is geïntegreerd).

Is hiermee een monster gecreëerd?

Maar rond 2035 kan de omzet van de Duitse wapenindustrie zomaar verdrievoudigd zijn en kan de sector goed zijn voor misschien 3–4% van de Duitse economie, in plaats van de relatief kleine niche-industrie die het tot voor kort was. In dat jaar zou Duitsland bovendien wel eens de tweede of in ieder geval de derde wapenproducent ter wereld kunnen zijn, vóór Frankrijk en op gelijke hoogte met China, als de Duitse budgetten en industriële investeringen blijven groeien. Die positie zal het land niet alleen te danken hebben aan extra geld, maar juist vanwege de aanwezigheid van de eerder genoemde prime contractors en hun enorme industriële toeleveringsbasis.

De oorlog in Oekraïne heeft Duitsland niet alleen gedwongen meer wapens te kopen, maar heeft tot de groei van een industriële capaciteit geleid waarmee het langdurig een grote conventionele oorlog kan voeren. De tijd zal leren of Berlijn daarbij mogelijk en passant een monster heeft gecreëerd in de vorm van een sector die haar groeispurt dankt aan spanningen en conflicten en die – in geval van detente met Rusland – op zoek zal moeten naar nieuwe markten om de investeringen terug te verdienen en haar aandeelhouders tevreden te houden.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!