Duitsland wordt de sterkste militaire macht van Europa, maar vooralsnog wel in NAVO-verband
Artikel beluisteren
De aankondiging eerder dit jaar door de Duitse regering om het sterkste conventionele leger van Europa te bouwen leidde bijna vanzelfsprekend tot argwaan in Frankrijk en gefronste wenkbrauwen in Londen. Met name voor Frankrijk lijken de gevolgen van het nieuwe Duitse defensiebeleid groot. Zo werd eerder bekend dat de gezamenlijk ontwikkeling van een zesde generatie gevechtsvliegtuig (FCAS) tussen Duitsland en Frankrijk definitief van de baan is en werd dit weekend duidelijk dat ook de gezamenlijke ontwikkeling van een nieuwe Duits-Franse tank – in goed Engels Main Ground Combat System geheten – van de baan is. Maar ook voor Nederland zijn er mogelijk gevolgen.
Hoe serieus is die nieuwe Duitse defensiestrategie? Volgens Roderick Kiesewetter, kolonel buiten dienst en lid van de Duitse Bondsdag (CDU), is er niet veel aan de hand. Deze militaire strategie is hoofdzakelijk bedoeld om Washington ervan te overtuigen dat Duitsland eindelijk zijn verantwoordelijkheid neemt, schreef hij in het Amerikaanse defensieblog War on the Rocks. De stoere taal van de strategie laat volgens hem onverlet dat de Duitse defensie nog lang niet op orde is.
Meer eigen defensiecapaciteiten
Dat de defensienota is ingegeven door Amerikaanse eisen is duidelijk. De Bundeswehr gaat ervan uit dat de VS in de toekomst de handen vol zullen hebben aan dreigingen en conflicten in Azië. De Verenigde Staten eisen daarom – conform hun eigen nationale defensiestrategie – dat hun bondgenoten hun inspanningen opvoeren om hun eigen veiligheid te waarborgen. Duitsland moet, zegt de nieuwe strategie, daarom een nog sterkere militaire bondgenoot van de Verenigde Staten worden en meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van het Euro-Atlantisch gebied.
Gezien de dreiging vanuit Rusland en de oorlog in Oekraïne betekent dat dat Duitsland extra conventionele taken op zich moet nemen. De Bundeswehr moet daarom meer eigen defensiecapaciteiten opbouwen en structureel versterkt worden. De strijdkrachten moeten zelfstandig ingezet kunnen worden op het grondgebied van de NAVO, de lasten voor de Verenigde Staten verlichten en de militaire kracht van Europa vergroten. Binnen de NAVO en op nationaal niveau zal de Bundeswehr ook langeafstandsprecisiewapens (Deep Precision Strike) ontwikkelen om de vijand af te schrikken.
Dat betekent een veel sterkere rol van Duitsland binnen de NAVO en in Europa, maar dan als voorpost van de VS, een rol die eerder op die van een lokale deputy van de sheriff in Washington lijkt, dan die van een primus inter pares binnen de veel gehypete en gedroomde nieuwe Europese defensiestructuur. Die laatste moet van ons continent een autonome, geopolitieke en militaire speler maken, los van de VS. Die Duitse rol staat ook haaks op de nieuwe Nederlandse defensiestrategie, die het liefst onze veiligheid laat opgaan in een vaag omschreven Europees veiligheidsideaal.
Een nationale dreigingsanalyse
Maar wat opvalt aan de Duitse militaire strategie is dat het land zich verantwoordelijk voelt voor Europa, maar niet mét Europa, zo luidde een analyse van de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik (DGAP). Het instituut neemt de nieuwe plannen wel serieus, maar stelt dat deze nieuwe Duitse positie gebaseerd is op een uitgesproken nationale dreigingsanalyse. De planning zal vooralsnog in samenhang met de NAVO gebeuren. De nieuwe strategie moet daarom vooral worden gezien als een stap richting een eigen strategische onafhankelijkheid, geïnspireerd door de grilligheden van de huidige Amerikaanse president. De precieze relatie tussen de eigen opbouw en het NAVO-planningsproces blijft, volgens de analyse van de DGAP, vooralsnog vaag, net als de aansluiting op de Europese partners – met name in het geval van een verdere terugtrekking van de Verenigde Staten.
Voor de VS is Duitsland het belangrijkste Europese land
Duitsland gaat dus sterker focussen op samenwerking met de VS in plaats van een Europese koers te varen. Dat verklaart in ieder geval de irritaties bij de grotere Europese bondgenoten en met name bij Frankrijk. Het verklaart ook waarom Duitsland vasthoudt aan de lokale aanmaak van een aantal cruciale Amerikaanse wapensystemen (zoals Patriot- en Tomahawk-raketten) en de aanschaf van Poseidon onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, terwijl de meeste Europese landen kiezen voor Europese, Oekraïense en Israëlische alternatieven.
Duitsland is voor de VS het meest strategische land van Europa, met een grote bevolking, een enorme industriële basis, een nog grotendeels onbenut potentieel aan militaire productie en havens aan zowel de Noordzee als de Oostzee. Duitsland is het grootste logistieke knooppunt voor de NAVO en het heeft al belangrijke Amerikaanse bases. Het land moet dan ook in de ogen van Washington de organiser en enabler van Europa’s veiligheid worden.
Zo’n focus op Washington ondermijnt natuurlijk – in de ogen van Frankrijk, Italië en het VK (dat onder de linkse Starmer de special relationship op defensiegebied met de VS definitief lijkt te zijn verloren) – het nieuwe Europese veiligheidsbeleid. Maar realpolitik is nu eenmaal een Duits woord en Merz moet schipperen tussen de VS en Europa. Of is Europa’s grootste industriële speler – die broodnodig is voor de ontwikkeling van de Europese strategische autonomie – nu door Trump uit het eigen kamp losgeweekt? Wellicht, maar laten we even kijken naar de meest recente wapenaankopen en samenwerkingsverbanden van Berlijn.
Oostzee is topprioriteit
De Duitse regering zette enkele maanden geleden een streep door de aanschaf van vier nieuwe super-fregatten – de F126, naar ontwerp van Damen – uit onvrede met het ontwikkelproces. In plaats daarvan koopt het acht stuks, drie keer kleinere maar lokaal ontworpen fregatten, die sneller leverbaar zouden zijn. Deze fregatten zijn echter – in tegenstelling tot de F126 – geschikt voor de strijd op de Oostzee en de Noordzee en niet bedoeld voor wereldwijde inzet. Er is dus geen sprake van rechtstreekse vervanging door een nationaal product, maar van een volledig ander schip op basis van veranderende, dichterbij huis liggende, strategische prioriteiten.
Ook de Duitse mariniers van het 1200-man sterke Seebataillon oefenen al enkele jaren intensief met amfibische eenheden van nieuwe NAVO-landen Zweden en Finland in plaats van met ons Korps Mariniers – na eerdere aankondigingen dat het Seebataillion in ons Korps zou worden geïntegreerd. Het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier wordt verplaatst naar Estland en moet in geval van oorlog leiding geven aan de NAVO-troepen in de Baltische staten, terwijl de Bundeswehr zelf in Litouwen een geheel nieuwe pantserbrigade opbouwt. Duitsland bereidt zich steeds concreter voor op een oorlog in het Baltisch gebied. De Oostzee is daarom voor Duitsland topprioriteit.
Opbouw van een eigen gevechtsdatanetwerk
Terug naar Frankrijk. Betekenen de veranderende strategische prioriteiten van Berlijn en de focus op de VS dat de Frans-Duitse as gebroken is? Eind vorige week kondigden beide regeringen juist verregaande defensiesamenwerking aan. Samen bouwen van tanks en vliegtuigen is niet meer aan de orde, maar dat is nooit de praktijk van de Frans-Duitse as geweest. Andere zaken zijn belangrijker: gezamenlijke satellietsystemen, deep strike-raketten en waarschuwingssystemen. Bovendien gaat Duitsland later dit jaar voor het eerst meedoen aan een Franse nucleaire oefening.
Maar het meest opvallende is dat, nu het gezamenlijke gevechtsvliegtuig FCAS van de baan is, de ontwikkeling van het besturingssysteem ervan – de combat cloud – gewoon doorgaat. Waarom zou Duitsland die systemen nodig hebben als het uit de ontwikkeling van het vliegtuig zelf is gestapt? ‘Misschien zijn de cloud en het complete besturingssysteem op de lange termijn wel veel belangrijker dan een nieuw vliegtuig’, zei Merz onlangs enigszins mysterieus.
Met die combat cloud wordt een eigen, niet-Amerikaans, gevechtsdatanetwerk opgebouwd, waar bestaande en toekomstige bemande én onbemande vliegtuigen op kunnen worden aangesloten. Want de Duitse luchtvaartindustrie maakt grote stappen op het gebied van onbemande gevechtsvliegtuigen, met onder andere de Boeing Ghostbat (lokaal door Rheinmetall te bouwen), de Airbus U760b Ravenstorm (een zwaar wapenplatform) en de Helsing CA-1 (die de systemen van de vijand kan verstoren).
Deze intelligente Collaborative Combat Aircraft zullen binnen de combat cloud in samenhang met bemande gevechtsvliegtuigen voorop gaan in de strijd. Ook een door Frankrijk zelf te bouwen opvolger van het eigen Rafale gevechtsvliegtuig kan hierin worden geïntegreerd.
De Frans-Duitse as is dus allerminst dood, maar naar een hoger niveau en naar een andere dimensie getild – zonder de Amerikanen, maar met groot potentieel voor de toekomst.
Bovendien kan Duitsland met de door het afblazen van de FCAS vrijgekomen fondsen (mogelijk zo’n 25 miljard euro) andere vliegtuigen kopen, zoals extra F35s. Maar ook valt samenwerking met Zweden niet uit te sluiten. Daar wordt het KFS (Koncept för Framtida Stridsflygplan) ontwikkeld: een ecosysteem van bemande en onbemande vliegtuigen, dat eigenlijk voorsorteert op een toekomst waarin voor bemande gevechtsvliegtuigen geen plaats meer is. Dat concept staat niet ver af van de Duitse plannen en bovendien: Zweden is een strategisch belangrijke bondgenoot aan de Oostzee.
Nederland krijgt ongekende strategische diepte
Ja, Duitsland is hard bezig het militair centrum en de sterkste conventionele macht van Europa te worden, maar doet dat vooralsnog in NAVO-verband en met twee cruciale strategische partners: de VS en Frankrijk. Merz mag dan geregeld binnenslands in de problemen komen, onderschat hem niet. Het lijkt er in ieder geval op dat Europa’s beste strategen in Berlijn werken en niet in Brussel, Parijs of Londen.
En Nederland? Terwijl de regering-Jetten droomt van nevelige Europese vergezichten, leveren de drie in de Bundeswehr geïntegreerde Nederlandse landmachtbrigades een kwart van de gevechtskracht ter land van het Duitse leger. Onder Duits opperbevel, dat wel. Maar ons landje krijgt er een enorme strategische diepte voor terug, een luxe die onze defensie nooit eerder heeft gekend.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


