Yeşilgöz wil een compleet andere krijgsmacht zonder afscheid te nemen van de bestaande organisatie. Dat gaat niet lukken

WW Vrijsen 2 juli 2026
Beeld: Key Region Leiden

Artikel beluisteren

Elke paar jaar verschijnt een nieuwe Defensienota en de toon is meestal hetzelfde: we zitten in een moeilijke situatie, maar we hebben de zaak onder controle. Dit keer is het anders. De maandag door VVD-minister Dilan Yeşilgöz gepubliceerde nota Samen voorwaarts! illustreert hoe Defensie een stressperiode doormaakt.

Als de Oekraïne-oorlog eindigt en Rusland concentreert zijn troepen aan de grens met de Baltische staten, kan allicht een oorlog met de NAVO ontbranden. Is Nederland daar klaar voor? Nu nog niet. Pas na 2030. Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim maakte tijdens de presentatie van de Defensienota op vliegbasis Gilze-Rijen duidelijk dat de jaren 2028–2030 uiterst kritiek zijn.

Defensie handelt onder grote tijdsdruk, kiest voor een nieuwe manier van bewapening, maar betaalt nog altijd een hoge prijs voor de zware bezuinigingen van weleer. In een vloek en een zucht wil Defensie samenwerken met innoverende bedrijven. Het departement slaat de handen ineen met Economische Zaken om te komen tot een op militaire slagkracht toegespitst industriebeleid. Maar zo makkelijk is dat nou ook weer niet.

Uit het schap trekken

Nieuw wapentuig laat zich niet zomaar bij een bouwmarkt uit het schap trekken. Het is eigenlijk al verouderd als het een paar maanden in voorraad ligt. Tijdens een oorlog moet je de kennis en de productiecapaciteit hebben om je wapensystemen voortdurend te updaten. De Oekraïne-oorlog laat dat zien. Ondernemers staan te trappelen om met defensie samen te werken, maar niet allemaal hebben ze evenveel te bieden. Sommigen zien gewoon handel. Ze willen drones assembleren met uit China geïmporteerde onderdelen. In Oekraïne is dat ook gebeurd, maar dat land stond met de rug tegen de muur en accepteerde dergelijke afhankelijkheid.

Voor Defensie zijn Russische of Chinese onderdelen een no-go. Maar hoe ver wil het departement daarin gaan? Een Nederland-Fins bedrijf dat militaire onderdelen levert en pertinent weigert Russisch aluminium te gebruiken, wordt bijna kapot geconcurreerd door Spaanse bedrijven die via Turkije geïmporteerd Russisch aluminium inslaan. Twee Nederlandse bedrijven hebben een toppositie als het gaat om kunststofvezels, die nodig zijn voor geavanceerde militairen goederen als scherfvesten, bepantsering en motoronderdelen. Maar Chinese bedrijven proberen ze te laten klappen door middel van grootscheepse dumping van hun kunstvezels.

Anders dan in de Verenigde Staten, was Defensie in Den Haag niet meteen op haar hoede voor dit soort praktijken. Dit is het eerste punt van kritiek op Samen Voorwaarts! Defensie doet het voorkomen alsof er al die jaren in de defensie-industrie een marktfalen is geweest, dat snel moet worden hersteld. In feite is de huidige stresssituatie te wijten aan beleidsfalen, niet aan tekortkomingen of sloomheid in de industrie.

Oudjes en jongelui

Het is ook een generatiekwestie. Alle lof voor Eichelsheim en de andere generaals, maar als je ziet welke jongelui tegenwoordig een leidende positie hebben in de innovatie defensie-industrie, vallen de leeftijdsverschillen nogal op. Minister Yeşilgöz (VVD) is 49 en staatssecretaris Derk Boswijk (CDA) is 37 jaar. De generaals zijn veel ouder. Maar CEO Maurits Korthals Altes van defensie-techbedrijf Intelic – gespecialiseerd in software voor drones – is net 31 jaar geworden. Willem-Jan van Loon, CEO van 3D-printspecialist Beamler, is ook ongeveer zo jong. De presentatie van de Defensienota 2026 was eigenlijk een feest waarbij de oudjes opeens het licht zien en als bij toverslag de jonkies omarmen. Zou het?

Menno Tamminga heeft eerder deze week in de kolommen van Wynias Week gewezen op de risico’s van geldsmijterij door Defensie en een oncontroleerbaar militair-industrieel complex. Want Defensie is niet ingericht om te fungeren als regiekamer voor innovatieve wapenleveranciers. Simpelweg omdat het zich – ook in tijden van oorlog – moet verantwoorden volgens de regels van de Comptabiliteitswet.

Generaties van ambtenaren zijn opgegroeid met het kunnen verantwoorden van elke uitgave. De Algemene Rekenkamer weet achteraf alles beter. Elke overheidsdienaar voelt nu al aan dat ooit een snoeiharde parlementaire enquête zal worden gehouden rond de vraag of al die plotselinge defensiemiljarden wel keurig terechtkwamen.

Je kunt de vragen van de toekomstige enquêteurs nu al uittekenen: ‘Waarom koos u in juni 2026 voor de aanschaf van de Deense Sky-Watch RQ35 drones voor Intelligence, Surveillance and Reconaissance, terwijl u in 2024 nog een dergelijke aankoop aankondigde, maar toch weer schrapte, terwijl u in 2025 bekendmaakte dat de toen bestaande ISR-drones van de Amerikaanse leverancier Puma zouden worden vernieuwd en terwijl u ook in 2026, maar dan in mei tijdens een handelsmissie naar Riga, voor Nederlandse makelij leek te willen kiezen door een Nationaal Plan Autonome Systemen te presenteren? Kunt u dat eens helder uitleggen?’

Je kunt zeggen dat de parlementaire controle op Defensie in de afgelopen decennia is doorgeslagen. Het was een enorme papierwinkel met voor elke wapenaankoop achtereenvolgens de A-brief, de B-brief, de C-brief en de D-brief. Kamerleden deden of ze alle details wilden weten, terwijl achter de schermen de beslissingen al waren genomen. Maar de bureaucratie op het departement hield zich stijf aan de verantwoordingsprocedures. Jarenlange bezuinigingen hebben een cultuur geschapen van risico mijden.

Juridisch was het misschien ook lastig. De overheid kan niet zomaar particuliere bedrijven tot innovatiefavoriet benoemen en opzadelen met vette contracten. Maar waarom kan dit in Frankrijk dan wel? Kwestie van traditie.

Hoe intelligent en toegewijd al die Haagse topmilitairen en topambtenaren ook zijn, als organisatie ontloopt Defensie in wezen liever alle politieke risico’s. Het handelt liefst volgens de aanbevelingen van de NAVO, houdt zich stipt aan de normen van het ministerie van Financiën, wil zich niet vergalopperen in de linkse media en houdt zich bij elke snelheid stevig vast aan de vangrail van een Kamermeerderheid. Dit is gewoon géén departement dan kan functioneren als een venturecapitalist, ook al is dat het streven in de nieuwe Defensienota.

Risico’s nemen

Nu opeens jubelt de defensietop dat er risico’s moeten worden genomen, maar de grote vraag is natuurlijk door wie? Door henzelf en de gevestigde ambtenarij? Of door de jonge ambitieuze ondernemers die soms bij ‘friends, family and fools’ moeten aankloppen om hun researchprojecten of hun bijdrage aan de Oekraïense oorlog te financieren?

Defensie was altijd vrijgevig als het ging om technologische experimenten, maar zodra het aankwam op serieproductie van bruikbare sensoren of wapensystemen, gingen de subsidieloketten dicht. Dan wilde Defensie ‘niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten’, deed het departement niet aan voorfinanciering en weigerde het in termijnen vooraf te betalen. Banken verstrekten intussen geen krediet, omdat ze zwart op wit het leveringscontract van Defensie wilden checken. Dergelijke contracten werden echter pas getekend als het product tiptop was ontwikkeld. Betaald werd er pas door Defensie, nadat alles was geleverd en compleet van kinderziektes was verlost. Het is nog niet gebleken dat Defensie ineens een ander gedragspatroon vertoont, hoe luid de Samen Voorwaarts!-retoriek ook klinkt. Dat is ook logisch, het parlement zal dat niet slikken.

Innovatie

In het regeerakkoord van de minderheidscoalitie staat dat tien procent van het defensiebudget zal worden uitgetrokken voor innovatieve productie. Er wordt een Defensie Innovatie Autoriteit opgericht. De nota herhaalt dit voornemen en heeft het zelfs over een ‘Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit’. Van dit soort woordinflatie is ‘de vijand’ – dixit minister Yeşilgöz – niet snel onder de indruk.

Vijf jaar geleden schreven twee Amerikaanse topgeneraals – John R. Allen en Ben Hodges – met de Britse, in Nederland woonachtige militair analist Julian Lindley-French het boek Future War. Daarin staat de hele ontwikkeling naar onbemande, vooruitgeschoven wapensystemen al beschreven. In hun hulp aan de Oekraïense strijdkrachten – nog vóór de Poetin-invasie van 2022 – volgenden de Amerikanen en Britten reeds dit recept. Maar de Nederlandse defensietop presenteert de nieuwe focus op autonome wapensystemen (vliegende, varende en rijdende drones; op afstand bediende mitrailleurs en uiteindelijk AI-aangestuurde wapenplatforms) alsof het een eigen idee is, waarmee Den Haag vooroploopt. Dat schept niet per se groot vertrouwen. De bewindslieden hebben in principe gelijk, maar ze komen er een beetje laat mee aankakken.

In de periode 2010-2012 zag CDA-minister Hans Hillen zich gedwongen de Leopardtanks weg te bezuinigen. Toenmalig VVD-premier Mark Rutte eiste het van hem. Toen Hillen in 2012 het veld moest ruimen, liepen de generaals nog altijd te mokken. Hillen gaf aan alle leden van de defensiestaf een afscheidscadeautje. Hij had in een of andere elektronicawinkel een hele voorraad hobby-drones gekocht en deelde die uit. Dit is de toekomst, was de boodschap. De meeste generaals en topambtenaren keken hem verbouwereerd aan. Wat moesten ze met dit speelgoed?

Staatssecretaris Boswijk bezweert nu dat de krijgsmacht risico’s ‘neemt, leert en anticipeert, terwijl ze vecht’. Goed verwoord, maar waarom liet dit inzicht zo lang op zich wachten? Minister Yeşilgöz stelt in haar Defensienota dat ‘we met onbemenste systemen in vijf jaar de helft van de operationele effecten moet bereiken’. Jawel, maar welke bemande m/v- systemen schaft zij dan af? Dat staat dan weer niet in de Defensienota. Den Haag wil een compleet andere krijgsmacht zonder afscheid te nemen van de bestaande organisatie. Dat is het ongemakkelijke gevoel bij deze Defensienota.

Evenwichtig

Natuurlijk, goed bestuur is evenwichtig. Altijd het bestaande in balans brengen met het nieuwe. Maar de retoriek rond deze Defensienota is nogal eenzijdig. Drones als het antwoord op alle geopolitieke vraagstukken. Militaire slagkracht als modegril. Alsof de Russen niets hebben geleerd van de Oekraïne-oorlog en het een volgend keer – dan tegenover NAVO-lidstaten – op exact dezelfde manier zullen aanpakken.

Tenslotte nog een heikel punt: de Defensienota moet nog door de Tweede Kamer en het kabinet heeft vooralsnog géén meerderheid. Nota’s van de regering hebben altijd de functie om een parlement in te palmen. Als er kritiek komt uit de Kamer, kan de minister zeggen: ja, maar u bent te vroeg. Straks komt de uitvoering en dan kunt u alsnog daarover oordelen. Uiten parlementariërs bezwaren tegen de daadwerkelijke uitvoeringsbesluiten, dan reageren de bewindslieden: dat stond al aangekondigd in de nota! Bent u daar niet reeds mee akkoord gegaan?

Defensienota’s hebben altijd iets vrijblijvends. De media smullen van het verhaal. Alles wordt anders! Defensie gooit het roer om! De praktijk is meestal een andere. Scherpe keuzes worden maximaal uitgesteld.

Defensie wil nu zoveel mogelijk zaken buiten de openbaarheid houden. Yeşilgöz zei letterlijk dat ze de vijand niet wijzer wil maken. Zelfs het aantal extra aan te schaffen F-35’s wordt niet geopenbaard. Er wordt ook een onbekend bedrag gestoken in ‘een Nederlands ontwikkelingslab voor onbemenste systemen’. Plus een aantal satellieten voor ‘robuuste toegang tot het ruimtedomein’.

Natuurlijk gaat de Kamer steigeren. Details graag! Aantallen noemen! Meer gevechtsvliegen laten opereren vanaf civiele vliegvelden? Waar dan? Geen enkele serieuze partij wil de nationale en bondgenootschappelijke verdediging hinderen of verzwakken. Maar dat snelle opstel van Yeşilgöz is te makkelijk. Daar komt het minderheidskabinet in het parlement niet zomaar mee weg.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!