Jesse Klaver wentelt de lasten van asiel- en klimaatbeleid af op de middengroepen en de lagere inkomens
Artikel beluisteren
Door Henk C. Jonkhoff*
In de verkiezingsprogramma’s van progressieve partijen staan vaak goede dingen. Armoede halveren, het eigen risico verlagen, meer geld voor onderwijs en kinderopvang – niemand is daartegen. Het Centraal Planbureau (CPB) rekende vorig jaar uit dat PRO, de fusiepartij van GroenLinks en de PvdA, voor de laagste inkomens inderdaad de meeste koopkrachtwinst oplevert: bijna vier procent per jaar. Dat is meer dan andere partijen voor die groep doen.
Maar een verkiezingsprogramma is meer dan de voorkant. De vraag is altijd: wie betaalt de rekening, en valt die last eerlijk?
De werkende middenklasse zit in het gat
De grootste lastenverlichting van PRO – bijna 29 miljard euro via een hogere heffingskorting – helpt de laagste inkomens het meest, maar bouwt snel af naarmate het inkomen stijgt. Wie werkt op modaal of daarboven, pikt er minder van mee. Tegelijk verlaagt PRO de arbeidskorting, die juist bedoeld is voor werkenden: een lastenverzwaring van bijna vijf miljard euro voor de groep die zijn inkomen uit werk haalt.
Het koophuis is ook een punt. PRO schrapt de helft van de hypotheekrenteaftrek — een verzwaring van 4,5 miljard euro voor huizenbezitters. Dat raakt niet de rijken met grote vermogens, maar de middengroep die twintig jaar geleden een doorzonwoning kocht en daar sindsdien de hypotheek van betaalt.
De werkende Nederlander buiten de Randstad weet het al jaren: benzine is duur, gas en elektra zijn duur, de supermarkt is duurder geworden en vliegtickets ook. Niet door pech, maar door beleidskeuzes. De energiebelasting, de accijns op brandstof, de btw over al die hogere prijzen – het stapelt op. En dan de vrachtwagenheffing van 29 cent per kilometer op alle wegen: klinkt als een bedrijvenbelasting, maar transporteurs rekenen die kosten door in de prijs van alles wat vervoerd wordt. Wie een groter deel van zijn inkomen aan dagelijkse consumptie uitgeeft, voelt dat het hardst.
PRO voert daar nog een kilometerheffing bovenop. Op papier neutraal – de motorrijtuigenbelasting verdwijnt, in ruil betaal je per gereden kilometer. Maar wie veel rijdt omdat hij ver van zijn werk woont en geen ov heeft, betaalt meer. Dat zijn niet de randstedelijke hoogopgeleiden met de trein om de hoek. Het CPB bevestigt: de netto klimaatlastendruk op gezinnen stijgt per saldo. De werkende Nederlander betaalt de rekening van een klimaatpolitiek die elders is bepaald, en rijdt intussen over wegen die niemand heeft bijgehouden.
Er is nog één rekening die in het PRO-programma niet wordt opgeteld: de sociale huurwoning en de asielopvang. In Nederland wachten mensen in sommige steden tien tot vijftien jaar op een sociale huurwoning. Statushouders hebben wettelijk recht op voorrang bij de toewijzing. PRO verdedigt dat beleid en wil de instroom van vluchtelingen verruimen. Wie meer mensen met voorrangsrecht toelaat, verlengt de wachttijd voor wie geen voorrangsrecht heeft.
De netto publieke last van de asielopvang bedraagt op basis van CBS-statistieken naar schatting ongeveer acht miljard euro per jaar – een bandbreedte van zeven tot negen miljard als je opvang, IND, bijstand, zorg, onderwijs en inburgering samenneemt. Dat is geen officieel cijfer, maar de componenten zijn afzonderlijk controleerbaar. Het CBS-cohortonderzoek laat zien wat er daarna gebeurt: van de groep die in 2014 een vergunning kreeg, was tien jaar later nog 25 procent afhankelijk van een uitkering als voornaamste inkomen. De kosten lopen door lang nadat iemand het azc heeft verlaten.
Feitelijke toets
Nausicaa Marbe betoogde onlangs in haar wekelijkse Telegraaf-column dat je als progressieve burger moeilijk kunt volhouden dat massa-immigratie de positie van kwetsbare groepen versterkt. Haar punt: de kosten en sociale gevolgen komen het hardst neer bij de mensen die progressief beleid zegt te beschermen, namelijk huurders en bewoners van achterstandswijken. Een progressieve agenda die dat negeert, beschermt zichzelf, niet haar doelgroep.
PRO presenteert zich als de partij van de lagere inkomens. Die claim verdient een feitelijke toets. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek en onderzoek van EenVandaag en het LISS-panel blijkt dat ongeveer de helft van de GroenLinks/PvdA-stemmers hoogopgeleid is – het hoogste aandeel van alle partijen, samen met D66. Klimaat en duurzaamheid is het belangrijkste thema voor deze kiezers, niet koopkracht of woningnood.
Dat verklaart waarom de beleidsagenda eruitziet zoals hij eruitziet. Op de partij die zegt op te komen voor de lagere inkomens, wordt in meerderheid gestemd door mensen die daar zelf niet toe behoren – en die de kosten van het beleid het minst voelen. De Franse econoom Thomas Piketty noemde dit de ‘Brahmin Left’: een progressieve elite die de moral high ground bezet zonder de materiële gevolgen van haar agenda te dragen. De hogere energielasten, de langere wachtlijst, de duurdere boodschappen – die kosten komen het zwaarst neer op de mensen voor wie de partij zegt op te komen.
De verkeerde dader
Financieel journalist Martin Visser wees er al eens op dat het frame van Jesse Klaver – de allerrijksten profiteren ten koste van de lagere klasse – empirisch niet klopt. De Gini-coëfficiënt (officiële maatstaf voor ongelijkheid) blijft in Nederland stabiel op een van de laagste niveaus van de wereld. En vermogenden betalen al 36 procent op vermogen via box 3, een van de hoogste tarieven in Europa. Visser hekelde de retoriek om beleid af te schilderen als ‘een cadeautje voor de rijken’. Populisme ten top, volgens Visser, omdat beleidskeuze vaak zijn gericht op economische groei, werkgelegenheid en het betaalbaar houden van de verzorgingsstaat op lange termijn.
Maar de eigenlijke ongelijkheid ligt elders. Niet in de verhouding tussen rijk en arm, maar in de verdeling van de klimaat- en milieulasten. Die slaan neer bij de middengroep en de lagere inkomens, terwijl de subsidies voor verduurzaming naar de bovenkant stromen. Klaver benoemt de verkeerde dader – en mist de rekening die hij zelf uitschrijft.
De Baptisten en de rekening
We herkennen hier het patroon van de Bootleggers and Baptists, in de jaren tachtig geïntroduceerd door de Amerikaanse econoom Bruce Yandle. PRO is de zuiverste baptist: de morele rechtvaardiging is echt en de intenties zijn goed. Armoede halveren, klimaat aanpakken, vluchtelingen opvangen – dat zijn geen holle woorden. Maar achter de morele agenda schuilt een verdelingsvraagstuk dat het programma niet benoemt: de kosten van de klimaattransitie en het asielbeleid worden betaald door iedereen die rijdt, boodschappen doet en op een woning wacht.
PRO zit nu in de oppositie. De partij levert het morele kompas van het debat, maar draagt geen verantwoordelijkheid voor de uitvoering. In de oppositie hoef je de vraag niet te beantwoorden wie de rekening betaalt als de kilometerheffing duurder uitpakt dan beloofd, of als de verpakkingenbelasting een bezoek aan de supermarkt zichtbaar duurder maakt. Deze rekening heeft een naam en een gezicht. Maar PRO heeft dat gezicht niet herkend.
* Henk C. Jonkhoff is ondernemer.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


