Wat een domper: het coronatrio Rutte, De Jonge en Grapperhaus heeft niks geleerd
Artikel beluisteren
Mark Rutte zou weinig anders doen, zei hij tijdens de laatste verhoorweek van de parlementaire enquêtecommissie corona. Dat is misschien wel de beste samenvatting van wat de hele exercitie heeft opgeleverd.
Dat was ‘m dan. De afgelopen maanden blikten bewindslieden, ambtenaren, OMT-leden, burgemeesters en andere ‘corona-BN’ers’ tijdens 51 verhoren onder ede terug op de pandemie. Het eindrapport van de enquetecommissie komt pas begin volgend jaar, maar wie de verhoren heeft gevolgd kan de belangrijkste conclusies nu al trekken.
Wij tegen de rest
De verhoren hebben duidelijk gemaakt dat drie mannen bij het bestrijden van de pandemie allesbepalend waren. Niks ‘samen’, hoogtens samen gehoorzamen aan wat de opperleiders bedachten. We hebben het – in niet-toevallige volgorde – over Mark Rutte, toen minister-president, oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge en Ferd Grapperhaus, destijds minister van Justitie en Veiligheid. Wij tegen de rest, zoals Rutte zei in een berichtje aan De Jonge.
De drie heren zaten op zondag in het Catshuis en vormden het kleine, hechte gezelschap dat besloot hoeveel visite je met kerst mocht ontvangen, of je kind naar school mocht en zelfs of je ’s avonds de deur uit mocht. Officieel puur op basis van de ‘heilige adviezen’ van het Outbreak Management Team (OMT). Maar toch. Het was hun crisis en het blijft, zo bleek ook weer tijdens hun verhoren, hun gelijk. Met amper echte reflectie.
In de verhoren van het coronatrio hoorde ik dezelfde argumenten om hun keuzes te verdedigen, op repeat.
1. ‘We hadden geen keuze’ – het sprookje van code zwart
Rutte zei in zijn eerste verhoor dat hij een scenario zoals in het Italiaanse Bergamo nooit had geaccepteerd. De Jonge bleef maar herhalen dat ‘leven en dood’ voor alles gaat. Code zwart voor de zorg moest voorkomen worden, benadrukte ook Rutte. Grapperhaus verdedigde er zelfs de avondklok mee als ‘onvermijdelijk’.
En de schade door al die maatregelen dan? Tja, ‘een duivels dilemma’, noemde Rutte het keer op keer (bepaalde termen leken wel ingestudeerd). Alsof er maar twee opties op tafel lagen: code zwart of de samenleving op slot. Terwijl dat niet de enige twee opties waren. De gekozen aanpak was niet onvermijdelijk, maar een politieke keuze.
Dat het anders had gekund en gemoeten, is geen kennis van nu. In mijn boek De Covidstaat komen deskundigen aan het woord die dit tijdens de pandemie al zeiden. Zoals gezondheidseconoom Eline van den Broek, die voorrekent dat je met gerichte bescherming van kwetsbaren een heel andere afweging had kunnen maken. ‘Bij zo’n virus moet je proberen de kwetsbare mensen zo goed mogelijk te beschermen. Verder kun je gewoon niet zoveel doen.’
Zweden deed het zónder lockdowns of sluiting van basisscholen en middelbare scholen, met uiteindelijk een van de laagste oversterftecijfers van Europa. Er was wél een derde weg, misschien ook een vierde en een vijfde, maar geen andere optie is ooit serieus onderzocht, laat staan bewandeld.
2. ‘De maatregelen hebben gewerkt’ – vasthouden aan een luchtkasteel
Je kunt alleen volhouden dat er geen keuze was als de gekozen weg echt iets heeft opgeleverd en het zogenaamde ‘enige andere scenario’, code zwart, voorkomen heeft. Dat resultaat houden Rutte, De Jonge en Grapperhaus dan ook vol tijdens hun verhoren: de aanpak werkte. Maar nergens is wetenschappelijk hard gemaakt dat het coronabeleid per saldo meer levens heeft gered dan gekost.
De RIVM-modellen waarop veel maatregelen werden gebaseerd, zijn nooit openbaar gemaakt of onafhankelijk getoetst. Van den Broek noemt de netto-opbrengst van het coronabeleid in mijn boek mogelijk zelfs negatief. ‘Als sterfte voor sommige mensen al is uitgesteld, dan is dat ten koste gegaan van sterfte van andere mensen.’
Het gaat niet om de vraag of er mensen aan corona overleden, want dat stond nooit ter discussie. En het gaat niet om de vraag of ‘leven en dood’ het belangrijkst is, ook dat is een no-brainer (al valt er ook wat te zeggen voor kwaliteit van leven in plaats van kwantiteit). Waar het vooral om gaat is of de gekozen aanpak over de hele linie levens en levensjaren heeft gered.
Van den Broek: ‘Hoeveel levens wilde je tijdens corona redden met maatregelen, ten koste van levens die je in de toekomst verliest door diezelfde maatregelen? Hoeveel mensen sterven er nu, tijdens corona? Vind je dat acceptabel als maatschappij? Ben je bereid om in de komende tien jaar vijf mensen te laten overlijden om nu – tijdens corona – één leven te redden?’
3. ‘Tegenspraak was welkom’ – de appjes zeggen iets anders.
De derde verdediging die de drie oud-kabinetsleden aandroegen werd door de verhoren meteen ontkracht. Namelijk dat ze open stonden voor input en tegengeluid. Grapperhaus benadrukte dat goede democratie draait om hardop van mening kunnen verschillen. Rutte herhaalde steeds dat er brede weging was.
Volgens De Jonge werden hun besluiten ‘niet echt gechallenged’ door collega’s in zowel het kabinet als de Tweede Kamer. Ja, diezelfde Tweede Kamerleden waarover hij appte dat ze zouden worden gestraft in het hiernamaals, want de volksvertegenwoordigers hielden ‘de brandweer van het werk’. Toch zei De Jonge tijdens zijn verhoor dat hij ‘generiek’ openstond voor kritiek.
De appjes van het drietal, door commissieleden voorgelezen tijdens hun verhoren, vertelden natuurlijk een heel ander verhaal. Grapperhaus noemde collega-minister Kajsa Ollongren ‘een bak grind waarin alles vastliep’, terwijl zij precies deed waarvoor ze verantwoordelijk was: wijzen op de grondwet. De Jonge en Grapperhaus typeerden collega Arie Slob als ‘soepjurkje’ met een ‘gebrek aan ruggengraat’ omdat de onderwijsminister zijn zorgen uitte over schoolsluitingen. Een maatregel die overigens een hele generatie op achterstand heeft gezet, volgens klinisch psycholoog Claudi Bockting: ‘We hebben onze kinderen en jongeren opgeofferd.
Als je tegenspraak stiekem zo irritant vindt, maak je mij niet wijs dat je er echt voor openstaat. In De Covidstaat schrijf ik hoe dat zich ook breder vertaalde in de samenleving: wie kritisch was, werd ‘wappie’ genoemd. De appjes laten zien dat die afkeer van ‘niet meedoen’ – gehoorzamen dus – niet begon bij de burger, maar bij de coronaleiders.
Zijn we dan nu niks verder gekomen?
Dankzij de verhoren is duidelijk geworden dat Rutte, De Jonge en Grapperhaus tijdens de pandemie de dienst uitmaakten. Ze kosteren een hardnekkige tunnelvisie, zonder ruimte voor brede input of kritiek. Ze waren ijdel en wilden daadkracht tonen, want dat leverde ze politiek gewin op, dachten ze. En geen van die drie mannen heeft naderhand laten zien dat ze nu anders naar hun handelen kijken.
Rutte zou weinig anders doen, zegt hij, noch De Jonge: ‘U noemt dat tunnelvisie, ik standvastigheid’. En over zijn uitspraken jegens ongevaccineerden, die een wig dreven tussen miljoenen mensen en de overheid, zei De Jonge: ‘Ik werp van me dat ik zou hebben bijgedragen aan polarisatie.’
‘Reflecteren en vooruitkijken: besturen tijdens een pandemie’ was het thema van de laatste verhoorweek. En het doel van de parlementaire enquête is ‘leren van de ervaringen uit deze crisis, om beter voorbereid te zijn op een eventuele volgende (gezondheids)crisis.’ Nu is duidelijk: een volgende keer zou het coronatrio het weer precies zo aanpakken.
Uiteraard zitten Rutte, De Jonge en Grapperhaus bij een volgende crisis hoogstwaarschijnljk niet in het kabinet, maar dat zal ons niet redden. Want zonder geleerde lessen is de kans groot dat dezelfde tunnelvisie zal heersen en dezelfde desinteresse in andermans opvattingen. Toekomstige crisisleiders zullen hoogstens iets minder appen.

De Covidstaat van Eva de Munnik verscheen bij Uitgeverij Blauwburgwal, kost € 22,50 en is HIER te bestellen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


