Basis van Stikstofbrief vervalt: Onze natuur verbraamt en verbrandnetelt helemaal niet
Artikel beluisteren
Door Geesje Rotgers*
De natuur in Nederland wordt overwoekerd door bramen en brandnetels, en dat zou door stikstof komen. Dit frame duikt regelmatig op in de politiek en de media. Ook natuurorganisaties wijzen geregeld op beide soorten om de noodzaak van vergaande stikstofmaatregelen te onderstrepen. Wie de moeite neemt deze bewering te checken, stuit op verdwenen en achtergehouden gegevens.
Veldonderzoeken
Bij het debat over de regeringsverklaring (25 februari 2026) legde Jan Paternotte van D66 nog eens uit hoe het zit: ‘Als je te veel stikstof hebt, verzuurt de bodem gigantisch. Dan wordt die op een gegeven moment zuurder dan cola, en dan zijn er maar heel weinig soorten die kunnen overleven, maar brandnetels en bramen doen het dan uitstekend.’ Als je het maar vaak genoeg herhaald, wordt het vanzelf waar. Onze natuur zou kampen met een opmars van bramen en brandnetels door stikstof. Dat zou blijken uit veldonderzoeken. Maar welke veldonderzoeken?
De gezamenlijke provincies richtten eind jaren ’90 het Landelijk Meetnet Flora, Milieu- en Natuurkwaliteit (LMF) in. Met als doel de invloed van milieufactoren, zoals stikstof, op de natuur te meten. Op ruim 12.000 locaties in natuurgebieden worden sindsdien de ontwikkelingen in de natuur nauwkeurig gevolgd. Alle aanwezige soorten bomen, struiken, planten, mossen en korstmossen worden om de drie of vier jaar geïnventariseerd. Óók de ontwikkeling van de bramen en brandnetels. Niet alleen de aanwezige soorten worden geïnventariseerd, ook in welke mate die soorten aanwezig zijn (bedekkingspercentage). Daardoor kan je zien welke soorten toenemen, stabiel blijven en afnemen.
Nederland beschikt dus over zeer veel langjarige natuurgegevens waarmee de invloed van stikstof op de natuur kan worden bepaald, zowel per regio als per type natuur.
De natuurkwaliteit en de ontwikkelingen daarin worden voor een belangrijk deel bepaald op basis van de LMF. Deze gegevens liggen bijvoorbeeld aan de basis van de verplichte natuurrapportages van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) aan Brussel. Je zou denken dat deze gegevens openbaar zijn, maar dat is niet zo. Wie deze opvraagt bij LVVN-minister Jaimie van Essen stuit op een muur. Meerdere Kamerleden en boeren kregen al te horen dat het LMF (nog) niet openbaar is.
De minister is de aanvragers ‘behulpzaam’ door alternatieve natuurinformatie aan te reiken: het Landelijk Meetnet Flora en Fauna. Echter, met dit alternatief kunnen geen natuurtrends worden bepaald. Je kunt wel zien in welk gebied braam en/of brandnetel groeit, niet of deze in de tijd toe- of afnemen.
Onlangs kreeg mijn redactie een belangrijk deel van de LMF-natuurgegevens (ruwe data) via het CBS, nadat lokale overheden hadden aangegeven hun gegevens hier op te vragen.
Bramen en brandnetels al 25-30 jaar stabiel
Het LMF draaide goed en wel een jaar of zes, toen er al stevige conclusies werden getrokken uit de natuurgegevens. In 2008 verscheen het onderzoeksartikel Meer braam en brandnetel in natuur platteland. De oorzaak van de toename zou stikstof zijn. Dit artikel kreeg destijds veel aandacht in de media.
Het blijkt niet meer mogelijk dit artikel te factchecken. Het artikel is uit de bibliotheken van onderzoeksinstellingen verdwenen. ‘Niet meer beschikbaar.’
Dat dit artikel nu niet meer beschikbaar is, lijkt verklaarbaar. De conclusies waren destijds veel te snel getrokken. Zes jaar is veel te kort voor het vaststellen van trends in de natuur. Inmiddels ligt er een berg van 25 tot 30 jaar aan natuurdata, waaruit helemaal geen toename van bramen noch van brandnetels blijkt. Natuurlijk, op sommige plekken zien we veel bramen en/of brandnetels, op andere plekken zien we die minder of niet. En op sommige plekken nemen deze soorten toe, op andere af. Per saldo zijn beide soorten al 25-30 jaar stabiel.
Bramen ook op voedselarme bodems
De alliteratie bramen en brandnetels is het synoniem geworden van ongewenste natuur door stikstofdepositie. In de veldgegevens van het LMF zien we die relatie met stikstof niet terug. Als we inzoomen op de bramen, dan zien we deze op de plekken waar we deze soort zouden verwachten: lichte standplaatsen in bossen, langs de randen, de paden en op open plekken. Een reeks LMF-locaties met een hoge bramenbedekking zijn door ons bezocht. Deze terreinbezoeken bevestigen nog eens dat bramen lichte plekken verkiezen in het bos. Ook op plekken waar natuuromvormingen (bomenkap) plaatsvinden en waar in de bodem is gewoeld, zien we bramen verschijnen.
Het idee dat de braam een signaalplant is van vermeste bodems klopt niet. Bramen zijn ook te vinden op voedselarme bodems. Daarbij komt dat stikstof juist zou zorgen voor minder bramen in het bos. Waar bomen en struiken snel groeien en het licht wegnemen, verdwijnt de braam.
De LMF-locaties met veel brandnetels moeten nog worden bezocht. Uit de data blijkt dat de trend in de afgelopen 25 tot 30 jaar stabiel is. Van een toename is geen sprake.
Afname heideflora door nalatig beheer
Het LMF-meetnet is niet alleen ingericht om de invloed van milieufactoren te meten, maar ook de invloed van het natuurbeheer. Zo valt gemakkelijk te zien in welke gebieden de heidevelden slecht worden onderhouden. Wanneer de opslag van boompjes en struiken niet tijdig wordt tegengegaan, neemt de heideflora af en het aantal bomen en struiken toe. Nu wordt de afname van heideflora al gauw toegeschreven aan stikstof. In de LMF-trendgegevens is echter goed te zien dat nalatig beheer (verbossing) een grote rol speelt op sommige heideterreinen.
Een ander voorbeeld betreffen de invasieve exoten, die in enkele terreinen de kans hebben gekregen om flink uit te breiden en vegetaties te overwoekeren. Ook hier is verzuimd tijdig in te grijpen.
Hoewel het LMF mede is ingericht om het natuurbeheer te monitoren, komen hierover geen rapportages naar buiten. Daarentegen wordt bij teruglopende natuurwaarden wel gemakkelijk naar stikstof gewezen.
LVVN-minister baseert maatregelen op blackbox
Volgens LVVN-minister Jaimie van Essen staat de natuur er slecht voor en komt dat in hoge mate door stikstof. Van Essen baseert zich voor een belangrijk deel op natuurtrends in het Landelijk Meetnet Flora, Milieu- en Natuurkwaliteit. Een meetnet dat betaald wordt met belastinggeld, beheerd wordt door de overheid, maar niet openbaar is.
LVVN-minister Jaimie Van Essen lijkt ook geenszins van plan om ervoor te zorgen dat de LMF-natuurdata transparant worden gemaakt. ‘Het zijn mijn gegevens niet’, antwoordde hij begin september op een vraag van de Tweede Kamer. Een gotspe. Immers, dit zijn de natuurgegevens die Van Essens verstrekkende stikstofbrief van juni 2026 moeten rechtvaardigen.
*Geesje Rotgers is landbouwjournalist.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


