Polen floreert: niet dankzij Europese subsidies, maar dankzij de markt. Want vrijheid is de beste armoedebestrijder

WW Rookmaker 8 oktober 2026
De skyline van Warschau. Beeld: Kostas Dimopoulos/Pexels.

Artikel beluisteren

Toen Polen in 2004 toetrad tot de Europese Unie, waarschuwden westerse sceptici voor een vloedgolf van armoede en de massale toestroom van ‘Poolse loodgieters’ die hun heil zouden zoeken in Europa. Nu, ruim twintig jaar later, is Polen het onbetwiste economische mirakel van Europa.

Het Poolse bruto binnenlands product (bbp) is sinds de toetreding tot de EU ruim verdrievoudigd en is inmiddels de magische grens van 1000 miljard euro gepasseerd. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kende geen enkel democratisch land ter wereld de afgelopen twintig jaar zo’n snelle inkomensstijging.

De les die Europa uit dit succes zou moeten trekken is even simpel als urgent: welvaart wordt gecreëerd door het wegnemen van barrières, niet door het herverdelen van geld.

Toegegeven, Polen beschikt over twee belangrijke economische voordelen die geen enkele EU-commissie voor andere landen zou kunnen regelen: een grote en goed opgeleide bevolking en een uitstekende geografische ligging als buurland van de industriële reus en het machtigste EU-land: Duitsland.

Regionale ontwikkeling

Uitstekende basisvoorwaarden dus om economische groei te genereren, maar desondanks probeerde Brussel de economische achterstand met andere lidstaten glad te strijken. Vooral door herverdeling. Anders gezegd: met EU-subsidies.

In Brussel regeert al decennia de overtuiging dat Europese solidariteit hetzelfde is als miljarden uitgeven voor regionale ontwikkeling. De Unie pompt via cohesiefondsen en landbouwsubsidies astronomische bedragen van West- naar Oost-Europa. Er vloeide tussen 2004 en 2024 261 miljard euro naar Warschau. Na aftrek van de eigen Poolse afdrachten aan Brussel (ruim 85 miljard) leverde dat een netto-ontvangst op van 175 miljard. Daarvan ging naar schatting 80 tot 100 miljard rechtstreeks naar infrastructuur. Wat zich vertaalde in nieuwe snelwegen.

Maar dat was niet de hoofdmotor van Polens fabelachtige opmars. Want de Brusselse subsidies over de periode 2004–2023 waren verantwoordelijk voor slechts 0,2 procentpunt van de gemiddelde jaarlijkse economische groei van Polen van 3,9 procent. Het leeuwendeel van de groei (ruim 90 procent) kwam op een andere manier tot stand. De echte motor was én is – naast door Brussel niet te beïnvloeden factoren als de omvang van de bevolking en de ligging naast Duitsland – de gemeenschappelijke Europese markt.

Het succes van Polen werd bezegeld toen het in 2007 toetrad tot de Schengenzone. Vanaf dat moment werden de vier vrijheden (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal) tastbare realiteit. Poolse ondernemers kregen zonder fricties toegang tot de grootste en rijkste consumentenmarkt ter wereld: Europa.

Sinds de toetreding is de Poolse export van goederen en diensten met een factor 3,5 toegenomen. Omdat de logistiek zonder fricties kon verlopen – en niet omdat Brussel er een subsidie tegenaan gooide – verplaatsten Duitse autofabrikanten hun productie naar Polen. Poolse transporteurs veroverden binnen de kortste keren meer dan 25 procent van de totale Europese markt voor wegtransport. Simpelweg omdat ze concurrerender waren en hun vrachtwagens zonder oponthoud grenzen konden passeren.

Toen de Europese Unie de subsidies aan Polen van 2021 tot 2024 bevroor vanwege politieke ruzies met de toenmalige Poolse PiS-regering, voorspelden pessimisten een economische crash. Maar de Poolse motor bleef gewoon doordraaien. Zelfs in 2024, toen een groot deel van de voor Polen bestemde miljarden nog door de Europese Commissie waren bevroren, boekte Polen een bbp-groei van bijna 3 procent.

Ondertussen belandde de traditionele economische motor Duitsland met een krimp van 0,2 procent (in 2023 zelfs min 0,9) in een recessie. De Poolse vrachtwagens bleven rijden en leverden hun ladingen probleemloos af op de interne markt. De markt bleef haar werk doen.

Mooie spaarpot

Binnen de lopende begrotingsperiode wordt nog eens ruim 24 miljard euro in Poolse infrastructuur geïnvesteerd, en in 2026 ontvangt Polen nog 43 miljard uit het eerder bevroren Coronaherstelfonds. Dat is nu een mooie spaarpot. Deze eerder bevroren fondsen komen beschikbaar omdat de PiS-regering (geen favoriet van Brussel) plaats heeft gemaakt voor een meer EU-gezinde regering onder leiding van premier Donald Tusk.

Beroemd binnen de Europese spoorsector is het ‘Port Polska’-project. Dat behelst de aanleg van 4700 kilometer nieuw spoor, waarvan 2700 kilometer voor hogesnelheidstreinen. Bovendien bouwt Polen een nieuwe centrale luchthaven die spoor-, weg-, en luchtverkeer met elkaar verbindt.

Volgens het Poolse Economische Instituut (PIE) is de economie van het land nu maar liefst 40 procent groter dan in het hypothetische scenario waarin het land géén lid was geworden van de Europese Unie.

De verwachting is dat Polen voorlopig de wind in de zeilen blijft houden. En dat ondanks de economische tegenwind die buurland Duitsland al een aantal jaren ondervindt.

Vergelijk dat met de EU-landen Bulgarije en Roemenië. Die beschikken niet over de geografische voordelen van Polen en hebben minder inwoners. Wel kregen ze op papier recht op exact dezelfde hoeveelheid Europese subsidiemiljarden, maar werden vanwege politieke motieven tot 1 januari 2025 buiten de Schengenzone gehouden. Tot vrij recent hadden beide landen vanwege grenscontroles maar zeer beperkt toegang tot de gemeenschappelijke markt. Hun vrachtwagens stonden aan de grens dagenlang in de file. Met als consequentie dat hun integratie in de Europese markt decennia werd vertraagd.

Belangrijke les

Van Polen kunnen we leren dat kunstmatige geldstromen (lees: subsidies) weinig waard zijn als markten fysiek niet vrij en openlijk toegankelijk zijn. Ook de Europese Commissie zou die belangrijke les moeten trekken.

Als de EU op het wereldtoneel relevant en competitief wil blijven, moet het roer radicaal om. De Unie zal zich veel meer moeten richten op zaken waarin ze aantoonbaar uit kan blinken: het wegnemen van belemmeringen en het schrappen van de overvloed aan overbodige regels. Dat alles ter verbetering van de gemeenschappelijke markt. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, de belangrijkste stimulans voor economische groei. Bovendien een terrein waarop de Europese Commissie c.q. de Unie daadwerkelijk invloed heeft.

De interne markt is ook nog altijd niet af. Als het gaat om de digitale economie, de energiesector en de kapitaalmarkt lopen we in Europa nog steeds aan tegen 27 verschillende nationale muren. Europese Commissie: verwijder marktfricties, harmoniseer standaarden zodat bedrijven kunnen schaalvergroten en sloop protectionistische barrières.

Welvaart laat zich niet managen

Waar de EU zich daarentegen absoluut níet op moet richten, is de herverdeling van welvaart. Europese fondsen creëren te vaak een cultuur van subsidie-afhankelijkheid en corruptiegevoeligheid in plaats van economische dynamiek. Welvaart laat zich niet managen in Brusselse kantoren. Ze ontstaat wanneer ondernemers alle ruimte krijgen om echt te kunnen ondernemen en concurreren.

Daarbij: subsidies en investeringen in infrastructuur leveren vrijwel zonder uitzondering economisch rendement op, zo heeft de geschiedenis wereldwijd geleerd. En dat geldt zeker als de verbindingen tussen West- en Oost-Europa worden verbeterd.

Deuren wagenwijd open

Polen laat zien dat meer vrijheid aan de Europese binnengrenzen én het openstellen van de markt de ultieme armoedebestrijders zijn. Solidariteit in de EU moet niet betekenen dat we de portemonnee trekken om achterstanden te compenseren, maar dat we de deuren wagenwijd openzetten zodat álle ondernemers in de EU-lidstaten de kans krijgen om zichzelf omhoog te werken.

Nederlandse ambtenaren en politici kunnen veel leren van de Poolse aanpak. Die impliceert ook behoud van autonomie als het om immigratie gaat. Opeenvolgende Poolse regeringen en de Poolse ondernemers en werknemers plukken volop de vruchten van de gemeenschappelijke markt. Met als kers op de taart miljarden aan subsidies die ‘daar in het oosten’ verstandig worden besteed.

De Europese Commissie mag naast radicale vermindering van de regeldruk en harmonisering van wetgeving, de ruimhartige subsidies voor bijvoorbeeld landbouw best een tandje lager zetten ten gunste van investeringen in infrastructuur. Het zal ons allemaal goed doen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!