Als Rob Jetten de Joodse gemeenschap beter zou beschermen, zou hij ook wel een iftar kunnen bezoeken

EduardBomhoff 21-3-26
Rob Jetten op een iftar in Gouda. Beeld: X

Artikel beluisteren

Mijn eerste succesvolle sollicitatie na mijn ministerschap voor de LPF in kabinet-Balkenende 1 was aan de universiteit van Bahrein. Beter en spannender dan wachtgeld, dus in augustus 2003 met vier koffers vertrokken naar het kleine koninkrijk aan de Perzische Golf. De wegen daar gevaarlijk glad vanwege van gelekte motorolie, want er was toen wij aankwamen al een paar maanden geen regen gevallen.

Na zes weken college begon de vastentijd. De cafetaria en alle water coolers op de campus leeg en dicht, en een verzoek aan de christelijke stafleden om de meegebrachte lunch op hun werkkamer op te eten. Ik was nieuwsgierig naar het vasten, heb het twee dagen geprobeerd, maar toen opgegeven. Zwaar, wanneer je werk bestaat uit college geven en met studenten spreken.

Geen spanningen tussen moslims en christenen

Ik heb daar respect aan overgehouden voor de moslims die het vasten vier weken volhouden. ’s Morgens heel vroeg opstaan om te ontbijten en dan de hele dag met een droge keel. Natuurlijk dat zij uitzien naar de iftar-maaltijd. Ik heb in Bahrein in 2003 op uitnodiging drie of vier iftars meegemaakt, en vorig jaar toen we er met vakantie kort terug kwamen, nog weer een paar.

In Bahrein bestaan politieke spanningen tussen sjiieten (meerderheid) en soennieten (minderheid, maar met meer macht), niet tussen moslims en christenen (15 procent van de bevolking). Aan de universiteit kwamen vrouwelijke studenten vaak op hakken en met geplakte wimpers en kohl-ogen (voordeel van het dragen van een abaya in de klas is dat er meer werk werd gemaakt van ogen en voeten) naar me toe om te zeggen dat islam en christendom veel gemeen hebben en dat Jezus na Mohammed de belangrijkste profeet is.

We gingen vorig jaar op vrijdag naar de mis in de nieuwe ‘Cathedral of our lady of Arabia’, gebouwd op een stuk grond dat gedoneerd was door de koning. Paus Franciscus droeg er de mis op in 2022. Al in 2003 kon het christelijke koor, waar mijn vrouw in zong, overal optreden, en ik herinner me een kerstdiner in een hotel waar de sjeiks vrolijk meezongen met I’am dreaming of a white Christmas.

In Nederland bestaan er politieke en culturele spanningen tussen moslims en de niet-moslim meerderheid, die een dreiging ziet voor haar cultuur. Maar nu heeft de meerderheid een wel heel vreemd slagveld uitgekozen: de iftars. Opeens is er grote opwinding over een paar agenten die in uniform een iftar hebben bijgewoond.

Ik heb in mijn woonplaats op uitnodiging van een Turkse kennis twee jaar geleden een iftar bijgewoond in een ruimte die de gemeente gratis ter beschikking had gesteld. Genoeg redenen ook in Gouda om bezorgd te zijn over honderden werkloze Syrische jonge mannen in het nieuwe grote asielcentrum bij het park vlakbij ons huis waar mijn vrouw ’s avonds niet meer alleen wil wandelen, en over fatbikes die alle regels overtreden. Maar toch niet over de vraag of de gemeente een rekening voor de iftar-zaal had moeten sturen en of er misschien een of twee agenten in uniform hadden aangezeten?

Fout zijn de contrasten

Premier Rob Jetten ging ook al naar Gouda voor een iftar in de gemeentelijke schouwburg. Fout is dat op zichzelf helemaal niet – integendeel, hij is premier voor iedereen – maar heel erg fout is het contrast dat Jetten schept door de volgende maandag 16 maart een bijeenkomst te organiseren met Joodse Nederlanders en dan niets meer te zeggen dan dat hij hun angst en verdriet om de aanslagen op Joodse scholen en synagogen deelt. ‘Een teleurstellend gesprek. Wij mochten op de foto’, zei voorzitter Herman Loonstein van de aangevallen Joodse school.

Het gaat om de contrasten. In december voorstellen om het Kerstfeest op school te vervangen door ‘Midwinterfeest’ en in maart hartelijk meedoen met de iftar. Toestaan dat jonge mannelijke asielzoekers uit het islamitische Midden-Oosten misschien wel liegen over hun leeftijd en daarna hun hele grote familie (inclusief toegevoegde ‘pleegkinderen’) helpen met huis en uitkeringen, maar tegelijk Nederlandse jongeren dwingen om tot hun dertigste jaar bij hun ouders te blijven wonen want de huizen zijn vergeven.

Rechters die ‘from the river to the sea’ een acceptabele politieke uitspraak vinden, hoewel dat een citaat is van Yasser Arafat die daarmee bedoelde ‘alle Joden de Middellandse Zee in’, terwijl tegelijk de veroordeling van Geert Wilders voor ‘meer of minder Marokkanen?’ stand hield bij de Hoge Raad.

Eisen aan onze moslim-landgenoten

Vijftig jaar geleden kwamen twaalfduizend Vietnamese vluchtelingen naar Nederland. Dat verliep zonder politieke spanningen. Het waren hardwerkenden katholieken en boeddhisten. Nu koersen we af op 2,8 miljoen moslims in Nederland in het jaar 2050. Tweehonderdvijftig keer zo veel als destijds de Vietnamese bootvluchtelingen en met een andere culturele achtergrond. Dat brengt eisen met zich mee aan iedereen, dus ook aan onze moslim-landgenoten. Ten minste:

  1. Neef-nicht huwelijken verbieden met dna-controle en straf op overtreding.
  2. Geen antisemitisme in het onderwijs en sluiting van scholen bij herhaalde overtreding.
  3. Geen kinderbijslag bij spijbelen.
  4. Geen bijstandsuitkering voor wie geen Nederlands wil leren.
  5. Geen politieke verstrengeling van gebed en demonstratie, dus geen demonstratief bidden op straat.
  6. Wetswijziging zodat gemeenten en woningbouwcorporaties eisen kunnen stellen aan tuinonderhoud en aan façades van woningen.
  7. Wetswijziging zodat de lokale politie onder toezicht van de burgemeester vertrouwelijk kerken en moskeeën kan checken op extremisme, antisemitisme en propaganda tegen de islam.

Verheugen op de iftar

En als we dan ook zeker weten dat Kerstmis niet wordt verbleekt tot Midwinterfeest, dat Zwarte Piet Sinterklaas blijft assisteren, en de Gouden Koets weer rijdt op Prinsjesdag, dan kunnen de 17 miljoen niet-moslims zich verheugen wanneer hun moslim-landgenoten hen uitnodigen voor een iftar.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!