Bevorder de beeldvorming rond ouderen door ze te stimuleren langer aan het werk te blijven

TinieKardol 29-11-25
‘Het leven is eigenlijk te kort voor ouderen om alle ambities waar te kunnen maken.’ Beeld: radar.avrotros.nl.

Het CBS geeft aan dat in 2024 bijna 93 duizend werknemers met pensioen zijn gegaan. De gemiddelde pensioenleeftijd was 66 jaar en 1 maand. Voor het eerst werd de leeftijdsgrens van 66 jaar overschreden. Gemiddeld genomen hebben mensen na de pensioendatum nog ruim 20 jaar te leven; mannen 19 jaar en vrouwen 21 jaar. Over ruim vier decennia hebben we daar nog een tiental jaren levensverwachting bij opgeteld.

Hoe ziet het niet-arbeidzame leven er in die pensioendecennia uit? Wat brengt gepensioneerden in beweging en waar staan ze bij stil?

Van abrupt stoppen met werken naar geleidelijke afbouw

Allereerst moet worden opgemerkt dat het met pensioen gaan voor velen geen gebeurtenis meer is waar reikhalzend naar wordt uitgekeken. Nederland heeft de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting, maar ondanks het later met pensioen gaan dan de welhaast institutionele leeftijd van 65 jaar, is menig aspirant gepensioneerde het betaald werken allesbehalve beu.

Honderdduizenden mensen werken langer door en stellen een volledig pensioen uit. Het merendeel hiervan, dat tot bijvoorbeeld de 75-jarige leeftijd doorwerkt, is zelfstandige zonder personeel. Een enorme krapte aan personeel op de arbeidsmarkt speelt hen in de kaart. Men acht zichzelf in staat om langer door te werken! Bijna de helft van de mensen die nog niet met pensioen is, wil langer doorwerken als dat zou kunnen met minder uren of minder dagen en een kwart wil doorwerken als stoppen financieel onaantrekkelijk is, of lichter werk wordt aangeboden.

Een betere voorlichting over de fiscale gevolgen van langer doorwerken en überhaupt over de mogelijkheden om dit te doen, zou meer pensionado’s mobiliseren en een gewenste verschuiving op de arbeidsmarkt teweegbrengen. Het oprichten van consultatiebureaus voor ouderen, voor toeleiding van ouderen naar de arbeidsmarkt, is hiervoor het overwegen waard.  

De pensioenplicht is meer en meer een pensioenrecht en flexibilisering heeft zich hiervan meester gemaakt. Opportunisme is de arbeidsmarkt niet vreemd, maar ook de (aspirant-)gepensioneerde niet. Een allerminst uitgeblust gevoel, het gehecht zijn aan collega’s, het moeilijk kunnen loslaten van werkzaamheden waarin expertise is opgebouwd, het gevoel nuttig bij te dragen aan de samenleving en de zekerheid van wat extra inkomen maken een uitstel van de pensioendatum aantrekkelijk.

Geestdrift en plichtsbesef

Wat als het arbeidzaam leven gedeeltelijk of volledig de rug is toegekeerd? Een aantal maanden geleden werd de Nederlandse tv-kijker verrast door een ideëel reclamefilmpje dat te denken geeft. Een, zo op het oog, jonge zestig-plusser zat rustig tv te kijken toen hij plotseling werd overvallen door een groepje mannen die – woordeloos – hem uit zijn zetel tilden en meevoerden naar een dansgelegenheid om daar te socialiseren. Blijkbaar is het in je eentje tv-kijken niet iets waar je je op kunt laten voorstaan wanneer je wat op leeftijd begint te komen. Je moet je – voor je bestwil – onder andere mensen begeven, is het motto van de reclame.

Wanneer het zitgedrag onder gepensioneerden hoogtij zou vieren en hun maatschappelijk engagement onder zware druk zou staan, had een interventie – zoals de tv-spot – het overwegen waard kunnen zijn. Maar de werkelijkheid is dat we ons land mede draaiend houden door een enorme geestdrift en plichtsbesef van mensen die geheel of gedeeltelijk met pensioen zijn. De feiten liegen er niet om: 53 procent van de 65-plussers doet aan vrijwilligerswerk, meer dan welke andere leeftijdscategorie ook, en 75-plussers komen tot een respectabele 47 procent. Een op de vijf mensen van 60-69 jaar en iets meer dan een op de zeven 70-plussers neemt mantelzorgtaken op zich (VZinfo.nl; CBS-gezondheidsenquête).

Uit onderzoek van de Belgian Ageing Studies in Nederlandse gemeenten kwam daarnaast naar voren dat de helft van alle grootouders, zo tot het vijfenzeventigste levensjaar, met enige regelmaat hun kleinkinderen opvangt (BAS, 2017). Menig oudere steekt zowel de handen uit de mouwen voor de opvang van kleinkinderen, voor het verlenen van mantelzorg én voor het verrichten van vrijwilligerswerk.

Een druk, afwisselend bestaan derhalve dat af en toe om rustpunten vraagt, zoals het zappen langs tv-zenders en waarbij men zeker niet op een interventie van Big Brother zit te wachten.

Het leven is te kort

Wie uit voorgaande cijfers mocht opmaken dat het maatschappelijk leven van pensionada’s zich enkel afspeelt dichtbij de mantelzorgbehoevende naasten, bij de opvang van kleinkinderen, of binnen het verenigingsleven, al dan niet in combinatie met een kleiner dienstverband, onderschat de enorme diversiteit van activiteiten om het leven te verrijken. Sociale bewogenheid van ouderen manifesteert zich op meerdere manieren: door collectes voor goede doelen; door het helpen bij de voedselbank; door het brengen van hulpbehoevende buurtgenoten naar een afspraak bij de huisarts of in het ziekenhuis. Maar ook door zorg voor de natuur of het schoonhouden van buurten.

De pensioenleeftijd kenmerkt zich voor menigeen ook door het oppakken van oude hobby’s, het starten met cursussen, het doen aan meditatietechnieken, het opsnuiven van cultuur, het voeren van gesprekken over levensbeschouwelijke onderwerpen, het reizen naar geliefde oorden, het verhuizen naar een comfortabele behuizing. Kortom: gezondheid-bevorderende activiteiten nemen de overhand en gepensioneerden laten zich tevens gelden als consument die geld in het laadje brengt van ondernemend Nederland. Het leven is eigenlijk te kort voor ouderen om alle ambities waar te kunnen maken.

Op 28 november aanstaande zendt Omroep MAX bij Meldpunt Actueel een serie uit over de positie van gepensioneerden in onze samenleving. De stelling wordt geponeerd dat ouderen meer moeten bijdragen om de kosten van de vergrijzing te betalen. Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 70 jaar om langer premies mee te blijven betalen is een tweede stelling.

Naast de hoge immateriële bijdragen van ouderen, die hierboven werden belicht, wordt nadrukkelijk ook gedoeld op het meebetalen van de lasten die op hogere leeftijd optreden en de kosten van de overheid de pan uit doen rijzen. Het is natuurlijk goed om te vermelden dat ouderen vele jaren van hun werkzame leven premies hebben afgedragen, waaronder op het gebied van ziektekosten, zonder dat zij daar vanwege een goede gezondheid noemenswaardige aanspraak op hebben gemaakt. Maar ons land wordt niet enkel bemenst door fitte, actieve en welgestelde ouderen. Ruim vijftien procent van de senioren heeft het al zwaar genoeg om de maandelijkse lasten te kunnen dragen. En het is juist deze groep ouderen die meer dan gemiddeld zorg consumeert en de zorgkosten opdrijft. 

Deels blijven werken met behoud van salaris

Daarnaast is de beeldvorming over ouderen, ondanks een rijk gevulde agenda, niet onverdeeld positief. Zo rond de pensioengerechtigde leeftijd wordt eerder de vraag gesteld wanneer je ermee ophoudt dan onder welke voorwaarden je langer zou willen blijven en wat je daarvoor nodig hebt. De animo voor een langer verblijf op de arbeidsmarkt zou een flinke impuls krijgen als zittend personeel dat tegen de pensioenleeftijd aanloopt de kans krijgt zich te scholen of van functie te veranderen. Een hand in hand gaan van de afbouw van de werkzaamheden, het geleidelijk overdragen van de kennis en ervaring en het experimenteren met maatschappelijke dienstverlening voor mensen voor wie een immateriële bijdrage aan de samenleving nieuw is, zou zowel de arbeidsparticipatie, de maatschappelijke participatie als positieve beeldvorming een boost geven.

Inmiddels tien jaar geleden kregen zes mensen die in een zorginstelling werkten, niet eerder ervaring hadden opgedaan met vrijwilligerswerk en tegen de pensioenleeftijd aanliepen, de kans om een dagdeel in de twee weken met behoud van salaris vrijwilligerswerk te gaan doen. Het was een succes. Na beëindiging van hun dienstverband bleven vijf van de zes medewerkers actief voor de samenleving.  

Tinie Kardol is auteur van ‘De Staatsinjectie’ en nam gisteren als debater deel aan het programma ‘Meldpunt Actueel’ van Omroep Max. Hier terug te zien.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook straks in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank! 

Donateurs kunnen ook reageren op recente artikelen, video’s en podcasts en ter publicatie in Wynia’s Week aanbieden. Stuur uw publicabele reacties aan reacties@wyniasweek.nl. Vergeet niet uw naam en woonplaats te vermelden (en, alleen voor de redactie: telefoonnummer en adres). Niet korter dan 50 woorden, niet langer dan 150 woorden. Welkom!