De deelname van het CDA aan het kabinet-Jetten bezegelt de verlinksing van de christelijke politiek
Artikel beluisteren
Verontwaardiging is op zijn plaats, maar verbazing niet: de keuze van het CDA om in een centrum-links minderheidskabinet zitting te nemen, is de vrucht van een decennialange ontwikkeling. Maar het is wel een breuk met het ideaal waartoe de christendemocratie op aarde was.
Het CDA gaat aan de slag met D66 en de VVD in een minderheidscoalitie die voor meerderheden in Tweede en Eerste Kamer vooral op de hulp van GroenLinks-PvdA zal zijn aangewezen. Je raakt eraan gewend, aan deze constellatie. Het kabinet-Jetten presenteert zich als een middenkabinet, maar is in feite een centrum-links kabinet dat te dealen zal hebben met het radicaal-linkse GL-PvdA. Dat het CDA daar middenin zit, is iets dat ons niet langer verrast maar is in het licht van de geschiedenis en de christendemocratische ideologie hoogst opmerkelijk te noemen.
Laten wij ons eens voorstellen dat de grondleggers van de christendemocratie – Abraham Kuyper (ARP), A. F. de Savornin Lohman (CHU) en Herman Schaepman (grondlegger van de rooms-katholieke politiek, zoals vorm gekregen in de RKSP en later in de KVP) – een dezer dagen uit hun graf zouden verrijzen om de staat van de christendemocratie te inspecteren.
Tegen socialisme en liberalisme
Kuyper, Lohman en Schaepman hebben vorm gegeven aan een politieke beweging die zich zowel tegen het socialisme als het liberalisme keerde. Tegen het socialisme, omdat links de staat als de oplossing van alle problemen zag. Christendemocraten zetten in op het ‘maatschappelijk middenveld’: mensen konden zelf of met elkaar heel veel boontjes zelf wel doppen. De staat was veelal onderdeel van het probleem. En bij de liberalen was de pluriformiteit van de samenleving niet in goede handen. Liberalen zagen zich als het onvermijdelijke hoogtepunt van de geschiedenis en hadden de neiging andersdenkenden als ‘achtergeblevenen’ te beschouwen, als de mug die de zalf van de samenleving stinkende maakt (naar de beroemde formulering van Jan Kappeyne van de Coppello) en daarom best een beetje onderdrukt mochten worden.
Kuyper, bijvoorbeeld, nam stelling tegen de liberalen in een volkspetitie tegen een liberale onderwijswet (1878) en richtte een jaar later zijn ARP op. In 1891 legde hij in een grote rede uit wat christelijk-sociaal was: wetgeving om arbeiders te beschermen moest er komen, maar uitkeringen en subsidies moesten ‘tot een minimum’, ‘tot de allergeringste afmetingen’ beperkt blijven. Eigen initiatief moest prevaleren, anders zouden we de ‘arbeidersstand’ slechts ontzenuwen en beroven van ‘zijn natuurlijke veerkracht’.
Dat was duidelijk, en het is lang duidelijk gebleven. Christelijke politiek was rechts zo niet conservatief (kleine staat, het belang van ondernemerschap, vaste waarden en normen) en duidelijk onderscheiden van liberalisme en socialisme. De grenzen werden ook streng bewaakt. In een herderlijk schrijven (mandement) verboden de Nederlandse bisschoppen in 1954 hun schapen om lid te worden van socialistische organisaties, op straffe van een verbod op deelname aan de sacramenten. Ook dat was duidelijk.
Maar toch begon er na de Tweede Wereldoorlog het een en ander te verschuiven – en zette een ontwikkeling waarvan de resultaten Kuyper, Lohman en Schaepman met verontwaardiging zou hebben vervuld. Protestantse theologen waren tot de overtuiging gekomen dat de oude antithese achterhaald was en werden lid van de PvdA. Het CDA (in 1980 ontstaan als fusie van ARP, CHU en KVP) wist zich te handhaven maar een nieuwe manier van denken had zich vanaf de jaren zestig ook in die gelederen breed gemaakt.
Deze verandering laat zich eigenlijk tamelijk gemakkelijk uitleggen, vooral als we de theologische onderbouwing (vroeger plachten christendemocraten het christelijk geloof te belijden) hier even weglaten. De grote ommekeer zat hem in een andere kijk op mens en wereld.
De doelstellingen van de oude christendemocratie waren bescheiden. Niet teveel veranderen, want het is al erg genoeg zoals het is. De hemel laat zich op deze aarde niet realiseren. De mens is geneigd tot het kwade, dus wet en orde eerst. Steun aan Israël, door dik en door dun. Hard werkende ondernemers zijn de bron van welvaart en werkgelegenheid. De staat verandert gemakkelijk in een roversbende, dus moeten machten gescheiden zijn en de macht van de staat door klassieke grondrechten worden beperkt. We kunnen elkaar niet bekeren en daarom moet de overheid ruimte laten aan de pluriformiteit in de samenleving en dus ook bijzonder onderwijs faciliteren.
Koninkrijk Gods op aarde
De bescheiden ambities maakten in de jaren zestig plaats voor grootse programma’s. Christenen wisten zich gered, en wisten dat iedereen dat eigenlijk was maar dat niet iedereen dat al wist. Dat moest de medemens dus worden uitgelegd zodat daarna de redding van deze wereld gezamenlijk ter hand kon worden genomen. Met het instrumentarium van de staat, wel te verstaan. Al die inspanningen zouden resulteren in het Koninkrijk Gods op aarde.
Zulke expliciete verwijzingen naar het bovennatuurlijke zullen we nu niet meer uit de mond van CDA’ers optekenen. Het geloof is geweken, de progressieve overtuiging gebleven. Het verdient opmerking dat de drie gezichtsbepalende figuren binnen het huidige CDA (partijleider Henri Bontenbal, Tweede Kamerlid Derk Boswijk, en op de achtergrond Pieter-Jan Dijkman van het wetenschappelijk instituut) uit reformatorische (zeg maar: SGP-)kring afkomstig zijn, maar zich daar in de loop van de tijd van hebben gedistantieerd en het oude calvinisme – met zijn soberheid en bescheiden doelstellingen – hebben ingeruild voor een progressievere, meer op deze aarde gerichte overtuiging.
Kortste weg naar overbodigheid
Als we de komende tijd dus gaan zien dat Bontenbal c.s. ondernemende boeren de nek omdraaien met rigide stikstofwetgeving, de lasten voor het bedrijfsleven verzwaren, de vrijheid van onderwijs door aanpalende wetgeving aantasten, in medisch-ethische kwesties de kant van het liberalisme kiezen, dan hoeft ons dat eigenlijk niet te verbazen. De nieuwe positie, een D66-achtige vermenging van socialisme en liberalisme, is de uitkomst van decennia van schuivende panelen die zijn verkocht als het ‘in rapport met de tijd brengen’ van de oorspronkelijke boodschap. En de secularisatie met een vleugje multiculturalisme deed de rest.
De panelen zijn inmiddels zo verschoven dat het CDA nauwelijks nog een eigen identiteit heeft en gemakkelijk inwisselbaar is geworden met andere partijen links van het midden. Die positie is een ontkenning van het eigen verleden en de kortste weg naar volstrekte overbodigheid.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



















