Een reeks miskleunen: Donald Trump en ook veel economen zijn bar slecht in het doen van voorspellingen
Toen Donald Trump in april vorig jaar zijn ‘wederkerige importheffingen’ aankondigde, voorspelde hij een ronkende terugkeer van industriële bedrijvigheid en industriële werkgelegenheid in de VS. Hij verwees naar de bloei van de Amerikaanse economie onder het protectionistische beleid van president William McKinley, die vanaf 1897 regeerde. Een overgrote meerderheid van economen voorspelde vooral aanzienlijke schade aan de mondiale economie en hogere inflatie in de VS. Zij trokken een vergelijking met de Smoot-Hawley importheffingen van 1930 die hebben bijgedragen aan de depressie van de mondiale economie in de jaren erna.
Tot ieders verbazing is de realiteit compleet anders. Nou ja, tot nu toe in ieder geval. Van een ronkende terugkeer van industriële bedrijvigheid die Trump voorzag, is geen sprake terwijl de werkgelegenheid in de industrie in 2025 zelfs is gedaald. Het gesomber van veel economen is eveneens onterecht gebleken, want de economische groei in de wereld heeft de verwachtingen in 2025 overtroffen, de groei van de wereldhandel is zelfs juist aangetrokken en de inflatie in de VS is momenteel lager dan bij ons.
Hoe kunnen zoveel deskundigen, inclusief de Amerikaanse president, zich zodanig hebben vergist? Economie als studiegebied heeft zijn reputatie als ‘the dismal science’ weer eens glorieus eer aangedaan.
Complexe werkelijkheid
In tegenstelling tot veel andere economen, begrijp ik de intenties van Trump wel. Industriële werkgelegenheid is hoogwaardiger dan de werkgelegenheid in veel onderdelen van de dienstensector en vormt daarmee een belangrijke pijler onder de welvaart. Dat de industriële werkgelegenheid afneemt in een economie die steeds meer draait op diensten en waarin vooral de arbeidsproductiviteit in de industrie sterk toeneemt, ligt evenwel voor de hand. Maar vooral nadat China in 2001 lid is geworden van de Wereldhandelsorganisatie heeft de VS veel industriële werkgelegenheid verloren. In 1979 werkten bijna twintig miljoen Amerikanen in de industrie. In 2001 waren dat er nog ruim zeventien miljoen. Daarvan ging binnen tien jaar tijd een derde verloren, wat ongetwijfeld ten dele werd veroorzaakt door de (oneerlijke) concurrentie uit China.
Terug naar de weinig trefzekere voorspellingen van Trump en economen. Het probleem met dat soort bespiegelingen is dat wordt gefocust op een beperkt aantal factoren. In dit geval de importheffingen van Trump. De economische werkelijkheid is echter complex en er speelt altijd een groot aantal factoren. Ook zijn economische voorspellingen vaak gebaseerd op ervaringen uit het verleden, maar zulke torenhoge importheffingen die Trump aankondigde hebben we lang niet gezien. En toen die zich zo’n honderd jaar geleden ook voordeden, zat de economie anders in elkaar.
Als Trump met zijn veel te optimistische bespiegeling wordt geconfronteerd, zal hij waarschijnlijk de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, de schuld geven. Als die de rente eerder en sterker had verlaagd, was de ontwikkeling positiever geweest, zal hij betogen. We zullen nooit weten of hij daarin gelijk heeft, maar ik betwijfel het. Het is de vraag in hoeverre renteverlagingen door de Fed de financieringslasten van bedrijven zouden hebben beperkt en het is verder de vraag of de financieringslasten een cruciale bottleneck vormen voor groei in de sector.
Ook de reactie van de miskleunende economen is vrij voorspelbaar. De instinctieve respons van een econoom wiens voorspelling niet uitkomt is: ‘wacht maar even af, ik krijg heus nog wel gelijk’. En soms klopt dat ook. Als de voorspelde ontwikkeling uiteindelijk toch uitblijft, kiest de econoom meestal een ‘tactische terugtrekking’ die er primair op is gericht om gezichtsverlies te voorkomen. Dan wordt gewezen op andere factoren die een rol hebben gespeeld en waarvan niet in redelijkheid verwacht had kunnen worden dat de bewuste econoom die scherp op het netvlies had.
Die reactie is erg jammer, want van je fouten moet je leren. In dit geval moeten we ons met name afvragen waarom de wereldeconomie ons positief heeft verrast. En vooral: hoe kan de groei van de internationale handel aantrekken terwijl de heffingen juist blokkades opwerpen?
Geen escalatie
Er wordt wel op gewezen dat de heffingen na onderhandelingen uiteindelijk minder hoog zijn uitgevallen dan Trump oorspronkelijk aankondigde. Ook van belang is dat andere landen, China uitgezonderd, geen of weinig vergeldingsmaatregelen hebben getroffen, zodat de handelsoorlog niet verder is geëscaleerd. Ten slotte worden de uitgaven aan kunstmatige intelligentie vaak aangehaald als factor die de economie een belangrijke impuls hebben gegeven. Dat laatste klopt wel, maar kan voor de meeste economen toch geen verrassing zijn geweest.
Ik zou er nog twee factoren aan toe willen voegen. Ten eerste merk ik op dat importheffingen betrekking hebben op goederen. Die maken nu een veel kleiner deel van de economie uit dan honderd jaar geleden. Het is dan logisch dat de verstorende werking van die heffingen op de totale economie nu geringer is dan toen. Dat verklaart wellicht waarom de economische schade van de importheffingen erg is meegevallen, maar het verklaart nog niet hoe de groei van de wereldhandel in 2025 kon versnellen.
Een tweede opmerking betreft daarom de complexiteit van productie- en distributieketens. Tijdens de coronapandemie hebben we de desastreuze gevolgen gezien van verstoringen in deze ketens. Die ervaring leidde tot de conclusie dat de complexiteit van productie- en distributieketens een gevaarlijke kwetsbaarheid vormen. De importheffingen van Trump zouden de wereldhandel daarom een gevoelige optater geven.
De verstoringen van de coronapandemie en die van de importheffingen zijn echter heel verschillend. Tijdens de pandemie ging het om fysieke verstoringen doordat mensen thuis moesten blijven waardoor er niet geproduceerd kon worden en de logistiek compleet van slag raakte. Bij de importheffingen gaat het echter om een schoksgewijze verandering van kosten. Ondernemers die met complexe productie- en distributieketens te maken hebben, zijn hypergevoelig voor verschuivingen van kosten. Dat is in zekere zin een kerncompetentie van hen. Ze passen zich razendsnel aan. Zo bezien is de complexiteit van productie- en distributieketens misschien geen gevaarlijke kwetsbaarheid, maar juist een bron van dynamiek.
Minder stuurbaar en minder breekbaar
Wat leren we hier nu van? Dat de verwachting van Trump niet is uitgekomen, leidt tot de conclusie dat de economie minder stuurbaar is dan hij veronderstelt. Dat de sombere voorspellingen van veel economen niet zijn uitgekomen leidt tot de conclusie dat de economie toch ook minder breekbaar is dan verondersteld.
De les die ik trek, is dat we de veerkracht van de economie, gedreven door de creativiteit en het initiatief van ondernemers die snel op prijsprikkels reageren, niet moeten onderschatten. Anders gezegd, als het beleid van Trump in 2025 niet tot een economische crisis heeft geleid, zal dat in 2026 ook wel niet gebeuren.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!

















