Eigen handel eerst: Nederland trekt zich terug achter de dijken

Premier Rutte was er net als de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Russische president Dmitry Medvedev bij toen op 8 november 2011 de eerste Nordstream-pijpleiding van Rusland naar Duitsland werd geopend. De Nederlandse staat is voor 9 procent eigenaar van deze gaspijp.

De trend in de Nederlandse politiek is onmiskenbaar: weg met afhankelijkheid van het buitenland, met name van Rusland, China, Arabische landen en misschien ook van de Verenigde Staten. We moeten weer zelf dingen maken en niet alles aan andere landen overlaten. Onze energie moet ondanks het einde van het Groningse gas zoveel mogelijk uit Nederland zelf komen, zelfs als dat kernenergie is. Klaas Dijkhoff van de VVD: ‘Ik wil niet afhankelijk zijn van Arabieren en Russen’.

Wie had dat gedacht? Nederland was aan de internationale onderhandelingstafels altijd de kampioen van de vrijhandel, zowel binnen Europa als wereldwijd. Nederlandse politici gaan prat op de ‘open economie’ en op het karakter van Nederland als handelsland.

In die rol staat Nederland al eeuwenlang tegenover een land als Frankrijk, dat een traditie van protectionisme heeft: het beschermen van het eigen bedrijfsleven met subsidies en hoge invoertarieven. De aanvankelijke Nederlandse reacties op protectionistische maatregelen van de Amerikaanse president Donald Trump waren dan ook afwijzend.

En toen werd het plotseling anders

Maar nogal plotseling, nogal onopvallend, zijn de panelen verschoven. Er is aan het Binnenhof een duidelijke trend richting autarkie (zelfvoorziening) en protectionisme. Die lijn loopt door zowel links als rechts, al verschilt de motivatie. De aanleiding is drievoudig: geopolitieke onzekerheid, klimaatbeleid en recente ervaringen met het Coronavirus. Dat virus beperkt als zodanig ook de internationale contacten en werpt een land als Nederland toch al terug op nationale, zo niet regionale maatregelen. Opgeteld trekt Nederland zich terug achter de dijken.

Die terugtrekking ‘achter de dijken’ was een hardnekkig cliché in de Haagse binnenkamers na de opkomst van achtereenvolgens Pim Fortuyn en Geert Wilders. Die ‘populisten’ wilden Nederland terugtrekken van Europa en de wereld, zo klaagden de kosmopolitische notabelen. Nu is het plotseling mainstream om protectionistisch en zelfvoorzienend te willen zijn.

De rol van Dijkhoff

VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff kwam daags na Prinsjesdag met een drievoudige slogan: ‘Eerlijke handel, een sterke overheid en minder afhankelijkheid.’ Met het eerste bedoelde hij ‘opkomen voor eigen ondernemers’.

Met het laatste zei Dijkhoff te bedoelen dat Nederland minder afhankelijk moet zijn van Amerika als beschermer. En verder: ‘Minder afhankelijk van China en India, die nu nog bijna alle medicijnen en beschermingsmiddelen voor ons maken. ‘Maak cruciale dingen in Europa’. En: ‘We moeten zelf investeren in de technologie die onze toekomst bepaalt’. ‘Ik wil ook dat we minder afhankelijk zijn van het Midden-Oosten en Rusland, waar we nu onze energie kopen. Ik wil dat we meer onze eigen energie maken. Dat moet natuurlijk duurzaam zijn: wind, zon, groene waterstof en zeker ook kernenergie. (…) Ik heb dat liever dan bakken met geld blijven sturen naar Arabische landen en Rusland. ‘Minder afhankelijkheid, zodat we later samen kunnen beslissen over de plek van Nederland in Europa en in de wereld, en niet Amerika, China, Rusland of het Midden-Oosten ons aan een touwtje hebben.

Het is taal die – ondanks de eurofiele ondertoon – niet per se op applaus kan rekenen in de diplomatie of de Haagse lobbycircuits en zeker voor een VVD’er ongebruikelijk is. Ook de in Den Haag zo invloedrijke multinationals zullen met zorg naar Dijkhoff hebben geluisterd. De Nederlandse staat laat zich sinds jaar en dag graag gebruiken als roeptoeter van de belangen van bedrijven als Shell in (verre) buitenlanden. Dat is met de toon van Dijkhoff veel minder vanzelfsprekend.

En Pieter Heerma…

Dijkhoff stond tijdens de Algemene Beschouwingen bovendien allerminst alleen in de trend richting zelfvoorzienendheid en protectionisme. De inleiding van Pieter Heerma van het CDA sloot het nauw aan op zijn ‘verlangen naar een ander Nederland: iets minder gejaagd en wat meer saamhorig’. Hij signaleerde ‘te ver doorgevoerde individualisering en te ver doorgevoerd marktdenken’. ‘En, zo bleek de afgelopen maanden, een veel te grote afhankelijkheid van landen als China voor tal van cruciale producten.’

Heerma verzet zich net als andere Haagse politici tegen het ‘just in time’-model met internationale productieketens. Heerma: ‘Bedrijven als VDL en DSM hebben in de afgelopen tijd goede voorbeelden laten zien van hoe je cruciale productie naar Nederland kunt terughalen. (…) Het is ook goed voor onze economie en onze werkgelegenheid. Het is een trend die de overheid wat mij betreft ook post-Corona zal moeten blijven stimuleren: een actieve industriepolitiek die er voor zorgt dat wij in 2040 een levendiger maakindustrie hebben dan nu.’

Ook Heerma wil de medicijnenproductie terughalen uit China en India, waarbij in Europees verband samengewerkt kan worden. En Rusland? ‘Een belangrijk land om niet afhankelijk van te zijn’. Heerma steunde ook om die reden het kernenergieplan van Dijkhoff.

En Segers, en Rutte…

Samen met Gert-Jan Segers van de ChristenUnie diende Heerma een motie in om een brede analyse te maken wat Nederland als land ‘echt’ nodig heeft, qua veiligheid, voedsel en medicijnen en daarvoor een nieuw planbureau in het leven te roepen. Die motie werd bijna Kamerbreed ondersteund: alleen niet door de PVV, nota bene de partij die door het Haagse establishment er altijd van werd beticht teveel achter de dijken te denken en te kijken.

En premier Rutte? Die steunde volop het verhaal van zijn partijgenoot Dijkhoff, inclusief ‘de vraag hoe je minder afhankelijk wordt van het buitenland voor je spullen en je energievoorziening.’

Duurzaam en uit Nederland!

Het mede door het Coronavirus aangejaagde, Trumpiaans aandoende protectionisme is voor Nederland toch behoorlijk nieuw. Maar de autarkische trend was al langer zichtbaar bij het klimaatbeleid en de betrekkingen met Rusland.

In 2011 was premier Mark Rutte samen met onder andere de Duitse bondskanselier Angela Merkel nog aanwezig bij de feestelijke start van Nordstream I, de gaspijplijn van Rusland door de Oostzee naar Duitsland, waar de Nederlandse staat via de Gasunie voor 9 procent aandeelhouder van is. In 2013 had Nederland nog een ‘vriendschapsjaar’ met Rusland. Maar in 2014 werd alles anders, met de ramp met de MH17 als katalysator.

Zo kon het gebeuren dat in 2017 in Den Haag een regeerakkoord werd gesloten, waarin het nu zeer ambitieuze Nederlandse klimaat- en energiebeleid deels gebaseerd werd op het afscheid nemen van de gaswinning in Groningen (vanwege aardbevingen) èn de afkeer om ter aanvulling gebruik te maken van (onder meer) Russisch gas. Zo’n besluit viel nergens anders in Europa: ophouden met de eigen gaswinning, het afwijzen van de import uit Rusland en het – daarom? – met voorrang doorvoeren van het gasverbod voor woningen en gebouwen.

Maar wel Russisch gas vervoeren…

Het Haagse beleid was enerzijds volledig geobsedeerd door het afwijzen van de Russische gasimport (‘afhankelijkheid’), maar had anderzijds – mede daardoor? – geen oog voor het overal ter wereld beschikbaar zijn van alternatieve gasvoorraden. Ondertussen nam de feitelijke Russische gasimport overigens snel toe en wel via Nordstream I en het Noord-Duitse gasnet, dat volledig (!) eigendom is van de Nederlandse staat. Hoe die inconsistenties in het beleid te rijmen zijn is een van de raadsels van de Haagse achterkamers.

Hoe dan ook zorgt het klimaatbeleid al enkele jaren voor een ongekende autarkische trend in het Haagse discours. Energie moet uit Nederland zelf komen, zo luidt het dogma, en in ieder geval niet uit Rusland. ‘Duurzame’ bronnen als zon- en wind worden volgens die lijn als ‘eigen’ energie gezien en heeft dus verre de voorkeur. Er was nooit een substantiële afkeer van olie- en gasimporten uit het Midden-Oosten, maar die volgde op enige afstand na de politieke afkeer van Russisch gas. Corona leverde de afkeer van afhankelijkheid van China, een dictatuur die tot voor kort een stuk minder kritisch werd bejegend dan Rusland en zelfs op enige heimelijke bewondering kon rekenen.

Een optelsom

Nu komt dus alles samen. Rusland is fout, daarom is gasimport fout, mede daarom is als duurzaam betitelde ‘eigen’ energie goed en Arabische olie en gas (ook) fout. China is mede onder invloed van de Corona-ervaringen ook niet meer pluis.

En de regeringscoalitie, de VVD voorop, is drager van de nieuwe doctrine. Mark Harbers van de VVD kwam met een plan voor een reeks kerncentrales in Nederland en wil dat onder meer omdat hij ‘een unheimisch gevoel’ heeft als er gas uit Rusland moet komen. In korte tijd is de blik achter de dijken niet meer het handelsmerk van de Haagse outsiders, maar van de Haagse insiders geworden.

Consistent is zo’n in veel opzichten emotionele draai natuurlijk niet. Neem nou de landbouw. Tot voor kort was het bon ton om prat te gaan op het feit dat Nederland de tweede exporteur van landbouwproducten in de wereld is. In luttele maanden is die sjeu er af, de duurzaamheid en de natuur gaan voor, D66 wil de veeteelt zelfs halveren.  Bij de landbouw was Nederland dus per saldo al quasi-zelfvoorzienend, maar daar hoeft het dus juist niet meer. Eten moeten we in de toekomst juist uit het buitenland halen. Tot ook daar de wind weer gaat draaien, want stabiel is het Haagse denken zelden. 

Twee dingetjes nog…

Voor kernenergie heb je doorgaans uranium nodig. Dat komt alvast niet uit Nederland. Wel uit Rusland, desgewenst. En in Brussel zijn ze niet voor het aanleggen van nieuwe gaspijpen met Rusland, zoals de Nordstream I die deels van de Nederlandse staat is. Ze zijn daar nog minder voor Nordstream II, waar Shell aan meedoet. Maar de Europese Commissie geeft wel miljardensubsidies uit voor andere gaspijpen, uit het Midden-Oosten naar Europa. Daar betaalt Nederland, het land dat van het gas af wil, volledig aan mee.