Er is weinig mis met de neoklassieke economische theorie

VERBON070123-neoklassiekelib
Jason Hickel en Friedrich Hayek (Bron: Wikipedia)

Het bekt kennelijk wel goed om te zeggen dat studenten van de zogenaamde neoklassieke economische theorie niet veel wijzer worden. De neoklassieke theorie legt de nadruk op het vrije-marktmechanisme en gaat ervan uit dat mensen rationeel beslissingen nemen.

Deze benadering is dominant in de economische theorie. Dat blijkt ook uit het onderwijsprogramma op veel economische faculteiten in de (westerse) wereld. Neoklassieke theorie voert daar de boventoon.

Critici van de neoklassieke theorie

Deze dominantie heeft tot onvrede geleid bij veel hervormingsgezinde mensen. Mensen als Kate Raworth. In de zomer van 2015 zag ik in een boekwinkel haar boek Doughnut Economics op een grote stapel liggen. Dat moest dus wel een bijzonder boek zijn. Het voorblad van dit boek meldde dat hier de nieuwe John Maynard Keynes aan het werk was. Er was dus geen enkele reden dit boek niet te kopen. Ze reisde toen al de hele wereld af om haar boodschap voor volle zalen uit te dragen.

Een andere criticaster van marktwerking onder het kapitalisme is Jason Hickel. Volgens hem is kapitalisme met zijn vrije marktwerking het gevolg van plundering door de elite tegen het einde van de middeleeuwen. In Engeland bezaten de armen kleine stukjes land, totdat de elite hen met geweld van hun land verjoeg. Het kapitalisme dat daarna zijn werk kon doen, was vervolgens zeer onvoordelig voor de landloze armen.     

In Nederland hebben we Merijn Oudenampsen en Bram Mellink gehad. Zij probeerden aan te tonen dat in Nederland het beleid na WOII bepaald is door neoliberalen. Neoliberalen willen de invloed van de overheid zo klein mogelijk houden en de vrije markt zijn werk laten doen. De poging van Oudenampsen en Mellink mislukte jammerlijk, omdat zij een groot deel van het naoorlogse begrotingsbeleid niet begrepen.

Joris Tieleman: de neoklassieke theorie faalt

Verder hebben we Joris Tieleman die zich al jaren afzet tegen de neoklassieke economie. Die neoklassieke economie, aldus Tieleman, zegt dat de economie in evenwicht is of ernaar toe gaat. Maar kijk: in de echte wereld brak de kredietcrisis uit. Grote banken vielen om, of moesten door de overheid van de ondergang gered worden. Dergelijke crises worden door de neoklassieke economie gemist omdat er door economische theoretici slechts gebruik wordt gemaakt van ‘het rationele wiskundige model en een perfect werkende markt’. Die laatste quote is alweer van zeven jaar geleden.  

Deze boodschap van de falende economische theorie weet hij bij kranten en onderzoeksites als FTM goed te slijten. Het zij hem gegund. Ik heb als oude (71) econoom geen enkele behoefte hem dwars te zitten, als ik dat al zou kunnen. Bovendien is hij in de afgelopen jaren wel wat genuanceerder geworden, getuige deze quote uit het recente FTM-stuk:

‘Marktwerking heeft zich bewezen als een nuttig mechanisme om bepaalde economische processen efficiënt te organiseren. Maar marktwerking levert niet altijd efficiëntie op, en efficiëntie is niet in alle delen van onze economie het belangrijkste.’

Dit zou ikzelf geschreven kunnen hebben. Sterker, ik heb zelf ook zoiets geschreven. In een eerdere bespreking van de ideeën van Tieleman schreef ik:

‘Je zult eerst moeten weten hoe de markt zou moeten werken in het ideale geval van Adam Smith voordat je iets kunt zeggen over wat er allemaal fout kan gaan in de markt. Als je weet hoe de markt werkt, dan weet je ook of en hoe die afwijkt van het ideale geval. Dan weet je ook wanneer je de markt juist niet moet inschakelen, en wanneer wel.’

Is theorie nodig om de economische groei uit te rekenen?

Dat komt ongeveer overeen met wat Tieleman bij FTM schreef. Helaas blijft hij de verkeerde conclusies trekken uit een juiste bewering. Ik pak er één uit. Hij denkt dat economiestudenten die niet kunnen rekenen worden ‘weg geselecteerd’. Immers: op de universiteit word je geleerd met economische formules en modellen om te gaan. Als je dat kunt, kun je de economische groei uitrekenen. “De vraag of groei eigenlijk wel haalbaar en wenselijk is op een planeet waar de grondstoffen eindig zijn en de vervuiling toeneemt, maakt geen deel uit van de som.”

Net de groei uitgerekend

Ik begrijp deze redenering niet. Economische groei kun je op veel manieren uitrekenen. Dat is echter geen economische theorie, dat is, ja dat is rekenen. Wat de economische theorie zou kunnen doen is: eerst verklaren waar economische groei door bepaald wordt. Daarna zou de theoreticus, als hij of zij zou willen, kunnen vaststellen hoe de meeste groei bereikt kan worden. Maar de minste groei kan natuurlijk ook, of de groei die het minste gebruik maakt van eindige grondstoffen. 

Dat zou de theoreticus dus allemaal kunnen doen als hij zou weten hoe economische groei werkt. Hier is echter een probleem: hij/zij weet dat niet. De economische theorie heeft niet op een overtuigende manier weten te verklaren waarom een economie groeit.

Zoals ik hier uitleg, verklaart de theorie niet waarom er groei is, maar waarom groei ophoudt. Als dat alles is wat de theorie te zeggen heeft, kun je haar er ook niet van beschuldigen dat zij oneindige groei propageert. Dat kan zij namelijk helemaal niet, althans uit de theorie zou het niet af te leiden zijn hoe oneindige groet tot stand gebracht moet worden.

Kate Raworth: stop de groei

Tieleman wil modellen waarbij niet oneindige groei voorop staat. Hij noemt de econoom Kate Raworth – die we boven al tegenkwamen – als iemand die zo’n model zou hebben ontwikkeld. Haar boodschap is dat we moeten stoppen met te streven naar eindeloze economische groei, zoals de (neoklassieke) economische theorie voorschrijft. Met voortdurende groei gaat onze planeet eraan. Het blinde geloof in de vrije markt zorgt er bovendien voor dat extreme armoede kan blijven bestaan, terwijl de rijken snel rijker worden.

Raworth bleek een hype te hebben veroorzaakt. Kranten, televisie en sociale media hielden niet op haar enthousiast op een voetstuk te plaatsen. Dat deed ook mijn eigen krant die haar eveneens de nieuwe Keynes noemde. Ik geef echter toch maar de voorkeur aan de oude Keynes. De nieuwe Keynes heeft het namelijk mis. De neoklassieke theorie bestudeert inderdaad het handelen van mensen in een marksituatie. De theorie gaat ervan uit dat mensen hun eigen doel zo doelmatig proberen te bereiken.

Dat leidt echter niet noodzakelijk tot maximale economische groei, zoals Rahworth aanneemt. Men kan namelijk ook gelukkig worden van zo veel mogelijk vrije tijd in plaats van zoveel mogelijk consumptiegoederen. Wil men desondanks toch maximale consumptie? Ook goed, daar heeft de theorie geen moreel oordeel over.

Kate Raworth beweert in Doughnut Economics echter dat de economische theorie ervan uitgaat dat mensen altijd meer willen consumeren. De theorie zou daaruit concluderen dat mensen een hoger welzijn ervaren bij maximale economische groei.

Maakt groei gelukkig?

Die laatste conclusie kun je als econoom echter ook al niet trekken. De eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog is er vrijwel continu sprake geweest van een toenemend nationaal inkomen. Of daardoor het welzijn hoger of lager is geworden, weet de economische theorie niet.

Je kunt het welzijn van vlak na WOII – toen er schaarste aan alles was – niet vergelijken met het welzijn van nu. Zijn we gelukkiger nu we de beschikking hebben over laptops, iphones, meerdere telvisietoestellen, een abonnement op Netflix en Disney en twee auto’s voor de deur?

Volgens de economische theorie is het niet mogelijk uitspraken te doen over de hoogte van ons geluk in vergelijking met de tijd dat we al die consumptiegoederen niet hadden. Als er economen zijn die denken dat we gelukkiger worden door hoge economische groei, dan weten zij meer dan de theorie kan waarmaken.

Kortom, Raworth’s oordeel over de neoklassieke theorie is gebaseerd op een foute interpretatie van die theorie. De theorie weet niet wat economische groei veroorzaakt. Bijna per definitie weet de theorie ook niet hoe je het welzijn in een rijkere economie kunt vergelijken met het welzijn in een armere economie.

Friedrich Hayek was een neoliberaal avant la lettre    

Tieleman heeft, naast Kate Raworth, nog andere economische helden. Neem deze drie wereldberoemde economen Friedrich Hayek, John Maynard Keynes en Karl Marx. Zij keken ieder met een fundamenteel andere blik naar de economie. Hayek en Keynes zijn ook voor mij helden. Marx kan ik minder waarderen. Uit zijn naam zijn er te veel onschuldige slachtoffers gevallen door mensen die dachten dat (of deden alsof) ze de heilmaatschappij aan het invoeren waren.

Het is tamelijk curieus dat Friedrich Hayek (1899 —1992) een held voor Tieleman is. Hayek was een notoire verdediger van een extreme variant van het vrije marktdenken. Hij had een afkeer van (te veel) overheidsingrijpen in de economie. Dat ingrijpen werd al gauw te veel voor Hayek. Vrije markt kon bestaan zonder politiek, maar overheidsingrijpen kon per definitie niet zonder politiek.

Volgens Hayek dreigde voortdurend het gevaar dat die politiek zou leiden tot het ondergraven van de democratie en individuele vrijheden. Zo was het immers gegaan in Nazi-Duitsland en in de Sovjet-Unie. Hayek zag dan ook de eerste voorstellen voor het invoeren van een stelsel van sociale bescherming in het Verenigd Koninkrijk aan het eind van WO II als de eerste stap op weg naar slavernij.

Hayek vond de overheid alleen maar nuttig om een aantal basisrechten, zoals veiligheid en bescherming van eigendom, in stand te houden. Het corrigeren van ongelijkheid, ingrijpen in winsten, staatsbedrijven, dat was allemaal taboe voor Hayek.

Wiskunde in de theorie is alleen maar een hulpmiddel

Waarom is Hayek dan een held voor Tieleman? Mijn gok is dat dat komt omdat Hayek geen wiskundige formules gebruikte. Tieleman heeft namelijk een hekel aan wiskunde. Hij denkt dat economen wiskunde gebruiken om zich niet met de ‘echte’ wereld te hoeven bekommeren. Alweer een misverstand!

Je kunt neoklassieke economische theorie opschrijven zonder wiskunde te gebruiken. Kijk naar het boek Capital van Thomas Piketty, 600 bladzijden, vrijwel zonder formules, maar zo neoklassiek als het maar zijn kan. Of kijk naar Thomas Malthus (1766-1834) die aan het eind van de 18e eeuw een boek publiceerde van ruim 130 bladzijden.

Zijn stelling was dat landarbeiders onder een permanente staat van armoede en hongersnood moesten leven. Zijn argument is met een beetje wiskunde in één A4-tje te demonstreren. Wiskunde maakt het leven van een econoom dus alleen maar makkelijker. Maar niet voor Tieleman kennelijk.

Onderwijs de neoklassieke theorie op de universiteit

Ik kan dus niet veel anders op de beweringen van Tieleman reageren dan ik drie jaar geleden al deed. Laat mij het samenvatten. De (neoklassieke) economie is niets meer dan een stelsel van logische redeneringen, die kan worden toegepast op een groot aantal economische vraagstukken.

Als je de intuïtie achter de bereikte resultaten begrijpt, dan weet je ook wanneer ze niet gelden. Dat is vaak genoeg het geval kan ik ter geruststelling van Tieleman meedelen. We kunnen crises begrijpen als we weten welk deel van de theorie niet opging. Dan zijn we bij Keynes, zoals ik hier uitleg. Een goede econoom weet wanneer een theorie wel, en wanneer een theorie niet opgaat.

Andere benaderingen dan de neoklassieke zijn daarmee niet verboden. Een alternatieve stroming, die al heel lang invloed heeft in de academische wereld, is de gedragseconomie. Die maakt echter ook gebruik van de neoklassieke theorie en gaat dan (empirisch) na waar het individueel of collectief gedrag afwijkt van de neoklassieke aannames. Het werk van Elinor Ostrom – door Tieleman genoemd – is daarvan een voorbeeld. Dan blijken de neoklassieke aannames vaak niet op te gaan. Prima!

Maar om dat te kunnen concluderen, moet je natuurlijk eerst de neoklassieke theorie leren begrijpen. Daar hebben we economische faculteiten voor, waar studenten kunnen leren deze theorie onder de knie te krijgen.

We vallen u er niet graag mee lastig, maar het is natuurlijk wel waar: de donateurs vormen het fundament van Wynia’s Week. U maakt het als donateur mogelijk dat ons online magazine 104 keer per jaar verschijnt – ook nu weer, in 2023. Doneren kan op verschillende manieren, kijk HIER. Alvast hartelijk dank!