Friedrich Merz: kanselier in het nauw met maar één uitweg

Friedrich Merz is niet te benijden. Als kanselier van het sterkste Europese land heeft hij veel macht en grote verantwoordelijkheden, maar tegelijkertijd een zeer beperkte speelruimte. Aan alle kanten zit hij klem. De parlementaire steun is beperkt en de coalitie van christendemocraten en sociaaldemocraten is onderling verdeeld. De Duitse economie staat er niet al te goed voor, de Bundeswehr is nog lang niet op sterkte en met zijn bondgenoten in Europa gaat het ook al niet zo goed. Zolang migratie en asiel niet goed geregeld zijn, zal het rechts-populisme – en in Duitsland de AfD – een factor van betekenis blijven.
Anders dan bij voorgangers zoals Angela Merkel en Helmut Kohl is Merz’ parlementaire basis zwak. Zowel in numeriek als in politiek opzicht. Merz’ Große Koalition is de kleinste ooit. De allereerste grote coalitie uit 1966-1969 had 86,9 procent van de stemmen, Merz moet het doen met een schamele 45 procent. Daarmee heeft de regering een krappe meerderheid in zetels, maar dat betekent dat de vleugels van de partijen – en met name de linkervleugel van de SPD – relatief veel invloed hebben. Ze zijn immers onmisbaar om wetsvoorstellen er door te krijgen.
Vanwege het taboe op samenwerking met de AfD kan van grondwetswijzigingen al helemaal geen sprake zijn. In theorie zou dat kunnen met steun van de Grünen en Die Linke. Maar dan moet er wel héél veel water in de politieke wijn worden gedaan.
In de prullenmand
De SPD stelt haar politieke ondergang behendig uit door haar onmisbaarheid te gelde te maken in de coalitie. Merz heeft al menige verkiezingsbelofte in de prullenmand moeten gooien. Zo gaan de belastingen en het begrotingstekort niet omlaag maar omhoog. Op aandringen van de SPD komt er – ondanks alle beloftes – toch een Reichensteuer. Ook blijft het kostbare Bürgergeld grotendeels overeind. Dat is een soort basisinkomen: wie een paar kinderen heeft en het slim aanpakt is met Bürgergeld beter af dan een werkende met minimumloon. Dat is niet handig in een land dat schreeuwt om arbeidskrachten.
Ook zit Merz opgescheept met een ingewikkeld en kostbaar pensioenstelsel. Duitsland kent geen AOW voor iedereen, maar wél allerlei specifieke uitkeringen. Ook van rechts dreigt hier gevaar want de Beierse CSU wil een Mutterrente. Dat is een soort AOW voor vrouwen die nooit gewerkt hebben en dus geen premie hebben betaald. Kortom: goede raad is peperduur.
Ook economisch zit het tij niet mee. Door de radicale Energiewende naar duurzame bronnen en het uitschakelen van de laatste kerncentrales zijn de Duitse energieprijzen de hoogste van Europa. Zo moeten in tijden van Dunkelflaute kolencentrales worden bijgezet. Daardoor is de CO2-uitstoot in Duitsland aanzienlijk hoger dan bijvoorbeeld in Frankrijk. Ironisch genoeg moet Duitsland geregeld stroom uit Frankrijk importeren die voor een belangrijk deel door kernenergie wordt opgewekt. Een absurde situatie voor een land tot voor kort zelf prima kerncentrales bouwde.
De prijs die de Duitsers betalen voor deze hang naar morele zuiverheid is hoog. De Duitse industrie is in hoge mate energie-intensief. Speerpunten zoals de auto-industrie, de chemie en de metaalindustrie zijn de economische trekpaarden van de Duitse economie, maar zijn inmiddels volstrekt wanhopig over de energieprijzen. De combinatie van hoge energieprijzen met de Amerikaanse heffingen kan fataal zijn.
Daar komt nog bij dat de Green Deal uit Brussel een einde wil maken aan de productie van auto’s met verbrandingsmotoren. Dat dit beleid de doodsklap is voor de Europese auto-industrie die juist heel goed is in het produceren van handige, kleine autootjes lijkt Brussel niet te deren. Juist voor het deel van Europese burgers zonder oprijlaan voor een laadpaal en met een krap budget zijn deze autootjes de life line en de enige betaalbare vorm van mobiliteit. De subsidies worden glimlachend opgestreken door de welgestelden die zich wél een elektrisch slagschip van Porsche of Mercedes kunnen veroorloven.
Het lijkt wel of Brussel willens en wetens van plan is om de Duitse, Franse en Italiaanse auto-industrie om zeep te helpen en daarbij een groot deel van de Europeanen tot sociaal isolement te veroordelen.
Geringe sneuvelbereidheid
Merz heeft toegezegd dat Duitsland een actieve rol wil spelen in een mogelijke vredesmacht in de Oekraïne. Dat is mooi en dapper, maar de vraag is waar hij de wapens en de soldaten vandaan wil halen. Heel Europa belegt zijn spaarcentjes in het Duitse Rheinmetall, maar het leger van 2029 heeft meer behoefte aan intelligente drones dan aan zwaarlijvige Duitse Panzer. Het was dan ook niet heel snugger van Merz om ruzie te maken met Israël, een van de grootste producenten van slimme wapens.
En de soldaten? Uit enquêtes blijkt dat wel heel weinig Duitse jongeren bereid zijn om voor het vaderland te sneuvelen. Al was het maar omdat ruim 40 procent van de jongeren een Migrationshintergrund heeft en in veel gevallen ook loyaliteit voelt voor een ander land. Ook het culturele klimaat werkt niet mee. Juist Duitsers hebben de afgelopen tachtig jaar geleerd nationalistische gevoelens te onderdrukken, een totaal andere cultuur dan bijvoorbeeld de Poolse.
De herinvoering van de dienstplicht is dan ook een heet hangijzer. Afgelopen woensdag kwam de regering bijeen om dit heikele punt uit te praten. Lang verhaal kort: de SPD is tegen de herinvoering van een algemene dienstplicht, de christendemocraten voor. Ook omstreden is de rol van meisjes en vrouwen in deze Wehrdienst. Tegen de zin van de christendemocraten blijft dienst nemen vrijwillig. Jongens moeten en meisjes mogen een enquête invullen of ze eventueel een dienstjaar willen vervullen. Veel omslachtiger kan het bijna niet.
Bondgenoten heeft Merz genoeg, maar slechts een enkel land kan een echte vuist maken. Polen is tot de tanden bewapend, maar intern is het land diep verdeeld. Frankrijk staat weer eens voor een regeringscrisis en de regering-Bayrou staat op omvallen. Maar door de sterke positie van Marine Le Pen, de warhoofdigheid van links-populisten en de fragmentatie van het politieke midden staat Macron er niet heel sterk voor. De Brexit heeft niks opgeleverd en de positie van Keir Starmer is zwak. De opmars van Nigel Farage lijkt niet te stuiten, dit ten koste van de Conservatieven én van Labour. Kleinere landen, zoals Nederland, zijn ten prooi gevallen aan politieke versplintering. De enige uitzondering is Italië, waar de rechts-populist Giorgia Meloni – tot ieders verassing – een stabiele regering leidt. Ook heeft zij inmiddels een zekere reputatie als Trump-fluisteraar opgebouwd.
Met andere woorden: van een sterk en eensgezind Europees samenspel, laat staan een sterke Frans-Duitse as, is vooralsnog geen sprake. Nog steeds moet de Amerikaanse Big Brother – of in de woorden van Mark Rutte ‘daddy’ – voor ons de kastanjes uit het vuur halen.
Gezien de bevolkingsomvang (450 miljoen) en een groot aandeel in de wereldeconomie (16,5 procent) zou de EU krachtig moeten kunnen optreden. Poetins Rusland komt niet verder dan 146 miljoen zielen en een schamele 2 procent van de wereldeconomie. Daarmee hebben de Russen een nipte voorsprong op de Benelux. Kortom: een reus op lemen voeten die afhankelijk is van de verkoop van fossiele energie en daarmee op termijn ten dode is opgeschreven.
Maar zolang het populistische spook door Europa waart, zullen de verschillende regeringen weinig slagvaardig kunnen optreden. Populisten hoeven niet eens in de regering te zitten om toch grote invloed te kunnen uitoefenen. Zo wordt in Nederland in aanloop naar de verkiezingen van 29 oktober al gespeculeerd over een kabinet met vijf partijen met als enig doel om de PVV uit de regering te houden. Overigens zouden al die one-issue- en getuigenispartijen zich ook eens kunnen afvragen wat hun niche bijdraagt aan de stabiliteit van het land. Maar dit terzijde.
Enige uitweg
De populariteit van de AfD is voor Merz uiteindelijk de grootste belemmering van zijn speelruimte. Zolang de AfD zó groot is als nu (of nog groter) én de Brandmauer overeind blijft, zijn Merz en zijn partij veroordeeld tot coalities over links. Het ontbreken van een alternatieve coalitiepartij op rechts maakt de christendemocraten zwak. En zwakke regeringen kunnen geen knopen doorhakken en zullen zeker geen impopulaire maatregelen durven nemen.
De enige uitweg uit deze impasse, zowel in Duitsland als in andere Europese landen, is met voorrang een Europees migratie- en asielbeleid op poten te zetten. Al het andere kan wachten. Alleen door een einde te maken aan het volstrekt chaotische en ineffectieve migratiebeleid kan de opmars van populistisch rechts een halt worden toegeroepen. Alleen zo kan het politieke midden weer zijn positie heroveren. Dat is de enige weg: uit enquêtes blijkt telkens weer dat niet het klimaat, maar de migratie de meest urgente zorg is van de Europese bevolking. Of vrij naar Bill Clinton: ‘Its the migration, stupid.’
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!