Gooi- en smijtwerk, de laatste etappe van Rutte III.

Het kabinet Rutte III is begonnen aan zijn laatste jaar vóór de verkiezingen. Dat gaat onder barre omstandigheden met corona en economisch noodweer. Op zich is een grote externe bedreiging een impuls voor interne eenwording, dat gebeurt nu ook.  Maar naar 17 maart volgend jaar is (te) lang om de eenheid te bewaren en er zit nog meer onweer in de lucht. Het wordt als de laatste kilometers van een wielerwedstrijd, waarbij de concurrenten vooral elkaar beloeren, op weg naar een chaotische finish. Hans Hillen overziet het slagveld.

Natuurlijk zijn er de hele grote vraagstukken. Het zijn er drie: corona, de recessie en het klimaat. Over de hele grote vraagstukken valt een kabinet niet zo gauw, al was het maar omdat straks ook weer een meerderheid moet worden gevonden. Bovendien kan een groot thema, zoals corona, zelfs eenheid bevorderend zijn. Ze zijn wel heel belangrijk voor de beeldvorming.

Breekbare glorie

Mark Rutte heeft nu de wind in de rug. Na afloop komt de kritiek en verbleekt de glorie. Daarom, veel gevaarlijker voor de laatste meters van een kabinet zijn de incidenten, de kleinere dossiers. Mits op het juiste tijdstip en met politieke handigheid uitgespeeld, kan vooral voor de VVD de verleiding wel eens erg groot worden. De laatste weken heeft de Amsterdamse effectenbeurs weer eens laten zien hoe belangrijk het is om op het juiste moment je winst te nemen. Momenteel zijn er in Nederland heel veel beteuterde beleggers en slechts een enkele winnaar.

Zoals ook elders gebeurt, kiezen de Nederlanders voor een gemeenschappelijk gevoel als collectief antwoord op de pandemie van het corona virus. De straten zijn betrekkelijk leeg, veel winkels zijn gesloten en de jeugd zit thuis. De politie heeft de opdracht om de openbare ruimte streng te controleren, maar dat lijkt eigenlijk amper nodig, zo goed houden de mensen zich aan de richtlijnen uit Den Haag.

Hier en daar verstoort een handjevol jongelui de rust en dat contrasteert zo met het wij-gevoel dat het groot in de krant komt. Alsof er echt iets aan de hand is. We hebben voorlopig besloten dat we de gelederen gesloten willen houden, maar dan moet ook iedereen mee doen. Voorlopig besloten, want langzamerhand komt er sleet in de ongekende eenstemmigheid.

Koersen op virologische expertise en medische capaciteit

Vooral het bedrijfsleven heeft dringend behoefte aan lucht, nu de coronacrisis ook de opmaat betekende voor een reusachtige internationale economische crisis. De medische conditie is één, maar honderdduizenden werklozen, vele duizenden faillissementen en gekorte pensioenen is niet direct de horizon waar Nederland naar toe wil.

Tot nu toe heeft het kabinet helemaal gekoerst op de inzichten van virologische expertise en de medische zorgcapaciteit. Naar de Nederlandse economie werd gezwaaid met een grote zak geld. Maar de facilitering van de economie komt niet zo gemakkelijk op gang. De twee grote items, corona en economie, gaan nu om politieke en maatschappelijke voorrang strijden.

En dan ook nog: het klimaat

Intussen is het politieke speelveld al langer rommelig, verdeeld en polariserend. Nog lang niet gaan liggen is de economische tegenwind die is ontstaan door wetgeving en maatschappelijk debat over klimaat, milieu en natuur. Bouwers en boeren trekken nog steeds, vooral naar Den Haag, grimmige gezichten als het over stikstof, koolzuur en zuurstof gaat. Het is spul dat we de hele dag in- en uitademen, maar het wordt in zijn verschillende samenstellingen tegenwoordig als rampzalig gepresenteerd voor natuur en klimaat.

De milieubeweging heeft uiterst doordacht en politiek sluw zijn tijd afgewacht en intussen veel invloed kunnen krijgen op vooral Europese wet- en regelgeving. De sluwheid zat daarin dat het vaak om strenge beperkingen op termijn ging. Bij invoering dacht iedereen ‘zo’n vaart gaat dat niet lopen, we zien het straks wel’, maar de klok tikte en toen het uur daar was, bleek er weinig gebeurd en was de wet onbarmhartig.

Verdwenen, het begrotingsoverschot

Tel eens op: Corona kost klauwen met geld, de op handen zijnde recessie nog meer, Europa wil rekeningen sturen en dan zijn er dus nog de bouwers en de boeren. Van alle mooie budgettaire posities, reserves en schuldcijfers is eind dit jaar niets over.

Het kabinet heeft straks hard gewerkt, maar de economie ligt op zijn gat en de kas is leeg. Daar komt nog bij dat de economische malaise de grootste pensioenfondsen zo in de problemen hebben gebracht en nog gaan brengen, dat de dreiging van kortingen op pensioenen de volgende donkere wolk is die aan komt drijven. Tjonge, wat ziet het er somber uit.

Samen uit – in goede tijden

Is de politiek voorbereid? Haalt het kabinet die datum nog wel? Samen uit, samen thuis is doorgaans de beste methode om schade te voorkomen, maar het woordje ‘samen’ had bij dit kabinet toch al een relatieve betekenis. Als vier gematigde partijen zeven maanden nodig hebben van onderhandelingen om samen te regeren, dan zit er iets niet goed.

Zo moeilijk leek het leven niet, drie jaar geleden. Als je in normale tijden elkaar al amper kunt vinden, hoe moet het dan als het moeilijk wordt? Dat laatste is precies nu het geval. In ieder geval zit er onderhuids veel spanning. Bij stevige druk laten de handen elkaar los en wordt het al snel ieder voor zich.

Dat wordt nog versterkt omdat de verenigde oppositie groot is, ongeveer evenveel zetels als de coalitie. In de Eerste Kamer heeft de coalitie zelfs geen meerderheid meer. Welnu, vrijwel alle niet-regeringspartijen zullen geen poot uitsteken om het kabinet te redden en wat valt er dan te balanceren als ook nog de interne balans zoek is? Al die spanning is er niet alleen omdat de problemen zo gecompliceerd zijn. Ook ieders eigen belangen zijn groot, nu het oordeel van de kiezer nadert.

En dat oordeel is zeker niet te voorspellen. Tussen politiek en burger heerst er wantrouwen. Op sociale media wordt overheidsoptreden vaak ontvangen met achterdocht of verontwaardiging. Complottheorieën schieten gemakkelijk wortel. De electorale steun voor populistische partijen is uitbundig.

Volatiele verkiezingsuitslagen

De politiek op zijn beurt vreest de kiezers. Die zijn te wispelturig. Wisselingen van tientallen zetels per verkiezing zijn tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. Dat wringt serieus met de betrekkelijke beleidsvrijheid die politici hebben.

Je zou met succes de stelling kunnen verdedigen dat beleidsmatig de kabinetten van zeg de laatste 25 jaar ten opzichte van elkaar lood om oud ijzer waren, hoe de samenstelling ook was. Maar in die periode schoten de grotere partijen, die dus zelf qua opvattingen redelijk consistent bleven, qua zetels in de Tweede Kamer op en neer tussen forse uitersten.

Hoogste scoreLaagste score
VVD4122
CDA4413
PvdA429
D66243

VVD, CDA en PvdA hebben elk vandaag waarschijnlijk nog de potentie van ruim 40 zetels, dat zijn zo’n 3 miljoen kiezers en D66 25 zetels, dat zijn er 1,75 miljoen, er van uitgaande dat een Kamerzetel ruim 70.000 stemmen waard is. De korrelige relatie met de achterban wordt dan goed zichtbaar. Bij de VVD is dat een écart van 1,3 miljoen kiezers, bij het CDA 2,2 miljoen, bij de PvdA 2,3 miljoen en bij D66 1,5 miljoen. Op en neer dus. De hardste knallen kwamen meestal na een rondje regeren, maar niet eens bij alle regeringspartijen. De meest opvallende zwiepers waren:

2002PvdA-22
2010CDA-20
2017PvdA-29

En dat terwijl de winnaars en verliezers allemaal keurig hun best hadden gedaan, zonder onderscheid. De polarisatie is al hevig en dit soort cijfers stimuleert nog meer het wilde-westen-temperament bij de meeste partijen.

De internationale omgeving

Ook internationaal is er geen sprake van een ontspannen stemming. In veel Europese landen woekert het populisme en er zijn groeiende tegenstellingen. Tussen noord en zuid zijn deze vooral in budgettaire zin.

We hebben het weer gemerkt tijdens de pandemie met de ruzie tussen Italië en de noordelijke landen. Tussen oost en west botert het evenmin, maar dan gaat het om politiek-bestuurlijke vraagstukken. In Polen wordt de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bedreigd en Hongarije wijkt af van de Europese regels en tradities ten aanzien van democratie en burgerlijke vrijheden. Het rijke westen van Europa wordt overspoeld door Oost-Europese gelukzoekers met een criminele achtergrond. Ten westen van Nederland speelt Brexit. Dat is ook al meer dan een schoonheidsfoutje.

China is overal

In de Verenigde Staten vechten democraten en republikeinen elkaar overal de tent uit. De presidentszetel wordt bezet door een nauwelijks op het hoge ambt voorbereide opportunist. Hij overbrugt niet de tegenstellingen, maar speelt de samenleving verder uit elkaar. Ook internationaal provoceert hij meer dan dat hij oplost. Met name de opkomende reus China krijgt er van langs.

China op zijn beurt schrijft de k van kapitalisme met de c van communisme. Veel westerse landen hebben er om uiterst opportunistische redenen (lage lonen, hoge arbeidsreserve) veel productiewerk naar China gebracht en die bedrijven én de westerse overheden merken nu hoe afhankelijk ze van China zijn geworden. Voorts is China bezig met een uiterst doordacht beleid om zich in te kopen bij dubieuze regimes in heel wat minder ontwikkelde landen. Niet alleen in Afrika, maar ook bijvoorbeeld op de Balkan en in Suriname. Dan gaat het eerst en vooral om grondstoffen, maar ook om een moderne – financiële – vorm van kolonisatie.

Afhankelijk van China

Terwijl het Chinese geld veelal voor een (groot) deel verdwijnt in de diepe zakken van de machthebbers, verandert de materiële status van die landen geleidelijk maar onafwendbaar in die van op afstand geleide koloniën, volledig afhankelijk van de nukken van China.

Net als bij de verplaatsing van productiecapaciteit naar China willen we er kennelijk pas achter komen als het te laat is. Dan geven we China de schuld, terwijl we er zelf bij waren. Hoe het zij, stof te over voor spanningen. En de pandemie, nota bene uit datzelfde China, heeft nog eens laten zien hoe kwetsbaar we zijn. Dat niet alleen, het heeft het signaal gegeven voor een omvangrijke economische ontreddering. Een militair die studeert op ontregeling als interessant wapensysteem kan met corona zijn vingers aflikken.

Terug naar de Nederlandse politiek. Rommelig is dus het beeld. De grote vraagstukken beheersen voorlopig nog de media, maar het gevaar voor het kabinet gaat komen uit de kleine hoekjes. De grote issues hebben wel het risico dat het sterke beeld van Mark Rutte wat gaat wankelen. Achteraf weet iedereen het beter en een economische malaise is niet fijn voor een leider die wil winnen. Het is voor de VVD zorg om dat voor te zijn. Daarom kunnen de kleinere dossiers wel eens hun eigen potentie overstijgen.

Vluchtelingenstroom

Neem het vluchtelingenvraagstuk, op zich best ook een heel groot vraagstuk. Via Spaanse routes komen Marokkanen, Algerijnen en Tunesiërs af op de Europese vetpotten. Ze worden allemaal afgewezen en velen duiken dan het criminele circuit in. Gebruik makend van onze hulpindustrie, lange procedures, naïveteit en lage pakkans kunnen ze hier lang blijven en leveren zo een stevige negatieve bijdrage aan het draagvlak voor immigratie.

Syrië is een open wonde. De naschokken van de burgeroorlog zijn zo heftig dat de stroom ontheemden eerder groeit dan afneemt. Maar er melden zich veel meer nationaliteiten aan de grens, uit Azië en Afrika. Veelal niet op de vlucht voor oorlog of geweld, maar voor een kansloos bestaan. Europa is het land dat overvloeit van melk en honing. Turkije heeft met de Europese Unie een afspraak over het tegenhouden in de regio en krijgt daar miljarden euro’s voor, maar president Erdogan is een wispelturige bondgenoot die haarscherp weet hoe hij vet moet braden uit zijn afspraken.

Dit is het grote vraagstuk dat voorlopig niet wordt opgelost. Maar er is ook Griekenland, lid van de EU en tevens belast met veel vluchtelingen. Griekenland is ook nog eens een rivaal van Turkije. Er is nu door sociaal bewogen hulporganisaties een offensief ingezet om enige duizenden kinderen uit kampen in Griekenland naar Europa te halen.

Oom des Vaderlands

Dat kan zo maar een aanleiding zijn voor Erdogan om de Turkse hekken wijd open te zetten. Duitsland heeft de eerste tientallen al laten komen, dus het spel is op de wagen. In Nederland neigen regeringspartijen D66 en CU naar steun voor een Nederlandse opvang en bij het CDA beginnen de leden zich te roeren. De VVD stelt zich hard op.

Precies hierom kan dit aspect van het vluchtelingenvraagstuk ineens uit de hoek komen schieten met meer brisant dan al die grote problemen. Ontheemde kinderen in Griekse kampen in Nederland kunnen zo maar de vonk zijn die het kabinet doet ontploffen.

Politiek gezien is het voor de VVD een ideale aanleiding. Door zijn optreden in de coronacrisis is Rutte toch een beetje Oom des Vaderlands geworden en zijn electorale positie is niet eerder zo hoog geweest. Zelfs ter linkerzijde is er bewondering.

Droge knal

Na de pandemie en midden in de recessie gaat zonder markeren het politieke en maatschappelijke debat beginnen of alles wel verstandig was, en er zal geruzied worden over gemaakte fouten. Bovendien ligt dus het klimaat nog te wachten op besluitvorming of bijstelling.

Elf maanden is erg lang met dat risico op afbladdering. Ja, een crisis over een incident, waarbij de coalitie scheurt en het CDA verdeeld er uit komt is een gouden plaatje voor de VVD. Het moet niet te vlug komen, want dan lijkt het politiek opportunisme. Zo lang de pandemie er is houden wij de eenheid. Maar is die eenmaal voorbij dan kan het gevecht om de kiezers losbarsten. Het zou zo maar kunnen met de droge knal van een kabinetscrisis.