Het failliet van onafhankelijk bestuur in de zorg. Gesjeesde politici benoemen elkaar in Raden van Bestuur en Toezicht.

ArmandGirbes 17-9-26
Gert-Jan Segers neemt het stokje over van Ad Melkert als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. Beeld: nvz.nl

Artikel beluisteren

Met de voordracht van Gert-Jan Segers als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), is het aannemelijk dat in de advertentietekst voor deze functie stond: partijpoliticus met ruime media-expositie en goed gevuld adressenbestand van andere politici; géén ervaring in de zorg strekt tot aanbeveling.

Laten we eens naar de voorgeschiedenis kijken van deze eervolle benoeming, én naar het salaris dat daarbij verzwegen wordt. Dat laatste is opmerkelijk omdat de NVZ van haar ziekenhuisleden financiële verantwoording en transparantie eist en publiekelijk onderhandelt over salarissen van verpleegkundigen en artsen.

Haagse deugden

Vanaf 2002 waren achtereenvolgens de voorzitters: Joan Leemhuis-Stout, VVD en Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Zij werd in 2008 opgevolgd door Roelf de Boer, VVD/LPF en minister van Verkeer en Waterstaat. CDA-prominent en staatssecretaris van Economische Zaken Yvonne van Rooy nam het stokje over in 2012. Ad Melkert, PvdA-minister, fractievoorzitter en partijleider, volgde haar op in 2018. Na een dramatische verkiezingsnederlaag in 2002 waren zijn politieke vrienden hem kennelijk nog niet vergeten en was zijn politieke netwerk nog steeds goed op orde.

En nu dus Gert-Jan Segers, jarenlang fractievoorzitter van de ChristenUnie. Kortom, sinds 2002 worden politici op deze invloedrijke positie binnen de Gezondheidszorg gepositioneerd. Het ongetwijfeld prijzige executive search-bureau Maes & Lunau, dat de procedure begeleidde, prees Segers op de eigen website trots om de Haagse deugden: politieke ervaring, een verbindend profiel, het vermogen partijen bij elkaar te brengen. Over ziekenhuizen geen woord.

Opvallend genoeg, tenminste mij valt het op, had geen van deze vijf politici voor hun aantreden een aantoonbare zorginhoudelijke ervaring of staat van dienst in de sector zelf. Wat ze wel hadden wordt met opmerkelijke openhartigheid in de persberichten van hun eigen benoeming benoemd. Ze beschikken over een ‘uitgebreid netwerk’, ‘politieke en bestuurlijke ervaring’, en een ‘scherp inzicht in het maatschappelijk en politiek krachtenveld’.

Daarmee wordt bedoeld dat men de weg kent naar het Haagse geld en de Haagse regelgeving. Zorginhoudelijke expertise wordt daarbij kennelijk als bijzaak beschouwd, of als iets wat je met het volgen van een korte cursus of werkbezoeken snel verwerft. En wellicht is de gedachte dat het ook helemaal niet nodig is.

Leden van kleine kring benoemen elkaar steeds opnieuw

Wie doorzoekt waar deze voorzitters elkaar tegenkomen, ontdekt dat de NVZ geen uitzondering is maar een eenvoudige exponent van een breder geheel. Het is steeds dezelfde kleine kring die elkaar telkens opnieuw benoemt, in wisselende hoedanigheid, aan de andere kant van de tafel. Neem het VUmc. In 2013 benoemde de Raad van Toezicht van VUmc met als voorzitter Cees Veerman, CDA-minister van Landbouw van 2002 tot 2007, Wouter Bos, PvdA-minister van Financiën en oud-vicepremier, tot bestuursvoorzitter. Dit een half jaar nadat diezelfde Raad van Toezicht nog had gemeend dat de nieuwe bestuursvoorzitter bij voorkeur een medisch specialist moest zijn.

Bos bleef vijf jaar, vertrok kortdurend naar de staatsdeelneming Invest-NL om vervolgens CEO van een zorgverzekeraar te worden en is daarnaast per 1 juli 2026 benoemd tot voorzitter van de Raad van Toezicht (RvT) van de Vrije Universiteit zelf. Dat maakt zijn cirkel rond.

Belangenverstrengeling alleen voor politici normaal

Wie kijkt naar wie Veerman als voorzitter van de RvT opvolgde, ziet dat het patroon zich ook zonder partijpoliticus voortzet: Wim Kuijken werd in 2018 voorzitter van de RvT, weliswaar geen partijpoliticus, maar een topambtenaar die achtereenvolgens secretaris-generaal op drie ministeries was. Een functie die hij moeiteloos combineerde met vergelijkbare toezichthoudende functies bij het Kadaster, de Luchtverkeersleiding Nederland en de eerste Deltacommissaris van Nederland. Hij werd in 2024 opgevolgd door PvdA-politica Jet Bussemakers, volgens een inmiddels bekende politieke logica.

Ook bij de zorgverzekeraars, waar ziekenhuisbestuurders mee moeten onderhandelen, is een dergelijk spoor niet moeilijk te vinden. Roger van Boxtel, D66-prominent en minister voor Grote Steden in het tweede paarse kabinet, werd in 2004 bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis, een functie die hij combineerde met, van 2011 tot 2015, het fractievoorzitterschap van D66 in de Eerste Kamer.

Een zittend senator die meestemde over de wetgeving en regelgeving waaraan zijn eigen verzekeringsbedrijf onderworpen was: het is een vorm van belangenverstrengeling die in elke andere sector onmiddellijk vragen zou oproepen, maar voor politici als normaal bestuurlijk CV geldt. Toen Van Boxtel in 2015 naar de NS vertrok, kwam later via een omweggetje, diezelfde Wouter Bos bij Menzis terecht als bestuursvoorzitter.

Jet Bussemaker ís het netwerk

In het Universitair Medisch Centrum Groningen was politica Andrée van Es, PSP annex GroenLinks-prominent en wethouder in Amsterdam tot 2014, vervolgens tien jaar voorzitter van de Raad van Toezicht. Een van de ongekroonde koninginnen van dergelijke benoemingen is Jet Bussemaker, PvdA-staatssecretaris van VWS en later minister van Onderwijs, die als voorzitter in de Raad van Toezicht van Amsterdam UMC plaatsnam.

Wie de vele functies van deze politica beschouwt moet haast concluderen dat zij niet floreert door netwerkbenoemingen, maar zij ís het netwerk. Ze is voorzitter van een van de grootste UMC’s van Nederland, terwijl ze tegelijkertijd voorzitter is van het officiële zorgadviesorgaan van de Rijksoverheid (Raad voor Volksgezondheid & Samenleving) naast haar functie (één van de zeer vele) als voorzitter van de RvT van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK).

Buiten de zorg tekent zich hetzelfde patroon af: D66-boegbeeld Alexander Pechtold werd na voordracht van een Raad van Toezicht algemeen directeur van het CBR terwijl niemand ook maar enige affectie met deze functie kon vermoeden op basis van zijn CV en opleiding.

Sommige van deze mensen die ik noem zijn ongetwijfeld ook capabele bestuurders. Maar wat we zien in al deze benoemingen is niet een kwestie van individuele geschiktheid, maar een systematiek die niet deugdelijk oogt. De Raad van Toezicht is bedoeld als een onafhankelijke controlerende tegenmacht tegenover een Raad van Bestuur, maar wordt in de gezondheidszorgwereld regelmatig bevolkt door mensen die uit precies dezelfde politieke vijver komen als degenen die zij vervolgens benoemen.

Geen toezicht maar een reünie

Toezicht op een oud-politicus door een oud-politicus is geen toezicht, het is meer een reünie. De woorden waarmee deze benoemingen worden verdedigd, namelijk netwerk, boegbeeld, bestuurlijke ervaring, verbindend profiel, verhult voortdurend een onaangename vraag: wie bewaakt hier eigenlijk de inhoud van de zorg, als iedereen aan tafel elkaar kent van de partijcongressen, het Torentje, de fractiekamer of de ministerraad?

Wat hebben patiënt, arts of verpleegkundige hieraan?

Sinds de marktwerking van 2006 is de bestuurlijke laag boven de zorg exponentieel gegroeid, en met haar de behoefte aan mensen die ‘de weg kennen in Den Haag’. Daarmee is een baantjescarrousel ontstaan, waarbij enkele politieke partijen de boventoon voeren. Het lijkt wel of degene die zijn politieke positie kwijtraakt bij verkiezingen en tot de ‘goede politieke partij’ behoort, een landingsplek vindt in een Raad van Bestuur of Raad van Toezicht van een instelling, die voor haar bestaan afhankelijk is van diezelfde overheid dan wel een partijpolitiek- of overheidsplan heeft uit te voeren.

Het probleem is niet dat oud-politici een tweede carrière verdienen. Het probleem is dat de zorg steeds vaker wordt bestuurd door mensen die elkaar kennen uit dezelfde politieke en bestuurlijke circuits met onderlinge benoemingen. Dan verschuift toezicht van onafhankelijke tegenspraak naar onderlinge herkenning. Dit draagt meer dan theoretisch het risico dat deze constructies het failliet van onafhankelijk bestuur in de zorg betekenen, en dat niemand zich meer afvraagt of de patiënt, de arts of de verpleegkundige hier ooit iets aan zal hebben.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!