Hoe iets alledaags als rampzalig wordt gepresenteerd

Zangeres Adele mocht van haar critici geen van origine Afrikaanse knotjes dragen: ‘Cultural appropriation’.

Als China een typische Nederlandse stad bouwt, inclusief grachtenpanden, maakt dat nieuwsgierig. Wat doet een land duizenden kilometers ver weg bewegen om een heus Holland Village – je vindt er zelfs een replica van het Scheepvaartmuseum en de Bijenkorf – in te richten? En stiekem zijn we ook best gevleid. 

De nieuwsgierigheid slaat om in woede als de omgekeerde route wordt bewandeld en wij exotische symbolen overnemen. De seismograaf die Twitter heet, slaat uit. Cultural appropriation, klinkt het dan. In het Nederlands: culturele toe-eigening. En dat is minstens zo erg als het klinkt.

Velen hebben dit verwijt al moeten verstouwen, acteurs, bands, koks. Eén van de meest recente slachtoffers is de Britse zangeres Adele. Een paar weken terug dacht ze ontspannen naar het Notting Hill Carnival te gaan. Ze droeg een bikini in Jamaicaanse kleuren, achter hoofd een tooi gele veren. De steen des aanstoots was haar kapsel: Bantu-knotjes. Uit Afrika. Mode-activiste Janice Deul begreep de commotie wel: ‘Het doet pijn als mensen dat zomaar kapen.’

Alarmfase één

Kápen? De woordkeuze is om meerdere redenen misleidend. Met een portemonnee werkt het zo: als een zakkenroller die heeft, is de eigenaar hem kwijt. Maar cultuur is geen nulsomspel waarbij de winst van de één gelijk staat aan het verlies van de ander.

Daarnaast – en nog schadelijker – is de krachtige suggestie dat Adele zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt. Wij denken een haardracht te zien, maar activisten hebben door wat er werkelijk speelt: een geraffineerde vorm van diefstal.

Deze neiging tot overdrijving is een vast onderdeel in de strijd voor sociale rechtvaardigheid. Incidenten worden opgeblazen tot aanvallen, misstappen tot onvergeeflijke misdrijven. Ze zijn aanleiding tot de hoogste staat van paraatheid. Het alarmisme werkt als een hefboom: hoe groter het onrecht, des te meer rechtvaardigt dat de revolutie.  

Een flauw woordgrapje? Racisme!

George Orwell op zijn kop, dat is het maatschappelijke klimaat in een notendop. In Politics and the English Language (1946) laakte de Britse schrijver verhullend taalgebruik en misplaatste eufemismen, vooral onder beleidsmakers. Iets ergs klinkt ineens zo erg niet meer, in het uiterste geval wordt zelfs ‘murder respectable’. Welnu, als het eufemisme het favoriete stijlmiddel is van politici, dan is de hyperbool dat van activisten.

Iets kleins bestaat niet in hun universum van schuld en boete, een flauw woordgrapje verraadt hoe diepgeworteld en virulent racisme is, zelfs als dat jaren terug heeft plaatsgevonden.

Luister naar ’s lands inmiddels bekendste rapper Akwasi, onlangs in Algemeen Dagblad (5 september 2020) met een groot interview. Uiteraard ging het over zijn optreden op de Dam, toen hij beloofde Zwarte Piet hoogstpersoonlijk op zijn gezicht te trappen. Eigenlijk verbaasde het hem nauwelijks dat hij op zoveel racisme stuitte. Op jonge leeftijd ervoer hij al hoeveel moeite de samenleving had met zijn exotische naam . ‘De juf noemde me eens Aquarium, waarop de hele klas moest lachen.’

Nog geen erfzonde

Een kinderachtige opmerking? Dat zonder meer. Maar een bewijs dat Black Lives Matter (BLM) hard nodig is, zoals de suggestie is in het vraaggesprek? Dat is wat veel eer voor een scène die vrijwel iedereen kan terughalen uit zijn jeugd, wat Britt Dekker prompt deed. ‘Ja, en mijn docent noemde me een onhandelbaar lui varken haha!,’ twitterde de presentatrice.  

En het kind met rood haar werd ‘vuurtoren’ genoemd, voegen wij daaraan toe, dat met overgewicht heette Billy Turf en de wie maar niet wilde groeien, was een dwerg. Mogelijk leidden zulke flauwiteiten tot een ferme huilpartij, maar verder? De withete woede, de loeiende verontwaardiging over het leedvermaak bleef uit. Er ging zogezegd geen erfzonde achter schuil.

De meest onwelwillende interpretatie

Met deze hang naar hyperbolen zijn we weer een stukje Amerikaanser geworden. Wat zich daar voordoet, komt uiteindelijk deze kant op, doorgaans in extremere vorm. Dus zijn de wolkenkrabbers hoger, slurpen de SUV’s meer benzine. En uiten activisten zich nog onbesuisder dan hun Nederlandse tegenhangers.

Een proeve daarvan kreeg publiciste Heather Mac Donald, toen zij zou spreken op Claremont McKenna College. Eerder had zij betoogt dat de BLM-beweging haar strategie beter kon herzien. Door de politie zo kwaadaardig te bejegenen, zou deze zich in de toekomst minder snel in zwarte wijken wagen. En wie had daarvan de meeste last? De zwarte gemeenschap. Met dit  tegendraadse standpunt was zij voor studenten persona non grata. Per brief lieten zij weten dat Mac Donald geen afwijkend geluid vertolkte, ze betwistte ‘het recht van zwarten mensen om te bestaan.’

Jawel, het stond er echt. De gevolgen van deze zienswijze zijn verstrekkend. Een tegenargument wordt uitgelegd op de meest onwelwillende manier; de spreker de meeste vuige intenties toegedicht. De Telegraaf krijgt dikwijls het verwijt dat ze zich sensatiebelust toont. Terwijl de befaamde chocoladeletters een toonbeeld zijn van ingetogenheid vergeleken met wat hier gebeurt.

Taal als nekklem

Via social media belandden de nieuwe mores in ons land. ‘White silence is violence.’ Eerst klonk de leus op Twitter, kort daarop stond het hier op spandoeken en borden van demonstranten. De denkfiguur komt inmiddels vertrouwd voor. Je mond houden, niet zomaar meegaan in de BLM-retoriek is onacceptabel. Nog erger, het is de verbale variant van de nekklem die George Floyd fataal werd.

En dat dat wil niemand op zijn geweten hebben. Dus laat de brave burger weten hoe erg hij racisme vindt. Op ‘Blackout Tuesday’ ging zijn sociale media-kanalen keurig op zwart; op andere momenten verschijnt daar de regenboogvlag om diversiteit.

Ziehier het disciplinerende effect van de neiging tot catastrophizing, zoals hoogleraar psychologie Jonathan Haidt het noemt in een lang essay dat hij schreef. De term laat zich lastig vertalen naar het Nederlands. Dramatiseren? Dat is te zacht uitgedrukt. Het concept komt uit de psychologie, het duidt erop dat alledaags ongemak in de geesten van millennials verandert in catastrofes.

Deze misperceptie heeft grote gevolgen. Op den duur verdwijnt de relativering uit het debat. Een kritische kanttekening wordt gemakkelijk verkeerd opgevat. Alsof je de ernst van de situatie miskent door er géén ramp in te zien. Niemand wil ervan verdacht worden dat hij leed bagatelliseert. En toch, hoe begrijpelijk ze ook is, geef niet toe aan die vrees. Ze legt het debat lam voordat het zelfs maar begonnen is.