Ik beken dat ik harder ben geworden, hopelijk alleen tegenover volmaakte mensen

RikTorfs 21-7-26
‘Toen Thomas More (rechts; beeld: wikipedia) in 1516 zijn Utopia (links; beeld: deslegte.com) publiceerde, schuwde hij de spot geenszins.’

Artikel beluisteren

Door Rik Torfs*

Ben ik de laatste jaren harder geworden? Vertoon ik minder begrip dan vroeger voor mensen die het moeilijk hebben? Het is te eenvoudig om deze vraag te stellen en vervolgens negatief te beantwoorden. Een oratio pro domo onder het mom van kritische introspectie. Een vorm van deugpronken. Help!

Dan maar bekennen. Als ik de feiten toegeef, kan ik er excuses voor zoeken. Ook een retorische truc natuurlijk. De tweede trap van het verdedigingsmechanisme. De crimineel bekent, maar pleit verzachtende omstandigheden.

De verharding die mij treft en waarvan ik u, onschuldige lezer, in mijn stukken deelgenoot maak, is het gevolg van mijn groeiend ongeloof in de utopie. De ideale wereld bestaat niet en leidt tot wreedheid bij wie hem blijft nastreven.

De ideale wereld

Toen Thomas More in 1516 zijn Utopia publiceerde, schuwde hij de spot geenszins. Het is niet aannemelijk dat hij de gouden toiletpotten die hij in het vooruitzicht stelde, persoonlijk ambieerde. Thomas More bleef de utopie als onbereikbaar zien. Hij vermoordde geen mensen en werd zelf geëxecuteerd. Utopisten worden pas echt gevaarlijk als ze hun persoonlijke ideeën en verlangens laten samenvallen met wat ze ‘het goede leven’ noemen. Als ze met hun onhaalbare opvattingen over degrowth, radicale herverdeling of remigratie de samenleving vorm willen geven.

De utopie biedt geen plaats voor wie haar niet deelt. Dat maakt haar onmenselijk. In de perfecte harmonie van een klasseloze samenleving, zonder kapitalisten en zonder proletariërs, hoort de dissident niet thuis. Want door de utopie niet te delen, vernietigt hij haar. Zoals het niet aanvaardbaar is dat één soldaat tijdens een militaire parade plotseling stil blijft staan, terwijl alle anderen dapper doormarcheren. Het weerbarstige individu verbreekt de collectieve utopie. Meer zelfs, het verbaasde publiek kijkt niet langer naar de verbluffende uniformiteit, maar enkel nog naar de enkeling die haar doorbreekt. Die moet worden heropgevoed of sterven, zodat de laatste rimpeling verdwijnt.

Vroomheid veinzen

Juist daarom is de utopie een perfecte voedingsbodem voor hypocrisie en cynisme. Omdat ze uniformiteit vergt, rest individuen niets anders dan te doen alsof ze haar genegen zijn. Dat maakt een défilé tot een farce. Tijdens de nadagen van het communisme in Europa had je militaire parades waarin alle soldaten plichtsgetrouw verder marcheerden terwijl niemand nog in de onderliggende ideologie geloofde. In hun hoofd stonden de soldaten al stil, terwijl ze verder stapten.

De utopie is de moeder van de maskerade. Enkele decennia geleden waren er meer katholieken dan vandaag. Maar het blijft onzeker of er meer gelovigen waren. Zeker in ruraal Vlaanderen was het aanbevelenswaardig vroomheid te veinzen. Op dezelfde manier kun je vandaag naar de culturele wereld kijken. Haast iedereen die er een rol van betekenis speelt, is groen-links, bewondert het barokke proza van Tom Lanoye en de mondiale toekomstvisioenen van Ilja Leonard Pfeijffer, wiens naam vooral van blijvend belang zal blijken voor moeilijke dictees.

Vooral intellectuelen geloven in utopieën

Ongetwijfeld is het denken van onze cultuurdragers diverser dan openlijk wordt vertoond. Een milde vorm van collaboratie die ik overigens niemand verwijt. Wie de utopie verwerpt, geeft immers de indruk tegen het goede te strijden, hoe onmenselijk dat laatste ook is.

Vooral intellectuelen geloven in utopieën, omdat ze minder om het leven dan om ideeën geven. Omdat ideeën hun leven zijn. Fraai uitgewerkt en netjes beschreven stellen ze gerust. Alles komt in orde. Economisch is er ‘genoeg voor iedereen’. Helaas is het leven niet in een utopie te vatten. Voor sommigen is dat een onrechtvaardige gedachte.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw leefden in de abdij van Maredsous meer dan honderd benedictijnen. Was de tijd niet rijp, dachten ze, om in het spoor van het Tweede Vaticaans Concilie, het religieuze leven grondig te hervormen? In 1969 werd de jonge en briljante Olivier du Roy de Blicquy tot abt verkozen. Haast iedereen hunkerde naar verandering. De utopie van een waarachtiger leven als monnik. De abt legde de lat hoog. Toenmalige coryfeeën als Yves Congar en Michel de Certeau kwamen conferenties geven.

Geleidelijk namen de spanningen toe. Olivier du Roy werd in 1972 door Rome afgezet. De overgang van de utopie naar de realiteit bleek lastig. De meeste monniken wilden verandering. Maar welke? Toen de abt concrete stappen zette, bleek daarover geen consensus te bestaan.

Een zekere vriendelijkheid

Ik beken met enige tegenzin dat ik de laatste jaren harder ben geworden. Hopelijk alleen – al ben ik daar niet zeker van – tegenover volmaakte mensen. Onvolmaakte lieden wil ik blijven bejegenen met een zekere vriendelijkheid, voor zover ik die kunst onder de knie heb.

Maar als u vindt dat er nog ruimte is voor groei, kan ik u geen ongelijk geven.

*Kerkjurist Rik Torfs is emeritus-hoogleraar en oud-rector van de Katholieke Universiteit Leuven. Dit artikel verscheen op 18 juli op Doorbraak.be. 

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!