Internationaal recht is niet per definitie rechtvaardig en hoeft evenmin altijd het laatste woord te hebben
Artikel beluisteren
Door Rik Torfs*
Het is (bijna) lente. Deskundigen in het Internationaal Recht schieten als narcissen uit de grond. Over de aanval van Iran door Israël en de Verenigde Staten hebben ze hun eenvoudig oordeel klaar. Het ene land mag het andere alleen aanvallen uit zelfverdediging. Of met een mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Daarvan is geen sprake. Dus Israël en de Verenigde Staten overtreden het internationaal recht. Punt.
Antwoord gevonden, discussie gesloten. Hoogstens volgt: ‘Nog vragen?’ De deskundige voelt zich sterk. Mocht iemand zin hebben om de discussie verder te zetten, dat hij maar probeert. Succes zal hij niet oogsten.
Recht en macht
En toch héb ik nog vragen. Is het bijvoorbeeld heel erg dat het internationaal recht nu en dan wordt overtreden? Het was nooit anders. De wereld is er niet door vergaan. Het internationaal recht blijft een kruispunt waar recht en macht elkaar ontmoeten.
Neem de Veiligheidsraad. Vijf landen hebben er een vetorecht: Frankrijk, China, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Niet om juridische, maar om pragmatische redenen. Op het moment dat ze hun vetorecht verwierven, waren ze de machtigste naties ter wereld. Het op machtsverhoudingen gebaseerde vetorecht betekent dat een oorlog tegen Iran, tenzij dat land zelf een aanvalsoorlog start, volgens het internationaal recht onmogelijk is. Het vetorecht van Rusland, biedt immers een waterdichte garantie.
Anders uitgedrukt: internationaal recht kan rust en bezinning brengen bij conflicten. Maar het is niet intrinsiek rechtvaardig en hoeft evenmin altijd het laatste woord te hebben.
Een verdere vraag is er ook over de wreedheid van het internationaal recht. Stel dat wijlen ayatollah Khamenei niet zo’n leuke man was. Dat hij tienduizenden van zijn eigen burgers doodde ‘voor de goede zaak’. Misschien is dat wel waar. Moet de wereld hem dan laten begaan omdat het internationaal recht als de ultieme scherprechter fungeert? Zijn alleen langetermijnmaatregelen, zoals bijvoorbeeld een economische boycot, mogelijk?
Die interpretatie zou getuigen van een legalistische rechtsopvatting. De wet primeert omdat hij de wet is, dura lex, sed lex. Zoals wetten in Amerika ooit oplegden dat er bussen waren voor zwarten en bussen voor blanken. Tenslotte was er voor iedereen een bus. Iedereen voelt aan dat dit niet klopt.
Billijk en goed
De Romeinse jurist Publius Iuventius Celsus (circa 67-circa 130) zag recht als de kunst van het billijke en het goede: Ius est ars aequi et boni. Leg daar het huidige internationaal recht naast, en op drie punten is er een probleem.
Om te beginnen gaat het niet om een ars, een kunst, maar om een pragmatisch normenapparaat dat in een wereld waar macht en geldzucht drijvende krachten zijn, de allerergste ontsporingen probeert te vermijden.
Aequi: is het internationaal recht billijk, als het stelt dat rechtsregels belangrijker zijn dan mensenlevens?
Boni: het oorlogsrecht probeert niet het goede te vinden, maar het slechtste te vermijden. Waarbij de vraag rijst of procedureregels daar altijd toe in staat zijn.
Formalistische bepalingen hebben in dit geval twee nadelen. Ze wekken de indruk sterk te zijn. Welke onverlaat zou het immers aandurven een prestigieus systeem als het internationaal recht te tarten? De mens zit echter anders in elkaar. Donald Trump bijvoorbeeld. Maar zijn anderen beter? Vladimir Poetin zou in de Veiligheidsraad ongetwijfeld zijn vetorecht hebben gebruikt. Iran helpen nu het oorlog is? Natuurlijk doet hij dat niet. Juridisch is hij er niet toe verplicht. En, wat hij elders ten overvloede heeft bewezen, hij is geen vredesduif die het internationaal recht een warm hart toedraagt, maar een cynisch machtspoliticus.
Het tweede nadeel is dit. Formalistische normen maken van een jurist een regelneef. Terwijl de norm zelf onrechtvaardig kan zijn. Thomas van Aquino (1225-1274) achtte tirannenmoord onder bepaalde omstandigheden toelaatbaar. Als onder meer een redelijke hoop op succes bestaat, het algemeen welzijn erdoor wordt gediend en de tiran in kwestie een usurpator is. Voor Thomas primeerde het gevormde geweten op de brute rechtsregel.
Acheruitschrijdend inzicht
In die zin betekent het huidige oorlogsrecht, waarbij de expert zich als een zuivere logicus gedraagt, een achteruitgang tegenover verfijnde analyses uit de dertiende eeuw. Een vorm van achteruitschrijdend inzicht. Pas op, ik heb daar zelfs begrip voor. Pragmatisme, waar het internationaal recht blijk van geeft, is soms noodzakelijk.
Maar maak het, overigens niet meteen afdwingbare, internationaal recht ook niet groter en heiliger dan het is.
*Kerkjurist Rik Torfs is emeritus-hoogleraar en oud-rector van de Katholieke Universiteit Leuven. Dit artikel verscheen eerder op Doorbraak.be
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















