Is Europa’s gelonk naar China het juiste antwoord op Trump?
Artikel beluisteren
De laatste dagen krijgen we de indruk dat westerse landen zich opnieuw massaal op China storten voor handel en andere betrekkingen. De Britse premier Keir Starmer is deze week in China en voorafgaand aan zijn speech op het World Economic Forum (WEF) in Davos was de Canadese premier Mark Carney eveneens in Beijing. De Duitse Bondskanselier Friedrich Merz verwacht volgende maand naar het Aziatische land af te reizen en de Franse president Emmanuel Macron zou zelfs overwegen om de Chinese leider Xi Jinping uit te nodigen voor de G7-top die later dit jaar in Frankrijk gehouden wordt.
Is die toenadering van westerse leiders – geïrriteerd als ze zijn door de voortdurende interventies en gedreig met heffingen door de Amerikaanse president – tot een land dat zelf al jaren bekend staat om zijn politiek van inmenging en gebruik van allerlei pressiemiddelen, nou wel zo verstandig?
Het Canadese akkoord met China leidde onmiddellijk tot een publieke fittie tussen Carney en Trump. De Amerikaanse president dreigde met 100 procent heffingen op Canadese producten als het land een deal zou sluiten met China. Carney gaf echter aan dat zijn afspraken met China helemaal niet over een grootscheeps vrijhandelsverdrag gaan, maar slechts om een beperkte overeenkomst over een klein aantal sectoren. Terwijl de VS effectief de import van Chinese elektrische auto’s hebben geblokkeerd, laat Canada in de toekomst niet meer dan 49.000 van die voertuigen toe op haar markt, tegen lage invoerheffingen. Maar dat schoot de Amerikaanse president in het verkeerde keelgat.
Breuk in de wereldorde
De woordenwisseling volgde op de eerdergenoemde speech in Davos van Carney, waarin hij sprak van een grote breuk in de wereldorde, zonder met name Trump te benoemen als oorzaak. Maar de speech sloeg aan bij een aantal regeringsleiders en waarnemers en werd breed geïnterpreteerd als een tik op de vingers aan de Amerikaanse president. Trump sloeg direct terug door te zeggen dat Canada volledig afhankelijk zou zijn van de VS. Andere MAGA-politici refereerden aan de mogelijke afscheiding van de olierijke provincie Alberta (met uiteindelijk aansluiting bij de VS).
Ja, Canada stuurt zo’n 75 procent van haar export naar de VS en slechts een paar procent naar China, al moet gezegd worden dat de VS op hun beurt niet zonder Canadese importen op energiegebied kunnen. Maar helaas gaat het verder niet zo goed meer tussen de buren Canada en de VS. Zo’n week geleden meldde de Britse krant The Telegraph dat Canada zou werken aan een plan om een – weliswaar zeer onwaarschijnlijke – invasie vanuit de VS te frustreren. Omdat Canada zich niet zal kunnen verdedigen tegen een massale Amerikaanse inval, kiest het ervoor om een guerrillastrijdmacht van 400.000 mannen en vrouwen op te bouwen die na de inval de Amerikaanse troepen moet blijven bestoken en een nieuw ‘Afghanistan’ voor ze moet creëren. De boodschap aan Washington is ongehoord, maar duidelijk.
De conservatieve inborst van de provincie Alberta ten spijt, zijn de VS ook daar op hun retour. Terwijl Venezolaanse olie de raffinaderijen aan de zuidkust van de VS begin te bereiken, heeft de minstens zo zware Canadese olie inmiddels een andere markt gevonden, zo berichtte de Financial Times. De productie in Alberta bereikte onlangs een nieuw record, al kelderde de export naar de VS vorig jaar met 61 procent. Daarentegen verviervoudigde de uitvoer naar China tot bijna 89 miljoen vaten. Die omslag is echter al in 2024 ingezet dankzij de opening van een pijplijn van Alberta naar de Canadese westkust, vanwaar Aziatische markten kunnen worden bereikt. Met de komst van veel meer Venezolaanse olie in de VS in hun achterhoofd, pleiten Canadese olieproducenten en politici nu voor nog meer pijplijnen naar de westkust, ten behoeve van de Chinese markt.
Het is verleidelijk om te concluderen dat Groot-Brittannië, Canada en diverse EU-landen nu opeens naar China lonken om hun afhankelijkheid van de VS te verminderen. Ja, banden worden aangetrokken, maar daarbij gaat het vaak om herstel van contacten en achterstallig onderhoud, plus het bespreken van een klein aantal zeer belangrijke dossiers. En dat alles moet nog eens heel voorzichtig gebeuren, want een misverstand in Washington is zo gewekt – met alle gevolgen van dien.
Door het Amerikaanse persbureau Bloomberg gevraagd naar het doel van zijn reis, antwoordde Starmer: ‘Ik kies helemaal niet tussen twee landen. We hebben hele nauwe betrekkingen met de VS en dat willen we natuurlijk graag zo houden, zowel op zakelijk als veiligheidsgebied. Maar je kop in het zand steken en ontkennen dat China de op één na grootste economie ter wereld is – met alle zakelijke kansen van dien – zou onverstandig zijn.’
Carney maakte de gang naar Beijing onder andere om de betrekkingen te resetten na een lange periode van spanningen, onder meer veroorzaakt door vermeende Chinese inmenging in de Canadese politiek en het vastzetten van Canadese staatsburgers door China. De laatste keer dat een Canadese regeringsleider supermacht China bezocht was zo’n acht jaar geleden. Dat beide leiders na afloop spraken van een nieuw ‘strategisch partnerschap’ rond handel, wederzijds respect en samenwerking op het gebied van energie en landbouw, hoort nu eenmaal bij de show.
Veelomvattende agenda
Ook Starmer bezoekt nu China en ook in dit geval betreft het een bezoek op hoog niveau zoals dat acht jaar niet heeft plaatsgevonden. De agenda lijkt veelomvattend: van relaties op gebied van financiële diensten, investeringen en handel tot veiligheid. Maar er zijn in Groot-Brittannië ook grote zorgen. Onder andere de komst van een Chinese mega-ambassade heeft menig Londense wenkbrauw doen fronsen. Critici kijken over Starmers schouder mee, zeker nu de Britse pers onlangs onthulde dat China mogelijk jarenlang diverse personeelsleden van Downingstreet 10 heeft afgeluisterd.
Inmiddels wijs geworden, omarmt geen enkel westers land China nog als een strategische partner en zeker niet op de manier die China graag zou zien. Westerse landen zijn voorzichtig, hebben belang bij diversificatie van handelsbetrekkingen en het openhouden van communicatiekanalen, maar hebben wel degelijk zorgen over veiligheidsrisico’s én oog voor eventuele toorn vanuit de VS.
De EU, met Frankrijk en Duitsland voorop, schuift dezelfde kant op. De Duitse industrie blijft intussen ook hardnekkig vasthouden aan het concept van haar Chinese supply chain. Duitse investeringen in China klommen naar meer dan zeven miljard euro vorig jaar, oftewel 55,5 procent meer dan de vierenhalf miljard Euro in 2024 en 2023, meldt persbureau Reuters.
Nederland, met de onder druk staande afzetmogelijkheden van onder meer ASML (dat door de VS als drukpunt of chokepoint is gebruikt richting China) en een logistieke sector die zwaar afhankelijk is van China, volgt deze ontwikkelingen natuurlijk op de voet. Zonder de handel op China zakt de overslag in de haven van Rotterdam immers behoorlijk in. Maar het zou aan de andere kant bijzonder onverstandig zijn om het aandeel China in onze handel en logistiek nog verder te laten groeien en nog meer afhankelijk te worden van een land met een trackrecord van inmenging en ondermijning.
Met beide grootmachten zullen de Europese landen een nieuwe, realistische relatie moeten opbouwen. Met de VS, dat ons niet alleen volledig domineert op veiligheidsgebied, AI, internet en IT-diensten, maar ook qua financiële markten, en dat van groot belang is als gasleverancier, moeten we tot een nieuwe, zakelijke werkrelatie komen. Met China moeten we een groot aantal zakelijke belangen bestendigen, zonder in meer of nieuwe afhankelijkheden te vallen, zoals bij de toelevering van diverse grondstoffen en zeldzame metalen, waarvan China de supply chain grotendeels beheerst. Om verstoring van de aanvoer van die grondstoffen te voorkomen, zal er gedeald moeten worden, maar wel met afstand.
We blijven dus in Europa, met de E3 van het VK, Frankrijk en Duitsland in de lead, in goed overleg met China handelen. Diplomatie staat daarbij voorop, met minder openlijke kritiek. Niet luid en ideologisch, maar praktisch. Daarnaast is politiek risico met betrekking tot de Amerikaanse regering altijd aanwezig.
Uitgelezen moment
De vraag is overigens hoe sterk en stabiel China’s positie op dit moment is. Xi heeft mogelijk onlangs een couppoging door zijn eigen legertop overleefd, terwijl op de achtergrond de economische groei al jaren afvlakt, de bevolking afneemt en potentiële militaire tegenstanders in een strijd om Taiwan of elders in Azië met de dag sterker worden. En met Trump in het Witte Huis is Xi minder zeker van zijn zaak. Zeker nu het olieleverancier Venezuela plotsklaps is kwijtgeraakt en er op korte termijn een conflict op de loer ligt in de Perzische Golf – van waaruit China ook veel brandstoffen importeert.
Misschien is dit wel een uitgelezen moment. Met een mogelijke wapenstilstand of vrede in Oekraïne in het verschiet is het voor Europa van levensbelang om China te vriend te houden. Een potentieel conflict tussen Europa en Rusland, waarvoor alom wordt gevreesd en gewaarschuwd, kan wellicht door Beijings invloed in Moskou worden voorkomen of getemperd. Bij steun aan een tegen Europa ten strijde trekkend Rusland zal China immers de kans lopen haar lucratieve Europese markten te verliezen. Europese leiders willen dan wel niet met Poetin praten, maar door Xi te paaien ontstaat er wellicht een hefboom richting Rusland. Er is voor beide partijen wat te winnen. Het zijn immers transactionele tijden.
Maar of het gaat werken, moet nog blijken.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


















