Kaag en Jetten beseffen niet dat borstklopperij fout beleid oplevert

ruttemacron
Op 9 maart was premier Mark Rutte nog met onder meer Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra op bezoek bij de Franse president Macron.

De partijleiders Rutte, Kaag en Hoekstra zullen geschrokken zijn van het Franse opinieonderzoek. Voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 24 april geven de peilingen 51 procent aan Macron en 49 procent aan Marine Le Pen. Nauwelijks nog een marge voor de president, die vijf jaar geleden nog makkelijk won met 66 procent tegen 34. In 2017 was de Franse, maar ook de Nederlandse elite (grachtengordel, NRC, Volkskrant etcetera) vol bewondering voor Macron als tegenwicht tegen het populisme van Brexit en Trump.

Oud-hoofdredacteur Gerard Baker van de Wall Street Journal analyseert waarom Macron, man van de elite, nu nog maar een krappe marge heeft voor zijn herverkiezing:

1.        Onvrede over een onverdraagzame, dwingende, progressieve toon in de media, de universiteiten en bij de politieke meerderheid (Nederland: denk aan de ‘diversity officers’ aan de universiteiten, het plotselinge verbod op ‘Gouden Eeuw’, terwijl de Coentunnel nog steeds mag herinneren aan de genocide op de Banda-eilanden).

2.        Woede over de groeiende ongelijkheid tussen de elite met elektrische auto’s en de lager betaalde mensen die worstelen met 9 procent inflatie.

3.        Een immigratiebeleid dat de elite nauwelijks raakt maar gevolgen heeft voor de cohesie van de samenleving. (Nederland: denk aan de onmacht van onze regering om samen met EU-partners bij Marokko af te dwingen dat alle afgewezen Marokkaanse immigranten direct terug kunnen naar Marokko).

4.        Ministers die geen gevoel tonen voor nationale cultuur en tradities (Nederland: denk aan scholen met ‘winterfeest’ in plaats van kerstmis, terwijl ministers onze Moslim-landgenoten een goede vastenmaand wensen).

5.        Frustratie over de nasleep van de grote financiële crisis van 2008-2009 (Nederland: denk aan commissarissen van ING en ABN-AMRO die niet het fatsoen hadden om hun honderdduizenden euro’s commissarissenloon terug te storten).

6.        Weerstand tegen de milieubeweging die enorme financiële lasten oplegt aan iedereen en elk protest de mond snoert (Nederland: denk aan politici die net even anders denken over nucleair of over stikstof en meteen worden weggezet als klimaatontkenners).

7.        Bureaucraten bij de overheid die covid-regels uitvaardigden die de elite (veilig thuis achter de laptop) veel minder hard raakten dan mensen in de industrie, de horeca of de handel.  (Nederland: denk aan de schandalen bij de Belastingdienst en nu het onvermogen om de fantastische particuliere initiatieven te steunen om Oekraïense vluchtelingen te helpen (‘Nee, geen geld voor vergoeding van de kosten van bussen uit Polen naar Nederland’, en ‘de gemeente heeft twee tot vier weken nodig om vluchtelingen in te schrijven’).

Door de globalisering, de IT-revolutie en de hardere concurrentie verdwijnt voor veel mensen de bestaanszekerheid van een eerdere periode met vakbonden, kartels, en veel minder internationale concurrentie. Daarom zijn het niet alleen kiezers met een lagere opleiding en inkomen die kiezen voor populistisch rechts, maar ook steeds meer mensen uit de bedreigde middenklasse. Die zijn bang om financieel door de vloer te zakken en te eindigen bij de schuldsanering.

De middenklasse, bij uitstek de hoeder van de nationale tradities, wordt kleiner. Resteert een elite die het gênant en overbodig vindt om trots te zijn op hun land, en de lager betaalden die geen respect meer hebben voor zo’n elite. 

Nu is er deze maand een kans om wat vertrouwen terug te winnen, maar tot nu toe lijken de Nederlandse ministers daar blind voor. Macron voert campagne en probeert vertrouwen te winnen door een strategie tegen de inflatie. Inflatie is niet een ideologisch of cultureel onderwerp en heeft niets te maken met het voor en tegen van meer immigratie. Het is een concreet probleem dat vraagt om een snelle en eerlijke aanpak.

Maar terwijl Macron actie tegen de inflatie aankondigt, heeft minister Kaag niets beters dan dit: ‘Over de koopkrachtbesluitvorming voor 2023 zullen wij de komende weken verder praten in het kabinet. En hierover zal het kabinet, uiterlijk 1 juni, bij de Voorjaarsnota, communiceren.’

‘Koopkrachtbesluitvorming’ klinkt als kleine, ingewikkelde verschuivingen met belastingen die er goed uit zien in de koopkrachtplaatjes van het Centraal Planbureau (super-parlementariër Omtzigt heeft gewaarschuwd dat politici dan mikken op wat mooi werkt in een rekenmodel, niet op wat simpel, snel, efficiënt en fraudevrij helpt voor de burgers).

Is praktische steun dan mogelijk, zelfs in een land waar de overheid   razendsnel is met klimaatsubsidies, maar beschamend traag op zo veel andere terreinen? Ik noemde er al een paar in Wynia’s Week:

Benzineprijs nog flink lager om op het gemiddelde te komen van België en Duitsland.

– Direct cumulatief herstel van de pensioenen. Iemand met een bescheiden aanvullend pensioen van 300 euro per maand heeft onmiddellijk recht op meer dan 5500 euro en kan daarmee haarzelf en misschien ook familie helpen.

– Snelle afspraken met de energiebedrijven: liever geen korting op de btw want dat helpt de grootbetalers het meest, maar een uniforme korting voor iedereen totdat er meer duidelijkheid is over de energieprijzen voor volgend jaar.

Dat kan allemaal binnen een paar dagen en het zou helpen. Als minister Kaag in plaats daarvan wacht op de traditionele Voorjaarsnota, moet dat nog worden besproken en geïmplementeerd, en tegen die tijd heft de elite het glas in de zomerhuizen in de Provence of in Toscane en staan anderen in de rij bij de schuldsanering.

Ministers, speciaal Kaag en Jetten, beseffen niet dat borstklopperij, in dit geval over ‘Nederland klimaatkoploper’, altijd fout is als basis voor beleid, want je luistert alleen nog naar het gejuich van je aanhang en leert niet meer van anderen. 

En met 9 procent inflatie brengt borstklopperij een groot gevaar: het vervreemdt de elite nog meer van ‘de mensen in het land’, en bedreigt onnodig honderdduizenden huishoudens die niet weten hoe ze volgende maand hun energienota moeten betalen.

Hoogleraar economie Eduard Bomhoff publiceert zijn column wekelijks in Wynia’s Week. Bent u al supporter van Wynia’s Week? Doneren kan HIER. Hartelijk dank!