Lessen van de Zwarte Zee: nieuwe fregatten marine voor conventionele en asymmetrische oorlogvoering

EricVrijsen 5-2-26_BEELD
Luchtverdedigings- en Commando fregat (LCF). Foto: Ministerie van Defensie

Artikel beluisteren

Zes fregatten vormen de ruggengraat van de oppervlaktevloot van de Koninklijke Marine. Eigenlijk vijf, want Zr.Mr. Van Speijk ligt al geruime tijd aan de kade vanwege personeelsgebrek. In de loop van 2026 krijgt deze oorlogsbodem een bemanning en wordt het schip weer inzetbaar.

Fregatten zijn tamelijk snelle schepen. Door hun geringe diepgang en slanke romp zijn ze zeer wendbaar. Geschikt voor maritieme operaties op volle zee (‘blauw water’) en vlak onder de kust (‘bruin water’). Ze zijn uitgerust voor uiteenlopende taken: van raketverdediging tot piraterijbestrijding en van het afvuren van torpedo’s tegen vijandelijke onderzeeboten tot het bieden van humanitaire hulpverlening na een orkaan, aardbeving of tsunami. Ook voor vlagvertoon en diplomatieke ontvangsten zijn ze ideaal.

Duizend-dingen-doekje

Fregatten bieden andere marineschepen bescherming. In een bondgenootschappelijk vlootverband chaperonneren ze geallieerde vliegdekschepen, zo nodig tot in Japan. Ze kunnen een vijandelijke kust onder vuur nemen om de mariniers in staat te stellen hun D-Day achtige operaties uit te voeren. Ze kunnen ook de burgerbevolking van een havenstad vrijwaren van vijandelijke raketaanvallen en tegelijkertijd protectie bieden aan de eigen mijnbestrijdingsvaartuigen. Fregatten zijn het duizend-dingen-doekje van de marine.

In vroeger tijden was een fregat een snel zeilende driemaster. Een schip dat je goed moest aanvoelen om het efficiënt door de wind te laten voortbewegen. Lezers van een bepaalde leeftijd denken aan het woord ‘fregat’ meteen aan Het fregatschip Johanna Maria, een roman uit 1930 van Arthur van Schendel. Generaties leerlingen van de middelbare school moesten het niet al te dikke boek voor hun literatuurlijst lezen.

Het verhaal draait om de armoedige zeilmaker Jacob Brouwer, wiens leven getekend wordt door het diepe verlangen het fregat Johanna Maria te bezitten. Na een ongekend lange reeks tegenslagen, lukt het hem inderdaad om het schip in eigendom te verwerven. Ach, hoe droevig. In eenzaamheid slijt Brouwer zijn laatste dagen op het inmiddels vermolmde fregat in de haven van Amsterdam. Als hij iets moet repareren, valt hij naar beneden en sterft.

Vandaar dat de naam ‘fregat’ zoveel sympathie en mededogen oproept, en dan vooral bij Haagse politici. Toen in de jaren tachtig werd besloten dat de Koninklijke Marine nieuwe oorlogsbodems nodig had met een zware bewapening, werden deze schepen aangeduid als ‘fregatten’. Dat was een eufemisme. De schepen hadden de lengte (144 meter), breedte (17 meter) en het bewapeningsniveau van bijna een ‘kruiser’. Andere NAVO-landen zouden ze ‘torpedobootjagers’ of ‘destroyers’ hebben genoemd. Maar dat vond politiek Den Haag te oorlogszuchtig klinken. De volksaard verplichtte tot ‘fregatten’.

Aan boord

In een havenstad in de Hoorn van Afrika zoeken we in 2011 het fregat vernoemd naar Michiel de Ruyter. (Het schip is dan nog Hr.Ms. De Ruyter, inmiddels is het Zr.Ms. De Ruyter.) Chaotische taferelen in deze stad. Een grimmige taxichauffeur in een aftandse Peugeot brengt ons rond middernacht naar het haventerrein. Op vertoon van ons paspoort maakt een beveiliger een norse hoofdbeweging: doorlopen!

We passeren allerlei vage marktkraampjes en horen in het donker fluisterende mannenstemmen. We lopen zo zelfbewust mogelijk door en bereiken een kade. Daar, in het maanlicht, torent het Luchtverdedigings- en Commando Fregat De Ruyter hoog boven Afrika uit. Het is een van de vier Luchtverdedigings- en Commando Fregatten van de Koninklijke Marine. We lopen in rechte lijn naar de valreep als bewijs dat we bij dit schip horen. De fluisterende stemmen op de achtergrond zwijgen.

Gunboat-diplomacy

Een fregat maakt indruk. Loopt zo’n schip een haven binnen, met al zijn radars, antennes, lanceerbuizen en kanonnen, dan gebeurt er iets. Iedereen stopt om te kijken: dit is serieus. ‘Gunboat-diplomacy’ wordt het genoemd. Een land projecteert zijn macht tot in andere werelddelen door er een schip naartoe te sturen. Een beetje pronken, dreigen, intimideren. Meestal werkt het en het is een goedkope manier om oorlogen te voorkomen.

In de US Army werd er enige tijd meesmuilend over gedaan: ‘Het leger pleegt invasies, de marine bezoekt havens.’ Alsof de landmacht de echte oorlog voert en de marine zich onledig houdt met cocktailpartijtjes. Maar de Amerikaanse president Donald Trump laat dit beeld definitief kantelen. Vlak voor zijn actie tegen dictator Nicolas Maduro van Venezuela stuurde hij een enorme vloot naar de Cariben. Tegen de ayatollahs in Iran begon het ook met het uitsturen van ‘een Armada’.

Het marinewapen is de lange arm van een land. Omdat schepen nu eenmaal trager zijn dan vliegtuigen en veel langduriger kunnen worden ingezet, kun je de druk op je tegenstander gestaag opvoeren. Je geeft hem tijd om tot inkeer te komen. Belangrijkste voorbeeld is de Cubacrisis van 1962. De Russen plaatsten kernwapens op Cuba. De Amerikaanse president John F. Kennedy kon ze makkelijk opruimen door de US Air Force bombardementen te laten uitvoeren. Maar dat zou een Derde Wereldoorlog hebben ontketend.

Kennedy besloot tot een marineblokkade. Russische schepen met extra materieel voor de raketbases op Cuba zouden worden tegengehouden. Niet onmiddellijk: Kennedy gaf ze bedenktijd. Eerst verminderden de Russische schepen vaart. Toen maakten ze rechtsomkeert. Crisis bezworen. De wereld ontsnapte aan de absolute catastrofe. De Russen ontmantelden vervolgens hun bases op Cuba. Dit was marine zoals marine bedoeld is. Oorlogsbodems zijn niet de pionnen, maar de lopers en torens van het internationale schaakspel.

Zijwindgevoelig

De volgende dag vertrekken we met LCF-fregat De Ruyter. Wonderlijk hoe ver je vanaf de brug uitkijkt over land en water. Je staat als het ware voor het raam op de zesde etage van een gevaarte dat met 10 knopen (ongeveer 20 kilometer per uur) het ruime sop kiest. Weldra is er alleen nog zee om ons heen. De ruimte van de Indische Oceaan is overweldigend. Het hoge schip met zijn geringe diepgang is nogal zijwindgevoelig, maar het snijdt behendig door de golven.

Hr.Ms. De Ruyter is op dat moment bezig met een anti-piraterijmissie, maar voortdurend wordt er geoefend. Bij voorbeeld, ‘man overboord’. Een pop wordt in het water gesmeten en de matroos aan het roer krijgt opdracht om meteen van koers te veranderen, terwijl aan dek collega’s hun reddingsacties uitvoeren.

Schietoefeningen

Soms zwemmen dolfijnen met het schip mee. Als je voorop de boeg staat, niet ver van de luiken van de raketlanceerinstallatie, zie je die vrolijke beesten telkens boven het water uit springen. Ze hadden dit fregat ook wel Hr.Ms. Harderwijk kunnen noemen!

Regelmatig worden schietoefeningen gehouden. Dan wordt het boordkanon afgevuurd. Een knal, een paar tellen niks, daarna zie je met je verrekijker heel in de verte een enorm waterfontein. Een keer mogen we zelf aan het roer zitten en stoere bochten maken in de Golf van Aden. Dat roer is opvallend klein. Het voelt als een racestuurtje in een sportwagen. Des te moeilijker is het om precies koers te houden. Van 330 graden moeten we naar 340, maar we schieten al snel door naar 346. Alsof je met slippende koppeling over een bochtig landweggetje rijdt. Respect voor de jonge matroos, die de De Ruyter veel subtieler dirigeert.

Tijdens de anti-piraterijmissie bestaat de bemanning van het fregat uit zo’n 200 mannen en vrouwen, inclusief de Unit Interventie Mariniers (Maritime Special Forces, MARSOF). Dat zijn de jongens die met hun speedboten ten strijde trekken tegen de Somalische kapers. Op het achterdek staat ook een helikopter die de mariniers naar een gekaapt schip kan brengen. Ze laten zich dan – zoals bij voorbeeld bij de actie tegen de kapers op het Duitse containerschip Taipan in april 2010 – aan een touw naar beneden zakken, overmeesteren de kapers en bevrijden de gegijzelde bemanningsleden. Op YouTube en social media staan filmpjes van dergelijke gewaagde bevrijdingsacties door het Korps Mariniers. In heel de wereld gaan digitale duimpjes omhoog.

De Somalische kapers kennen maar één methode om zich tegen de mariniers te verzetten: ze dreigen hun gegijzelden te executeren zodra een bevrijdingsactie begint. Westerse landen zijn daarom terughoudend. De commandant van de De Ruyter heeft op de VHF-lijn af en toe radiocontact met kapers. Soms wordt er gebeld met de satelliettelefoon van een van de gevangenen. Dan komt een krijsende kaper aan het woord en een doodsbange zeeman, die zegt dat de loop van een kalashnikov tegen zijn slaap wordt gedrukt.

Gouden Bal

Van de drie krijgsmachtdelen (Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine) zijn de zeestrijdkrachten de oudste en de traditioneelste. Het gevoel voor hiërarchie is er groter dan bij de landmacht en luchtmacht. Daar gaan alle rangen ’s middags in hetzelfde geprivatiseerde bedrijfsrestaurant eten. Bij de Koninklijke Marine echter, is er een strikte scheiding tussen de rangen.

Aan boord van de fregatten dient het ‘cafetaria’ (ook wel ‘Het Caf’) als eet- en ontspanningsruimte voor de matrozen. De korporaals eten er ook, maar beschikken over een eigen recreatiezaaltje. De onderofficieren eten en recreëren in ‘Het Gouden Bal’. De officieren doen dat in hun ‘Longroom’. Buitenstaanders vermoeden wellicht dat hierdoor aan boord allerlei sociale spanningen ontstaan, maar volgens de kenners is het tegendeel het geval. Militairen moeten onder hun gelijken kunnen zijn om hun hart te luchten. In eigen kring spreken ze dan vrijuit over de commandant van het schip als ‘De Ouwe’, wat ze in zijn bijzijn nooit zouden doen. Dan is het ‘Commandant’.

Verschil is functioneel

Het is niet de bedoeling dat bemanningsleden zomaar het verblijf van hun ondergeschikten betreden. Wil bijvoorbeeld een kapitein-luitenant ter zee iets vragen aan een matroos, dan wacht hij netjes bij de deur van het Caf en vraagt of hij binnen mag komen.

Overigens is op de nieuwere schepen – zoals het logistieke ondersteuningsschip Zr.Ms. Karel Doorman en de Ocean-going Patrol Vessels (Hollandklasse) – de eetzaal toegankelijk voor alle rangen. Dat is natuurlijk praktischer. Wel blijven de recreatieverblijven traditioneel gescheiden voor matrozen, korporaals, onderofficieren en officieren. Je zou het in het egalitaire Nederland niet verwachten, maar: verschil moet er zijn, want dat is functioneel.

Tijdens de anti-piraterijmissie wordt door de matrozen en onderofficieren flink gemopperd. Het zwaarbewapende fregat laat zich volgens hen in de luren leggen door de Somalische kapers. ‘Waarom treedt De Ouwe niet harder op?’

Nou, de commandant is gehouden aan de geweldsinstructies van NAVO en Europese Unie. De kapers zijn een asymmetrische vijand. Het zijn terroristen die gekaapte schepen als steunpunt gebruiken voor nieuwe kapingen, steeds verder op zee. Vanaf 2010 breiden ze hun netwerk steeds verder uit. Zo vormt zich een terroristische archipel in het zeegebied tussen Jemen en Oost-Afrika en zelfs tot ver op de Indische Oceaan.

Zeeroutes beveiligen

Het boordkanon van de De Ruyter heeft een bereik van ruim 20 kilometer en kan zo nodig 45 schoten per minuut lossen. Je jaagt die kapers zo naar de kelder. Maar dan sterven ook hun onschuldige slachtoffers. NAVO en Europese Unie willen géén vermijdbaar bloedvergieten. De De Ruyter vaart dreigend tussen de ankergebieden van door Somaliërs gekaapte schepen door. De kapers richten hun granaatwerpers op de brug van het fregat, maar durven niet te schieten, want dan heeft de commandant van het fregat een duidelijke geweldsinstructie: het vuur beantwoorden.

De marine werd opgericht in 1488 en heet sinds 1813 ‘Koninklijke Marine’. Het doel is al eeuwenlang hetzelfde: handel bevorderen door zeeroutes te beveiligen. Sinds Admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter (1607 – 1676) is het dus business as usual. Optreden tegen kapers en vijandelijke mogendheden die de zeeroutes en dus de welvaart in gevaar brengen. Tijdens de anti-piraterij missies tussen 2009 en 2016 bleven Nederlandse fregatten telkens viereneenhalve maand tot een half jaar in het gebied. Soms werden bemanningsleden van het ene fregat door het andere overgenomen. Die zeelui waren dan een jaar van huis. Jarenlang ging het door, maar uiteindelijk lukte het om het businessmodel van de Somalische kapers te kraken.

Bedrijfsmodel kapotgemaakt

Wat was de truc? Vanaf fregatten als de De Ruyter werden mariniers uitgestuurd om – vanuit helikopters of Fast Raiding Interception Special Forces Crafts (FRISC’s) – de skiffs van de kapers lek te schieten, zodat de kapers geen nieuwe acties meer konden uitvoeren. Vaak werd alleen de buitenboordmotor aan flarden geschoten. Het roer van gekaapte schepen werd stiekem door kikvorsmannen met ijzeren kabels gesaboteerd, zodat de kapers niet weg konden. Drenkelingen werden aan boord genomen en gearresteerd. Aanvankelijk werden ze in Nederland of elders in West-Europa berecht, maar dan prevelden ze het woordje ‘asiel’ en werden ze voor hun terrorisme nog beloond ook. Toen werd geprobeerd ze in Kenia te lozen, maar daar gingen ze ook nogal eens vrijuit.

Uiteindelijk werden gevangen kapers ontwapend en ergens in Somalië op een verlaten strand gezet. Dan moesten ze naar huis lopen en werden ze ongetwijfeld door een krijgsheer bestraft voor het laten mislukken van hun kapingsactie, waarin zo iemand veel geld had geïnvesteerd. In Somalië was destijds zelfs een beurs waar je een aandeel kon nemen in kapingsacties. Met een evenredig deel van het betaalde losgeld als winst. Door langdurige inzet van Europese en Amerikaanse marineschepen en door het optreden van de marines van China, Japan, India, Zuid-Korea en Rusland werd dit bedrijfsmodel kapot gemaakt. Toen hielden de kapingsacties op.

De conclusie moet luiden dat je vanaf een fregat niet zomaar bruut geweld moet inzetten. De commandant moet vooral oog hebben voor de politiek-economische context. Hij moet met de logica van een slimme straatjongen een militaire oplossing kiezen. Gebruik niet plompverloren je stoerste en duurste wapens, maar pak je tegenstanders waar het ze pijn doet.

Oorlogsdreiging

In de Koude Oorlog bereidde de Nederlandse marine zich voor op het beveiligen van de Noord-Atlantische aanvoerroutes en dus vooral op het bestrijden van Sovjet-onderzeeboten. Nu vanuit Rusland een nieuwe oorlogsdreiging ontstaat, komt de Koninklijke Marine opnieuw in die rol. Maar de verwachting is dat een conflict met de Russen zich op een veel ingewikkelder manier zal ontwikkelen. Het wordt hybride oorlogvoering. Zeker in het begin van een gewapend treffen, zullen de Russen zich als een asymmetrische vijand gedragen. Misschien zijn ze daar al mee begonnen door kabels en leidingen op de bodem van de Oostzee en de Noordzee te saboteren.

Op deze manier zoeken de Russen de zwakke plek van de westerse landen. Ze zorgen voor maatschappelijke verstoring, maar doen dat op een heimelijke manier en ontkennen desnoods dat zij erachter zitten. In ieder geval blijven ze onder de drempel van een openlijke oorlog. De NAVO kampt met het probleem van de ‘attributie’: het kan de sabotageacties niet toeschrijven aan Rusland.

Ondermijnende acties

Is die jarenlange ervaring met het bestrijden van de Somalische piraten en het aftroeven van rebellengroepen in Jemen in de Golf van Aden bruikbaar in de hybride oorlogsvoering tegen de Russen? ‘Goed punt,’ zegt commandeur b.d. Michiel Hijmans, die nu verbonden is aan instituut Clingendael maar daarvoor 36 jaar bij de marine diende, onder andere als commandant van drie fregatten en commandant van een NAVO-eskader dat optrad tegen Somalische piraterij.

Een geopolitiek schaakspel als de Cubacrisis van 1962 is tamelijk overzichtelijk vergeleken bij een vijand die onnozele scholieren inzet voor digitale spionage, vanaf een schaduwvloot drones uitstuurt om luchthavens te verlammen, milieuactivisten in staat stelt de uitlaten van dure auto’s dicht te smeren met purschuim, onderzeese datakabels vernielt en stiekem explosieven probeert te plaatsen onder de transformatorplatforms van windparken op zee. Hijmans: ‘Het is moeilijk op te treden tegen dit soort ondermijnende en ontwrichtende acties. Maar patrouilleren helpt. Zodra je iets constateert en je stuurt er een schip op af, dan hebben ze het in de gaten en stopt het.’

Kapitein-Luitenant ter Zee Roy de Ruiter van de Nederlandse Defensie Academie onderstreept het belang van patrouilleren en tijdig ontdekken van alles waarmee de Russen bezig zijn: ‘Het maakt “attributie” eenvoudiger. Dus wordt het voor de Russen moeilijker te ontkennen dat ze betrokken zijn. De operaties van de NAVO, zoals Baltic Sentry, zijn hier ondere andere op gericht.’

De vlootvernieuwing van de marine voorziet – volgens een reeks brieven van Defensie aan de Kamer – vanaf 2028 in vier nieuwe Anti Submarine Warfare (ASW) fregatten en vanaf 2034 in vier ‘FUture Air Defender’ (FUAD) schepen ter vervanging van de oude Luchtverdedigings- en Commando (LCF) fregatten. Het contract met scheepsbouwer Damen voor de ASW-fregatten is getekend, maar de bouw is nog niet begonnen. Voor de FUAD’s is het contract nog niet eens getekend. Het is vrijwel onmogelijk om de nieuwe fregatten op tijd operationeel te stellen, maar de intentie is er en het budget is er ook.

‘Hard kill’-systeem

De nieuwe ASW-fregatten worden voorzien van zwaarder en in ieder geval moderner geschut. Waar de twee huidige ‘Multipurpose’ M-fregatten een Mk-46 torpedo kunnen afvuren, wordt dat voor de ASW-fregatten een Mk-54. Allerlei sensoren worden verbeterd en elektronisch verbonden met de vuurleiding. Een sonar onder de boeg, een sonar onder de romp en een sonar die aan een lange kabel achter het fregat wordt voortgesleept, leveren data aan een digitale centrale (de Under Water Warfare Suite) die alle informatie integreert en zo nodig de torpedo’s activeert tegen onderzeeboten of oppervlakteschepen van de vijand.

Het is de bedoeling een zelfverdedigingssysteem te installeren dat vijandelijk torpedo’s onschadelijk maakt door er een eigen torpedo tegenaan te laten klappen. Maar dit ‘hard kill’-systeem is nog in ontwikkeling. Voorlopig blijft het bij ‘soft kill’-verdediging: het elektronisch verstoren van inkomende torpedo’s of op zijn minst detecteren en ontwijken.

Sneller en effectiever

De ASW-fregatten krijgen een 76 mm-boordkanon (zelfde kaliber als dat van de M-fregatten) en kunnen Naval Strike Missiles lanceren. Dat zijn antischeepsraketten van Noorse makelij, die sneller en doeltreffender zijn dan de verouderde Harpoon-raketten op de huidige M- en LCF-fregatten. Je kunt ze ook inzetten tegen gronddoelen.

Voor de strijd op korte afstand tegen bij voorbeeld terroristen op speedboten, komen er twee kleinere kanonnen aan dek te staan, plus een aantal op afstand bedienbare zware mitrailleurs. Tegen luchtdoelen (met name drones en gevechtsvliegtuigen) kunnen radargeleide DART-granaten en Rolling Airframe Missiles worden afgevuurd. Die zijn effectiever dan het huidige Goalkeeper snelvuurkanon op de bestaande fregatten. Voor de luchtverdediging op de iets langere afstand, worden ASW-fregatten en LCF-fregatten voorzien van ESSM Block 2 raketten. Drones worden bestreden met een High Energy Laser, maar dat systeem is er momenteel nog niet.

De nieuwe ASW-fregatten worden een stuk groter dan de huidige M-fregatten: 5.500 ton tegen 3.300 ton waterverplaatsing. Door de automatisering volstaat een veel kleinere bemanning. Geen 153, maar 117 mannen en vrouwen. Dat is een kwart minder en dat helpt in tijden van personeelstekorten. Er is ruimte voor een NH-90 helikopter, maar ook voor de FRISC’s van de mariniers, een serie vliegende drones of varende drones. Voor het personeel van dergelijke systemen is er aan boord plek voor nog eens 35 militairen. Het idee is vooral dat onbemande, pardon onbemensde hulpvaartuigen vooropgaan in de strijd en vanuit het fregat als moederschip worden bestuurd.

De uitrusting van de nieuwe ASW-fregatten klinkt buitengewoon indrukwekkend. Dan hebben we het nog niet eens over de Tomahawk kruisraketten (bereik meer dan duizend kilometer) die vanaf 2028 op de LCF-fregatten worden geplaatst om de vijand diep landinwaarts te kunnen bestoken. Dat is de ‘escalatie dominantie’ van de fregatten. Dreigt de vijand met een wapen, dan moet je hem met een nog zwaarder wapen kunnen afschrikken. Dit principe is al eeuwen oud, maar werkt dit nog altijd zo? Moet je niet ook de escalatierisico’s dempen en de vijand à la Kennedy tijd geven om terug te treden? Moet je niet juist ook slimme methodes kiezen om je tegenstander te ontregelen?

Zwarte Zeevloot

De zeeoorlog sinds 2022 tussen Rusland en Oekraïne voltrekt zich volgens een onconventionele logica. De Russische Zwarte Zeevloot was op papier oppermachtig, maar de Oekraïners wisten daarin de zwaktes te vinden. Zij voerden een asymmetrische strategie uit. Grenswachten op het nietige Slangeneiland trokken met gedurfde slogans ‘Fuck the Russians’ de aandacht en de Russen bezetten het eilandje in de monding van de Donau. Die overwinning was symbolisch. In april 2022 vuurde Oekraïne vanaf de kust twee Neptun-antischeepsraketten af op de Russische kruiser Moskva. Dit vlaggenschip van de Zwarte Zeevloot waande zich onkwetsbaar, maar de Neptuns troffen doel. Aan boord ontstond een reeks explosies en nadat de munitie ontplofte, zonk het schip naar de bodem van de zee.

Telkens kwamen de Oekraïners met verrassingen. Ze pakten bij voorbeeld grote aantallen speedbootjes of waterscooters vol explosieven, installeerden een afstandsbediening, lieten de onbemande vaartuigjes onder de radar doorglippen om er tenminste een paar tegen Russische schepen te laten knallen. Ze drongen met onbemande systemen de marinehavens op de Krim binnen en schakelden zelfs een onderzeeboot uit. Het had een verlammende invloed op de Russische vloot.

Conventionele of asymmetrische oorlogvoering?

De Russen leren natuurlijk snel bij op dit troebel strijdtoneel. Zij zijn niet in staat om hun gehavende Zwarte Zeevloot snel te versterken, want volgens het Verdrag van Montreux (1936) controleert Turkije de Bosporus en de Dardanellen en dus de toegang tot de Zwarte Zee. Tijdens een gewapend conflict houdt Turkije de Zwarte Zee gesloten voor oorlogsbodems van de kuststaten. Turkije laat sinds februari 2022 geen Russische marineschepen door. Moskou kan geen versterkingen van de Noordelijke vloot naar de Zwarte Zee sturen. Daar hebben de Russen ook geen capaciteit om schepen te bouwen of snel te herstellen.

Hebben de Russen hun lesje geleerd en zullen ze in een conflict met de NAVO de gewiekste strijdmethoden van de Oekraïners toepassen? Moet de Koninklijke Marine zich voorbereiden op een conventionele zeeoorlog of juist op hinderlagen in de asymmetrische maritieme oorlogvoering? Commandeur b.d. Hijmans: ‘Mogelijk op beide scenario’s. We weten het nog niet zo goed. We moeten in elk geval heel flexibel kunnen zijn.’

Voor de bouw van de nieuwe ASW- en vooral de FUAD-fregatten betekent dit dat ze ‘modulair’ moeten worden uitgevoerd. Wapensystemen moeten snel kunnen worden aangepast aan elke nieuwe fase in de oorlog, elke nieuwe episode in de bewapeningswedloop. Zo kun je de vijand steeds een stapje voorblijven.

De eerste twee ASW-fregatten stonden in de boeken voor 1.883 miljoen (prijspeil 2022). Inmiddels meldt Defensie ‘maximaal 2,5 miljard’. Dat is exclusief de nieuwste sensoren en raketsystemen. Door de schepen ‘modulair’ uit te rusten, kan Defensie voorkomen dat de fregatten na een relatief korte periode als verouderd moeten worden afgeschreven. Het ontwerp moet het mogelijk maken dat ze snel en makkelijk een modificatie kunnen ondergaan. Zeker de FUAD-fregatten zullen vliegende en varende drones voor zich uitsturen om de eigen kwetsbaarheid te verminderen.

Modulair wil zeggen dat je wapensystemen als duplosteentjes kunt vervangen op je fregatten. Telkens haal je onbruikbare spullen weg en schuif je containers met nieuw materieel aan dek. Je geeft de software een update en je kunt weer vooruit. Alles op de fregatten moet flexibeler, wat in praktijk meestal betekent: eventueel nog zwaarder bewapend.

Vrouwennamen voor nieuwe fregatten

Een fregat laat nu eenmaal niet met zich spotten, ook al blijft politiek Den Haag à la Van Schendels Het Fregatschip Johanna Maria mijmeren over romantiek en naamgeving. In 2020 werd in de Tweede Kamer met een overgrote meerderheid een motie van GroenLinks aangenomen – alleen SP, SGP, FVD en een ex-lid van de Partij voor de Dieren stemden tegen – om nieuwe fregatten géén namen van zeehelden als De Ruyter of Tromp meer te geven. Evenmin mochten havensteden als Vlissingen, Schiedam of Den Helder worden gebruikt. Voortaan moest worden gekozen voor namen van vrouwen.

GroenLinks-Kamerlid Tom van den Nieuwenhuijzen suggereerde de namen van de eerste vrouwelijke militair Francien de Zeeuw en de verzetstrijdster uit de Tweede Wereldoorlog Josepha Gemmeke. De ‘Traditiecommissie’ van de Koninklijke Marine zal dit politieke verzoek ongetwijfeld honoreren en een passend voorstel doen aan de Commandant der Zeestrijdkrachten. Die zal het voorstel doorgeleiden naar de Commandant der Strijdkrachten en de minister van Defensie. Uiteindelijk is het aan de Koning om hierover te beslissen. Het lijdt weinig twijfel dat het staatshoofd akkoord gaat met de vrouwennamen voor de fregatten.

Maar als je in Het Gouden Bal of Het Caf zou vragen of dit de mannen en vrouwen van ’s lands marine heel erg veel kan schelen, bestaat er een gerede kans dat je vierkant wordt uitgelachen.

Wynia’s Week bestaat officieel 7 jaar! Met dank aan alle auteurs, donateurs en alle andere lezers, kijkers en supporters. Op naar de volgende 7 jaar!