Niet alle onderscheid is discriminatie

Alle mensen zijn gelijk. Toch? Of zijn er verschillen? Is er onderscheid? Onderscheid heb je in twee soorten. Objectief onderscheid en subjectief onderscheid. Objectief onderscheid berust op feitelijke werkelijkheid. Zoals het verschil tussen leeuwen en tijgers, olifanten en neushoorns, mensen met een blanke huid en mensen met een zwarte huid, mensen met een hoog IQ en mensen met een laag IQ. Subjectief onderscheid wordt gemaakt zonder dat het met feitelijke werkelijkheid overeen hoeft te komen. Dat onderscheid berust op aannames, opvattingen, vooroordelen, persoonlijke voorkeur.

Toen ik in mijn geboorteplaats in Noord-Brabant naar de lagere school ging, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, kreeg ik te maken met onderscheid. In het begin had ik het niet zo in de gaten maar het was er wel. Ik ging naar een rooms-katholieke school. Waarom? Vrijwel alle Brabanders en Limburgers waren in die tijd rooms-katholiek, dus stuurden rooms-katholieke ouders hun kinderen naar rooms-katholieke lagere scholen. Onderscheid op basis van religie.

Geloof, sekse

Dat sprak toen vanzelf. Mijn school was een jongensschool. Meisjes zaten op een andere school. Ik wist al gauw dat er verschil was tussen meisjes en jongens, al kwam ik er pas veel later achter wat dat verschil nou precies was. Maar dat was voor mij nog geen reden waarom jongens en meisjes niet naar dezelfde school gingen. Dat kon toch best. Het leek me gewoon een kwestie van enkele dames wc’s bijbouwen.

Mijn school was ook een fraterschool. Fraters – of broeders – zijn ongehuwde mannen in een pij. Ze gaven les. Ik had daar niets op tegen, zolang ze maar niet met hun vingers aan mijn billen zaten. Sommigen deden dat bij bepaalde jongens. Niet bij mij gelukkig. Ik was een beetje een dikke jongen. Niet echt sportief. Nooit geweest. Als we in het speelkwartier op de binnenplaats gingen voetballen, moest ik maar keeper zijn. En ik liet dus heel wat ballen door.

Opleiding…

Na de lagere school ging ik naar een lyceum. Rooms-katholiek natuurlijk. Daar gaven ze les in Latijn en Grieks. In mijn stad had je ook een openbare Rijks-HBS. Zonder Latijn en Grieks. Daar werd toen door de gevestigde orde op neer gekeken. Ten onrechte. Een geval van onderscheid maken op basis van aannames. Het was een prima school, waar mijn beste vriend naartoe ging omdat het amper 100 meter lopen was van zijn ouderlijk huis.

Op mijn lyceum zaten weer geen meisjes. Die zaten op een school vijf minuten fietsen van de mijne. Na afloop van de lessen gingen we daar met z’n allen heen, en als daar nog wat meisjes over waren, fietsten we samen naar huis. Zo ontstonden de eerste prille liefdes en de in die tijd nog ongevaarlijke, dikwijls niet beantwoorde seksuele opwindingen.

Wie na het eindexamen ging studeren, deed dat in Nijmegen. Aan de rooms-katholieke Universiteit. Ik niet. Mijn moeder vond dat ze mij in het diepe moest gooien. Dus ging ik studeren in Amsterdam. Wel kreeg ik daar een rooms-katholieke hospita. Weduwe van een verdienstelijke kunstschilder. Indertijd ging ik elke zondag nog naar de kerk.

Toen ik in Amsterdam op zondag in de Obrechtkerk kwam, werd ik geconfronteerd met een nieuw onderscheid. Ik had sterk de indruk dat de Hollandse rooms-katholieken in Amsterdam veel serieuzere rooms-katholieken waren dan de Brabantse, alles geloofden wat de pastoor zei en zich zoveel mogelijk aan de regels hielden. Ik beschouwde hen als een soort calvinistische katholieken. Brabantse rooms-katholieken waren heel anders. Bourgondisch. Ze geloofden wel, maar ze gelóófden het ook wel, gingen op zondag braaf naar de kerk, hoorden de pastoor, namen wat hij zei met een korreltje zout en hielden zich, soms met opzet, niet aan regeltjes. 

Clochemerle

De Rooms-Katholieke Kerk had een Index van verboden boeken. Rooms-katholieken mochten die boeken absoluut niet lezen. Dat was voor mij aanleiding om dat nou net wél te doen. Een grappig boek heette “Clochemerle”. Het ging over een denkbeeldig dorp in Frankrijk, dat toen model stond voor veel echte dorpen in Frankrijk. Op zondag om 11:00 uur gingen de vrouwen er naar de kerk en de mannen naar het café. De pastoor hield het met zijn huishoudster. Wat ik veel natuurlijker en sympathieker vond dan een pastoor die stiekem aan zijn misdienaartjes friemelt.

Verplicht celibaat vond ik altijd volslagen idioot. Jezus Christus heeft gezegd: “een mens zal zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn.” (Mattheüs 19:5). Hij heeft nooit gezegd dat priesters dat niet mochten. De Rooms-Katholieke Kerk heeft het celibaat als verplichting uitgevonden. Het werd ingesteld in het jaar 1075 na Christus door paus Gregorius VII.

Toen aartsbisschop Siegfried dat afkondigde op de synode in Mainz, ontstond er een hoop tumult en werd hij uit zijn stoel gesleept door kwade geestelijken. Het celibaat werd pas echt opgelegd tijdens het Eerste Lateraanse Concilie in 1123, tevens voor gewone priesters. In dat jaar werd het celibaat een kerkelijke wet voor alle katholieke geestelijken. ¹  Afschaffing wordt sinds 2019 overwogen.

Hollanders, Brabanders…

Wat is dat eigenlijk dat onderscheid tussen Hollanders en Brabanders? Volksaard? Binnen één land? Indien dat het geval is, zou je zo maar kunnen denken dat reformatie nooit was ontstaan wanneer Maarten Luther was geboren in Beieren. Dan waren problemen in der minne geregeld en waren we met zijn allen nog rooms-katholiek.

Even goed als problemen tussen Henry VIII en de toenmalige paus in der minne geregeld hadden kunnen worden en de meeste Engelsen nu nog rooms-katholiek zouden zijn geweest wanneer die twee stijve harken toen niet ieder op zijn strepen was blijven staan. Mooie of kwade droom misschien. Maar het toont wel aan dat grote wereldgebeurtenissen het gevolg kunnen zijn van de toevallige gemoedsstemming van individuele leiders.

Ach, Noord-Brabant was oorspronkelijk een van de ‘Generaliteitslanden’, rooms-katholieke gebieden die tijdens de Tachtigjarige Oorlog door Spanje veroverd waren en na de oorlog werden gevoegd bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. “Generaliteitslanden hadden niet (zoals Drenthe) een eigen Statenvergadering met gewestelijk zelfbestuur. Ze waren evenmin vertegenwoordigd in de Staten-Generaal. Integendeel, deze veroverde gebieden werden geregeerd vanuit Den Haag.

Bovendien, als rooms-katholieken waren Brabanders en Limburgers evenals hun geloofsgenoten elders in de Republiek sowieso geen volwaardige ingezetenen van de Republiek, omdat alleen belijders van de gereformeerde godsdienst overheidsambten konden bekleden!” ² Dat uitroepteken staat er echt. Dat rooms-katholieken later stemvee werden voor de KVP, staat er echter niet bij.

Restanten van deze wat ondergeschoven positie kon je honderden jaren later nog zien. Wanneer je van Rotterdam ’s avonds met de auto naar het zuiden reed, hielden na de Moerdijkbrug plotseling de lantaarnpalen naast de snelweg op. Alsof je een pikkedonker tweederangs gebied inging. Snelwegen had je trouwens ten zuiden van de grote rivieren pas veel later dan ten noorden ervan. Tussen Den Bosch en Tilburg is er zelfs in 2020 nog steeds geen snelweg.  

Een zwarte man bij de tramhalte

Tijdens mijn eerste weken in Amsterdam ging ik de stad verkennen. Zo liep ik van het Leidseplein via de Leidsestraat naar de Prinsengracht. Daar zag ik voor het eerst van mijn leven een zwarte man bij de tramhalte staan. Als kind had ik natuurlijk Zwarte Piet gezien. Maar die was niet echt zwart. Die was zwart geschilderd. Zwarte Piet heette de knecht te zijn van Sinterklaas, maar was in feite zijn assistent. Een soort boekhouder, die bij moest houden welke kindertjes welke kadootjes zouden krijgen.

Wat mij betreft had Zwarte Piet net zo goed een Witte Piet kunnen zijn en Sinterklaas een zwarte Sinterklaas. Met een rode mijter op, een zwarte kop, een witte baard, een rood pak aan, en op een hagelwitte schimmel. Moet toch schitterend zijn. Die zwarte man op de tramhalte was een echte zwarte man. Een prachtige man. Met een expressief gezicht waar je naar bleef kijken. Veel mooier dan de gezichten van al die witte mannen op de tramhalte.   

Ik werd lid van een studentenvereniging. Een rooms-katholieke studentenvereniging uiteraard. Ook weer alleen met mannen. Dat ging maar door. In die studentenvereniging zaten twee studenten met een andere huidskleur dan de rest. Een Arubaanse medicijnenstudent en een Curaçaoënaar die farmacie en later medicijnen studeerde. Beiden zijn arts geworden. In de vereniging werden ze alom gewaardeerd. Iedereen was gek op die Curaçaoënaar, omdat hij zo aardig was en zo prachtig piano kon spelen. Rassendiscriminatie? Geen sprake van. Daar deden leden van onze vereniging in die tijd niet aan. Iedereen was gelijk. En met iedereen hield je een praatje en dronk je een pilsje.

Rassen, ja die bestaan

Honden, katten, paarden. Dat zijn aparte soorten. Binnen een bepaalde soort bestaan er rassen. Zo heb je bij honden bijvoorbeeld de Golden Retriever en Hollandse herdershond korthaar. Onderscheid gebaseerd op de feitelijke werkelijkheid.

Mensen heb je ook in rassen. Die kan men bijvoorbeeld van elkaar onderscheiden op basis van verschillen in huidskleur. Ook een onderscheid op basis van de feitelijke werkelijkheid. Het expliciet noemen van die huidskleur wordt soms niet zo gewaardeerd.

Het woord “ras” heeft een onderscheidende betekenis, maar kan daarnaast in samenstellingen een positieve betekenis hebben in woorden als raspaard. Met het woord “raspaard” kan bedoeld worden een paard van een zuiver ras, maar ook een mens die een voortreffelijke sporter is. In het laatste geval wordt zo’n onderscheid tussen een gewone sporter en een voortreffelijke sporter gemaakt op basis van objectieve feitelijke werkelijkheid. Bij rassendiscriminatie en slavernij kwalificeert de ene groep mensen een andere groep op basis van subjectieve opvattingen over aard en waarde ervan.

Discriminatie betekent dat er onterecht verschil wordt gemaakt in de behandeling van mensen. Zoals op basis van geslacht, godsdienst of ras. ³ Ook slavernij is onterecht verschil maken in behandeling. In beide gevallen gaat het meestal om het als minderwaardig kwalificeren van een bepaalde groep. Dat gebeurt al duizenden jaren, Slavernij is niet altijd een geval van rassendiscriminatie geweest.

In hun veroveringen van gebieden in Europa noemden de Romeinen de door hun verslagen volkeren ‘barbaren’. ‘Barbaar’ komt van het Griekse woord ‘barbaros’, hetgeen onbeschaafd-onderontwikkeld persoon betekent. Het was een klanknabootsing van het in de oren van Grieken onverstaanbare  geluid dat vreemdelingen maken. ⁴  

De door de Romeinen toen in Europa verslagen volkeren waren allemaal blanken. Velen ervan werden slaven. “In de Romeinse wereld lijkt er echter geen relatie te hebben bestaan tussen afkomst en slavernij. In tegenstelling tot slavenhandelaren uit de 17e eeuw ’discrimineerden’ de Romeinen degenen die ze tot slaaf maakten niet. Ze beperkten zich ook niet tot één volk, plaats of ‘ras’.” ⁵  Slaven konden worden ingezet als schoonmaker, kok, ook als secretaris.

Islamitische heersers hielden 1378 jaar geleden al Afrikaanse slaven

Tien jaar na de Arabisch-islamitische verovering van Egypte in de jaren 641-642 na Christus sloot de Nubische koning een vredesverdrag dat voorzag in de levering van 360 slaven aan de gouverneur van Aswan. Het waren de eerste Afrikaanse zwarte slaven van de islam. ⁶  In de duizend jaar daarna werden 25 miljoen Afrikaanse zwarten als slaven verkocht en gedeporteerd. Tussen de 7e en de 19e eeuw werden 12 tot 13 miljoen Afrikanen via de Sahara, de Nijlvallei en de Oost-Afrikaanse kust door Afro-Arabische slavenhandelaars afgevoerd.

Van de 15e tot de 19e eeuw werden 11 tot 12 miljoen slaven naar het Amerikaanse halfrond gedeporteerd. De Atlantische slavenhandel was in hoofdzaak het werk van Portugese, Hollandse, Engelse en Franse zeelui. De Arabische slavenhandel was van een nog grotere verscheidenheid uit de islamitische wereld. De Atlantische slavenhandel zocht vooral goedkope werkkrachten voor koloniale plantages, veel eerder mannen dan vrouwen. Voor de Arabische slavenhandel was dat precies omgekeerd. In de islamitische wereld werden zwarte slaven vooral in de huishoudens tewerkgesteld. Daar was de verhouding: twee vrouwen voor een man. ⁷

Slavenhandel van Afrika naar Amerika werd niet alleen bedreven door blanken. “De meeste slaven waren afkomstig uit de binnenlanden en hadden de zee nooit gezien. Krijgszuchtige koningen zoals de Ashanti in Ghana, de Fon in Dahomey (Benin) en de Yoruba in Nigeria, haalden hun menselijke roofbuit in oorlogen en strooptochten bij omliggende volkeren. Handelaren in opkomende steden aan de kust verkochten de koopwaar namens de koning aan de Europeanen. De Europese plantages in de Amerika’s zorgden voor een enorme vraag naar arbeidskrachten.” ⁸ Gezien het voorgaande is het merkwaardig dat van mogelijke nakomelingen van blanke slavenhandelaren excuses worden geëist voor wat voorouders deden, maar van mogelijke nakomelingen van zwarte slavenhandelaren niet.

Motief voor slavenhandel was op de eerste plaats geld. Argument voor de rechtvaardiging ervan was aanvankelijk de Bijbel, waar in Genesis 9 de nakomelingen van Cham tot slavernij vervloekt worden. Maarten Luther stelde dat Cham de stamvader was van alle kleurlingen. Later werd rechtvaardiging gevonden door de slachtoffers neer te zetten als inferieur en barbaars, daarmee bijdragend tot de ontwikkeling van racisme. ⁹ En dat als inferieur neerzetten was een geval van onderscheid maken op subjectieve gronden. Zo was de parallel tussen rassendiscriminatie en slavernij geboren.

Subjectief onderscheid is hardnekkig

Slavernij is officieel afgeschaft, maar bestaat nog steeds. Rassendiscriminatie ook. Het maken van onderscheid op basis van subjectieve gronden valt niet eenvoudig af te schaffen, omdat onderscheid maken op subjectieve gronden onderdeel is van de menselijke natuur. De mens is een tweeledigheid van verstand en gevoel. Gevoel hoeft niet te corresponderen met verstand.

Het verstand kan overtuigend beweren dat rassendiscriminatie verkeerd is. Het gevoel hoeft het echter niet met het verstand eens te zijn. Iemand die verliefd wordt, doet dat doorgaans vanuit het gevoel. Vanuit het verstand valt niet uit te leggen waarom iemand verliefd wordt op de een en niet op de ander, ondanks het feit dat die ander er objectief gezien aantrekkelijker uitziet.

Iemand die de pest heeft aan zwarte mensen, valt vaak niet louter op basis van verstandelijke argumenten af te brengen van het geloof dat men de pest mag hebben aan zwarte mensen. Geloof is een gevoel. Geloof valt niet te bewijzen. Zodra geloof te bewijzen zou zijn, is het geen geloof meer. Dan is het feit. Dat is de reden waarom zij die geloven in God hen die niet geloven in God nooit op verstandelijke gronden kunnen overtuigen. Beide partijen blijven het proberen. De ene partij wijst als argument op evolutie, de andere partij wijst als argument op schepping. Geen van beiden ziet in, dat dat geen tegengestelde argumenten zijn.

Evolutie kan net zo goed ‘t gevolg zijn van schepping als schepping ‘t gevolg kan zijn van evolutie. Dergelijke argumenten kunnen noch bewijzen dat God bestaat, noch dat God niet bestaat. Dus gaat de mensheid deels door met geloven dat God bestaat, deels door met geloven dat God niet bestaat. Intussen hebben steeds meer mensen het grote probleem hoe ze het geloof in de schepping moeten combineren met de alom gangbare evolutietheorie. Professoren zijn het niet met elkaar eens. ¹º

Mensen kunnen mensen doen uitsterven

Zowel bij evolutie als bij schepping kunnen doodlopende paden worden ingeslagen die uiteindelijk tot uitsterven leiden. Een voorbeeld daarvan is de Smilodon of sabeltandtijger, een van de katachtigen die leefde aan het eind van het Pleistoceen en rond 1200 voor Christus is uitgestorven. De Smilodon had twee grote sikkelvormige slagtanden tot 30 cm lang en stamt af van de Paramachairodos, die 13 tot 2 miljoen jaar geleden leefde. De bek kon tot 120 graden worden geopend. De slagtanden waren nogal broos en konden bij contact met botten afbreken. Lang werd gedacht dat het uitsterven van sabeltandtijgers resultaat was van tekort aan voedsel. Maar latere onderzoekers menen dat het niet zozeer aan absoluut tekort aan voedsel lag, maar aan grotere concurrentie door andere roofdieren.

Wetenschappers van de VanderBilt University stellen: “We weten dat wanneer voedsel schaars wordt, carnivoren, zoals de grote katachtigen, meer van de karkassen die ze doden, opeten. Als ze meer tijd doorbrachten met het kauwen op botten, zou dat veranderingen in de slijtage van hun tanden moeten opleveren, die wij kunnen opsporen.” In 1993 stelden onderzoekers al, dat de tanden van sabeltandtijgers tegen de tijd dat ze uitstierven veel meer slijtage vertoonden dan de tanden van andere roofdieren destijds. Sabeltandtijgers, die grotendeels op karkassen kauwden, concurreerden  waarschijnlijk intensiever met anderen voor voedsel dan grote vleeseters vandaag de dag doen. ¹¹

Ook mensen lieten in de prehistorie soorten uitsterven. “Miljoenen jaren geleden al vormden de voorouders van de moderne mens een bedreiging voor de biodiversiteit. Door voedsel te stelen van grote vleeseters konden hele soorten uitsterven. De achteruitgang van de biodiversiteit begon niet bij de moderne mens (homo sapiens) maar al bij enkele van onze voorouders.

De beste verklaring voor het uitsterven van carnivoren in Oost-Afrika is dat het werd veroorzaakt door voedselconcurrentie met onze uitgestorven voorouders. De voorouders van de moderne mens komen al miljoenen jaren voor in heel Oost-Afrika. In die periode vonden al verschillende extincties plaats.

Het aantal grote vleeseters begon al ongeveer vier miljoen jaar geleden drastisch te verminderen. Op dat moment begonnen onze voorouders mogelijk op een nieuwe manier aan voedsel te komen. Daarbij gingen ze dieren stelen die net door andere dieren waren gedood als prooi. Deze techniek, kleptoparasitisme genoemd, kan leiden tot het uitsterven van een hele soort.

De moderne mens en zijn voorouders zijn dus al miljoenen jaren bedreven in het monopoliseren van middelen. We leefden vroeger niet in harmonie met de natuur. Maar pas nu zijn we in staat om ons gedrag te begrijpen en veranderen en naar een duurzame toekomst te streven.

Volgens de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties moet de wereld het verlies aan biodiversiteit keren tegen het jaar 2030. Een miljoen planten- en diersoorten lopen het risico uit te sterven. Biodiversiteit neemt sneller af dan ooit tevoren in de menselijke geschiedenis. Daardoor naderen we onbekende en onomkeerbare veranderingen in de ecosystemen van de aarde, zeggen de VN”. ¹²  Iets doorredenerend zou men kunnen vrezen dat mensen mensen kunnen doen uitsterven. Maar dat wisten we al toen de kernbom er kwam.

De EU, is er wel wel/niet onderscheid met de EEG?

Een geheel andere versie van het op subjectieve gronden maken van onderscheid is het maken van onderscheid waar onderscheid niet bestaat. Dat kan wel eens gebeuren vanuit politieke motieven. Goed voorbeeld is de Europese Unie (EU). Voordat de Europese Unie werd opgericht bestond er een samenwerkingsverband tussen onafhankelijke landen in de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Een samenwerkingsverband waarbij die onafhankelijke Europese landen het recht hadden alle cruciale, wezenlijke beslissingen te nemen.

Bij de oprichting van de Europese Unie werd deze gepresenteerd als zich duidelijk onderscheidend van de EEG. Maar dat is niet zo. In essentie is het systeem van de Europese Unie precies hetzelfde als dat van de EEG, want ook in de Europese Unie hebben onafhankelijke Europese landen het recht alle cruciale, wezenlijke beslissingen te nemen.

Wat erbij gekomen is zijn een stel peperdure, geldverslindende symbolen in Brussel, in Luxemburg en in Straatsburg, bemand door vele door de bevolking van onafhankelijke landen uitzonderlijk goed betaalde politici en ambtenaren, die niets kunnen veranderen aan de essentie van het systeem dat onafhankelijke landen de wezenlijke beslissingen nemen.

Echter, er is wel afgesproken dat door het lidmaatschap van de Europese Unie regeringen van de lidstaten niet langer over alle onderwerpen zelf kunnen beslissen, maar dat er regels zijn waaraan alle lidstaten zich moeten houden. Dat verlies van autonomie is voor tegenstanders van de Europese Unie onacceptabel en is nog altijd aanleiding voor veel politieke discussies over de EU. In Nederland is het politieke landschap verdeeld. Enkele partijen zien toekomst in een ‘Nexit’. De regering ziet juist de voordelen van lidmaatschap. ¹³ Naar mijn idee is de Europese Unie een hobby van politici, die voor de burgers een brug te ver was.

Stijgende welvaart hadden we al ten tijde van de EEG. Open grenzen en vrij reizen door grote delen van Europa hadden best en veel goedkoper onder de EEG kunnen worden gerealiseerd. De Euro is een twijfelachtig genoegen. Vakantiegangers naar Italië waren beter af geweest als de Italiaanse Lire was gebleven en kon worden gedevalueerd wanneer Italië weer eens een groot begrotingstekort had. Dan kreeg je geen discussies over Noord-Europese EU-landen versus Zuid-Europese EU-landen.

Voordat de Euro werd geïntroduceerd werden in Zuid-Europese landen met graagte Nederlandse Guldens, Duitse Marken en Zwitserse Franken als betaalmiddel geaccepteerd. De Euro was dus helemaal niet nodig. De Euro is kunstmatig. Europa is geen land. Een landelijke valuta is normaal. Een Europese Bank, die maar Euro’s blijft drukken om zwakke lidstaten te helpen, is niet normaal. Dat Euro’s, net als US Dollars, internationaal als betaalmiddel aanvaard zijn, doet daar niets aan af.

“Duitsland en met name de Bundesbank hadden aanvankelijk grote bedenkingen bij de komst van een centrale Europese munt. Het opgeven van de D-Mark stuitte ook op weerstand bij veel Duitse burgers. De munt werd geassocieerd met het succes van de Duitse economie sinds de jaren vijftig en was daardoor het troetelkind van veel Duitsers geworden. Omdat Duitsland zoveel bijdraagt aan Europa, wordt het land ook als de ‘betaal- en rentmeester van Brussel’ gezien.” ¹⁴  En wanneer wereldleiders weer eens met Europa willen overleggen, praten ze met de Bondskanselier van Duitsland en de President van Frankrijk, niet met de President van de Europese Commissie.

Onderscheid in Corona-tijd

Gevallen waarin het maken van onderscheid op subjectieve gronden vanuit politieke motieven door een overheid om verkeerde of twijfelachtige redenen zwaarwichtiger worden geacht dan onderscheid op objectieve gronden zijn het afwijzen van mondkapjes omdat ze schijnveilig zouden zijn en de door Jaap van Dissel gemaakte opmerking dat de anderhalvemeterregel “ingewikkelder” te hanteren zou zijn in vliegtuigen, “om toch nog tegen redelijke prijzen te kunnen vliegen”.

Voorzitter Jet Bussemaker van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving noemt de vraag hoe duur iets mag zijn “een politieke afweging. Dat is niet aan de directeur van het RIVM. Het doet de wetenschap geen goed als mensen zouden kunnen denken dat het RIVM argumenten gebruikt die eigenlijk voortkomen uit politieke opportuniteit. Dat is schadelijk voor de wetenschap, maar uiteindelijk ook voor de politiek want dan blijf je achter de feiten aanlopen.” Zij acht het RIVM en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de coronacrisis te veel vermengd geraakt . ¹⁵

Een ander voorbeeld van het vanuit politieke motieven voorkeur geven aan eigen subjectieve gronden voor het maken van onderscheid is te vinden in het artikel “Wie de macht tegenspreekt ‘houdt de vooruitgang tegen’” van Coen de Jong in Wynia’s Week van 18 juli 2020. Hij noemt Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren de verpersoonlijking van de tendens dat het hard nodig is de burger door de elite te laten heropvoeden. Zulk gebrek aan nederigheid bij aristocraten kun je missen als kiespijn in wat democratie heet te zijn. 

Een heel andere versie van het op subjectieve gronden maken van onderscheid is om van objectief onderscheid automatisch subjectief onderscheid af te leiden. Mannelijke zoogdieren zijn meestal groter en sterker dan vrouwelijke. Vrouwelijke gorilla’s wegen de helft van wat mannelijke wegen. De silverback man is de onbetwiste baas van de groep.

Mensen zijn ook zoogdieren. Mannen zijn vaak groter en sterker dan vrouwen. Vanuit die fysieke superioriteit (objectief onderscheid: ik ben groot en sterk)) hebben mannen door de geschiedenis heen dikwijls algehele superioriteit afgeleid (subjectief onderscheid: dus ik ben de baas).

In de tijd van Jezus Christus hadden mannen de macht. Paulus schreef: “Ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt” (1 Timotheüs 2:12). Jezus echter begaf zich zowel onder vrouwen als onder mannen zonder macht. Dat viel in die tijd niet goed bij de machthebbers.

Vergeleken met de lichaamsgrootte van mannelijke gorilla’s stelt die van mannelijke mensen niets voor. Dat maakt hun claim op basis van die grootte de baas te kunnen zijn alleen maar ongeloofwaardiger.

Onderscheid maken op subjectieve gronden is tricky. Alle mensen zijn dan wel niet gelijk, ze zijn wel gelijkwaardig. De ene mens minderwaardiger achten dan de ander kan dus niet. Gedraag je ernaar.We zijn niet allemaal gelijk. We zijn allemaal anders. We zijn wel allemaal mensen.

Noten

¹ : Celibaat – een korte geschiedenis, Historiek, 17 december 2019.
https://historiek.net/celibaat-geschiedenis-huwelijk/76818/#:~:text=Het%20celibaat%20was%20nu%20wel,wet%20voor%20alle%20katholieke%20geestelijken.

² : C.J. Lammers: Nederland als bezettende mogendheid 1648-2001, blz. 15,
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, 2003.

³ : Wat is discriminatie? Rijksoverheid.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/discriminatie/vraag-en-antwoord/wat-is-discriminatie

⁴ : Encyclo.nl, Nederlandse encyclopedie
https://www.encyclo.nl/begrip/barbaar

⁵ : Racisme en slavernij in de Romeinse wereld, Geschiedenis beleven.nl
http://www.geschiedenisbeleven.nl/racisme-en-slavernij-in-de-romeinse-wereld/

⁶ : Beknopte geschiedenis van de Afrikaanse slavernij.

Bijlage bij “1000 jaar slaaf, de vloek van zwart-Afrika” van Mark Heirman
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slavernij

¹º : Zie: Worstelen met de grote vragen van schepping en evolutie, https://books.google.nl/books?id=dOTvDAAAQBAJ&pg=PT183&lpg=PT183&dq=642+slaaf&source=bl&ots=ftnIHfbWlR&sig=ACfU3U3RheoluzNhj4bThTX204Kz2fIJ3w&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwjL5Nzp0MDqAhWhNOwKHaj9BjQQ6AEwAHoECAkQAQ#v=onepage&q=642%20slaaf&f=false

⁷ : “1000 jaar slaaf, de vloek van zwart-Afrika” van Mark Heirman

⁸ : Ook Afrika verdiende aan de slavenhandel, Trouw, 1 juli 2005.
https://www.trouw.nl/nieuws/ook-afrika-verdiende-aan-de-slavenhandel~ba2a374d/

⁹ : Zie: Slavernij Reformatorisch Dagblad, 8 juli 2017
https://www.rd.nl/meer-rd/wetenschap-techniek/worstelen-met-de-grote-vragen-van-schepping-en-evolutie-1.1414790

en: Wereld is geschapen werkelijkheid, Reformatorisch Dagblad, 26 mei 2005
https://www.rd.nl/kerk-religie/wereld-is-geschapen-werkelijkheid-1.43423

¹¹ : Carolien Kraayvanger: Honger dreef sabeltandtijger toch niet naar randje van de afgrond, Scientas, 28 december 2012
https://www.scientias.nl/honger-dreef-sabeltandtijger-toch-niet-naar-randje-van-de-afgrond/

¹²:  Al in de prehistorie lieten mensen soorten uitsterven, Duurzaam Nieuws, 2 februari 2020
https://www.duurzaamnieuws.nl/al-in-de-prehistorie-lieten-mensen-soorten-uitsterven/

¹³ : Zie: Voor- en nadelen van de Europese Unie, Europa Nu, Onafhankelijk & actueel
https://www.europa-nu.nl/id/vh7zbu35kazc/voor_en_nadelen_van_de_europese_unie

¹⁴ : Ontvangst van de Euro, Duitsland Instituut
https://duitslandinstituut.nl/naslagwerk/283/ontvangst-van-de-euro

¹⁵ : ‘RIVM en ministerie raakten in coronacrisis te veel vermengd’, 17 juli 2020
https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2340999-rivm-en-ministerie-raakten-in-coronacrisis-te-veel-vermengd.html