Nieuwe geldsmijterij voor oude Brusselse ideeën

Het peperdure Europese klimaatbeleid van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans kiest voor oude techniek: windenergie, zonne-energie en biobrandstof. En dat noemen ze dan ‘innovatie’. En waarom wordt gezwegen over immigratie als aanjager van klimaatdruk?

De aankondiging van de ‘Green Deal’ was zo’n zeldzaam moment waarop Galileo Galileo in de achtergrond opdoemt. Toen Galileo in de zeventiende eeuw zei dat de zon het centrum van ons planetenrijk was, kwam hij in conflict met de kerk. De inquisitie onderzocht zijn werk en wees het af als ‘pseudowetenschap’ in strijd met de heersende leer. Tot zijn dood in 1642 stond hij onder huisarrest voor zijn wandaden. Galileo moet gedacht hebben ‘pseudowetenschap’? Ik zal je eens laten zien wat pseudowetenschap is.’

Het persbericht dat de Europese Commissie deed uitgaan bij de aankondiging van de ‘Green Deal’ toont de sporen van Galileo’s wraak. De Commissie verwijst naar ‘onweerlegbaar wetenschappelijk bewijs’ en ‘klimaatnoodtoestand’. Daarmee betrekt de Commissie een politieke stelling in het wetenschappelijke debat over de oorzaken van klimaatverandering.

Timmermans’ hondenfluitje

Na jarenlange onderdrukking begon dat klimaatdebat door de verkiezing van Donald Trump langzaam op gang te komen. De Commissie-claim lijkt een hondenfluitje voor de klimaatactivisten om hun ‘wetenschapsontkenner’- retoriek nu vol op criticasters van de ‘Green Deal’ los te laten.

Gesterkt door deze politieke natuurkunde zag Klimaatcommissaris Timmermans er geen probleem in om de noodtoestand uit te roepen, een term die alleen de meest activistische klimaatwetenschappers in de mond durven nemen.

Zoals gebruikelijk in klimaatbeleid, houdt de Commissie ons ook nu weer voor dat klimaatverandering een ‘existentiële bedreiging’ vormt en dat de situatie nog steeds ‘urgent’ is; kennelijk maakt de Commissie zich niet druk om het psychologische effect van deze propaganda op gevoelige individuen: klimaatangst komt steeds meer voor.

De kosten en baten van loze beloften

Met dit voorstel lijkt de Europese Commissie nauw aan te sluiten bij de ‘Green New Deal’ van de linkse Amerikaanse politica Alexandria Ocasio-Cortez, beter bekend als ‘OAC’. Dat de Commissie dat durft te doen, zegt iets over haar inschatting van de politieke verhoudingen op Europees niveau. Met het plan zou de Europese burger zijn manier van leven, werken en consumeren moeten veranderen.

Alexandria Ocasio-Cortez

Hoewel de deal de vrijheid van de burger fors zal inperken, laat de Commissie na om daarover iets te zeggen. Produceren moet ook anders, innovatiever en klimaatvriendelijker. De EU zal tegen 2050 ‘klimaatneutraal’ moeten zijn. Dat betekent niet dat wij met minder genoegen moeten nemen. Integendeel, de Green Deal zal zorgen voor groene groei, groene banen, betere volksgezondheid, een beter leefmilieu, meer natuur en biodiversiteit. Klinkt dat niet mooi?

Herinnert u zich nog dat de EU in 2010 de Lissabon Strategie afkondigde. In 2020 zou de EU ‘meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld’ zijn met een economische groei van 3% per jaar. We weten inmiddels wat van die beloften geworden is.

Te goed om waar te zijn

De Green Deal doet er nog een schepje boven op. Hoor ik u al denken ‘als iets te goed is om waar te zijn, is het waarschijnlijk niet waar’? In ieder geval voert de Commissie geen feitenmateriaal aan om de doelstellingen van de Green Deal te onderbouwen.

De ervaring heeft geleerd dat groene groei en groene banen niet gelijk staan aan economische groei en productiviteitsverhoging. Innovatie door beperkende overheidsregulering is eveneens meer mythe dan werkelijkheid.

De beloften van de Green Deal zijn loos. Er is geen risicobeoordeling, geen kostenbatenanalyse en geen impact assessment. Alleen het ‘onweerlegbare wetenschappelijke bewijs’ dat de Commissie nalaat te verschaffen, ondersteunt dit plan. Bewijs dat niet verschaft wordt, zal tot in lengte van dagen onweerlegbaar blijven.

Milieu- en gezondheidsbeleid

Inmiddels is het ook vaste praktijk om klimaatbeleid te presenteren als een integraal deel van milieu- en gezondheidsbeleid. Door het klimaatbeleid in te bedden in een ‘Green Deal’ hoopt de Commissie dat het controversiële, onzekere klimaatbeleid kan profiteren van de reputatie van die andere beleidsterreinen. Zo is de Green Deal een samenraapsel geworden van allerhande voorstellen, die slechts bijeen worden gehouden door een politieke strategie.

De suggestie dat klimaatbeleid tevens leidt tot een betere luchtkwaliteit, meer natuur en een betere gezondheid, is zonder grond. Bij klimaatbeleid gaat het voornamelijk over de reductie van CO2-emissies – CO2 heeft echter geen effecten op de luchtkwaliteit en de gezondheid en leidt tot vergroening van de aarde.

Dat klimaatbeleid ook goed zou zijn voor het milieu of de publieke gezondheid, is dus vooral een politiek voorwendsel. In de realiteit is het bijna zonder uitzondering zo dat milieu- en gezondheidsbeleid effectiever en efficiënter is als het wordt gevoerd zonder acht te slaan op klimaateffecten, al ware het maar omdat de meeste van die mogelijke effecten ofwel speculatief zijn ofwel zullen optreden ongeacht het EU beleid.  

Meer van hetzelfde

Ondanks deze ambitieuze doelstellingen komt de Commissie niet met nieuwe ideeën. Met een paar kleine uitzonderingen is de Green Deal van het begin tot het eind een opsomming van voorstellen om bestaand beleid verder uit te breiden of aan te scherpen op alle mogelijke terreinen van hernieuwbare energie en transport tot landbouw en constructie.

Dit totaal gebrek aan nieuw gedachtengoed heeft twee belangrijke negatieve gevolgen. Het laaghangend fruit is op de meeste beleidsterreinen reeds geplukt. Het verscherpte beleid brengt hogere kosten met zich mee voor geringe voordelen.

Oude techniek

Op de tweede plaats worden meer effectieve benaderingen geheel genegeerd. Zo wil de Commissie de energievoorziening verder uitbouwen met inefficiënte hernieuwbare energie, in plaats van te kiezen voor effectieve oplossingen zoals kernenergie of CO2-opvang en -opslag.

Vermindering van uitstoot van broeikasgas, zogeheten ‘mitigatie’, krijgt de voorkeur boven aanpassing aan extreem weer, zogeheten ‘adaptatie’. Dat betekent dat de Commissie niet kiest voor ‘no regret’ maatregelen die hun waarde behouden, ongeacht wat de rest van de wereld doet, maar voor onzekere, kostbare mitigatie. Dat is het beleid geweest tot dusverre en heeft, ondanks de enorme uitgaven, bitter weinig opgeleverd.

Innovatie?

Hoewel de Commissie in haar groene plan het woord ‘innovatie’ graag in de mond neemt, is innovatiebeleid een ondergeschoven kindje. Omdat de uitdijing van het huidige beleid het leeuwendeel van de middelen eist, hoopt de Commissie, tegen beter weten in, dat zulks tot innovatie zal leiden; innovatie door regulering produceert echter slechts povere resultaten. De Green Deal kiest voor de technologie van gisteren: windenergie, zonne-energie, biobrandstoffen.

Om toch nog iets nieuws te brengen stelt de Commissie een ‘Klimaatwet’ voor, die de EU gaat verplichten tegen 2050 ‘klimaatneutraal’ te zijn. Dit ideetje is gestolen van de internationale  klimaatbeweging, in Nederland politiek vertegenwoordigd door GroenLinks; kennelijk had niemand Timmermans uitgelegd dat de EU geen ‘wetten’ uitvaardigt, maar slechts ‘richtlijnen’ en ‘verordeningen’, maar dit ter zijde.

Het doel van de EU is niet klimaatverandering tegen te gaan, maar slechts om de EU klimaatneutraal te doen zijn. Dat doel is misschien goed voor het imago van de Europese politici, maar heeft voor de burger geen enkele waarde. Bovendien kan de huidige generatie die deze wet aanneemt niet verantwoordelijk worden gehouden voor het niet behalen van de doestellingen in 2050; dan zijn zij al lang op een welverdiend pensioen.    

De olifanten in de kamer

Want er zitten nog twee enorme olifanten in de kamer. De eerste is de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. De EU is slechts verantwoordelijkheid voor een klein deel van de wereldwijde uitstoot. Dus zelfs indien de EU haar uitstoot tot nul reduceert, betekent dat niet dat de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer daalt.

De grootste uitstoters zijn niet gebonden aan enige verplichting om hun uitstoot te verminderen en zullen dat naar alle waarschijnlijk niet doen. De Commissie negeert dit probleem, afgezien van een verwijzing naar een mogelijke ‘carbon border adjustment’-belasting. Dat zo’n belasting de prijzen voor de Europese consument verder de hoogte in zou jagen, deert de Commissie niet.

De tweede olifant in de kamer is immigratie. De EU’s uitstoot van broeikasgassen is voor een belangrijk deel een functie van het aantal inwoners, dat voor een belangrijk deel door immigratie wordt bepaald. Het immigratiebeleid zal dus afgestemd moeten worden op het klimaatneutraliteitsdoel. De Commissie zwijgt hierover echter in alle talen.

Gevolgen voor de democratie

Dat de EU met haar enorme ‘democratic deficit’ geen democratie is, behoeft geen uitleg. De vraag die zich dan aandient is of de EU wel de aangewezen plaats is om controversieel, lange termijn-klimaatbeleid te maken. De Green Deal zal de komende decennia per jaar €260 miljard vragen aan extra middelen, die de Europese burger zal moeten ophoesten.

Het EU-budget zal de pan uit rijzen en maar liefst 1,5% van het BNP zal naar klimaatbeleid gaan. In de praktijk zullen die bedragen hoger uitvallen, want de zuid- en Oost-Europese landen doen niet mee zonder aanzienlijke subsidies. 

Om dit soort tegenwerpingen in de kiem te smoren zegt de Commissie dat zij zich zal laten leiden door het publiek. In de praktijk betekent dit vaak dat de Commissie meer belang hecht aan de roep van door haar gefinancierde activisten dan aan de stem van de zwijgende meerderheid. Door deze ‘directe democratie’ tracht de EU aan de bezwaren gebaseerd op het democratisch tekort tegemoet te komen. 

Een klimaatblok aan het been

Zo dreigt het gevaar dat het EU klimaatbeleid een blok aan het been van de Europese burger wordt. Deze Green Deal is niet de weg die de EU moet inslaan. Er is een breder debat vereist dat niet bij voorbaat opties uitsluit. In dat debat zouden de nationale parlementen een belangrijke rol moeten spelen. Alleen zo kan een klimaatbeleid tot stand komen dat tenminste nog enige democratische legitimiteit heeft.

Misschien is de vrees dat de pseudowetenschap van de klimaatnoodtoestand zowel de vrijheid als de democratie zal vernietigen, overdreven. Maar er is veel werk aan de winkel om te vermijden dat de Europese burger Galileo’s wraak zal voelen.