Overleg tussen belangengroepen was traditie. Waarom nog? De bestuurscrisis in de FNV laat zien: het poldermodel is voorbij.
Nieuw jaar, nieuwe baan? Dan is dit misschien iets voor u. De twee mastodonten van economische belangenbehartiging en polderoverleg zoeken ieder een nieuwe voorzitter.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW ziet Ingrid Thijssen vertrekken. Zij wordt per 1 maart voorzitter van het College van Bestuur van de TU Delft. Haar vertrek komt een paar maanden voordat haar tweede termijn van drie jaar afloopt.
Crisis
De andere vacature is bij vakbond FNV. De bond verkeert al maanden in een bestuurscrisis. De rechter moet er steeds weer aan te pas komen om knopen door te hakken. De laatste stand van zaken: kandidaat-voorzitters moeten zich uiterlijk 19 januari aanmelden bij de tijdelijke FNV-toezichthouders die door de rechter zijn benoemd. Dat zijn oud- FNV-voorzitter Ton Heerts (PvdA), nu burgemeester van Apeldoorn, en Lodewijk Asscher, oud-PvdA-partijleider en nu consultant.
Nog meer vacatures in het polderoverleg liggen open. Er komt een nieuwe minister van Economische Zaken, het eerste aanspreekpunt van de werkgevers. En een nieuwe op Sociale Zaken, het contactministerie van de vakbonden.
Nieuwe hoofdrolspelers. De vraag is: doet het er nog toe?
Vorig jaar vierden de kopstukken van het polderoverleg het tachtigjarig bestaan van de Sociaal Economische Raad (SER), zeg maar: de moeder van de polder. De redevoeringen leken vooral bedoeld om elkaar gerust te stellen. Ja, we doen ertoe omdat we er altijd toe gedaan hebben.
In het polderoverleg zat ooit de sociaaleconomische macht aan tafel. Vakbonden, werkgevers en ministers praatten over lonen, prijzen, arbeidsuren en kabinetsbeleid (fiscale maatregelen, banenplannen).
Leden lopen weg
Maar voor alle drie geldt: hun macht is geërodeerd. VNO-NCW ziet hoe grote leden, grote werkgevers, hun hoofdkantoren naar het buitenland verplaatsen. Eerst Shell en Unilever, toen DSM, straks verzekeraar Aegon en verfconcern Akzo Nobel. Ook industriële multinationals kijken voor uitbreiding naar andere landen en markten. Daar is meer groei te halen, zijn de klimaatkosten lager en is het politieke bestuur stabieler. Daardoor verliest VNO-NCW invloed in Den Haag.
De vakbeweging staat er nog slechter voor. Ledenaantallen dalen, terwijl het aantal banen (en dus potentiële leden) wél groeit. Dus hebben bonden minder macht bij loononderhandelingen. En minder politieke invloed. De linkse partijen in de Tweede Kamer delen in de malaise. De bestuurscrisis maakt de FNV vleugellam. Wie de volgende voorzitter ook wordt, hij of zij krijgt de leiding van een verdeelde organisatie. Interne verdeeldheid is geen machtsbasis.
Laatste ronde
En het volgende kabinet? Op zijn best heeft de ministerploeg een schrale meerderheid in de Tweede Kamer. Misschien zelfs dat niet. Men zal de handen vol hebben om zijn plannen, van belasting- en toeslagenhervormingen tot en met een gezonder vestigingsklimaat, door de twee Kamers te loodsen. Dus waarom ‘polderen’ als dat weinig tot geen meerwaarde oplevert omdat vakbonden en werkgevers zelf zijn verzwakt?
Ook de polderaars zelf horen als gevolg van de FNV-crisis de bel voor de laatste ronde. Enkele maanden geleden vertelde Lodewijk Asscher aan de Volkskrant dat Heerts en hij een brief hadden gekregen van de voorzitter van de SER, Kim Putters. De vanzelfsprekende positie van de FNV in het sociaaleconomisch overleg staat door de crisis enorm onder druk, schreef Putters. Asscher in het interview: ‘Er wordt meewarig naar de FNV gekeken in plaats van dat de bond gezag uitstraalt. Dat is heel pijnlijk om zo te zeggen, maar het is wel zo.’
Bittere smaak
Kortom: de drie partijen in het polderoverleg verliezen hun macht of kiezen hun eigen oplossingen. Dat fameuze poldermodel, dat zo Nederlands zou zijn, was ook maar een gelegenheidsconstructie toen het zo uitkwam.
Het grootste succes, volgens de aanhangers zelf, is het zogeheten Akkoord van Wassenaar (1982). Dat regelde loonmatiging en arbeidsduurverkorting om uit de economische crisis te komen. Inmiddels heeft dat akkoord een bittere smaak.
De vakbeweging bleef zo lang geloven in loonmatiging dat Nederland nu een el dorado is voor laagbetaald en laag productief werk. De arbeidstijdverkorting heeft er voor gezorgd dat Nederland kampioen deeltijd is. Beide remmen de groei en de welvaart.
Vergane glorie, zou je zeggen, maar het verlangen naar draagvlak en belangenoverleg zit diep in Nederland. Lees de blauwdruk voor welvaart van kabinetsadviseur Peter Wennink, de oud-topman van chipmachinefabrikant ASML, en achterin z’n rapport tref je een heuse klankbordgroep aan. In deze klankbordgroep zitten topmanagers, ex-politici en de bestuurders van een reeks maatschappelijke organisaties.
Het lijkt wel een poging om een nieuwe SER in het leven te roepen. Ook de voorzitter van de ‘echte’ SER staat erbij. In de klankbordgroep zit niemand met een relatie met de vakbeweging. Men heeft de FNV en andere bonden alvast afgekoppeld.
Staatskapitalisme
De klankbordgroep lijkt wel polderen, maar het is eenzijdige belangenbehartiging. Geen scheiding van machten, maar vermenging van de macht van de staat met die van grote bedrijven. De boodschap aan Den Haag is: geef ons geld, geef gul en het staatskapitalisme lost het wel op.
Een ‘doorstart’ van het polderoverleg is niet de weg naar meer welvaart. Laat ministers regeren en vakbonden en werkgevers onderhandelen over lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Het poldermodel is voorbij.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!

















