Taal manipuleert: Wees alert op verzachtende en verhullende formuleringen en op stille verschuivingen in het woordgebruik

ArmandGirbes 19-2-2026
‘De juiste formulering, op het juiste moment, kan helderheid en rust brengen. Een ongelukkige woordkeuze kan ongegronde angst oproepen of juist ongegronde hoop genereren.’ Beeld: patientsafety.com

Artikel beluisteren

Als arts ben ik mij in de loop der jaren steeds sterker bewust geworden van de macht van taal. Wanneer je regelmatig slecht-nieuwsgesprekken – naast de gesprekken met een optimistische boodschap – voert met patiënten of familie, weet je hoe bepalend woorden zijn. De juiste formulering, op het juiste moment, kan helderheid en rust brengen. Een ongelukkige woordkeuze kan ongegronde angst oproepen of juist ongegronde hoop genereren. Ook kan door de woordkeuze de patiënt of de familie, bedoeld of onbedoeld in een bepaalde richting gestuurd worden.

Neem het gesprek over wel of niet reanimeren. Soms hoor ik dat daarbij de kaart gespeeld wordt van ‘U wilt toch geen kasplantje worden?’ Een verschrikkelijke versimpeling van een complexe medische realiteit. En ik ben nog nooit een patiënt tegengekomen die een kasplantje wil worden. Alleen al daarom is het een inadequaat frame. Het suggereert een uitkomst als vanzelfsprekend gevolg en duwt de patiënt in een bepaalde richting. Dit is een goed voorbeeld van hoe taal niet zozeer gebruikt wordt als communicatiemiddel, maar als instrument om de patiënt of de familie in een bepaalde richting te sturen.

Taal is macht

Taal is een van de belangrijkste kenmerken van wat ons tot mens maakt. Dankzij taal zijn wij in staat om abstract te denken, gezamenlijk plannen te maken en samenlevingen te organiseren. En overigens ook om te roddelen, een geliefd doel van taal.

Maar precies daarom is taal ook macht. Woorden bepalen hoe wij de werkelijkheid zien. Ze sturen onze gedachten, onze oordelen en – soms ongemerkt – onze keuzes.

Buiten het ziekenhuis werkt dat mechanisme niet anders. Ook in de politiek worden woorden zorgvuldig gekozen om bijvoorbeeld gekozen beleid aanvaardbaar te maken. Omdat volgens de nieuwe regeringsplannen heel erg veel meer geld uitgetrokken moet worden voor wapens en een potentiële oorlog, voor maatregelen om het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen in Nederland, alsmede om de toenemende kosten van immigratie te betalen, moeten u en ik meer belasting gaan betalen. Ook worden sociale uitkeringen en de zorg versoberd. D66 had al ruim voor de verkiezingen laten weten dat de kwaliteit van de zorg omlaag moet.

‘Vrijheidsbijdrage’

Wanneer belastingen worden verhoogd, gebeurt dat zelden onder die naam. Zo hebben de reclameadviseurs van het CDA bedacht om niet te spreken van een ordinaire belastingverhoging maar van een ‘Vrijheidsbijdrage’. Het klinkt nobel, bijna verheffend. Precies in het straatje van de nette partijleider. Maar in werkelijkheid gaat het om een ordinaire belastingverhoging. Met evenveel recht zou men het een ‘immigratiebijdrage’, ‘COA-bijdrage’ of een ‘windmolenparkbijdrage’ kunnen noemen, maar zulke termen zouden minder draagvlak creëren.

Hetzelfde zien we bij de motorrijtuigenbelasting, in de volksmond ‘wegenbelasting’. Die belasting vloeit simpelweg naar de algemene middelen en is helemaal niet geoormerkt voor wegen. Toch wekt het woord de suggestie van een direct verband en zo wordt acceptatie bevorderd.

Van ‘patiënt’ naar ‘cliënt’

Daarnaast is er het subtielere mechanisme van het vervangen of ontmoedigen van bepaalde woorden. Nieuwe termen worden ingevoerd en andere verdwijnen uit het publieke discours. Soms gebeurt dat om gevoeligheden te vermijden, soms uit ideologische overtuiging. Maar steeds is het effect dat niet alleen het woord verandert, maar ook het denkraam waarin het onderwerp wordt geplaatst.

In de gezondheidszorg zien we dat bijvoorbeeld bij de verschuiving van ‘patiënt’ naar ‘cliënt’ – wat een afhankelijkheidsrelatie transformeert tot een marktrelatie. Of ‘productie’ voor het behandelen van patiënten, alsof het om auto’s gaat. En ‘zorgprofessional’ als containerbegrip voor iedereen van medisch specialist tot schoonmaker, waarmee specifiek vakmanschap wordt weggedefinieerd. Het zijn geen onschuldige taalkeuzes. Ze weerspiegelen en versterken een bepaalde visie op zorg: als markt, als industrieel proces.

Waakzaamheid is geboden

Het systematisch framen van beleid en het herdefiniëren van begrippen zijn geen onschuldige taalspelletjes. Wie de woorden bepaalt, bepaalt in belangrijke mate het debat. Het is daarom opvallend dat de meeste media er nauwelijks aandacht aan besteden. Meer alertheid op eufemismen, op verhullende formuleringen en op stille verschuivingen is daarvoor nodig en journalisten zijn bij uitstek toegerust om dat te herkennen. Je zou daarom toch denken dat het juist de taak is van de journalist om het – ook weer niet al te ingewikkelde – trucje te exposeren.

Taal is ons krachtigste instrument. Dat maakt zorgvuldig gebruik ervan noodzakelijk – in de spreekkamer én in de samenleving. Zodra woorden verhullen in plaats van verhelderen, is waakzaamheid geboden.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee?Hartelijk dank!