Thomas versus Nahel: de cultuurstrijd in Frankrijk dreigt uit de hand te lopen

WW Ter Steege 2 december
De moord op de Franse dorpsjongen Thomas Perotto brengt ultrarechts in beweging. Beeld: AFP/YouTube

Het Frankrijk van de doodgestoken dorpsjongen Thomas en dat van de crimineel-in-wording Nahel, doodgeschoten door een politieman, staan lijnrecht tegenover elkaar. René ter Steege maakt de balans op.

Fransen vermoedden meteen een poging tot misleiding bij het nieuws dat de negen verdachten van de moord op de 16-jarige Thomas Perotto in het zuidelijke plaatsje Crépol ‘Fransen’ waren. Mensen die in een land een misdaad begaan, zijn in de regel burgers van dat land. Zo niet, dan verdient dat een vermelding. Maar de geoefende nieuwsconsument wist: deze verdachten hebben een Frans paspoort, maar zijn van Noord-Afrikaanse afkomst. De autoriteiten en sommige media vrezen echter ook in Frankrijk dat eerlijke berichtgeving tot ‘stigmatisering’ leidt.

Natuurlijk mislukte de poging tot misleiding over het drama in Crépol; Valence is de grootste stad in de regio. Sociale media onthulden de voornamen van de negen. Er was geen enkele Jacques of Martin bij, maar wel een Chaïd en een Yasir. ‘Als ze Patrick of Roger hadden geheten, zou dat niet zijn verzwegen,’ aldus een anonieme politieagent.

De verdachten zijn ook niet minderjarig, wat als reden was aangevoerd om hun identiteit af te schermen, maar in meerderheid tussen de 18 en 22 jaar. Het drama op het dorpsfeest in Crépol is aangezwollen tot een verbeten cultuurstrijd rond immigratie, ‘echte’ en ‘papieren’ Fransen, identiteit, stad en platteland.

De verdachten wisten aanvankelijk te ontkomen 

De feiten, voor zover nu bekend. Op 18 november bezochten jongeren van Crépol een dorpsfeest. Onder de honderden aanwezigen bevond zich Thomas Perotto, een begenadigd rugbyspeler. Zijn hele club was er, maar het feest trok laat op de avond ook jongeren uit de nabije grotere plaats Romans-sur-Isère. Een aantal van hen mocht niet naar binnen en er ontstond een nare dreigende sfeer. Volgens negen getuigen riepen enkelen van de weggestuurde jongens dat ze ‘blanken’ of  ‘Fransen’ gingen afmaken. Waarop het tot vechtpartijen kwam waarbij Thomas het leven liet.

Volgens een andere trokken rugbyspelers een jonge Noord-Afrikaan aan zijn lange haren en uitmaakten hem uit voor ‘mietje’. Waarop een knokpartij volgde. Vaststaat dat minstens één jongen anderen aanviel met een mes. Ook sommigen van zijn maten hadden volgens getuigen messen bij zich. Thomas stierf in de ambulance naar een ziekenhuis, drie van zijn vrienden raakten door messteken gewond.

De verdachten wisten aanvankelijk in de nacht te ontkomen. Sommigen werden even later bij hun ouders gearresteerd, anderen in een auto in Toulouse, vanwaar ze naar Spanje wilden doorrijden om daar de boot nemen naar Marokko. 

Onder hen bevond zich de belangrijkste verdachte, de 20-jarige Chaïd A., eerder veroordeeld wegens heling en overtreding van het verbod een mes bij zich te dragen. Alle betrokkenen ontkennen schuld. Volgens de burgemeester van Romans-sur-Isère zijn hun ouders ‘delinquenten’ en eisen familieleden van de slachtoffers dat justitie het ‘racistisch karakter’ van de agressie laat meewegen. Anti-blank racisme, wel te verstaan.

Toen de eerste berichten vanuit dit afgelegen gebied doorsijpelden naar de rest van Frankrijk, namen rechts en links hun posities in. Het rechterkamp, doorgaans beter geïnformeerd wegens goede banden met politie en justitie, gaat ervan uit dat jongens uit Romans-sur-Isère vooral naar Crépol waren gekomen om rotzooi te trappen. Waarom ga je anders met messen naar een feest dat al bijna voorbij is?

De Franse variant van Groen/Links, veel radicaler en dogmatischer dan bij ons, gaat uit van een ander soort racisme. De verdachten zouden slachtoffer zijn van het deurbeleid dat geen ‘Arabieren’ toeliet. Dat sommigen messen bij zich hadden, past dan weer niet in het beeld van de jongens als slachtoffers. Linkse politici en journalisten vermoeden een uit de hand gelopen ruzie op een dorpsfeest, tragisch, zeker, maar ook banaal.

Voor rechts werd Thomas een martelaar

In dit soort zaken blijken de eerste indrukken later vaak vals en bijt ieder zich vast in zijn eigen gelijk. Extreemrechtse jongeren trokken kort na Thomas’ dood met honkbalknuppels, zwaar vuurwerk en boksbeugels de wijk van Romans-sur-Isère in waar sommige verdachten wonen. Ze schreeuwden anti-Arabische leuzen voordat ze door de politie werden verdreven. Een linkse politicus zag hierin een ‘ratonnade’, een term uit de Algerijnse oorlog (1954-1962) toen extremistische Fransen jacht maakten op Arabieren, aangeduid met de scheldnaam ratons, ratjes.

In Crépol was het er waardiger aan toegegaan tijdens de ‘witte mars’ ter ere van Thomas. De arme knul heeft voor nationalistisch rechts inmiddels de status van martelaar: een echte Franse, blanke, sportieve jongen uit een vredig dorp dat steeds meer last kreeg van het racaille, het gajes, uit het nabije Romans-sur-Isère met zijn stadsproblemen als armoedige immigrantenwijken waaruit enkelen van Thomas’ beweerde belagers afkomstig zijn.

Een rugbyspeler bovendien, een sport met een pure reputatie, innig vergroeid met het echte landelijke Frankrijk. Het rechtse blad Valeurs Actuelles wijdde er een speciaal nummer aan tijdens de wereldkampioenschappen rugby deze zomer, waarbij die sport gunstig werd vergeleken met het door poen, vulgariteit, supportersgeweld en schorriemorrie uit de banlieues bezoedelde voetbal.

Er zijn twee Frankrijken

Het Frankrijk van Thomas staat hier tegenover het Frankrijk van Nahel Merzouk, de beginnende crimineel van Noord-Afrikaanse origine die eind juni werd doodgeschoten door een politieman in de Parijse voorstad Nanterre. De 17-jarige Nahel had geen rijbewijs en negeerde in zijn Mercedes een stopverbod, waarna de agent hem doodschoot. Dat was het sein tot een gewelddadig oproer dat zich over heel Frankrijk uitbreidde, tijdens een op een burgeroorlog lijkende orgie van geweld, plundering en brandstichting.

De grootste partij van links Frankrijk, La France Insoumise (LFI), koos de kant van de relschoppers en weigerde hun geweld te veroordelen. Nu krijgt LFI het verwijt dat het minder geeft om Thomas dan om Nahel. Linkse politici eisten dat het parlement een minuut stilte in acht zou nemen voor Nahel. Dat gebeurde al twee dagen na zijn dood. De fractie van Marine Le Pens radicaal-rechtse partij Rassemblement National had de vergaderzaal ijlings verlaten. Na de moord in Crépol vond rechts dat het parlement ook eer moest bewijzen aan Thomas. Dat gebeurde pas tien dagen na zijn dood.

De door links verfoeide journalist Pascal Praud deed diep ontroerd verslag van de rouw om Thomas in Crépol: ‘Thomas bestuurde geen auto zonder rijbewijs, hij reed niet door toen een agent hem zei te stoppen, hij was geen bekende van de politie, hij stierf tijdens een feest in zijn dorp, in Crépol was geen sprake van enig oproer, van rellende meutes of van zwaar vuurwerk tegen agenten.’

Niet eerder viel in Frankrijk zo vaak de term burgeroorlog, of werd er bedekt naar verwezen, als na de dood van Thomas Perotto. Macrons woordvoerder Olivier Véran kwam, volgens rechts schandelijk laat, naar Crépol. Hij sprak er over het gevaar van een basculement, kantelpunt, in de samenleving.

Onuitgesproken bleef: naar een moment waarop Fransen en allochtonen elkaar naar het leven staan. Razendsnel verbood minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin drie extreemrechtse clubjes, waaronder die van de jongens die in  Romans-sur-Isère hadden meegedaan aan de ‘strafexpeditie’. Daarbij was overigens de enige bestrafte een rechtse jongen die door buurtbewoners uit zijn auto werd gesleurd, mishandeld  en naakt achtergelaten. Enkelen van zijn maten kregen via een snelrechtprocedure tot acht maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Overal zijn dit weekeinde bijeenkomsten verboden van radicaal rechtse groepen onder het mom van eerbetonen aan Thomas. Minister Gérald Darmanin van Binnenlandse Zaken, met een scheut Algerijns bloed in de aderen, wil een nakend ultra-rechts oproer razendsnel de kop indrukken.

Marine Le Pen houdt zich op de vlakte

Voor de uiterst rechtse politicus Eric Zemmour is het drama rond Thomas het zoveelste bewijs dat Frankrijk een door immigratie veroorzaakte ‘beschavingsoorlog’ doormaakt. De ideologisch minder bevlogen Marine Le Pen houdt zich op de vlakte. Zij is sinds het oproer na de dood van Nahel uitgegroeid tot op afstand de grootste kanshebber om de presidentsverkiezingen van 2027 te winnen.

René ter Steege is journalist, schrijver en vertaler. Begin december verschijnt van zijn hand de Nederlandse vertaling van ‘Les derniers jours de Samuel Paty’ – De laatste dagen van Samuel Paty – een minitieuze, thriller-achtige reconstructie van de terroristische moord op een Franse leraar. Dit boek verschijnt bij Uitgeverij Blauwburgwal www.blauwburgwal.nl

Wynia’s Week is onafhankelijk, ongebonden en broodnodig. De donateurs maken Wynia’s Week mogelijk. Doet u mee? Dat kan op verschillende manieren, kijk HIER. Hartelijk dank!