Verordening inzake producteisen leidt tot nog meer ambtenaren, nog meer lobbyisten en nog meer macht voor de EU

Schepel
Europees parlement in Brussel. Beeld: visit.brussels.

De Verordening Natuurherstel mag dan – hopelijk definitief – ter ziele zijn gegaan, andere Green Deal EU-wetgeving staat nog volledig in de steigers. De Europese Commissie heeft in 2022 de Verordening Ecologisch Ontwerp voorgesteld. Met de Richtlijn Ecodesign uit 2009 voor energie-gerelateerde producten (onder meer over led-verlichting) was een trend gezet die naar meer smaakte.

De nieuwe Verordening maakt het mogelijk om voor veel producten regels te stellen. De Verordening zal in principe gelden voor elk fysiek goed dat op de markt wordt gebracht. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voedsel, geneesmiddelen, levende dieren en planten en dergelijke. Voor alle andere soorten producten kan de Commissie eisen stellen aan het ontwerp van producten.

Buiten het parlement om

Het voorstel van de Commissie is een zogenaamde kader-verordening. De Verordening zelf stelt niet de ontwerpnormen voor producten. Die komen te staan in de gedelegeerde handelingen die de Commissie later vaststelt (buiten het Europees parlement om). Die worden volgens het voorstel stapsgewijs ingevoerd vanaf 2024 tot 2030, in principe per productsoort.

Deze gedelegeerde handelingen zijn te vergelijken met de algemene maatregelen van bestuur in Nederland. Ook daarbij krijgt de minister bij wet de bevoegdheid nadere regels te stellen (buiten het parlement om).


De eisen die worden gesteld aan producten kunnen gaan over veel aspecten die gerelateerd zijn aan de milieueffecten en duurzaamheid van de producten. Bijvoorbeeld of producten eenvoudig te repareren zijn, lang meegaan of herbruikbaar zijn. Of het kan verplicht worden om een bepaalde hoeveelheid gerecycled materiaal te verwerken. De eisen kunnen ook gaan over energie-efficiëntie, grondstoffen-efficiëntie, de CO2-afdruk van producten of het gehalte zeer zorgwekkende stoffen in producten.

De Verordening bevat regels over een digitaal productpaspoort, groene overheidsopdrachten en een verbod op de vernietiging van onverkochte goederen. De Commissie meldt dat een voorlopige beoordeling toonde dat textiel, meubelen, matrassen, banden, wasmiddelen, verf, smeermiddelen, ijzer, staal en aluminium een groot milieueffect hebben en voor verbetering vatbaar zijn. Dit kunnen geschikte kandidaten zijn voor eerste maatregelen.

Sympathiek en paternalistisch

De Commissie kondigt in de textielstrategie aan in ieder geval voor textiel producteisen te willen stellen onder de Verordening. Die eisen moeten onder andere de levensduur en recyclebaarheid van textiel verbeteren. Volgens deskundigen uit de textielbranche zou gerecycled polyester via allerlei mechanismen voorrang krijgen vanwege een lage ecologische voetafdruk. Dat is zeer discutabel.

De doelstellingen waar de Commissie naar streeft zijn zonder meer sympathiek, daar zal niemand het mee oneens zijn. De Commissie schrijft ook: ‘Het is voor consumenten en marktdeelnemers moeilijk om duurzame keuzes te maken bij de aankoop van producten’. Dat klinkt nogal paternalistisch. Willen we dat de Commissie die keuzes voor ons gaat maken?

Wetgevingsproces

Het huidige Nederlandse (demissionaire) kabinet en het huidige Europees parlement zijn daarover positief. Het wetgevingsproces is al behoorlijk ver. Op 22 december 2023 is het voorstel goedgekeurd door het Coreper (het Comité van Permanente Vertegenwoordigers van de lidstaten van de EU) en op 11 januari 2024 door de ENVI (de Parlementaire Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid). Het wachten is nu op de voltallige behandeling en goedkeuring door het Europees Parlement (niet verwacht vóór de verkiezingen van 6 juni) en de goedkeuring door de regeringen van de lidstaten.

Effecten

De vraag is wat het effect van dwingende wetgeving zal zijn. Een zo gedetailleerde wetgeving zal in ieder geval leiden tot meer administratieve lasten en kostenverhogingen voor het bedrijfsleven en tot meer bureaucratie en controles.

De Commissie heeft een effectrapportage laten maken, waaruit bleek dat de productverbeteringen op korte termijn extra kosten met zich mee kunnen brengen voor producenten, die deels kunnen worden doorberekend aan consumenten. Maar volgens de Commissie vallen de prijsstijgingen in het niet tegen de voordelen: grote CO2-besparingen, minder afhankelijkheid van grondstoffen uit derde landen, minder afval en meer werkgelegenheid door meer banen op het gebied van hergebruik, reparatie, herfabrikage en recycling.

Hou rekening met welvaart in brede zin

Afgezien van de kosten op korte termijn is de Commissie dus zeer positief over de effecten, maar het is nog maar de vraag of de effecten op de mondiale marktpositie van Europese bedrijven, op het investeringsklimaat binnen de EU en op het welzijn/de welvaart van Europese burgers in brede zin ook positief zullen zijn. In dat verband is het interessant dat de Tweede Kamer eerder een motie-Van Raan (PvdD) heeft aangenomen (Kamerstuk 35377, nr.19), dat bij voorstellen voortkomend uit de Green Deal rekening moet worden gehouden met de welvaart in brede zin.

In de verder positieve reactie van het Nederlands kabinet op het voorstel staat ‘dat de Verordening een toename zal betekenen van de benodigde personele inzet van de Rijksoverheid op dit dossier. En: ‘Ook zal het een toename van de benodigde handhavingscapaciteit betekenen.’ Kortom: meer regels dus meer ambtenaren.

Er is nog een ander aspect. Met deze kader-verordening wordt aan de Commissie en een beperkt aantal ambtenaren in Brussel de bevoegdheid (macht) toegekend om nadere regels (producteisen) te stellen om te bepalen welke producten op de EU-markt van 450 miljoen inwoners verkocht mogen worden.

Deze verdere concentratie van macht zal ongetwijfeld tot een nog groter lobby-circuit in Brussel leiden (op dit moment zijn daar al meer dan 25.000 lobbyisten werkzaam) en het gevaar van omkoping of andere corruptie kan niet worden onderschat.

De Wet van Henk

Voordat de Verordening wordt aangenomen, zouden politici ‘de wet van Henk’ ter harte kunnen nemen. Jaren geleden schreef Henk Westbroek een hilarische column met als conclusie: ‘Voor elke nieuwe regel 2 oude regels afschaffen’.

Of er een einde komt aan de machtshonger van de EU, daar gaat u over. Voordat de EU-politici voor u een keuze maken, heeft u nog eerst zelf op 6 juni een keuze.

*Joost Schepel was advocaat en directeur en eigenaar van reisbureaus en staat op plek 16 op de EU-verkiezingslijst van BBB.

Wynia’s Week verschijnt twee keer per week en is vrij toegankelijk, voor iedereen. Dat wordt mogelijk gemaakt door de vrijwillige abonnementen. Doet u mee? Hartelijk dank!