Voortdurend van alles en nog wat ‘iconisch’ noemen, waarom doen we dat eigenlijk?

WW Van Willigenburg 4 juni 2026
Het aantrekkelijke van ‘iconisch!’ roepen is dat je er nauwelijks enige kennis van zaken voor hoeft te hebben. Foto: Andrea Piacquadio/Pexels.

Artikel beluisteren

Bijhouden wat er aan film, muziek, theater, dans, literatuur, mode, pophits, video’s, beeldende kunst en tentoonstellingen allemaal nieuw opduikt, is een tijdje geleden al een onmogelijke taak geworden. Het aanbod is dusdanig exponentieel gegroeid en nu zo overweldigend groot dat je meestal niet weet waar te beginnen.

Zelf laat ik cultuuragenda’s structureel links liggen en ben ik, mede daardoor, allang opgehouden te pretenderen dat ik zou weten welke nieuwe kunst of trend de moeite waard is en welke niet. Al ben ik ook nog niet wanhopig genoeg om mijn keuzes bij ‘wat te zien?’, ‘wat te kopen?’ en ‘waar tijd in te steken?’ uit te besteden aan influencers, die, commercieel gestuurd, allerlei pas verschenen of gelanceerde producten aanprijzen en omhoog houden omdat ze er aan de achterkant geld voor krijgen toegestopt.

Het bekt zo lekker

Mij hoor je niet sikkeneurig beweren dat er geen culturele topprestaties meer geleverd worden (integendeel, het houdt maar niet op), maar wel dat ze tussen de eindeloze stroom aan mogelijke vrijetijdsbestedingen alsmaar moeilijker te vinden zijn. Ondertussen klinkt de wanhoop over de gigantische hoeveelheden aan te recenseren cultuurproducten wel het meeste door in een uitroep die we allemaal wel eens gehoord hebben, en waar velen van ons misschien stiekem wel een beetje klaar mee zijn, namelijk de uitroep ‘iconisch!’

Afgaand op de journalisten en commentatoren die deze term te pas en te onpas over het publiek uitbraken, is de nood hoog. Hun breinen dreigen overspoeld te worden door het aanbod (of zijn sowieso in verwarde staat), en met het van stal halen van ‘iconisch!’ proberen ze voor de bühne de indruk te wekken dat ze wél overzicht hebben, wél gefocust zijn, wél nog de rust en het onderscheidingsvermogen hebben om iets of iemand in het zonnetje te zetten. Ook al ontmaskeren ze zichzelf bijna in één adem, want als het uitroepen van ‘iconisch!’ eenmaal een plekje heeft veroverd in hun gedragspatroon bekt het zó lekker dat het haast niet meer te stoppen is. En vinden ze dezelfde dag nog, of anders een etmaal later, tien andere dingen ineens ook ‘iconisch!’

Het aantrekkelijke van ‘iconisch!’ roepen is dat je er nauwelijks enige kennis van zaken voor hoeft te hebben. En dat enig benul van de historie of hiërarchie van hetgeen je tot ‘iconisch’ verklaart eveneens niet nodig is. Terwijl de term, met zijn deftige verwijzing naar iconen, tegelijkertijd suggereert dat je juist een historisch onderlegd persoon bent en exact op de hoogte van concurrerende fenomenen die eveneens meedingen naar het epitheton ‘iconisch’, maar er, helaas, net voor tekortschieten.

Onzin, natuurlijk. Mensen die ‘iconisch!’ roepen, doen dat merendeels uit gewoonte. Het klinkt nu eenmaal mooi, zwaarwichtig en belangrijk!

Algemeen toepasbaar

Tegenwoordig is ‘iconisch’ toepasbaar op ongeveer alle uithoeken van ons dagelijks leven. En vinden we zo’n beetje alles in aanmerking komen om opgetild te worden door het ‘iconisch’ te noemen. Of het nu een auto is, een opvallend stuk straatmeubilair (het ‘Amsterdammertje’), een populaire snack (de kapsalon), een succesvol model sneaker of het kapsel van een ooit beroemde popster: niets is meer veilig voor de inktvlek die het opplakken van de term ‘iconisch!’ is geworden. Ergo, niemand die er nog van opkijkt als iets ‘iconisch’ wordt genoemd.

De echte inflatie van het begrip ‘iconisch’ vindt trouwens plaats als we onszelf ermee in het middelpunt plaatsen. De verleiding om je eigen leven of vriendenkring net wat meer glans te geven door het woord ‘iconisch’ te laten vallen, is blijkbaar moeilijk te weerstaan.

Niet dat ikzelf geneigd ben dit woord tegen van alles en nog wat aan te gooien, maar des te verbaasder ben ik als ik andere mensen zonder enige ironie hun vakantie ‘iconisch’ hoor noemen, of hun bezoek aan een bepaalde voetbalwedstrijd, een gebaar of actie van hun huisdier, een memorabele collega of een nogal fletse anekdote. Niet dat ik het mensen misgun zich heel eventjes wat beter over zichzelf te voelen, maar jezelf te plaatsen tussen zaken die wellicht écht iconisch zijn, zoals Michelangelo, The Beatles, Dostojevski, de Taj Mahal of de eerste maanvlucht (in willekeurige volgorde en samenstelling), krijgt toch al gauw iets potsierlijks.

Misschien zit er nog een serieuzere laag onder de wildgroei van de uitroep ‘iconisch!’ dan alleen goedmoedige ijdeltuiterij of het behapbaar houden van het cultuuraanbod. Tegenwoordig wil iedereen namelijk ‘gezien’ worden. Zodra we het gevoel hebben te worden overgeslagen, of niet als volwaardig te worden gepercipieerd, staan de ster-psychologen klaar om te waarschuwen dat we daar boos en gefrustreerd door raken. En negen van de tien keer: dat we daar ook het volste recht toe hebben.

Verdedigingsmechanisme

Bibliotheken zijn er inmiddels volgeschreven over de kortsluiting tussen de groeiende bureaucratie (die zogenaamd het beste met ons voorheeft) en het steeds beroerdere contact tussen overheid en burger (dat steeds onpersoonlijker verloopt), alsmede over het vaak betreurde resultaat daarvan: populisme.

In dit licht bezien kun je ‘iconisch!’ ook opvatten als een slim verdedigingsmechanisme. Door van alles en nog wat ‘iconisch!’ te noemen wek je op een efficiënte (oppervlakkige) manier de indruk dat je iets of iemand daadwerkelijk gezien (en gewaardeerd) hebt. En daarmee pacificeer je in zekere zin die persoon of dat object. Hardop fantaserend zou je de overheid een chatbot kunnen aanraden die de burger om de haverklap een compliment maakt voor zijn of haar inbreng met een zin als: ‘Dank u. Dit is een iconische klacht.’

Vergelijkbaar met een selfie

Misschien is er, tot slot, nóg een andere interpretatie van de ‘iconisch!’-hausse te bedenken. De treurigste, excuus. En dat is dat we wezens dreigen te worden die, ondergedompeld in een digitale swipe-cultuur, geen flauw benul meer hebben van de werkelijke grandeur van historische, culturele en technologische hoogtepunten die (ver) achter ons liggen. En dat we ons achteloos het recht toe-eigenen die grandeur te gebruiken om onszelf op te hemelen. Te suggereren dat wijzelf, al of niet samen met onze familie en vrienden, een plekje verdienen in de geschiedenisboeken.

In dit laatste geval is ‘iconisch!’ roepen vergelijkbaar met het maken van een selfie. In de stille hoop dat de kiek niet eindigt in een suf familiealbum, maar in een standaardwerk over de eenentwintigste eeuw.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!