Wat heeft Nederland aan het Europese migratiepact?
Artikel beluisteren
Het kabinet-Jetten wil de ‘asielketen op orde’ hebben. Daarvoor doen de coalitiepartijen vooral een beroep op het Europese migratiepact dat in juni van dit jaar in werking zal treden. Hoewel dit migratiepact op het eerste gezicht veelbelovend lijkt, is het allerminst zeker dat het tot een lagere instroom van asielmigranten zal leiden.
De pijlers van het EU-migratiepact
Het Europese migratie- en asielpact, aangenomen in 2024, bestaat uit negen EU-verordeningen en een richtlijn. Volgens de Europese Commissie kent het pact vier centrale pijlers: het bieden van veilige buitengrenzen, snelle en efficiënte procedures, een doeltreffend systeem van solidariteit en verantwoordelijkheid, en migratie integreren in internationale partnerschappen. In deze ‘internationale partnerschappen’ (voorbeelden zijn Tunesië, Egypte en Mauritanië) belooft de Europese Commissie ook afspraken over migratie, zoals strengere grenscontroles, sterker optreden tegen migrantensmokkel, meewerken aan terugkeer en het promoten van legale migratie naar Europa. Deze pijlers zullen op verschillende manieren worden uitgewerkt.
Onder andere zou dit pact ervoor moeten zorgen dat al bij de buitengrenzen van de Europese Unie wordt bepaald wie als asielzoeker binnenkomt en wie niet. Aan de buitengrenzen van de EU moet worden gescreend en geïdentificeerd voordat een asielaanvraag in behandeling wordt genomen. De bedoeling is kortere asielprocedures (onder het pact moet een asielaanvraag binnen uiterlijk zes maanden worden afgehandeld), snelle(re) terugkeer bij afwijzing en ontlasting van het reguliere asielsysteem.
Ook is een doel van deze overeenkomst dat EU-landen nauwer samenwerken en solidair worden op het gebied van opvang. Landen als Griekenland, Spanje en Italië, die relatief veel asielaanvragen krijgen, kunnen rekenen op betere spreiding van asielzoekers. Op grond van de zogeheten ‘solidariteitsregel’ moeten de EU-landen gezamenlijk minstens 30.000 asielzoekers per jaar opnemen van deze landen, of kunnen ze deze verplichting afkopen door €20.000 per asielzoeker te betalen. Volgens Alessandro Ciriani, onderhandelaar namens het Europees Parlement, is het migratiepact een ‘keerpunt’ in de manier waarop de EU met migratie omgaat.
Veelbelovend?
Het pact klinkt veelbelovend ten opzichte van het huidige systeem: screening, identificatie, registratie, een (verkort) asielproces en, bij een veilig land van herkomst, deportatie – allemaal aan en vanaf de buitengrenzen van de Europese Unie. Zou een land alsnog te veel asielzoekers moeten opvangen, dan kan het de verplichting afkopen voor een (relatief) klein bedrag van 20 duizend euro per asielzoeker.
Een asielmigrant kost Nederland namelijk ongeveer 800.000 euro, zo berekende migratiedeskundige Jan van de Beek in zijn bestseller Migratiemagneet Nederland (2024). Wanneer volgmigratie wordt meegerekend, zijn de kosten zelfs 1,3 miljoen euro per asielmigrant.
Brede kritiek
Maar zo optimistisch als het migratiepact klinkt, is het volgens velen niet. In de aanloop naar de inwerkingtreding ervan is er vanuit verschillende hoeken veel kritiek op gekomen. Onder meer door Gerald Knaus, voorman van de denktank European Stability Initiative (ESI) en architect van de oude EU-Turkije-deal uit 2016. Bij een lezing over het Europees grensbeleid liet Knaus weten dat het migratiepact ‘zal falen’. Dat heeft volgens hem enerzijds te maken met het feit dat Polen, Hongarije en Slowakije al weigeren mee te werken aan het solidariteitsmechanisme van het migratiepact. Zo heeft Polen – omdat het veel Oekraïners opvangt – een soort opt-out weten te bewerkstelligen.
Anderzijds is er volgens Knaus onder het nieuwe migratiepact ‘geen betere prikkel’ dan onder het oude Dublin-systeem voor landen als Hongarije, Griekenland of Italië om meer asielzoekers op te vangen. De uitvoering van het pact zal onder meer stuklopen op het gebrek aan solidariteit. Daarbovenop zijn er nog te weinig afspraken gemaakt met veilige derde landen buiten de EU om asielzoekers op te laten vangen. Momenteel is er slechts een handvol landen dat wellicht bereid is om zo’n samenwerking met de EU aan te gaan: Turkije, Rwanda, Oeganda en Albanië. Te weinig om dit pact succesvol te laten draaien.
Clingendael: ‘migratiemanagement blijft theoretisch’
Ook het Clingendael Instituut is kritisch op het pact en hoe dit zal uitwerken. Het concludeert in het rapport Grenzen verleggen uit februari in navolging van Knaus dat het ‘niet eenvoudig’ is om landen buiten de EU vluchtelingen of afgewezen asielzoekers te laten opvangen. Het Instituut wijst op het nog altijd kleine aantal derde landen dat bereid is om een samenwerking aan te gaan om het migratiepact uit te voeren. Dat maakt dat deze landen een hogere prijs kunnen vragen voor samenwerking. De EU-lidstaten kunnen daardoor juist mínder eisen stellen aan de opvang van asielzoekers. Volgens het onderzoeksinstituut is het migratiepact gebaat bij zo veel mogelijk afspraken en onderlinge samenwerkingsverbanden. Die ontbreken nu, waardoor de discussie over migratiemanagement ‘enigszins theoretisch dreigt te blijven’.
Pact stelt politici in staat niets te doen
Ook migratiedeskundige Jan van de Beek denkt dat het migratiepact weinig gaat opleveren. De afkoopsom van 20.000 euro per asielzoeker is voor de rijke landen heel aantrekkelijk en heel goedkoop. ‘Dan komt alles toch op het bordje van de buitengrensstaten als Griekenland, Italië en Spanje, dus die gaan – heel invoelbaar – zoals ze altijd al deden, iedereen door laten lopen naar het rijke noorden.’ ‘Geloof politici niet als ze zeggen dat dit gaat werken. Het EU-pact stelt hen in staat voorlopig niets te doen – want “de oplossing komt eraan…” Niet dus’, aldus Van de Beek via X.
‘EU-migratiepact schiet nu al tekort’
Binnen de politiek klinkt hetzelfde pessimisme over de effectiviteit van het migratiepact. Europarlementariër voor de BBB (EVP-fractie) Sander Smit laat aan Wynia’s Week weten: ‘Het EU-Migratiepact is ontoereikend in zijn huidige vorm: de uitvoering schiet nu al tekort, cruciale wettelijke pijlers ontbraken (komen nu langzaam wel als men vaart maakt) of worden door linkse en liberale partijen afgewezen. Oost-Europese landen zoals Polen en Hongarije weigeren elke medewerking aan de verplichte solidariteit en relocatie van asielzoekers – of zelfs het gehele pact. […] Het pact bevat immers ook de omstreden verkapte Europese spreidingswet die onevenredig op sociaaleconomisch aantrekkelijke landen als Nederland zal drukken. Als het op deze voet doorgaat, stort het hele asiel- en migratiepactgebouw in.’
Volgens Smit is het aannemen van nationale asielwetten dan ook noodzakelijk. ‘Het EU-migratiepact is geen duizenddingendoekje en biedt voorlopig niet de uitweg.’
Uitvoering migratiepact zeer onduidelijk
Hoe de uitvoering van het migratiepact er voor Nederland uit gaat zien, is nog zeer onduidelijk. Het belooft een ander en strenger asielsysteem, maar het gebrek aan partnerlanden buiten de EU, de niet-deelname van Oost-Europese landen aan het solidariteitsmechanisme van het pact en de naar verhouding enorm aantrekkelijke afkoopsom maken daadwerkelijke verandering van het migratiemodel onwaarschijnlijk.
Daarnaast is het ook niet ondenkbaar dat Nederland onder het kabinet-Jetten vanuit het oogpunt van solidariteit en ‘fatsoen’ veel asielzoekers opvangt van de ‘entreelanden’ Italië, Spanje en Griekenland. Ook is het mogelijk dat Nederland wel gebruik maakt van de afkoopregeling, maar dat deze asielzoekers uiteindelijk alsnog op ons bordje belanden, omdat het voor de entreelanden te veel wordt.
Om nog maar te zwijgen over de vraag of (delen van) het migratiepact überhaupt standhoudt bij het Hof van Justitie in Luxemburg. In EU-wetgeving en rechtspraak is namelijk veel bescherming toegekend aan de asielzoeker. Het zou zomaar kunnen dat het Hof van Justitie de verkorte asielprocedure, de plicht tot identificatie en de verplichte terugkeer naar land van herkomst van tafel veegt vanwege strijd met internationaal recht.
Race to the bottom
In de EU wordt door druk vanuit rechts meer ingezet om migratie naar het continent te beperken. De lidstaten zijn bezig met een ‘race to the bottom,’ zoals Van de Beek het noemt. Maar als iedereen in de EU meedoet aan deze race, zal nog altijd het minst strenge land het aantrekkelijkst blijven voor asielmigranten. Nederland behoort tot de meest aantrekkelijke landen voor (asiel)migranten, mede vanwege het sterke sociale vangnet, goede voorzieningen zoals zorg, onderwijs en kinderbijslag, rechtsbijstand en uitgebreide rechtsbescherming. Nu omringende landen als Denemarken, Duitsland en België maatregelen nemen om minder aantrekkelijk te zijn voor asielzoekers, betekent achterblijven voor Nederland dat het juist relatief aantrekkelijker wordt als bestemmingsland.
Tenzij Nederland ook begint met het nemen van nationale maatregelen. Daarmee zou een goed begin kunnen worden gemaakt als de Eerste Kamer de asielwetten van het kabinet-Schoof aanneemt. Erg zeker is dat niet, aangezien D66, de partij van premier Jetten, al tegen de wetten zal stemmen. Verder biedt het coalitieakkoord weinig zicht op strengere maatregelen dan de buurlanden, waarmee Nederland als verliezer van deze race op zal moeten draaien voor een aanzienlijk deel van de asielmigratie naar de EU.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















