We benne op de wereld om mekaar te helpen nietwaar?

PaulFrentrop 17-2-2026
Hoes van een LP met liedjes uit de tv-serie ’t Schaep met de 5 Pooten. Beeld: resetrecords.nl

Artikel beluisteren

‘We benne op de wereld om mekaar, om mekaar te hellepe nietwaar?’ zongen Adèle Bloemendaal, Leen Jongewaard en Piet Römer in 1969 in de tv-serie ’t Schaep met de 5 Pooten. En zo is het maar net.

Er zijn diersoorten die solitair leven, maar de mens hoort daar niet bij. De mens leeft in groepen. Hij overleeft niet zonder anderen. Dat dit Robinson Crusoë wel lukte, is nu net de crux van het verhaal uit 1719, dat meteen een internationale ‘bestseller’ werd. Volgens mensen die er verstand van hebben was het de eerste Engelstalige roman en het is in ieder geval een van de eerste romans ter wereld waarin de ik-persoon de verteller is.

De kluts kwijt

De precies tweehonderdvijftig jaar tussen het uitkomen van het boek van Daniël Defoe en de Nederlandse televisieproductie van Eli Asser met muziek van Harry Bannink omvatten de opkomst en ondergang van het typografische tijdperk en het begin van de verdringing van de drukpers door de beeldtechniek.

In die periode was het thema dat de mens niet alleen leeft, een veel voorkomend – misschien wel het meest gebruikte – onderwerp in de literatuur met als dieptepunt de beroemde zin l’enfer c’est les autres die op 27 mei 1944 op het toneel werd uitgesproken in de eenakter Huis Clos van Jean-Paul Sartre. Toen was het intellectuele deel van de mensheid echt de kluts kwijt.

Robinson Crusoë was een schipbreukeling, een van die vele mooie woorden die de Nederlandse taal rijk is. (Mag ik – dit geheel terzijde – ook het prachtige woord ‘wasknijper’ ter overpeinzing onder uw aandacht brengen?).

Schipbreuk is een woord dat een specifiek geval van falende techniek omschrijft. En het is juist de techniek – waar ook de wasknijper onderdeel van uitmaakt – die de mens in staat stelt om te leven in grotere en geestelijk meer stimulerende groepen dan alleen het familieverband van de jager-verzamelaar.

Ikke en de ander

Maar ja, hoe moet een mens omgaan met al die soortgenoten in zijn directe omgeving? Wat moet de ik-persoon in ieders leven doen met alle andere ikken die ook van alles willen? Filosofen, theologen, psychologen, moralisten, fundamentalisten, politici, stichters van godsdiensten en eigenlijk iedere ouder die kinderen opvoedt, hebben zich sinds mensenheugenis over deze vraag gebogen. Als communis opinio valt uit al dat denken te distilleren dat je maar beter aardig voor de ander kunt zijn.

In het lied waar dit verhaal mee opent werd deze kennis verwoord als:

‘Vriendschap, liefde, broederschap, het zijn geen loze kreten.

We leven echt niet voor de grap, dat mag je nooit vergeten.’

Persoonlijke ambities

Vriendelijkheid alleen biedt echter geen antwoord op alle vraagstukken die zich in een samenleving aandienen. Daarvoor is meer nodig. ‘De mens is een politiek dier,’ constateerde Aristoteles tweeduizend jaar voordat de roman werd uitgevonden. De mens wil namelijk niet alleen bij een groep horen. Zodra hij bij de groep is, treedt zijn tweede drijfveer in werking. Binnen die groep wil hij niet de minste zijn. De mens heeft een instinct tot samenwerken, maar anders dan de mier of de bij heeft de mens persoonlijke, individuele ambities.

Het is een heel gedoe om al die ambities van al die mensen zonder al te harde botsingen in goede banen te leiden. In de meeste landen lukt dat niet. Daar slaan ze elkaar om de haverklap de hersens in.

Van kolonialisme naar asielindustrie

Tot 1950 trokken ambitieuze Europeanen de wijde wereld in, onderwierpen daar lokale machthebbers en hielden vechtende fracties zo goed mogelijk onder de duim, zoals Robinson Crusoë probeerde met de kannibalen van zijn buureiland. Maar dat doen we niet meer. Dat heet kolonialisme. Dat is slecht.

In plaats daarvan maken moderne transporttechnieken het de verliezende partij in door geweld verscheurde landen steeds vaker mogelijk naar Nederland te komen. De hier overheersende vriendelijkheid jegens de medemens, maakt dat we dat toestaan. In 1969 toen immigranten niet hierheen vluchtten voor geweld, maar kwamen om te werken, bezong men dat als volgt:

‘Help de Spanjaard en de Turk die tussen ons verblijven.

Naastenliefde is de kurk waarop we allen drijven.’

Maar een halve eeuw later is er een asielindustrie van mensenhandelaren, opvangcentra, gespecialiseerde advocaten, dwangsommen, spreidingswetten en hotelketens die van overheidswege worden gevuld met mensen uit alle windstreken. Dat is geen kurk. Dat is een blok beton. We zinken. Ergens is iets misgegaan.

Van Bromsnor naar politieman die moet onderduiken

De opschudding van de week was onlangs het beeld van een politieman in Utrecht die niet hardhandig maar hardvoetig optrad tegen een vrouw in islamitische klederdracht die hem belaagde terwijl hij een andere vrouw in islamitische klederdracht in de kraag vatte. De politieman en zijn gezin moesten onderduiken na bedreigingen. Dat is andere koek dan wat kinderen op televisie zagen ten tijde van ’t Schaep met de 5 Pooten. Toen had Swiebertje het wel eens aan de stok met veldwachter Bromsnor, maar dat werd altijd weer geregeld door de burgemeester en diens huishoudster Saartje.

Iedere keer als ik een wijsneus het woord geopolitiek hoor gebruiken, steevast gevolgd door de oproep dat de steeds snellere verandering in de wereld Europa dwingt tot een andere opstelling én tot snellere besluitvorming, denk ik aan Saartje, die dat allemaal overbodig zou hebben gevonden. Haar ging het erom dat ze de boel in haar eigen keuken op orde hield, net zoals Voltaire in 1759 betoogde aan het eind van zijn Candide: Il faut cultiver son jardin. Je moet je eigen tuintje wieden!

Bezuinigingen

En dan hebben we natuurlijk nog de eeuwige tweedeling in de maatschappij, die onuitputtelijke bron van inspiratie voor politici die elke achterstand van de een ten opzichte van de ander te lijf gaan met subsidies, toeslagen, zorg, extra zorg, investeringen, het vrijmaken van middelen en nog meer zorg en zich met hand, tand én emotie verzetten tegen wat welhaast de sociaaleconomische variant van genocide lijkt geworden: bezuinigingen.

Het dagelijks nieuws uit politiek Den Haag gaat vooral over geld. Geld voor onderwijs, geld voor defensie, geld voor dit en geld voor dat. Alsof meer geld voor onderwijs zou zorgen voor beter onderwijs en iedere euro extra ergens iets goeds teweeg zou brengen, terwijl iedere euro minder in een budget tot schade en rampen zou leiden. In ’t Schaep met de 5 Pooten wist men wel beter:

‘Als de buurman armoe lijdt, in stilte zit te treuren.

Probeer ‘m dan met wat menselijkheid een beetje op te beuren.’

Berispt

Niemand, behalve in communistische regimes, heeft ooit gezongen over hulp van de overheid die mensen gelukkiger maakt. Het lijkt wel of we in 2026 minder weten dan de zangers uit 1969.

Veel van de mensen nu, waren toen jong. De drie zongen destijds ook een lied met het fraaie refrein: ‘Het zal je kind maar wezen, yeah, yeah, yeah, yeah.’ Daarin werden wij als volgt berispt: ‘Jeugd van Nederland denk nou niet dat jullie lekkertjes benne. Als je je eigen in de spiegel ziet, dan moet je toch erkennen.’

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee?Hartelijk dank!Â