We hoeven heus niet steeds mee te doen, met Merkel en Macron

Corona maakt overal, maar zeker ook in Europa een geldorgie van jewelste los. Maar verschil is er wel. Het ene land probeert zelf de schade te repareren, andere landen proberen die door te schuiven. En in Brussel pikken ze graag een graantje mee. Het is tijd voor Nederland een alternatieve weg te zoeken. Laten we doen als de Denen.

Pas vooral op als de dreigende ondergang van ‘Europa’ wordt gepredikt, dan is het eind van het liedje doorgaans dat er meer ‘Europa’ is gekomen: meer geld, meer macht naar kantoren en vergaderzalen in Brussel, Frankfurt, Luxemburg en Straatsburg. Het is een beetje sneu dat de propagandisten voor meer Europa altijd maar weer dreigementen nodig denken te hebben om hun doel te bereiken. Maar kennelijk werkt het – en dus wordt er steeds weer gedreigd.

Angela Merkel is in dat opzicht een voorbeeldige leerling van haar CDU-voorganger als bondskanselier, Helmut Kohl. Die dreigde een kwart eeuw geleden dat Europa zonder de euro weer in oorlog zou vervallen. Toen Griekenland tien jaar geleden uit de euro dreigde te vallen wist Merkel dat ook als de dreigende ondergang van Europa te zien.

Angela Merkel is zowel principieel als opportunistisch. Aan de ene kant is ze de Noord-Duitse, protestantse domineesdochter met reflexen die je ook bij progressieve protestanten in Nederland en Scandinavië ziet, met morele superioriteit als belangrijkste wapen. Aan de andere kant is ze een praktische politica, die voortdurend oog houdt voor de peilingen, de kansen en de risico’s.

Dat Angela Merkel op maandag 18 mei 2020 verrassenderwijs een van haar laatste principiële blokkades – ‘geen eurobonds’ – liet vallen in haar samen met de Franse president Emmanuel Macron gepresenteerde ‘herstelfonds’ van 500 miljard is dan ook helemaal Merkel. En trouwens helemaal in lijn met wat alle Duitse bondskanseliers doen: buigen voor Franse presidenten.

Toen Merkel in de jaren 2010-2015 boog voor steeds nieuwe ‘leningen’ aan  Griekenland en in 2012 accepteerde dat Mario Draghi de geldpers aanzette voor Italië deed ze dat ook om de investeringen van Duitse banken in die landen te ondersteunen. Het paste echter ook goed in het meebuigen met de Fransen zoals alle Duitse bondskanseliers dat doen, altijd met ‘de oorlog’ op de achtergrond. Voor Fransen en (andere) mediterranen is de Europese Unie toch ook een soort eindeloos stelsel van Duitse herstelbetalingen van de Tweede Wereldoorlog – al mag dat nooit zo heten.

Het is heus niet zo dat in Duitsland overal de vlaggen worden uitgehangen voor de nieuwe goedgeefsheid van Merkel en nieuwe transfers naar zuidelijke landen. Maar Macron kon deze keer toch vrij makkelijk inbreken bij Merkel. Ten eerste is de bondskanselier naar eigen zeggen aan haar laatste rondje bezig – ze hoeft zich dus niet in persoon te verantwoorden bij de kiezer.

Veel wijst er op, dat Merkel van het tweede half jaar van 2020 een Duits Europees feestje wil maken, samen met haar land- en partijgenote in Brussel, Ursula von der Leyen. Dat moet behalve om veel geld ook gaan om groen, klimaat en meer migratie in Europese handen. Dat feestje laat Merkel niet graag verstoren door Franse en mediterrane verwijten over vrekkigheid.

Merkel regeert bovendien met de sociaaldemocraten van de SPD, die de laatste jaren meer Frans- en Brusselgezind zijn dan lange tijd het geval was. Die waren altijd al voor solidariteit en meer Europa. Macron heeft in Berlijn een lange arm in de vorm van de SPD.

En Merkel zelf, de protestantse domineesdochter, heeft ook een hang naar de Groenen, die in Duitsland groot zijn en soms de grootste dreigen te worden. Alleen zo kan Merkels abrupte afscheid van kernenergie (2011), het open zetten van de grenzen (‘Wir schaffen das’, 2015) en de plotse ambitie van Duitsland (en Europa) als klimaatkampioen (2019) worden verklaard.

Hoe dan ook:  in Brussel kunnen de sluizen open, voor meer geld en meer supranationale macht. Na het Verdrag van Maastricht (1992, met de komst van de euro), de Europese Grondwet die Verdrag van Lissabon werd (2007) en de eurocrisis (2010-heden) is er nu de combinatie van euro-, klimaat- en coronacrisis die centralisatie van geld en politieke macht in Europa een boost geeft. Iedere crisis eindigt in meer Europa, de economische crisis van de jaren tachtig, de val van De Muur in 1989, 9/11 in 2001 plus de crises van de laatste jaren.

De geldstromen zijn ook onnavolgbaar en immens. De Europese Centrale Bank kocht de afgelopen jaren voor 2666 miljard aan staatsobligaties op. De ECB kwam dit voorjaar om te beginnen met een nieuwe opkoopronde van leningen van 750 miljard. De Europese Commissie wil de begroting voor de volgende zeven jaar -zo’n 1000 miljard – stevig verhogen, zelfs na het vertrek van geldschieter Groot-Brittannië.

De ‘Green Deal’ van de Commissie moet – deels met hetzelfde geld – 1000 miljard gaan kosten. De eurozone trok eind april 540 miljard uit voor Corona-gerelateerde zorgproblemen in met name Italië en Spanje (waar overigens nog niemand een beroep op heeft gedaan).

Merkel en Macron kwamen met hun 500 miljard aan giften, bij wijze van Corona-herstelprogramma. De Europese Commissie overzag het slagveld en wist dat er wel wat bij kon en kwam zo op 750 miljard. In de coulissen wil het Europees parlement meer, oplopend tot 2000 miljard.

En Nederland? Premier Mark Rutte lag net zo lekker bij de Europese leiders, zoals zo vaak complimenteus wordt beweerd. Zoals het hem nu volgens berichten uit de Brusselse pers wordt aangerekend dat hij zich al maanden dwarsig of zelfs ‘kinderlijk’ (Merkel) dan wel ‘stuitend’ (Macron) gedraagt.

De darling van Brussel, de man naar wiens gunsten zowel Merkel als Macron dongen was plotseling een outcast geworden. Zowel Rutte als minister van Financiën Wopke Hoekstra staan er in sommige zuidelijke landen zo mogelijk nog slechter op.

Waarom? Omdat Rutte en Hoekstra op de rem staan als er meer geld verstrekt moet worden, omdat ze daar voorwaarden bij stellen, omdat ze liever leningen dan giften hebben en omdat ze tegen Europese staatsschulden en Europese belastingen zijn. Dat wordt bij de criticasters als schraperig en niet-solidair voorgesteld.

Maar hoe schraperig is Nederland helemaal? Nederland is per hoofd van de bevolking al een kwart eeuw de grootste nettobetaler van de Europese Unie. In 2018 betaald Nederland bijvoorbeeld 6,7 miljard euro aan Brussel en kwam er 1,2 miljard aan subsidies terug (de cijfers zijn van de Algemene Rekenkamer).

Nederland heeft, al was het met tegenzin, steeds braaf meebetaald aan de leningen voor (met name) Griekenland, leningen die door de lange looptijden en lage rente feitelijk grotendeels giften zijn. Nederland doet braaf (en met enig enthousiasme, zelfs) mee aan de vorming van een Europese bankunie, waarbij uiteindelijk Noord-Europa weer garant zal staan voor Zuid-Europese banken.

Als de geldpomp van de ECB in Frankfurt ooit stokt, schiet Nederland daar fors bij in. En het mag zo zijn dat Italië als sinds de euro in 1999 begon nauwelijks economische groei heeft gekend, de Nederlandse burgers hebben in dezelfde tijd in besteedbaar inkomen ook nauwelijks iets gemerkt van de economische groei die er wel was.

Maar voor de Nederlandse bevolking is het aanhoudende Brusselse rupsje-nooit-genoeg geen vanzelfsprekendheid meer. Niet voor niets werd in 2005 met een overtuigende opkomst en een royale meerderheid de Europese Grondwet in Nederland weggestemd.

Anders dan in Groot-Brittannië (‘Brexit’) is er in Nederland op dit moment geen meerderheid voor vertrek (‘Nexit’) uit de Europese Unie. Maar er is in Nederland geen brede steun voor meer, meer, meer Europa. En die kant gaat het wel voortdurend op: met horten en stoten en soms sluipend. Altijd is het Europese crisisdreigement dat Europa ten onder dreigt te gaan, altijd blijkt dat de oplossing te bestaan uit meer macht naar Brussel en meer geld naar Zuid-Europa.

De neerslag van de Nederlandse weerstand tegen Meer Europa is bijvoorbeeld te vinden in het regeerakkoord (2017) van het kabinet RutteDrie, waarin staat dat Nederland niet zal meewerken aan de ombouw van de EU tot meer ‘transferunie’. En in een breed gesteunde Kamermotie (alleen GroenLinks en PvdA deden niet mee) uit 2018, waarin staat dat de volgende Europese meerjarenbegroting eerder minder dan meer uitgaven moet bevatten.

In Brussel weten ze natuurlijk ook, dat de weerstand in Nederland tegen Meer Europa substantieel is. Eerder dit jaar werd de Brusselse directeur-generaal Begroting (Gert-Jan Koopman, een PvdA’er) naar Nederland gestuurd, om – deels langs door Brussel gesubsidieerde kanalen – te vertellen dat Nederland zeurt. De afgelopen dagen was die rol weggelegd voor Frans Timmermans (vicevoorzitter van de Europese Commissie, PvdA). In eigen land betoonde vooral D66-fractieleider Rob Jetten zich als een ijverige ambassadeur van Brussel in Den Haag.

Het relaas van Koopman, Timmermans en Jetten komt er ongeveer op neer dat je aan de Europese vergadertafels beter mee kunt gaan dan dwarsliggen, want daar betaal je altijd een rekening voor. Hun boodschap luidt dat Nederland weliswaar meer contributie betaalt dan er subsidie terugkomt, maar dat Nederland ook de grootverdiener is van de ‘Interne Markt’ – het Europa zonder grenzen. Hun redenering is dat Nederland door financieel bij te springen de Italiaanse economie steunt, zodat de Italianen Nederlandse bloemen kunnen kopen.

Het slimme aan de benadering van deze ambassadeurs van Brussel is, dat ze inspelen op wat zij denken dat de eerste Nederlandse gevoeligheid is – geld – en dat die gepareerd kan worden met redeneringen van geldelijk voordeel. Helaas is er veel op af te dingen. Juist altijd maar weer aardig gevonden willen worden is duur – vraag het maar aan de Duitsers.

Dat Nederland geld verdient aan de interne markt is een Brussels bedenksel. Grenscontroles en douaneheffingen zijn weliswaar schadelijk, maar dat wil niet zeggen dat het kantoor (Brussel) dat de opheffing van die schadelijkheid regelt het weggevallen nadeel zomaar tot eigen winst kan omrekenen. Zoals Nederland de ligging op de landkaart ook niet aan de Europese Commissie te danken heeft.

En dat Nederlandse belastingbetalers tot Sint Juttemis miljarden moeten afdragen aan Italië, zodat Italiaanse consumenten voor miljoenen bloemen kunnen kopen in Nederland is een absurd verlieslijdend verdienmodel.

Er bestaat ook een wat intelligentere variant op de bloemen van Jetten. Die luidt dat Nederland belang heeft bij stabiliteit – ook op de financiële markten – en dat we om die reden (aanhoudende) geldstromen naar Italië voor lief moeten nemen. De Italianen hebben economisch al niet kunnen profiteren van de euro, zo heet het dan.

Wat die redenering maskeert, is dat Italië dus niet lekker zit in de euro. De Italiaanse arbeidsproductiviteit is te laag en de concurrentiekracht te zwak in een muntzone als die van de euro. Italië kan niet concurreren met Duitsland en kan – anders dan met de lire – zijn eigen munt niet devalueren om dat probleem te ondervangen.

De Europese aanpak van het probleem van (vooral) Italië is al tien jaar: doorpompen zonder de band te plakken. Griekenland moest met honderden miljarden worden geholpen omdat anders Italië ook in de gevarenzone zou komen. Om dezelfde reden ging de ECB voor duizenden miljarden geld drukken. Nu zijn er om dezelfde reden de herstelfondsen en de coronabonds (of hoe je die Brusselse staatsleningen ook noemt).

Al die lekke band-oplossingen van Brussel, van Merkel en van Macron zijn natuurlijk geen oplossing – behalve dan voor wie alle macht aan de nationale parlementen wil onttrekken, Brussel tot machtscentrum wil maken en hele delen van Europa aan het infuus van de rest wil leggen.

Als de euro niet goed is voor Italië is, is het beter om een alternatief te zoeken voor Italië. Dat is beter voor iedereen.

Als Italië met Franse steun en Duitse medewerking systematisch voor de andere lijn kiest, dan kan ook het moment komen dat Noord-Europese landen hun alternatieven gaan zoeken. Voor Groot-Brittannië was het alternatief het vertrek uit de Europese Unie. Voor Ierland, Zweden en Denemarken was het alternatief van de afgelopen decennia: uitzonderingen regelen. De één doet niet verplicht mee met het vrije grensverkeer, de ander niet met de euro of het immigratiebeleid. Alle gebruikelijke dreigementen ten spijt: daar zijn Denemarken, Zweden en Ierland niet slechter van geworden. Hun bevolkingen steunen die lijn.

Dat is ook de kant die Nederland op gaat. Als Nederlandse politici hun eigen democratie en de belangen van de Nederlanders recht willen doen, dan is het moment gekomen maar eens niet mee te buigen, maar eens niet nee zeggen en ja doen, maar een eigen alternatief te zoeken.

Het betekent niet dat Nederland uit de Europese Unie moet, het hoeft zelfs niet te betekenen dat Nederland uit de euro zou moeten. Maar steeds maar weer overstemd worden door de anderen die wat van je willen en steeds weer verlaten worden door de Duitsers: er komt een moment dat je je positie gaat overdenken.