We moeten vakmanschap een veel hogere publieke status geven
Artikel beluisteren
Door Henk C. Jonkhoff*
Nederland heeft dringend meer technici, installateurs en bouwvakkers nodig, maar vakmanschap heeft in onze samenleving nauwelijks een zichtbare professionele status. We willen honderdduizenden woningen bouwen, het elektriciteitsnet uitbreiden en miljoenen huizen verduurzamen. Maar één probleem dreigt al die plannen te blokkeren: er zijn te weinig vakmensen.
Installateurs, netwerktechnici, bouwvakkers en onderhoudsspecialisten zijn schaars, terwijl de economie juist steeds afhankelijker wordt van hun expertise. Het tekort aan praktische professionals dreigt daardoor steeds vaker een rem te worden op economische en maatschappelijke plannen.
Nederland is een diplomaland
Onder het tekort aan vakmensen ligt een dieper maatschappelijk probleem: Nederland heeft vakmanschap institutioneel zwak georganiseerd en maatschappelijk onvoldoende zichtbaar gemaakt.
Nederland heeft een sterke waardering voor theoretische opleidingen en academische titels. Wie een universitaire studie afrondt kan ir., drs., mr. of dr. voor zijn naam plaatsen. Zulke titels functioneren als een herkenbaar signaal van expertise en professionele status.
Voor vakmensen bestaat een vergelijkbare structuur nauwelijks. Een installateur, lasser of onderhoudstechnicus kan dertig jaar ervaring hebben opgebouwd en een enorme vakkennis bezitten, maar die expertise is buiten de eigen sector nauwelijks zichtbaar via titels of registers.
Het verschil tussen ir. Jan de Vries en Jan de Vries wordt onmiddellijk begrepen. Voor vakmanschap bestaat zo’n herkenbaar systeem vrijwel niet.
Onderwijskeuzes worden niet alleen bepaald door talent of arbeidsmarktperspectief, maar ook door maatschappelijke waardering. Veel ouders adviseren hun kinderen om zo lang mogelijk in het theoretische onderwijs te blijven. Zelfs wanneer een praktische opleiding beter aansluit bij hun talenten, wordt een technische beroepsroute vaak gezien als een tweede keuze.
Maar de arbeidsmarkt vraagt juist om vakmanschap. De energietransitie heeft installateurs en netwerktechnici nodig, de woningbouw vraagt bouwvakkers en uitvoerders en de industrie vraagt onderhouds- en productiespecialisten. Tegelijkertijd verlaten veel ervaren vakmensen de arbeidsmarkt door pensionering.
Het vakmantekort in cijfers
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft Nederland al jaren een historisch hoog niveau aan vacatures. Structureel staan er meer dan 400.000 vacatures open.
In de bouw en technische sector betreffen die vacatures de moeilijkst vervulbare functies. In de bouw zijn meer dan 60.000 extra werknemers nodig voor de woningbouw.
De installatiebranche verwacht tienduizenden extra technici nodig te hebben voor de energietransitie. Daar komt bij dat de komende tien tot vijftien jaar veel ervaren technici met pensioen gaan.
Vakmanschap zichtbaar maken
In vrijwel alle professionele beroepen spelen titels een belangrijke rol bij het zichtbaar maken van expertise, zoals dr., mr. en ir. Een vergelijkbare publieke waardering is ook denkbaar voor vakmanschap. Een senior vakman elektrotechniek zou zich kunnen voorstellen als Ahmed Yilmaz, SV en een meester vakman installatietechniek als Peter van Dijk, MV.
In de Middeleeuwen organiseerden gilden ambachten en beroepen, met duidelijke stappen van leerling via gezel naar meester. Daarmee werd vakbekwaamheid zichtbaar erkend.
In Duitsland heeft de titel Meister nog steeds een belangrijke betekenis. In het Verenigd Koninkrijk bestaan professionele registraties voor technici en ingenieurs zoals Engineering Technician en Chartered Engineer.
Een systeem van herkenbare titels en professionele erkenning kan expertise zichtbaar maken, een carrièrepad creëren en de professionele identiteit van vakmensen versterken.
Vakmanschap verdient publieke zichtbaarheid
Ook publieke zichtbaarheid speelt een rol. In Nederland krijgen technische beroepen relatief weinig aandacht in de media. Terwijl kookprogramma’s en talentenshows miljoenen kijkers trekken, blijven vakberoepen vaak buiten beeld. De publieke omroep zou een belangrijke rol kunnen spelen door meer programma’s te maken waarin vakmanschap centraal staat: documentaires over techniek, series over bouwprojecten, quizzen over innovatie of nationale beroepswedstrijden waarin jonge vakmensen hun vaardigheden laten zien.
In verschillende landen blijken zulke programma’s bij te dragen aan een positieve beeldvorming van technische beroepen. Ze maken zichtbaar dat vakmanschap niet alleen praktisch werk is, maar ook expertise, creativiteit en trots vertegenwoordigt.
Moderne gilden
Het tekort aan vakmensen is niet alleen een economisch probleem, maar ook een kwestie van maatschappelijke waardering. Zolang vakmanschap geen zichtbare professionele status heeft, blijft Nederland proberen een structureel probleem op te lossen met incidentele maatregelen.
Misschien moeten wij opnieuw na gaan denken over een moderne vorm van gilden – niet als historische instituten, maar als hedendaagse structuren waarin vakmanschap weer zichtbaar wordt georganiseerd, erkend en gewaardeerd. Een samenleving die grote technische ambities heeft, kan het zich niet veroorloven dat het vakmanschap dat nodig is om die ambities waar te maken onvoldoende erkenning krijgt.
*Henk C. Jonkhoff is ondernemer.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















