De eerste rechtszaken over het nieuwe pensioenstelsel zijn een feit – en er zullen er meer komen

WW Schukkink 1 januari 2026
Beeld: LinkedIn.nl

In 2025 gingen de eerste pensioenfondsen over naar het nieuwe stelsel onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). De allereerste rechtszaken over het nieuwe pensioenstelsel zijn inmiddels geweest, en naar verwachting zullen er een hoop meer volgen. Door de verwachte toename van pensioenzaken en grote onduidelijkheden rondom het nieuwe stelsel staat niet alleen de rechterlijke macht, maar ook de pensioenwereld voor uitdagingen.

Met het ‘invaren’ van de eerste pensioenfondsen in het nieuwe stelsel is, om met Omtzigt te spreken, de ‘grootste overgang van rechten ooit in de Nederlandse geschiedenis’ in gang gezet. De verwachting van vriend en vijand was dat deze overgang van het oude naar het nieuwe stelsel op termijn zou leiden tot een flinke toename van pensioenzaken. Het afgelopen jaar zijn de eerste geschillen over het nieuwe pensioenstelsel voor de rechter verschenen.

Adviezen landsadvocaat over nieuwe stelsel hoeven niet openbaar

Een van de eerste zaken werd in februari 2024 uitgevochten bij de rechtbank Den Haag. In die zaak vorderde een pensioengerechtigde dat de Staat oudere adviezen van de landsadvocaat over de Wet toekomst pensioenen (Wtp) vrij zou geven. In deze adviezen uit 2011 zou de landsadvocaat hebben geconcludeerd dat het omzetten van bestaande pensioenafspraken naar het nieuwe systeem juridisch onhoudbaar zou zijn. De eiser in de zaak meende dat hij als voormalig werknemer van de Staat recht zou hebben op deze adviezen, omdat het informatie betreft over zijn pensioen.

Daar ging de rechtbank niet in mee: de Staat kent geen expliciete ‘exhibitieplicht’ (plicht om op vordering van een andere partij inzage te geven in bepaalde stukken). Daarnaast hebben adviezen van de landsadvocaat aan de Staat betrekking op informatie die valt binnen de grenzen van het attorney-client privilege (het advocatengeheim), en zijn daarom vertrouwelijk. De adviezen werden niet openbaar gemaakt. 

Is een termijn van een maand voldoende om de overgang van je pensioen te bestuderen en voor te bereiden? Die vraag speelde in december 2024 bij de rechtbank Rotterdam. De gepensioneerde havenloods Richard Gorter eiste in kort geding uitstel van het Beroepspensioenfonds Loodsen (Bpl) voor het invaren, om zich voor te bereiden op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Hij kreeg ongeveer een maand de tijd (maar eigenlijk korter, want het was in december) om het besluit tot overgang te bestuderen, en was van mening dat die termijn te kort was om onderzoek te doen naar zijn positie en de berekeningen van het pensioenfonds.

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat nergens uit bleek dat de termijn die gegeven was door Bpl te kort zou zijn. Bovendien kreeg Gorter juist méér pensioen na het invaren, waardoor hij geen aanpassingen zou hoeven te maken in zijn uitgavenpatroon, en geen zwaarwegend belang zou hebben bij uitstel. Daarnaast werd de termijn van een maand ondersteund door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De termijn was volgens de rechter weliswaar kort, maar niet té kort.

Stijging pensioenzaken inmiddels zichtbaar

Hoewel de meeste pensioenfondsen nog moeten ‘invaren’, is de stijging van het aantal pensioenzaken zichtbaar en wordt verwacht dat er nog veel meer zullen volgen. In een editie van het PensioenMagazine van maart dit jaar schreef hoogleraar Pensioenrecht aan de Radboud Universiteit Mark Heemskerk dat er in 2024 al meer pensioengeschillen voor de rechter verschenen dan in 2023 (260 zaken in 2024 versus 242 zaken in 2023), en dat ‘te verwachten valt dat vele uitspraken volgen’.

Daarnaast laat hij desgevraagd aan Wynia’s Week weten dat hij merkt dat er ‘voorbereidingen’ worden getroffen voor pensioenzaken in de toekomst: ‘Dat zie ik zowel in mijn eigen advocatenpraktijk als in het veld.’ Volgens Heemskerk lijken deze zaken vooral te gaan over vermeende schendingen van het eigendomsrecht, niet rechtsgeldige wijzigingen van het pensioen en leeftijdsdiscriminatie.

Gepensioneerde notarissen verenigen zich tegen invaren

De eerste relatief omvangrijke pensioenzaak vond afgelopen november plaats in de rechtbank Den Haag. Deze zaak werd aangespannen door de Vereniging Pensioengerechtigden Notariaat (VPN) tegen de Stichting Pensioenfonds Notariaat (SPN) en de sociale partners. De gepensioneerde notarissen stelden, kort gezegd, dat de premies jarenlang onrechtmatig te laag bleven door gebruik van de zogeheten gedempte premieregeling (GPR), en dat daardoor het fondsvermogen onvoldoende is opgebouwd. Daardoor is ten onrechte niet geïndexeerd, maar worden de actieve deelnemers vanaf 2015 door de lage premies ongerechtvaardigd verrijkt.

Daarnaast maakten de gepensioneerden bezwaar tegen het plan voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Gepensioneerden zouden daardoor onterecht worden gedupeerd, omdat het fonds gekozen heeft om de kosten van de overgang naar de nieuwe regeling voor werkenden ter compensatie te financieren uit een deel van het pensioenvermogen dat is opgebracht door de gepensioneerden.

Ook deze eisen schoot de kantonrechter af. Het premiebeleid was toegestaan en in lijn met de eisen van de oude Pensioenwet (Pw). Het eigendomsrecht van de gepensioneerden was ook niet geschonden, omdat het fondsvermogen in eigendom toebehoort aan het pensioenfonds. Ook het bezwaar tegen de overgang werd verworpen. De compensatie voor de actieve deelnemers is niet onrechtmatig, want in de nieuwe Wtp is afgesproken dat het fondsvermogen gebruikt mag worden om de compensatie te financieren voor het nadeel dat actieve deelnemers ondervinden door de afschaffing van de oude doorsneesystematiek.

Nog veel vragen in de lucht

Tot dusver hebben de pensioenzaken niet tot enig succes geleid. Maar de meeste pensioenfondsen zijn nog niet overgestapt op het nieuwe stelsel, en er hangen nog veel vragen in de lucht die naar verwachting in de toekomst wel in de rechtbanken zullen worden behandeld. Zoals vragen over het (gebrek aan) inspraakrecht bij de overgang van de vaste uitkeringen in het oude stelsel naar variabele uitkeringen (dus afhankelijk van de markt) in het nieuwe stelsel, de vraag of men rechten kan ontlenen aan een bepaald pensioenoverzicht in het nieuwe stelsel waarin een bepaalde uitkering wordt ‘beloofd’, terwijl die plotseling zou kunnen wegvallen als de beurs instort.

Of de vraag hoe het individuele en onvoorspelbare karakter van de nieuwe pensioenpotjes en -overzichten zich verhoudt tot het belangrijke rechtszekerheidsbeginsel. Dat beginsel stelt onder meer dat wetten duidelijk en toegankelijk moeten zijn, en dat eenmaal verworven rechtsposities niet zomaar abrupt mogen worden gewijzigd.

Grootste pensioenfondsen moeten nog invaren

Vanaf 2026 zullen ongeveer 20 pensioenfondsen (waaronder PFZW (zorg), Bpf Bouw en PMT (metaal & techniek) en 5 miljoen Nederlanders overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Het grootste pensioenfonds, ABP (pensioenfonds voor overheid en onderwijs), dat ruim 3 miljoen deelnemers en ruim 500 miljard euro aan vermogen meeneemt, moet nog invaren, en zal dat op 1 januari 2027 doen. Dan zullen naar verwachting meer mensen hun gang naar de rechter zoeken.

Massaclaim tegen ABP in de maak

Een grote pensioenzaak tegen het ABP is al in de maak. Zo bereidt financieel onderzoeker Pieter Lakeman, van wie onlangs het boek Waar is mijn pensioen gebleven? is verschenen, met Stichting SOBI Pensioenherstel een massaclaim tegen de Staat en het ABP voor. Volgens hem hebben beide partijen in de periode 2008-2020 onrechtmatig gehandeld door de pensioenen van minstens 5 miljoen deelnemers niet te indexeren, doordat ze een veel te lage rekenrente hebben gehanteerd. Door het hanteren van deze lage rekenrente leken de dekkingsgraden van de pensioenfondsen veel te laag om te indexeren, terwijl ze in feite voldoende vermogen hadden om de pensioenen van hun deelnemers en de pensioengerechtigden te verhogen.

Namens 11.000 gedupeerden legt Lakeman een schadeclaim van enkele honderden miljoenen euro’s neer bij pensioenfonds ABP en de Nederlandse Staat. Als hij hierin slaagt, zal hij ook andere pensioenfondsen aansprakelijk stellen. Volgens hem loopt de totale schade namelijk in de tientallen tot honderden miljarden euro’s, en heeft iedereen die pensioen heeft opgebouwd of genoten tussen 2008 en 2020 schade opgelopen door de te lage rekenrente.

‘Mensen begrijpen geen bal van nieuwe pensioenstelsel’

Volgens pensioenrechtexpert Heemskerk is deze claim ‘weinig kansrijk’: ‘Mijn beeld uit de tot nu toe bekende rechtspraak is dat dit type claims niet tot succes leidt. Je kunt het economisch niet eens zijn met de rekenregels maar moeilijk hard maken dat die niet toegepast mochten worden als dat wel de juridische afspraak was.’ Heemskerk maakt zich wel ergens anders zorgen over: ‘Mijn zorg is wel dat veel mensen geen bal begrijpen van het nieuwe stelsel, terwijl pensioen heel belangrijk is voor de financiële gezondheid, bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid of pensionering of bij scheiden en overlijden.’

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!