Laat ‘de rijken’ extra betalen voor onze defensie? Wat een zot en onzinnig voorstel!
Artikel beluisteren
Laat de rijken de crisis betalen. Kent u die nog?
Een nummer van Drukwerk, 1982.
Maar ook een politieke klassieker. Op zoek naar extra belastinginkomsten? Dan zijn er steevast partijen die zeggen: laat de miljonairs/de rijken/de vermogenden/de kapitalisten (doorstrepen wat niet van toepassing is) de rekening betalen.
Lastenverzwaring
De afgelopen week was het weer raak, maar kwam het refrein van Drukwerk niet uit politieke hoek. Maar liefst drie economen pleitten er onafhankelijk van elkaar voor om burgers met vermogen extra aan te slaan voor de zogeheten vrijheidsbijdrage van het beoogde kabinet-Jetten. De lastenverzwaring, een idee van CDA-leider Henri Bontenbal, is een belasting voor burgers en bedrijven ten behoeve van de verhoogde defensiebegroting. Volgend jaar maakt het kabinet een begin. Vanaf 2028 moeten burgers structureel 3,4 miljard euro extra betalen, bedrijven 1,7 miljard.
Hoe bedrijven moeten betalen is nog onderwerp van overleg met de werkgevers. Burgers betalen via de inkomstenbelasting. Logisch, zou je zeggen. Zadel de overvraagde Belastingdienst niet op met een extra fiscale maatregel.
Maar voor sommige economen is dat niet genoeg. Hoogleraar Bas Jacobs (Vrije Universiteit) schreef ruim een week geleden in weekblad EW in een opsomming van kabinetsmaatregelen: ‘Vermogenden zijn bovendien vrijgesteld van vrijheidsheffing’.
In zijn zaterdagse column in de Volkskrant schreef econoom Frank Kalshoven vorige week: ‘Prima om de inkomstenbelasting wat te verhogen om de stijgende defensieuitgaven te bekostigen, maar waarom niet óók wat euro’s opgehaald met vermogen als grondslag? Defensie is weliswaar een zuiver collectief goed, maar mensen met veel bezit hebben toch echt meer te verliezen dan arme sloebers.’
PvdA-economen?
En de maandag daarop kwam Mathijs Bouman, ‘huiseconoom’ van Nieuwsuur, in zijn column in Het Financieele Dagblad met dit advies: een vrijheidsbelasting op vermogen. Want: ‘Bij oorlog gaat er veel stuk, dus is het logisch dat de kapitaaleigenaren flink meebetalen aan defensie.’
Is Nederland opeens terug in de jaren zeventig van de vorige eeuw toen alle spraakmakende economen PvdA-economen waren of in dienst van een vakbond? Een grotere collectieve sector was toen een teken van beschaving, bezuinigen was fout. Moreel fout.
Storend in de beleidsadviezen van het economentrio is het gebrek aan cijfers. Wanneer is iemand vermogend?
Misvattingen
De aangevoerde argumenten voor een vermogensheffing zijn ook hoogst twijfelachtig. Om te beginnen de stelling dat vermogenden zijn vrijgesteld. Nee. Ook vermogenden betalen inkomstenbelasting, sterker nog: de heffing op beleggingen in box 3 wordt niet gebaseerd op wérkelijk gerealiseerd rendement maar op papieren winsten. Verder is de inkomstenbelasting al progressief. Meer verdienen, meer betalen.
Tweede misvatting. Een belasting is geen verzekering. De premie voor een schadeverzekering wordt mede vastgesteld op basis van de waarde van het verzekerde (huis, auto, inboedel). Een verzekering geeft recht op een schadevergoeding. Een belasting is wat het is: belasting. Geen recht op schadevergoeding later.
Welke schade?
Derde misvatting: economen beschouwen schade kennelijk puur en alleen als materiële schade. Dat is verbazingwekkend omdat in tijden van oorlog de meeste burgers lijfsbehoud en dat van hun naasten boven alles verkiezen. Of je nu de vermogende burger ben of de arme sloeber. Wie denkt na een bombardement: o fijn, mijn auto heeft geen krasje, als partner en kinderen in het ziekenhuis liggen? Of op de begraafplaats?
Ik ga in de redenering van voornoemde economen niet mee, maar als je toch vindt dat sommige mensen meer risico lopen dan anderen, moet je niet de vermogenden noemen. Dan moet je zeggen: militairen lopen het grootste gevaar om lijf of leden te verliezen. Stel hen dan vrij van de vrijheidsbijdrage.
Ongelijkheid
Vierde misvatting: áls materiële schade dan zo allesoverheersend is, om welke materiële bezittingen gaat het dan? Kennelijk denken economen vooral aan koopwoningen. Maar niet aan woningcorporaties, als groep de grootste huizenbezitters van Nederland. Niet aan cruciale infrastructuur, zoals elektriciteitscentrales, internetknooppunten, datacenters, opslagterminals voor olie, aan bruggen, sluizen en spoorwissels of de havens waar vloeibaar aardgas aan land komt. Allemaal bedrijven. Waarom dan zo graag vermogens en bezit van burgers belasten?
Economisch mogen de argumenten twijfelachtig zijn, de drie economen voelen wel haarfijn het politiek-correcte debat aan. Dat gaat over ongelijkheid. Ongelijkheid is het Kwaad. In dit geval: de ongelijkheid van vermogens. Over de ongelijke inkomensverdeling hoor je in tegenstelling tot de woelige jaren zeventig weinig linkse politici meer. Internationaal gezien is de inkomensongelijkheid in Nederland, zeker na belastingen en premies, tamelijk bescheiden. Daarvoor komen mensen niet de barricades op.
Wie ongelijkheid wil aankaarten, gebruikt vermogensongelijkheid. Vermogens zijn ongelijk verdeeld, dat is een feit. Tel je pensioenen mee, dan is het plaatje al een stuk gelijker. Ouderen hebben meer vermogen dan jongeren, al zijn er genoeg niet-vermogende ouderen. Geslaagde ondernemers en hun nazaten zijn doorgaans vermogender dan werknemers. Voor wie gelijkheid een kwestie is van moraliteit, is dat een vloek. Vandaar: pluk de rijken.
Dapper verzet
Dat zie je terug in politieke pleidooien voor hogere erfbelastingen. Voor het belasten van ‘superrijken’, of dat nu effectief is of juist niet, omdat de ‘rijken’ dan liever verhuizen. En nu dus ook in de gevraagde extra vermogensbelasting voor onze landsverdediging.
Snijdt het hout? Nee. Maar het is toch maar mooi dapper verzet tegen het Kwaad van de Ongelijkheid.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee?Hartelijk dank!Â























