De prijsexplosie van olie en gas torpedeert de ramingen van het CPB. Voor het kabinet ligt een breuk op de loer

MennoTamminga 17-3-26
Directeur Pieter Hasekamp van het CPB (links; beeld: uitgeverijprometheus.nl) en minister Eelco Heinen van Financiën (rechts; beeld: LinkedIn.com)

Artikel beluisteren

Help, een crisis. Wat nu?

Onvoorziene, razendsnelle ontwikkelingen zoals olie- en gasprijzen die haasje-over springen, komen nooit gelegen. Zeker niet in Nederland, het land dat glorieert in planning en planbureaus. Nederland heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het Planbureau voor de Leefomgeving. En, sinds 1945, het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB produceert onder meer de economische ramingen die leidend zijn voor de begrotingspolitiek en het politieke debat daarover.

De planbureaus en hun stroom van adviezen, rapporten en vermaningen herinneren aan lang vervlogen tijden. Aan stabiliteit. Aan de planbare economie, ooit de reden voor de oprichting van het CPB. Maar ook aan de maakbaarheid van de samenleving. En impliciet de maakbaarheid van de burger.

Wervelwind

Maar altijd weer die crises. Events, dear boy, events, moet de Britse minister-president Harold Macmillan (1894-1986) geantwoord hebben op de vraag wat regeringen aan het wankelen kan brengen. Afgelopen week weer.

Uitgerekend in de wervelwind van prijsverhogingen en inflatieangst publiceerde het Centraal Planbureau zijn ramingen voor de economie en het begrotingstekort. Het Centraal Economisch Plan, zoals dat voluit heet. Ook zo’n naam uit de planeconomieperiode kort na 1945. De raming van afgelopen donderdag stevent al af op geschiedenis.

‘Ik ben nu zes jaar directeur van het CPB’, zei Pieter Hasekamp, aldus het verslag in Het Financieele Dagblad. ‘Dit is het vierde jaar met een externe crisis die over ons heen rolt.’ De covid-pandemie (2020). In 2022 de (nog niet helemaal bedwongen) inflatiepiek na de Russische inval in Oekraïne. Vorig jaar het spervuur van Amerikaanse invoerheffingen.

Je zou zeggen: tijd voor bezinning. Als crises het nieuwe normaal zijn, wat zijn dan nog het nut en de toegevoegde waarde van de modelmatige ramingen van het CPB? De vraag krijgt des te meer urgentie omdat de ramingen van het CPB de grondstof zijn voor de Miljoenennota 2027 en vier jaar kabinetsbeleid. Voor beleid is het minderheidskabinet-Jetten afhankelijk van de steun van een deel van de meerderheid in de Tweede Kamer. Op het spel staan de overlevingskansen van het kabinet.

Lehman en Golfoorlog

Een crisis die niet gelegen komt, is niet nieuw. Op Prinsjesdag 2008 kon de Miljoenennota van minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) de prullenbak in. Twee dagen eerder was de Amerikaanse bank Lehman op de fles gegaan. De financiële sector dreigde te kapseizen en de economie mee naar de kelder te nemen.

Of, wat verder terug, de zogeheten Tussenbalans van het kabinet-LubbersDrie, begin 1991. In de Tussenbalans herijkte het kabinet zijn begroting met bezuinigen en lastenverzwaringen. Eén van de aanleidingen: de nasleep van de Golfoorlog en de gestegen olieprijs en rentestand. Klinkt als vandaag.

Schade van Trump?

De hoogfrequente crises ondermijnen ondertussen de geloofwaardigheid van de ramingen van het CPB. De invoerheffingen van Trump? Nederland, handelsland bij uitstek, zou schade lijden. Het omgekeerde gebeurde. De economische groei in 2025 bedroeg 1,9 procent.

De ramingen leiden tot klachten onder economen en Kamerleden. Anderhalf jaar geleden constateerde Wim Boonstra, hoogleraar aan de VU en voorheen hoofdeconoom van de Rabobank, in vakblad ESB, dat het CPB stelselmatig te pessimistisch is. Daardoor raamt het CPB hogere begrotingstekorten, die ministers van Financiën vervolgens omzetten in zuiniger uitgaven dan achteraf nodig bleek te zijn. Ook toenmalig Kamerlid Pieter Omtzigt nam deze politiek op de korrel.

Met name ‘in tijden van snelle conjunctuuromslagen’ schiet het model tekort, concludeert Boonstra, en blijkt het begrotingstekort sneller op te lopen. Dat speelde in 2009 (na de bankencrisis) en 2020 (covid-pandemie).  

Wensen kosten geld

In de eerste twee weken van de huidige crisis is niet te zeggen of zo’n ‘snelle conjunctuuromslag’ zal volgen. Het CPB presenteerde bij zijn ramingen donderdag wel twee scenario’s die inspelen op de gevolgen van hogere energieprijzen. Dat ‘keuzemenu’ is een interessante toevoeging, maar hoeveel waarde heeft dat voor de Miljoenennota 2027 en het politieke debat? Weinig.

Het politieke debat zal om de ‘harde’ ramingen draaien. Om de wensen van de meerderheid van de Tweede Kamer. Wensen om kabinetsplannen niet te verzachten, maar te schrappen. Wensen die geld kosten.

De oppositie kreeg onverwacht steun van het CPB. In zijn ramingen noteert het Planbureau een begrotingstekort in 2027 van 1,9 procent, een stuk lager dan het kabinet zelf. Het CPB verwacht namelijk dat ongeveer 10 miljard euro op de begroting niet wordt uitgegeven.

Voor open doel…

Dat is een kans voor open doel voor elke oppositiepartij met onvervulde wensen. Er is genoeg ruimte op de begroting, zal de oppositie zeggen. Gevolg: de collectieve sector groeit nog harder dan nu al de verwachting. Om de extra wensen te betalen moet de overheid meer geld lenen en/of de belastingen en premies verder verhogen. In de raming van het CPB stijgt de collectieve lastendruk al naar bijna 40 procent. Percentages uit de tijd van de covid-pandemie en de Tussenbalans. Is het dan toch crisis?

De hoop op een snelle oplossing in het Midden-Oosten is begrijpelijk. Maar ook mét een oplossing wordt het vuurwerk in de begrotingsonderhandelingen. Houdt VVD-minister Eelco Heinen (Financiën) vast aan tekortbeperking? Er is alle kans op een coalitiebreuk.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â