Waarom is het slecht nieuws voor onze economie dat er zo weinig faillissementen zijn?
Artikel beluisteren
Het is een zegen? Of een vloek…
Steeds minder bedrijven in Nederland gaan failliet. De cijfers over de aantallen fluctueren van maand tot maand, maar over een langere periode is de trend duidelijk. Omlaag.
In april gingen volgens statistiekbureau CBS 293 bedrijven op de fles. Dat waren er 39 minder dan een jaar geleden, een afname van 12 procent. Het waren er acht minder dan in maart 2026.
In bedrijfstakken met veel relatief kleine ondernemingen zie je de meeste faillissementen, zeker als ze ook nog eens conjunctuurgevoelig zijn. Transport, bouw, horeca en detailhandel.
Banken- en eurocrisis
Het aantal bedrijven in Nederland groeit, daarom zijn de absolute cijfers over faillissementen nuttig, maar ze geven weinig inzicht. Het CBS heeft daarom ook een andere maatstaf ontwikkeld: het aantal faillissementen per 100.000 actieve bedrijven. De faillissementsgraad.
De statistiek is begonnen in 2015. De piek ligt in maart 2015. Dat was in de nasleep van de banken- en eurocrisis. De faillissementsgraad was toen 27,9.
De economie is vervolgens uit het dal geklommen. Het aantal faillissementen daalden. Dat was het meest spectaculair tussen 2020 en 2022 in de coronacrisis. De overheid steunde het bedrijfsleven met tientallen miljarden euro’s om een economische neergang te beperken. In augustus 2021 stond de faillissementsgraadmeter op het laagste punt ooit: 3,4.
Na het aflopen van de steunmaatregelen was er vanzelfsprekend een stijging. Bedrijven die met steun konden overleven, gingen alsnog onderuit. Economen hebben daar een mooi woord voor bedacht: zombiebedrijven. Op sterven na dood, maar nog steeds economisch in leven. De faillissementsgraad begon weer snel te stijgen naar een piek van 11,3 in juli 2023. Inmiddels (april 2026) is de stand 7,9.
Minder faillissementen betekent: minder onbetaalde vorderingen van schuldeisers. Minder werknemers die worden ontslagen, in de WW komen en een nieuwe baan moeten zoeken. Maar natuurlijk ook minder werk voor de puinruimers van de economie, zoals veilingsites en faillissementscuratoren.
Minder zorgen
Minder faillissementen wekt de indruk: gaat lekker met de economie. Dat zie je om je heen. De werkloosheid loopt wat op, maar is laag. De economie groeit, maar wel wat minder als gevolg van hogere brandstofprijzen en onzekerheid over de handel. Alleen jammer van de stijgende inflatie, maar vorig jaar steeg de koopkracht ook ná inflatie.
Kortom: minder zorgen, meer plezier. Dat is misschien ook de reden dat je over het dalend aantal faillissementen weinig leest. Het is goed nieuws. En goed nieuws is geen nieuws.
Dynamiek valt stil
Nee, nee, nee. Het zogenaamde goede nieuws versluiert een groeiend probleem van de Nederlandse economie. Een gebrek aan dynamiek en concurrentie. En dat is juist een signaal dat het niet lekker gaat met de economie en welvaartsgroei. Precies het tegenovergestelde van wat de lage faillissementscijfers suggereren.
De verzwakking van de economische dynamiek is een proces dat zich al geruime tijd voltrekt, bleek vorig jaar uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB onderzocht de periode 2007-2023. De uitkomsten waren zorgwekkend.
Creatieve destructie
De economie, de productiviteit en de welvaart groeien als ondernemers de basis leggen voor nieuwe bedrijvigheid, soms wel voor compleet nieuwe bedrijfstakken. Als groeiende bedrijven versnellen, mensen aannemen en expanderen.
Deze dynamiek kent natuurlijk niet alleen winnaars. Ondernemers die het niet kunnen bolwerken stoppen of gaan failliet. De invloedrijke Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) heeft dat proces in twee woorden samengevat: creatieve destructie.
Geen succes
Europa en ook Nederland zijn hierin geen voorbeelden van succes. Gevestigde bedrijven domineren in Nederland innovaties, constateert het CPB. Koplopers blijven langer koploper. Uitdagers hebben het mede vanwege een gebrek aan groeikapitaal moeilijk.
Doordat de gevestigde bedrijven dominant zijn en minder te duchten hebben van concurrentie liggen hun winsten relatief hoog. De enige uitzondering zijn bedrijven die op de exportmarkt zijn gericht. Zij concurreren met de wereldmarkt die niet altijd eerlijk te werk gaat, zie de invoertarieven in de VS en de staatsteun in China.
Elon Musk
Naast de ‘harde’ economische kenmerken van de tanende dynamiek is er ook een ‘zachtere’, culturele kant. Bij het begrip creatieve destructie zien Europeanen en politici het tweede woord. Destructie, vernietiging van banen bijvoorbeeld.
Amerikanen, en dit zijn grove algemeenheden, verwelkomen juist het eerste woord. Het creatieve, scheppende proces. De laatste jaren zie je voorbeelden te over, van massatechnologie tot de ontwikkeling van AI. Nieuwe producten, nieuwe bedrijven, nieuwe banen. Het epicentrum daarvan is Silicon Valley. Hoeveel software en hardware bedrijven die ooit koploper waren zijn inmiddels ingehaald door concurrenten die zomaar uit het niets kwamen?
Elon Musk, die deze week met de introductie van SpaceX op de beurs alle records wil slaan, is het ultieme voorbeeld van een ondernemer die creatieve destructie naar zijn hand heeft gezet. Europa praat graag en wil minder afhankelijk zijn van Amerikaanse technologie. Silicon Valley laat zijn diensten en producten voor zichzelf spreken en versnelt juist zijn voorsprong.
Menno Tamminga maakt al sinds de zomer van 2022 deel uit van de vaste auteurs van Wynia’s Week. Eerder werkte hij als economisch redacteur (en columnist) van het Financieele Dagblad en van NRC Handelsblad.
Bent u al supporter van Wynia’s Week? De unieke formule van Wynia’s Week – toegankelijk voor iedereen, betalende donateurs maken dat mogelijk – vormt ook de basis van de redactionele onafhankelijkheid. Kijk HIER Hartelijk dank!


















