Overheid grijpt dominerende rol in de economie. Maar ‘Vadertje staat’ als heilsoldaat is foute boel
Artikel beluisteren
Wilt u meer welvaartsgroei? Toets dan een één.
Wilt u minder welvaartsgroei? Toets dan een twee.
De economie heeft geen callcenter, maar Nederland heeft wel burgers en een regering en als het aan hen ligt is de keuze eenvoudig: meer welvaart. Burgers willen graag meer te besteden hebben, bedrijven willen meer afzet en de overheid roomt het af want de meeste politici willen liever méér geld uitgeven dan minder. Het kabinet-Jetten streeft bijvoorbeeld naar een jaarlijkse structurele economische groei van 1,5 procent.
Maar de basis van onze welvaartsgroei is smal en wordt mede als gevolg van overheidsbeleid eerder smaller dan breder.
Overheid rukt op
Vorige week kwam statistiekbureau CBS met nieuwe gegevens over de economische gang van zaken in 2025. Tot op twee cijfers achter de komma nauwkeurig becijferde het CBS de bronnen van de economische groei. De uitkomsten zijn een perfecte illustratie van drie belangrijke economische trends die, helaas, niet in ons voordeel werken.
Het goede nieuws was al bekend: 1,7 procent economische groei in 2025. Het CBS ontleedt hoe de groei tot stand is gekomen. Wat blijkt? De groei wordt in belangrijke mate tot stand gebracht door overheidsbestedingen.
De overheid was verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de economische groei (0,46 procentpunt om precies te zijn). De ondernemingen die producten van Nederlandse makelij uitvoerden hadden een nog net iets grotere bijdrage: 0,48 procentpunt.
Het scheelt niet veel. Nederland is al bijna het land waarin de overheid de drijvende kracht is van economische groei. Dat is een ongewenste trend. Daarover verderop in m’n column nog wat meer.
Uit de CBS-analyse komen nog twee andere trends naar voren. De eerste is het essentiële belang van het exporterende bedrijfsleven. Zowel de uitvoer van goederen als van diensten (denk aan ICT). De exportsector leverde vorig jaar meer dan de helft van de welvaartsgroei.
Landbouw zorgenkind
Welke export levert het meeste op? Om te beginnen: alles wat Nederland zelf produceert. Het CBS noemt landbouw en machines. Bij machines denk ik onmiddellijk: chipmachinefabrikant ASML. Profijtelijk, maar niet geruststellend. De groei van ASML loopt vrijwel permanent gevaar door Amerikaanse restricties op leveringen aan China. Terwijl de Verenigde Staten zijn ‘eigen’ bedrijven, zoals Nvidia, dat geheugenchips produceert die iedereen wil hebben (AI), geen strobreed in de weg legt.
Landbouw? Ook een zorgenkind. Houden de stikstofplannen van het kabinet eigenlijk wel rekening met de bijdrage van de sector aan export en economische groei?
Te duur
De minste bijdrage aan de economische groei komt van de producten die Nederland doorvoert. Ze komen binnen in de havens van Rotterdam en Amsterdam en op Schiphol en worden verscheept naar omringende landen. De volumes zijn groot, maar de waarde die Nederland toevoegt is minimaal.
Wat wél waarde toevoegt is de export van bijvoorbeeld de energie-intensieve chemische industrie in Rotterdam. Of de productie van staalbedrijf Tata Steel in IJmuiden.
Daarvoor geldt: Nederland prijst zichzelf uit de markt met hogere energiekosten dan België en Duitsland. Het kabinet-Jetten wil wel helpen, maar niet nu, niet volgend jaar, pas in 2028. De industriële basis loopt gevaar verder af te kalven. Bedenk: wat weg is, komt niet snel meer terug.
De ‘industrie in de knel’ is onderdeel van de tweede trend die uit de CBS-cijfers oprijst. De trend van het afhaken. De investeringen van bedrijven en de uitgaven van consumenten droegen weinig bij aan de groei. Wat is er aan de hand met Nederland?
De besteedbare inkomens stegen vorig jaar wel, de werkloosheid is relatief laag, maar de inflatie is mede als gevolg van de gestegen energiekosten wel hardnekkig.
Het lijkt wel alsof Nederland murw geslagen is door doemscenario’s waarin angst voor de toekomst centraal staat, angst die bestreden moet worden door doelen te stellen. Klimaatdoelen. Stikstofdoelen. NAVO- en defensiebegrotingsdoelen.
Plansocialisme
Van daaruit is het een kleine stap terug naar de eerste trend: de steeds dominantere rol van de overheid. Want voor de verwezenlijking van deze doelen stapt de overheid de publieke arena in. Er komt een overlegtafel. Aan tafel maken belangengroepen een plan. Zo laten ze zien: kijk maar, de plannen hebben draagvlak. De uitvoering, de regie én de controle komen als vanzelfsprekend in handen van de overheid en gelieerde onderzoeksinstituten en scheidsrechters.
Het plan, eenmaal in beweging, kan niet worden gestopt.
Met zoveel doelen en zoveel plannen is Nederland op weg een plan-socialistisch land te worden plus de economie die daarbij hoort.
Vadertje staat
De coronapandemie waarbij de overheid schijnbaar achteloos tientallen miljarden euro beschikbaar stelde aan bedrijven heeft het proces van plansocialisme versterkt. ‘Vadertje staat’ als heilsoldaat. Het prijsplafond voor gas en stroom in 2023 na de prijspiek na Poetins inval in Oekraïne was een variant daarop.
De staat als heilsoldaat is niet de oplossing die Nederland als sociale markteconomie moet kiezen. Kiezers stemmen juist níet massaal op partijen die de collectieve sector een dominerende rol in de economie willen geven. Nederland stemt op middenpartijen, op liberaal(rechtse) partijen en op rechtse partijen. Maar wat krijgt de burger? Een planeconomie. Plús de oplopende collectieve lastendruk van belastingen en premies om de plannen te betalen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


