Accell en Akzo: wéér staan twee karakteristieke multinationals op punt van verdwijnen. Nederland kijkt gelaten toe

WW Tamminga 11 augustus 2026
Wie hoofdkantoren verliest wordt een land vol buitenlandse filialen. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Het was een droevige week. Twee karakteristieke multinationals staan op het punt van verdwijnen. De een is de fabrikant van Batavus, Sparta en Kogo, de ander doet in coatings en verf, zoals het bekende Sikkens.

De merknamen van deze twee bedrijven kent u wel, maar hun éigen bedrijfsnamen zijn minder bekend. Het hoofdkantoor van de fietsenfabrikant, een kleine multinational, staat in Heerenveen. Zijn naam kennen alleen beleggers. Accell. Afgelopen week kreeg Accell uitstel van betaling. De vraag is: valt er nog iets te redden in een doorstart of dooft het licht?

De ander heet AkzoNobel. De aandeelhouders gaven groen licht voor een fusie met zijn Amerikaanse concurrent Axalta. De naam Akzo verdwijnt. Net als de Amsterdamse beursnotering. Van de twee hoofdkantoren zal het Nederlandse op termijn ook verdwijnen.

Wederopbouw

Beide zijn, ieder op eigen wijze, onlosmakelijk verbonden met Nederlandse tradities. Want wat is Nederlandser dan fietsen? Akzo was, toen ook nog met chemie en zout en zonder Nobel, een van de bedrijven aan de basis van de naoorlogse industriële wederopbouw. Als AkzoNobel zat het concern in de overnamehausse tussen 1995 en 2000 toen Nederlandse bedrijven gretig buitenlandse ondernemingen kochten.

Eerst het Accell-debacle. Dat ging razendsnel. In 2022 betaalden enkele doorgaans gisse investeringsmaatschappijen 1,56 miljard euro voor Accell. Nu dreigt een faillissementsveiling. Voor tweeduizend werknemers, van wie de meeste in het buitenland werken, resteert onzekerheid.

Wat ging er mis? Accell was een winnaar in de coronapandemie, toen Jan en alleman op de (elektrische) fiets stapte. De fietsenfabrikanten zagen een groeiwonder en overspoelden de markt met nieuwe modellen. Maar toen doofde de pandemie en gingen mensen hun geld aan andere dingen besteden. Verder kostte falend kwaliteitsbeheer bij dochterbedrijf Babboe (bakfietsen) veel geld.

Vervang in bovenstaande alinea pandemie door ChatGPT en fietsen door AI en datacentra en u ziet dat overspannen verwachtingen en investeringen niet zijn voorbehouden aan producenten van tweewielers.

Gouden jaren

Fietsen zijn verweven met de Nederlandse cultuur, Akzo is verweven met de naoorlogse industriële groei. De naam Akzo is de samentrekking van de Algemene Kunstzijde Industrie (AKU) en Koninklijke Zout Organon. Zij fuseerden in 1969, achteraf gezien het gouden decennium van de Nederlandse industrie. De producten van de twee fusiepartners, zoals vezels, plastics en de anticonceptiepil, kun je kenmerkend noemen voor de naoorlogse jaren: groeiende welvaart, volledige werkgelegenheid en seksuele vrijheid.

Akzo was de kleinste van de vier toen klassieke multinationals op de Amsterdamse beurs. De andere drie waren de Nederlands-Britse Koninklijke Olie/Shell, Unilever (voeding en zeep) en Philips. Net als Philips had Akzo zijn wortels bij uitstek in Nederland. Ze hadden fabrieken en vestigingen in het hele land.

Kwaad op Den Uyl

In de linkse jaren zeventig was Akzo onverzettelijk. In 1975 schreef de top onder leiding van Guup Krayenhoff een kwaaie open brief aan minister-president Joop den Uyl (PvdA) die vond dat Akzo met de internationale vakbeweging moest onderhandelen over de sanering van dochterbedrijf Enka Glanzstoff. En dat de vakbeweging controle over de investeringen moest krijgen. Akzo vond dat bespottelijk. ‘U bederft het (ondernemers)klimaat.’

De diepe weerzin was een voorbode van een brief, een jaar later, van negen topmanagers aan het kabinet-Den Uyl. Krayenhoff was een van de vanzelfsprekende ondertekenaars. ‘De negen’ kraakten het regeringsbeleid en deden een oproep voor herstel van het vestigingsklimaat voor bedrijven.

De parallel met de huidige situatie dringt zich op, al schrijven industriëlen geen open brieven meer. Ze vragen liever om steun vanwege de hoge stroomtarieven en investeringen in vergroening.

Kopen, kopen, kopen

De opvolgers van Krayenhoff bij Akzo waren wat gepolijster, maar nog geworteld in de sociaaleconomische consensus. Aarnout Loudon leidde eind 1993 de overname van het Zweedse Nobel Industries, die Akzo zijn verlengde naam gaf en versterking in verf en chemie. Opvolger Kees van Lede, oud-voorzitter van werkgeversvereniging VNO, kocht in 1998 nog een groot Engels verfbedrijf.

Het was in die jaren dat topmanagers van Nederlandse multinationals de wereld overvlogen om bedrijven te kopen. Ahold, ING, ABN Amro, Aegon, Numico, Getronics, KPN, TNT, DSM en Unilever. Veel van de overnames bleken niet houdbaar. Te veel schulden gemaakt. De bankencrisis. Te veel verschillende activiteiten onder één dak. Na de groei kwamen de kater en de krimp.

De zoveelste

Ook daarvan is AkzoNobel is een voorbeeld. Organon (van de pil) werd verkocht. De zoutwinning en de speciaalchemie zijn afgestoten. Het hoofdkantoor verdween uit Arnhem en kwam in Amsterdam. Nederlandse topmanagers maakten plaats voor buitenlandse, ook zo’n trend van de laatste vijftien jaar. De krimp en de keuze voor verf en coatings maakten AkzoNobel kwetsbaar voor overnames. Op papier is deze combinatie met Axalta een fusie, praktisch gesproken nemen de Amerikanen Akzo over.

Het wordt het zoveelste vertrek van het hoofdkantoor van een multinational. Eerder gingen Shell, Unilever, Relx, DSM, straks ook Aegon. Nederland slaat het gade. Gelaten.

Accell in limbo, Akzo exit. Wie hoofdkantoren verliest wordt een land vol buitenlandse filialen, speelbal van elders genomen beslissingen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!