De oppositie jaagt op extra begrotingsmiljarden. Waar ligt de pijngrens van schatkistbewaker Heinen van de VVD?

MennoTamminga 18-8-26
Minister Eelco Heinen van Financiën. Beeld: X

Artikel beluisteren

Praten voetbaltrainers steeds meer als ministers van Financiën of heeft schatkistbewaker Eelco Heinen (VVD) zijn tactiek afgekeken van de voetballerij?

Trainers grossieren voor topduels in bezweringsformules. Ze hebben een vast repertoire. Wie torenhoog favoriet is, geeft dat niet toe, maar zegt iets als: de mentale druk is hoog, de belangen zijn groot, deze tegenstander is niet te onderschatten.

Underdog

Liever nog manoeuvreren coaches zich in de underdogpositie. Het team is er klaar voor, maar er zijn nogal wat onzekerheden en blessures. Of ze zeggen: voor de tegenstander staat er meer op het spel. En: verwacht niet te veel van ons, de tegenpartij moet het spel maken. Als de coach toch wint, is dat zijn onverwachte succes. En bij verlies..? Jammer, maar helaas, zijn elftal was toch al de underdog.

Deze week zijn de begrotingsonderhandelingen met de oppositie begonnen. Heinen kiest de rol van underdog. Hij tempert de verwachtingen. De marges zijn klein, zei hij afgelopen vrijdag, tegen de verzamelde media. Alsof ik wijlen PvdA-leider Joop den Uyl hoorde… Het wordt een ‘heel ingewikkelde puzzel’. Het opstellen van de begroting wordt een ‘spannend proces’. Hij heeft er wel vertrouwen in, maar ‘dat betekent niet dat het gemakkelijk is’.

Dus als Heinen onder deze weerbarstige omstandigheden toch de klus weet te klaren is hij de bink.

In werkelijkheid ligt 99 procent van de begroting al vast. Dit jaar verwacht de rijksoverheid 486 miljard euro uit te geven, volgende jaar meer dan 500 miljard. De overheid is in het verleden onder kabinetten van diverse pluimage voortdurend verplichtingen aangegaan voor uitgaven. Voor salarissen van ambtenaren, voor investeringen, voor sociale uitkeringen, voor uitgaven aan de gezondheidszorg.

Kluitjesvoetbal

Nee, niet álles ligt vast. Het verschil met vorige kabinetten is dat het kabinet-Jetten een minderheidsregering is. Oppositiepartijen hebben nu de gelegenheid om vooraf mee te onderhandelen over uitgaven en belastingen. Jees Klaver van Progressief Nederland wil alle toekomstige sociale bezuinigingen van tafel. Eerder kon de oppositie pas na de publicatie van de Miljoenennota een Kamermeerderheid voor hún plannen bijeen proberen te sprokkelen.

Een welkome meevaller voor de burgers die daar baat bij hebben. Maar op het totaal van de rijksbegroting is het marginaal. Het is politiek kluitjesvoetbal dat vooral winnaars moet opleveren. De oppositie wint omdat ze de maatregelen voor burgers uit het vuur heeft gesleept. Minister Heinen wint omdat hij na Prinsjesdag de begroting door het parlement kan loodsen.

Koopkracht krijgt knauw

De opening van de onderhandelingen valt samen met de publicatie van nieuwe ramingen van het Centraal Planbureau. Het CPB stelt gezien de hogere energieprijzen en de onzekere wereldhandel de verwachte economische groei níet naar beneden bij, zoals je intuïtief zou verwachten.

Wat wel een knauw krijgt, is de koopkracht, dit jaar en in 2027. De oorzaak is de hogere inflatie. De prijsstijgingen blijven hardnekkig rond 3 procent hangen. Dit jaar 3,3 procent, volgend jaar 2,8 procent.

Je kunt de stemming in de coalitie én in onderhandelingen met de oppositie wel uittekenen. Aan de koopkracht moet iets gedaan worden. Dat is niet zo moeilijk. Politici zijn dol op belasting- en premiebijstellingen. Ze werken direct, je kunt de effecten vooraf concretiseren en eventuele gevolgen op langere termijn vooralsnog negeren. Ingrijpen in de koopkracht gaat politici veel beter af dan maatregelen nemen die het verdienvermogen van Nederland op langere termijn vergroten.

Voortschrijdend inzicht?

Twee uitkomsten in de CPB-ramingen vallen op. De eerste is de al genoemde immuniteit voor de ongunstige geopolitieke ontwikkelingen. Het CPB verhoogt de groeiraming voor 2027 zelfs een ietsepietsje naar 1,2 procent. Voortschrijdend inzicht? Economen verkeken zich het afgelopen jaar op de negatieve gevolgen voor de groei van de strijd in het Midden-Oosten en de olieprijsstijgingen. De ramp kwam niet.

Overigens ligt de geraamde groei nog steeds onder de structurele doelstelling van de coalitie van 1,5 procent.

Het CPB komt optimistisch uit de bus met de stijging van de consumptie, een cruciale pijler onder de groei. Het planbureau verwacht dat huishoudens hun spaargeld zullen aanspreken om ondanks de dalende koopkracht hun bestedingen te laten groeien.

De buffers zijn aangelegd tijdens de coronapandemie en sindsdien zijn ze een heilige graal voor economen. Huishoudens zullen dat geld weer gaan uitgeven en dan zal de economie extra groeien. Maar dat gebeurde niet, dus waarom volgend jaar opeens wel?

Pijngrens

Het tweede dat opvalt in de CPB-raming is het overheidstekort. De laatste officiële raming van het ministerie van Financiën, in de Voorjaarsnota in maart, was 2,9 procent van de totale productie van goederen en diensten (bbp). Het Europese plafond is 3 procent. Het CPB raamt nu een tekort van 2,1 procent. Dat is een wereld van verschil ten opzichte van de Voorjaarsnota. Een verschil ter waarde van ongeveer 10 miljard euro.

Reken maar dat de oppositie voor de 10 miljard gaat. De komende weken is de vraag: hoeveel wil VVD-schatbewaker Heinen, die prat gaat op zijn strikte begrotingsbeleid, weggeven voordat zijn pijngrens bereikt is.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!