Europese politici willen van spaarders beleggers maken. Maar vergeten één ding: het rendement is een aanfluiting

WW Tamminga 25 augustus 2026
Europese politici kijken verlekkerd naar wat Europeanen samen hebben gespaard. Beeld: Wikipedia.

Artikel beluisteren

De poster is wereldberoemd. En vaak geïmiteerd. Een man met een hoge hoed en een lange sik, voorstellende Uncle Sam, richt zijn wijsvinger op de kijker met daaronder de tekst: ‘I WANT YOU FOR U.S. ARMY.’ Het is een rekruteringsoproep voor het Amerikaanse leger. 1917.

Er staat een Europese variant op stapel. Niet voor een Europees leger, maar wel voor een Europese kapitaalmarkt. De tekst zou kunnen zijn: ‘Ik wil dat u gaat beleggen.’ Dat riekt naar plagiaat. Korter is beter. ‘Beleggen zult gij!’

Amerikaanse toestanden

Europese politici kijken verlekkerd naar wat Europeanen samen hebben gespaard. Volgens officiële schattingen zo’n 10.000 miljard euro. O, als die suffe spaarders maar een fractie daarvan binnen de Europese Unie over landsgrenzen heen gaan beleggen en investeren. Dan zou de wereld er voor politici opeens stralend uit. Een geïntegreerde kapitaalmarkt, zoals de Verenigde Staten. Op weg naar de Verenigde Staten van Europa.

Doorgaans moet het spraakmakende deel van Europese politici niks hebben van ‘Amerikaanse toestanden’. Dat is in deze context synoniem met over-de-top beloningen, biljardenvermogens en politieke invloed. Maar als het om extra geld gaat…

Kopgroep

Iedereen die iemand is in Europa, of denkt te zijn, steunt de geïntegreerde kapitaalmarkt. Het stond in 2024 in de adviezen van Mario Draghi (oud-chef Europese Centrale Bank) en Enrico Letta (oud-premier Italië) voor Europese concurrentiekracht. De Europese Commissie heeft er een eigen draai aan gegeven en het plan omgedoopt in de Europese spaar- en investeringsunie.

Omdat besluitvorming in Europa die nationale regels en gebruiken aantast altijd in een slakkengang verloopt, heeft zich een kopgroep gevormd. Ze noemen zich de E6. Ze willen vaart maken. Frankrijk en Duitsland doen mee. Nederland wil bij monde van minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) een leidende rol spelen.

De voorstanders verkopen de plannen als de gouden tip voor spaarders. Zij krijgen een ruimer aanbod van beleggingsmogelijkheden. Met hogere rendementen. In elk geval hoger dan de spaarrentes, die overigens ruim een decennium kunstmatig zijn laag gehouden door de ECB. Mede dankzij Draghi, die nu spaarders oproept beleggers te worden.

Kijk je achter de mooie woorden van meer keuze en meer rendement, dan zie je dat de spaarder een pion wordt in de mondiale concurrentiestrijd. Europa wil een reservoir van investeringskapitaal vullen, zodat Europese bedrijven met Europees kapitaal kunnen groeien en niet afhankelijk zijn van Amerikaanse, laat staan van Chinese financiers.

Groene politiek

Waarin moet dat kapitaalreservoir worden geïnvesteerd?

Dan vallen de grote, abstracte begrippen waar Brussel het patent op heeft. Schone energie en minder energie-afhankelijkheid. Weer die concurrentiekracht. Aansluiten bij technologische verschuivingen en innovatie. Ik zie groene en politiek goedgekeurde bedrijven.

Voor politici snijdt het mes aan alle kanten. Europese spaarders boeken straks hogere rendementen (dus: minder aanspraak op collectieve pensioenvoorzieningen). Europese spaarders financieren extra economische groei (dus: hogere belastingopbrengsten). Europese spaarders leggen investeringskapitaal op tafel voor schone energieprojecten (dus: overheden hoeven hier minder aan te besteden). Europese spaarders financieren Europese industriepolitiek (dus: overheden krijgen lucht op hun overbelaste begroting).

Risico, risico

De Europese Commissie zegt op haar website (mijn vertaling): ‘Veel van de extra investeringsbehoefte komt van kleine en middelgrote ondernemingen en innovatieve bedrijven, die niet op bankkrediet alleen kunnen steunen.’

Het gaat er dus niet om dat u straks als Nederlander in Deutsche Bank belegt of in een grote Spaanse windmolenexploitant. Of een Fransman zijn geld in Heineken steekt.

Nee, het gaat om investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen en innovatieve bedrijven. Dat zijn de meest risicovolle beleggingen. Hoe zouden de voorstanders dat concreet voor zich zien? Moet een Poolse loodgieter investeren in een Nederlandse startup in zonnepanelen? Moet een Nederlandse politieman aandelen kopen in een Franse AI-ontwikkelaar? Of denk ik nu te praktisch en niet Europees genoeg?

De voorstanders van de spaar- en investeringsunie schermen met hogere rendementen dan spaarrentes. Maar klopt dat? In Nederland is dat twijfelachtig. Onlangs onderzocht SRA, een vereniging van accountantskantoren in het mkb, 7.061 jaarrekeningen van mkb-bedrijven met minimaal twee personeelsleden. ‘Over 2025 zien we een magere winstgroei ten opzichte van de omzet, waardoor er steeds minder geld overblijft voor investeringen,’ zegt bestuurslid Pieter van der Kwaak, op de SRA-website.

Da’s geen vetpot voor de toekomstige belegger.

Sappelen

Gaat het op de Amsterdamse beurs misschien beter? Een losse greep uit groene en duurzame kleinere bedrijven versterkt het beeld dat het sappelen is. Aan goede bedoelingen geen gebrek, maar de omstandigheden, en mogelijk hun eigen tekortkomingen, zitten beleggers lelijk in de weg.

De innovatieve bioplasticfabriek Avantium bleek afgelopen week extra kapitaal nodig te hebben. Vorig jaar ook al. De afgelopen twaalf maanden daalde de koers 62 procent. De elektrische bussenbouwer Ebusco: minus 30 procent in de laatste twaalf maanden. Sif, bouwer van stalen funderingen voor windturbines op zee: minus 58 procent in de laatste twaalf maanden. In deze periode steeg de relevante beursgraadmeter van kleine bedrijven met 25 procent.

Het Nederlandse taatsinvesteringsfonds InvestNL is aandeelhouder in Avantium en Sif.

Politici die van spaarders zo nodig beleggers willen maken kijken alleen naar hun eigen belangen en overtuigingen, niet naar de belangen van beleggers.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!