De gasvoorraad is voor twee derde leeg. Nog maar 96 dagen om ‘m te vullen vóór de winter. Dat wordt spannend – en duur

WW Tamminga 28 juli 2026
Nederland wordt voor zijn energie steeds afhankelijker van het buitenland. Beeld: Pexels.

Artikel beluisteren

Nog 49 dagen tot Prinsjesdag en de begroting voor 2027. Nog 96 dagen tot 1 november, de dag waarop de Nederlandse aardgasvoorraden afgevuld moeten zijn voor de winter.

Deze twee data zullen de komende maanden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Want de opslag van aardgas voor de komende winter staat er beroerd voor. Het is de vraag of de doelen worden gehaald. Er zal een gepeperd prijskaartje aan zitten. Of het daarvoor gereserveerde geld voldoende is, zal op Prinsjesdag duidelijker worden.

Nerveus

De prijs van aardgas op de internationale markt stijgt inmiddels weer tot het niveau van maart, toen de beschietingen in de Straat van Hormuz begonnen. Gashandelaren zijn nerveus. Bovendien weten ze dat afnemers in het Verre Oosten én in West-Europa, waaronder Nederland, naarstig op zoek zijn naar aardgas.

Nederland leeft inmiddels al vijf jaar in een tijdperk van (ongeremd) hoge prijzen voor aardgas. Dat kwam al op gang toen het Russische staatsenergiebedrijf Gazprom zijn in Nederland gereserveerde opslag voor aardgas in 2021 niet bleek te vullen. Achteraf een voorbode van Poetins inval in Oekraïne.

‘Gasparadijs’ Nederland met betaalbare zekerheid bestaat niet meer. Nederland heeft zich uit het paradijs verdreven. Deels door de onomkeerbare sluiting van de Groningse putten. Deels door het kabinetsbeleid dat aardgas wilde ‘uitfaseren’, want fossiel en ‘dus’ slecht. Deels door het zigzagbeleid in reactie op de prijsstijgingen die de oorlogen in Oekraïne en de Golf hebben veroorzaakt.

Hoe staat Nederland ervoor? Op 1 april, toen de voorbereidingen voor de winter begonnen, waren de gasbergingen voor 4,5 procent gevuld. Twee daarvan waren zelfs helemaal leeg. Deze twee waren het domein van Gasterra, het handelsbedrijf in aardgas dat gelieerd is aan Shell en Exxon, de uitbaters van het Groningse gasveld.

Alles verkocht

Gasterra stopt omdat er geen gas meer wordt gepompt. De hele voorraad is verkocht. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Gasterra was namelijk voor de ene helft eigendom van Shell en Exxon, maar de Nederlandse Staat en staatsenergiebedrijf EBN bezaten de andere helft. Als aandeelhouder wist de overheid allang dat Gasterra ging stoppen. Waarom niet ingegrepen en gezegd: EBN neemt een deel van de voorraad over, zodat Nederland straks niet vanaf bijna nul zijn gasvoorraden moet opbouwen.

Dat was nog onder de kabinetten-Rutte IV en -Schoof. Het illustreert het politieke ongemak. Nederland is afhankelijkheid geworden van buitenlands aardgas, maar achtereenvolgende ministers staan erbij en kijken ernaar.

Prijsprikkel

Het politieke mantra was: commerciële partijen vullen de gasbergingen. Zij moeten leveren aan hun klanten, burgers en bedrijven. In de zomer is de gasprijs lager en in de winter weer hoger, dus de prijsprikkel doet zijn werk. Niet meer.

Dat dringt langzaam door tot de ministers. Ze hielden lang vast aan hun mantra dat het wel goed komt. Ze willen aardgas nog altijd graag ‘uitfaseren’. Ze zagen niks in een strategische voorraad voor calamiteiten zoals Nederland dat wel heeft voor olie. Maar langzaam gaan ze door de bocht.

Dat moet ook wel. In sommige landen breken opstanden als er een tekort aan rijst is. In Frankrijk kwamen de ‘gele hesjes’ in verzet toen de overheid een extra belasting op benzine invoerde. In Nederland kan een gastekort tot muiterij leiden.

Nog vertrouwen?

Dus is de hamvraag: hoe bereik je een niveau van de gasreserves waarbij burgers vertrouwen houden in de energievoorziening? Minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66) streeft ernaar dat 86 procent van de gasbergingen gevuld is, exclusief de strategische voorraad die ook wordt aangelegd. Ter vergelijking: de piek vorig jaar was bijna 74 procent.

Het vulpercentage was begin deze week 35 procent. In 2023 en 2024 was het eind juni respectievelijk 78 procent en 68 procent.

De bergingen moeten nu gevuld worden terwijl de prijzen stijgen. Kleine kans dat commerciële partijen dat doen. De enige die móet en al begonnen is, is staatsbedrijf EBN. Juist de kennis dat EBN permanent koopt, zal ook een prijsopdrijvend effect hebben.

De overheid leent EBN 21,6 miljard euro om de klus te klaren. Dat geld moet worden terugverdiend door het opgeslagen gas in de winter weer te verkopen.

De miljardeninterventie illustreert een alarmerende trend die politici niet graag onder ogen zien. Nederland wordt voor zijn energie steeds afhankelijker van het buitenland. In 2015 was ons land voor 70 procent afhankelijk, zo blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Vorig jaar was dat opgelopen tot 77 procent. Met name de afhankelijkheid van de Verenigde Staten voor olie en vloeibaar aardgas valt op.

Niks opgeleverd

De afhankelijkheid staat haaks op het overheidsbeleid. Ook het kabinet-Jetten wil de energietransitie liever versnellen om juist mínder afhankelijk te worden van het buitenland. Maar alle subsidies en maatregelen voor elektrische auto’s, zonnepanelen en windmolens de afgelopen jaren hebben hier dus niks opgeleverd.

Nederland zit met een overschot aan elektriciteit dat voor een habbekrats naar het buitenland gaat en een tekort aan aardgas dat duur in het buitenland moet worden gekocht. Niks win-win. Lose-lose.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!