Als Jetten minder had gereisd, had hij ‘netto nul-uitstoot van CO2 in 2050’ kunnen schrappen met zeer gunstige gevolgen voor economische groei en inflatie

EduardBomhoff 18-4-26
Rob Jetten ontmoet de premier van Letland, Evika Silina, tijdens de top van de Joint Expeditionary Force in Helsinki, Finland, 26 maart 2026. Foto Kimmo Brandt / EPA

Artikel beluisteren

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het Rob Jetten niet. Na zijn diner in het Witte Huis zei hij ‘dat bood mij de gelegenheid om nogmaals aan de president uit te leggen dat uiteindelijk onderhandelingen noodzakelijk zullen zijn voor een blijvende vrede’. Mooi, dat ‘nogmaals uitleggen’, aan Trump tijdens een privé-diner.

‘Ik heb er reuze zin in’, zei Jetten en daarna maakte hij zes buitenlandse reizen. Dat lukte, want al zijn gesprekspartners waren gewoon in hun hoofdstad aan het werk. Dat is de normale werkplek voor een regeringsleider. Niet voor Jetten, die liever werkt in het regeringsvliegtuig, hoewel hij zijn goeddeels onervaren ministers dan niet kan helpen. Jetten wil vooral succes boeken op het internationale vlak. Op 20 maart liet hij zich daarover interviewen door de Financial Times. Hij kon toen maar twee dingen stellig beweren – en die gingen allebei over de EU.

Vreemde logica

Jetten wil het systeem van ‘Carbon Credits’ onveranderd handhaven. Die worden kunstmatig door de EU steeds duurder gemaakt voor de bedrijven die ze moeten kopen als ze veel CO2 gebruiken. Op 20 maart waren er andersom al negen EU-staten die juist versoepeling wensen van de ‘Carbon Credits’ om zo hun industrie te helpen. Jetten beweert – hij heeft er een heel lange kronkelzin voor nodig – dat versoepeling van de ‘Carbon Credits’ betekent dat het ‘over een paar jaar bijna onmogelijk wordt voor delen van de Europese industrie om nog te overleven’. Misschien kan hij tussen twee reizen door in de Kamer uitleggen wat daar de logica van is, want die is zo precies het omgekeerde van wat de negen EU-staten aanvragen.

Het andere punt waar Jetten op 20 maart heel zeker over was, is het handhaven van alle accijnzen en belastingen die elektriciteit in de EU extra duur maken, want dat is behulpzaam voor het financieren van hernieuwbare energie (lees: dan is minder subsidie nodig voor wind op zee). En als Jetten bij de FT afsluit met ‘We hebben nog een paar weken nodig om echt te begrijpen wat het beste beleid is’, verwijst ‘we’ niet naar zijn eigen regering, maar naar de EU.

Met al dat tijdrovende reizen is het nu al te laat voor Jetten om bij zijn ministers en in de Kamer steun te zoeken voor zoiets als deze hypothetische Kamermotie:

‘De Kamer, constaterend

  • dat de tien grootste landen in de wereld, met samen meer dan de helft van de wereldbevolking, zich in de praktijk niet committeren aan ‘netto nul’ in 2050, en daarmee Nederland op grote concurrentie-achterstand zetten voor industrie, landbouw, toerisme en transport;
  • dat binnen de EU ook Polen zich niet committeert aan ‘netto nul’ en daardoor goedkoper blijft, wat bijdroeg tot bijna de verdubbeling in tien jaar van de Poolse export van meubels, voeding etc. naar Nederland;
  • dat in het Verenigd Koninkrijk twee van de vier grote politieke partijen zich al een jaar geleden hebben uitgesproken tegen ‘netto nul’ in 2050 en dat nu Labour begint te schuiven omdat ook oud-Labourpremier Tony Blair krachtig heeft gewaarschuwd;

vraagt de regering

  • om bij wet de datum van 2050 voor ‘netto nul’ te schrappen, omdat een meer circulaire economie en minder CO2-uitstoot goed passen bij onze nationale consensus, maar het willekeurig gekozen jaar 2050 nooit rekening heeft gehouden met het afhaken van zoveel andere landen;

constateert

  • dat Nederland dan kan stoppen met acht miljard subsidie voor nieuwe windmolens in de Noordzee en bovendien drie tot later zes miljard per jaar uitspaart op overbodige aanpassingen van het elektriciteitsnet aan wind uit zee en waterstoffabrieken;

ziet uit naar

  • voorstellen van de regering om zulke besparingen in te zetten voor substantiële verlaging van de prijs van diesel en benzine voor alle weggebruikers, landbouw en visserij (bij voorbeeld niet langer hogere prijzen dan in België en Duitsland), voor minder belasting op elektriciteit en voor een verlichting van de energienota voor de huishoudens;
  • verzoekt de minister van EZ om het CPB een inschatting te laten maken van de gunstige gevolgen voor economische groei en inflatie,

en gaat over tot de orde van de dag.’

Minder accijns en belasting op energie

Het deze week genoemde bedrag van nog niet één miljard om bedrijven en huishoudens te helpen is niet serieus. Nog meer Nederlandse automobilisten gaan nu in Duitsland tanken en dus helemaal geen Nederlandse belasting en accijns betalen. Ook voedsel wordt dit jaar tien procent (of meer) duurder door de Iran-oorlog. Dat maakt het leven nog duurder en zal gezinnen met een laag inkomen het hardst treffen.

Als de regering de kosten van het bedrijfsleven kan drukken door minder accijns en belasting op energie – maar daar is alleen geld voor als ‘netto nul precies in 2050’ uit de wet gaat – gaan de prijzen minder omhoog. Dat is cruciaal voor de Europese Centrale Bank (ECB), die anders de rente moet verhogen (meer werkloosheid!) om de inflatie af te remmen. Nú minder accijns en belasting op energie is ook daarom aangewezen.

Troost

Als Jetten de tijd had genomen om zijn kabinet op één lijn te krijgen voor een temporisering van ‘netto nul’, dan was daar in de Kamer zeker een meerderheid voor en kon hij overleggen over de besteding van de elf miljard die dan vrijvalt. Komt hij niet verder dan die armzalige één miljard hulp aan gezinnen en bedrijven (een paar tientjes per gezin), dan is het te hopen dat toekomstige buitenlandse privéreizen hem troost bieden voor zijn falen als regeringsleider.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!